‘Plezierjacht’ is niet meer van deze tijd maar Groningen wil door

jun 20, 2025 | Jacht

Op 3 februari 2025 hebben Animal Rights en Fauna4Life bezwaar gemaakt tegen het deelplan ‘wildsoorten’ van het nieuwe faunabeheerplan van de provincie Groningen. Tegen de andere deelplannen kan pas bezwaar gemaakt worden wanneer op grond van deze deelplannen vergunningen worden verleend.

Het deelplan wildsoorten gaat over de soorten op de wildlijst: houtduif, wilde eend, fazant, konijn en haas. Het gaat dus om de ‘plezierjacht’, maar dat mag niet meer zo heten; de indruk dat jagers dieren voor hun lol aan flarden schieten moet tegenwoordig vermeden worden. Het is nu ‘benuttingsjacht’ en vooral schadebestrijding.

In de Memorie van Toelichting van de Wet natuurbescherming werd door het toenmalige kabinet over de jacht het volgende overwogen:

“Het gaat bij de toegevoegde soorten om soorten die zich lenen voor benutting, die algemeen voorkomen en die bovendien de jachtdruk kunnen verdragen. Als aanvullend criterium is gehanteerd dat de jacht de bestrijding van schade door de betrokken soort en het voor de soort noodzakelijke populatiebeheer kan ondersteunen, welk criterium ook van belang is in het licht van het maatschappelijk draagvlak voor de uitoefening van de jacht. Naar het oordeel van het kabinet is de uitoefening van de jacht enkel als vorm van recreatie naar de huidige maatschappelijke opvattingen niet aanvaardbaar.”

De staat van instandhouding van deze ‘wildsoorten’ wordt zelfs door de jagers beoordeeld als ”matig ongunstig tot zeer ongunstig”, maar dat ligt natuurlijk niet aan hen. Ook de provincie Groningen trekt haar handen ervan af met de claim dat de beoordeling ten aanzien van staat van instandhouding in het geval van de jacht vooral ligt bij de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. ”De Minister besluit namelijk over het openen en sluiten van de jacht.”

De Minister heeft de afgelopen jaren – sinds 2022 – de jacht op hazen en konijnen in Groningen niet geopend.

Alhoewel het uitoefenen van de jacht nog altijd een benuttingscomponent heeft is het voorkomen van schade aan in de wet genoemde belangen het belangrijkste doel geworden. Het bestrijden van schade mag alleen plaatsvinden voor zover de staat van instandhouding van de betrokken wildsoort niet in gevaar komt.

Schade is er nauwelijks

Het besluit toont niet aan dat de jacht dient te worden toegestaan om te voorkomen dat de fazant, haas, houtduif, konijn en wilde eend onaanvaardbaar geachte schade toebrengen. In het bestreden besluit ontbreken voldoende kwantitatieve en kwalitatieve gegevens over de slechts in algemene bewoordingen gestelde schade. Bij de fazant en haas staat dat geregistreerde gegevens over door fazanten en hazen veroorzaakte schade aan gewassen ontbreken. Bij de houtduif is slechts een “bijzonder kleine schade aan zomergraan” bekend. Deze schade kan het besluit uiteraard niet rechtvaardigen. Wat betreft de wilde eend overweegt het besluit dat sinds 2015 geen enkel schadegeval is getaxeerd.

Ten aanzien van de schade aan gewassen door het konijn noemt het besluit geen schadecijfers. Voorts stelt het besluit dat konijnen schade aan begraafplaatsen, sportvelden, wegen en dijklichamen en andere locaties kunnen veroorzaken. Wat in het besluit echter ontbreekt zijn schadecijfers. Het college heeft hier kennelijk geen onderzoek naar gedaan met als gevolg dat de motivering het besluit niet kan dragen.

Andere bevredigende oplossingen zijn niet toegepast

Het besluit bevat verder geen snipper informatie over daadwerkelijk door Groningse agrariërs concreet ingezette andere bevredigende oplossingen om schade aan gewassen te voorkomen, alleen wat algemene opmerkingen over wat allemaal mogelijk zou zijn volgens BIJ12 en de literatuur. Hetzelfde zien we bij de beweerdelijke schade aan diverse terreinen en andere eigendommen.
Het college heeft dit duidelijk niet onderzocht en daardoor is het besluit volstrekt onvoldoende gemotiveerd.

Dat terwijl de provincie zelf verklaart:

”Daarbij hebben wij benadrukt dat dieren niet onnodig gedood moeten worden, dat schade zoveel mogelijk middels preventieve maatregelen moet worden voorkomen en dat afschot van dieren de laatste optie is om schade te beperken, waarbij de staat van instandhouding van de betreffende soort altijd gewaarborgd moet blijven.”

Staat van instandhouding is zeer ongunstig

Het faunabeheerplan bevat de volgende passages:

“De minister heeft voor het bepalen van de staat van instandhouding een methode voorgeschreven die ontleend is aan de in Europees verband ontwikkelde systematiek voor de soorten van de bijlagen van de Habitatrichtlijn.
(…)
De voorgeschreven systematiek leidt er onvermijdelijk toe dat alle vijf wildsoorten in Groningen beoordeeld worden als ‘ongunstig’ (zie §§ 3.1 van de hoofdstukken 2 t/m 6), hoewel de actuele aantalsontwikkeling van fazant, houtduif en haas in Groningen stabiel of licht toenemend is.”

Dat het jaarlijks afschieten van honderden fazanten, meer dan duizend hazen, houtduiven en eenden niet heeft bijgedragen aan deze zeer ongunstige staat van instandhouding is een niet serieus te nemen jagerssprookje. Het doet er ook niet toe. Het bestrijden van schade mag immers alleen plaatsvinden voor zover de staat van instandhouding van de betrokken wildsoort niet in gevaar komt. Nu de staat van instandhouding reeds in gevaar is, want ‘zeer ongunstig’, staat dit de goedkeuring van het faunabeheerplan in de weg.

Jurisprudentie

Op 19 april 2023 bepaalde de Afdeling (Raad van State) dat voor wat betreft de goedkeuring van een faunabeheerplan voor de landelijk vrijgestelde soorten gedeputeerde staten niet alleen af moeten gaan op wat de minister heeft bepaald (ECLI:NL:RVS:2023:1545). Een college dient ook een eigen provinciale onderbouwing te geven voor het doden van soorten al was het maar omdat een besluit van de minister jaren eerder kan zijn genomen, terwijl de staat van instandhouding inmiddels kan zijn verslechterd. Als een faunabeheerplan de noodzakelijke onderbouwing niet voldoende geeft, kan het faunabeheerplan niet worden goedgekeurd.

In een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 17 december 2024 over het ‘Faunabeheerplan deelplan jacht en vrijstellingssoorten 2023-2029’, overwoog de rechtbank ten aanzien van de jachtsoorten:

”Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het college bij de goedkeuring van het faunabeheerplan wat betreft de jachtsoorten moet beoordelen of de gestelde schade in voldoende mate is onderbouwd. Verder is in het faunabeheerplan bij alle jachtsoorten ook verwezen naar het waarborgen van een redelijke staat van instandhouding.”

Waarna de rechtbank ten aanzien van de fazant overweegt dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat de schade zodanig is dat de fazant moet worden bejaagd. De rechtbank nam bovendien in aanmerking dat de staat van instandhouding van de fazant matig ongunstig is. De rechtbank acht vervolgens het standpunt dat de jacht geen invloed heeft op de staat van instandhouding onvoldoende onderbouwd. Ten aanzien van de haas en wilde eend overweegt de rechtbank eveneens dat de schade onvoldoende was onderbouwd. De rechtbank concludeert dan ook dat het beroep tegen het faunabeheerplan gegrond was en vernietigde het goedkeuringsbesluit.

Conclusie

Animal Rights en Fauna4Life menen dat aan dit Groningse ‘deelplan wildsoorten’ van het ‘faunabeheerplan 2024-2029’ dezelfde soort gebreken kleven. Aan het besluit ligt op tal van punten onvoldoende onderzoek ten grondslag en het gevolg daarvan is dat het besluit op al deze punten slecht is onderbouwd.
Het bestreden besluit kan geen stand houden en dient te worden herroepen.

Update

Op het bezwaar was in juni nog altijd niet gereageerd; een hoorzitting op 20 juni werd uitgesteld. Op 12 juni stelde Fauna4Life en Animal Rights het college van gedeputeerde staten van de provincie Groningen in gebreke.

Op 13 juli dienen Animal Rights en Fauna4Life enkele klachten in:
Groningen heeft nog steeds geen besluit genomen en de ontvangst van de ingebrekestelling nooit bevestigd.
Groningen heeft het besluit voor een tweede keer verdaagd. Nader uitstel is echter alleen mogelijk wanneer de organisaties daarmee instemmen. Groningen heeft dit niet gevraagd en de stichtingen stemmen ook niet in.
Groningen eist dat de stichtingen naar Groningen afreizen om de hoorzitting fysiek bij te wonen, terwijl er vast en zeker faciliteiten zijn om digitaal deel te nemen.

Update 2

Op 10 september 2025 gaven Animal Rights en Fauna4Life een schriftelijke reactie aan de Commissie Rechtsbescherming van het college van gedeputeerde staten van de provincie Groningen.

Het college stelt dat benutting het belangrijkste doel van de jacht is. Dat is niet zo. De overweging in de Memorie van Toelichting zegt: 

“Naar het oordeel van het kabinet is de uitoefening van de jacht enkel als vorm van recreatie naar de huidige maatschappelijke opvattingen niet aanvaardbaar.

(…)

Mede naar aanleiding daarvan heeft het kabinet gekozen voor een meer planmatige en gebiedsgerichte invulling van de jacht in het onderhavige wetsvoorstel ter ondersteuning van schadebestrijding en beheer.”

Ook artikel 4.31 van de Omgevingswet bepaalt dat:

“1. De in artikel 4.3 bedoelde regels over de uitoefening van de jacht, activiteiten om populaties van in het wild levende dieren te beheren of schade door dieren te bestrijden, worden gesteld met het oog op:

a. de natuurbescherming,

b. goed jachthouderschap,

c. het voorkomen en bestrijden van schade door dieren,

d. het waarborgen van de veiligheid.”

Nu de meeste wildsoorten in een slechte staat van instandhouding verkeren, is het goedkeuren van een faunabeheerplan dat jacht toestaat in strijd met het doel van “natuurbescherming” en ook het “goed jachthouderschap”. De jacht mag immers niet leiden tot verdere achteruitgang van populaties en dat het doodschieten van grote aantallen dieren nadelig is voor de populaties wildsoorten is evident.

Groningen bestrijdt dat schadebestrijding alleen kan plaatsvinden voor zover de staat van instandhouding van de betrokken wildsoort niet in gevaar komt. Dat is echter wel wat de Memorie van Toelichting overweegt: 

“Voorwaarden voor aanwijzing zijn dat dieren van de betreffende soort in delen van het land schade aanrichten en dat de soort niet in zijn voortbestaan wordt bedreigd of dat gevaar loopt. Bij een voorgenomen aanwijzing zal steeds moeten worden bezien of een soort de bestrijding kan verdragen.”

Groningen had bij de goedkeuring van het bestreden besluit moeten nagaan of (nog) aan deze voorwaarde werd voldaan (en dat is niet het geval). 

Dat sprake zou zijn van een “redelijke wildstand” terwijl de staat van instandhouding van vijf wildsoorten zeer ongunstig is wordt door Animal Rights en Fauna4Life bestreden en ook niet aannemelijk gemaakt door Groningen.

Dat de minister de jacht “opent” en “sluit” doet niets af aan het feit dat alleen de goedkeuring van een faunabeheerplan het jagen mogelijk maakt. 

Dat alleen de minister dient te controleren of de staat van instandhouding van een wildsoort in het geding is, klopt niet. Het is noodzakelijk dat ook provincies nagaan of (in hun provincie) nog steeds aan deze voorwaarde wordt voldaan.

De Faunabeheereenheid en het college lijken het merkwaardige standpunt in te nemen dat een faunabeheerplan weliswaar dient te worden goedgekeurd, maar dat dat er geen juridische gronden zijn om de goedkeuring te weigeren. 

Dat de jachthouder zijn recht zonder goedgekeurd faunabeheerplan niet mag uitoefenen staat ook letterlijk in de samenvatting van faunabeheerplan zelf:

“Zonder een goedgekeurd en geldig faunabeheerplan kan de jacht niet worden uitgeoefend.” 

Animal Rights en Fauna4Life menen, samengevat, dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid omdat allerlei informatie die nodig is om een deugdelijk en evenredig besluit te nemen ontbreekt en omdat de staat van instandhouding van verschillende wildsoorten (zeer) ongunstig is. 

De staat van instandhouding van maar liefst vijf ‘jachtsoorten’ is ronduit belabberd. De jagers zullen ongetwijfeld betogen dat dit niet het gevolg is van de jacht, maar dat het massaal, nota bene voor de lol, doodschieten van dieren niet bijdraagt aan het bereiken van een gunstige staat van instandhouding is evident.

JIJ KAN DE DIEREN REDDEN

Word ambassadeur van de dieren en red ze met jouw bijdrage. Jouw hulp zet het belangrijke werk voor de dieren voort.

Elke bijdrage maakt een verschil! 🧡