SOS Duif en Animal Rights hebben bezwaar gemaakt tegen de maatwerkvoorschriften waarmee de provincie Groningen het afschieten van verwilderde duiven met luchtdrukgeweren toestaat. Volgens beide organisaties is het besluit onvoldoende onderbouwd en bestaan er effectieve, diervriendelijke alternatieven.
Het gaat om drie maatwerkvoorschriften die de provincie Groningen in juni 2026 heeft verleend aan een aantal particuliere jagers die zich afficheren als ‘ongedierte’- of ‘plaagdieren’-bestrijders’.
Volgens het besluit is het beperken van de omvang van de populatie verwilderde duiven op korte termijn noodzakelijk om belangrijke schade en overlast te voorkomen, waarbij gebruikmaken van het luchtdrukgeweer als de meest effectieve wijze van bestrijding wordt gezien.

Zorgvuldigheid
Aan de redenering van de provincie en jagers schort het volgens de stichtingen op verschillende punten. Het staat wetenschappelijk vast dat het doden van stadsduiven niet leidt tot daadwerkelijk populatiebeheer. In de opsomming missen bepaalde alternatieven om de vermeende overlast aan te pakken en/of is niet gekeken naar de mogelijkheden van een combinatie van twee of meerdere van deze alternatieven. Het bewijs dat de wél genoemde alternatieven (al dan niet in combinatie) niet zouden werken ontbreekt. De genoemde ‘belangrijke schade’ en het ‘voorkomen van schade’ zijn niet deugdelijk onderbouwd. De ‘korte termijn’ van vijf jaar lijkt willekeurig en de beoordeling van het ‘onnodig lijden’ schiet tekort.
De organisaties halen in het bezwaar diverse studies aan die concluderen dat afschot geen effect heeft, omdat verliezen snel worden opgevuld door compensatoire voortplanting én instroom van nieuwe dieren.
Het besluit maakt melding van een aantal alternatieven voor het doden van duiven, zoals het verjagen van duiven met akoestische en visuele signalen, het moeilijk maken van binnentreden van gebouwen door afdichten met gaas, broeden/nestelen voorkomen met verweringsmiddelen en het zoveel mogelijk opruimen van terreinen en wegnemen van voedselbronnen.
Een onderbouwing voor het niet effectief zijn van deze alternatieven ontbreekt. Deze zijn niet afdoende onderzocht.
Daarnaast ontbreekt een belangrijk alternatief voor afschot: het plaatsen van duiventillen in combinatie met eimanipulatie (het vervangen of schudden van gelegde eieren, zodat ze niet uitkomen). In Duitsland wordt deze combinatie van methoden toegepast en inmiddels hebben daar 11 steden deze duiventillen met succes geplaatst.
Het besluit verleent toestemming voor het gebruik van het luchtdrukgeweer binnen de gehele provincie Groningen, terwijl uit het besluit niet blijkt dat per locatie afzonderlijk is onderzocht welke concrete overlast, schade of gezondheidsrisico’s zich voordoen, welke omvang deze hebben en waarom juist afschot op die specifieke locatie noodzakelijk en proportioneel is.
Verder worden de eveneens in het besluit genoemde redenen voor afschot: natuurbescherming, het waarborgen van veiligheid en het beschermen van het milieu, in het besluit op geen enkele wijze toegelicht, laat staan deugdelijk onderbouwd.

Evenredigheid
Om de belangen ‘belangrijke schade’ en ‘volksgezondheid’ aan te tonen, veegt Groningen een aantal argumenten op een hoop, die er vooral op gericht lijken het negatieve imago van de (stads)duif te benadrukken: duivenpoep, parasieten en hygiëne-risico’s, geluidshinder, het veroorzaken van verstoppingen en schade aan gebouwen en het blijven liggen van voedsel.
Dat deze ‘problemen’ afschot rechtvaardigen wordt nergens onderbouwd met bijvoorbeeld de ernst van de overlast, of de effectiviteit van afschot.
Afschot heeft geen aantoonbaar duurzaam effect op de omvang van de populatie – terwijl dat nu juist de doelstelling van het besluit is. Als het effect van het doden van dieren beperkt of afwezig is, kan het besluit niet als evenredig worden beschouwd.
‘Korte’ termijn?
Het besluit wordt afgegeven voor een periode van maar liefst vijf jaar, waarbij naar de mening van de stichtingen het evenwel onduidelijk is waarom dit wordt gekwalificeerd als ‘korte’ termijn en hoe zich dit verhoudt tot het feit dat duiven zich nu juist snel kunnen voortplanten.
Onnodig lijden
Het besluit staat toe dat er ’s nachts wordt geschoten. Onder deze omstandigheden is de kans op verwonding in plaats van een snelle, humane dood aanzienlijk groter dan bij bestrijding overdag.
Verder wordt er geen rekening gehouden met welke individuele dieren wel en niet mogen worden afgeschoten. Dat jonge dieren in hun nest zonder ouders achter blijven en langzaam verhongeren – en dus onnodig lijden – is een reëel risico.
Risico
De maatwerkvoorschriften staan het gebruik van het luchtdrukgeweer toe binnen de bebouwde kom en op daaraan grenzende terreinen, met afwijkende munitie en buiten de reguliere jachtvelden. Dit brengt onaanvaardbare veiligheidsrisico’s met zich mee voor omwonenden, voorbijgangers, huisdieren en overige dieren in de omgeving, zeker in combinatie met het schieten in het donker.
Slotsom
De stichtingen zijn de mening toegedaan dat het besluit van de provincie Groningen in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel en dat het motiveringsgebreken vertoont. De stichtingen vragen de provincie Groningen daarom om het besluit weer in te trekken.



















