31 maart 2026 hebben Fauna4Life en Animal Rights bezwaar gemaakt tegen het voornemen van de provincie Noord-Holland en hun jagersvriendjes om houtduiven af te schieten op percelen met kwetsbare gewassen. Van 1 maart tot 15 oktober mogen per verjaagactie 4 duiven worden gedood en jaarlijks mogen er maximaal 16.500 (!) worden geschoten. Genoemde periode sluit bijna geheel aan op de jachtperiode. Dat betekent dat met deze vergunning de vogels het hele jaar door, met uitzondering van de maand februari, mogen worden geterroriseerd, inclusief het gehele broedseizoen.
Bevredigende oplossing
Dat er veel meer schade tegemoetkomingen zijn uitgekeerd in de jaren dat niet geschoten mocht worden, vormt geen bewijs voor de stelling dat preventieve middelen op zichzelf onvoldoende zijn. Om in aanmerking te komen voor een schade tegemoetkoming moeten weliswaar twee typen preventieve middelen zijn toegepast, maar het is niet bekend welke middelen zijn ingezet op de percelen waar schade is geclaimd en op welke manier. De schade tegemoetkomingen vormen dan ook geen bewijs voor de stelling dat de inzet van alternatieven niet als bevredigend kunnen worden beschouwd.
Effectiviteit
De effectiviteit van ondersteunend afschot is niet aangetoond en een schadehistorie ontbreekt. Zolang de houtduif op basis van de vrijstellingsregeling jaarrond kon worden geschoten, werden geen schade tegemoetkomingen uitgekeerd. Pas op het moment dat er niet geschoten mocht worden, kon schade worden geclaimd. De periode met schade-uitkeringen kan dus niet worden vergeleken met de periode, waarin het hele jaar mocht worden geschoten. De omvang van de schade de afgelopen jaren zegt niets over de effectiviteit van het afschot van houtduiven.
Verder is er geen enkele onderbouwing gegeven voor de toestemming om per verjaagactie 4 duiven te schieten.
Belangrijke schade
Om van belangrijke schade te kunnen spreken, moet het gaan om meer dan het normale bedrijfsrisico. Een bedrag op zich is onvoldoende om te beoordelen of er sprake is van belangrijke schade. Daarvoor moet het bedrag aan iets anders worden gerelateerd, bijvoorbeeld de opbrengst van het betreffende gewas. De vermelding van een getaxeerd totaalbedrag vormt dan ook geen bewijs voor de stelling dat houtduiven belangrijke schade hebben veroorzaakt en dan ook nog in de hele provincie.
Staat van Instandhouding
De Staat van Instandhouding van de houtduif als broedvogel in Nederland is matig ongunstig en als niet-broedvogel zeer ongunstig. Gelet op de Vogelrichtlijn dient een uitzondering op de bescherming te worden beperkt tot het strikt noodzakelijke. Niet is aangetoond dat het afschot van dit grote aantal houtduiven – 16.500 – noodzakelijk is ten behoeve van de schadebestrijding. Vanwege het ontbreken van een schadehistorie kan niet worden geconcludeerd dat het afschot van zoveel duiven noodzakelijk is of zelfs maar bijdraagt aan het beperken van schade. Bovendien is niet aangetoond dat dit grote aantal dode houtduiven geen afbreuk zal doen aan de toch al zeer tot matig ongunstige staat van instandhouding.
Afgezien van het voorgaande, is het volstrekt oncontroleerbaar hoeveel duiven er daadwerkelijk worden gedood. De jagers moeten het aantal, dat ze hebben geschoten, zelf doorgeven. Het is voor niemand, en dus ook niet voor handhavers, na te gaan of de doorgegeven aantallen juist zijn.
Conclusie
Het besluit is in strijd met de wet verleend.
De noodzaak is niet onderbouwd.
Op geen enkele manier is aangetoond dat preventieve maatregelen niet als bevredigende kunnen worden beschouwd.
Niet is aangetoond dat het ondersteunend afschot leidt tot een significante beperking van de omvang van de schade.
De onderbouwing voor het schieten van 4 duiven per actie ontbreekt.
Niet is aangetoond dat in de hele provincie op alle gewassen waarvoor deze vergunning mag worden gebruikt, sprake is van belangrijke schade.
Niet is aangetoond dat het doden van 16.500 houtduiven noodzakelijk is.
Niet is aannemelijk gemaakt dat het jaarlijks doden van 16.500 houtduiven geen significant effect heeft op de gunstige staat van instandhouding.
Fauna4Life en Animal Rights verzoeken Noord-Holland met klem de omgevingsvergunning per direct in te trekken.


















