Zes jaar discussie over afschot toestemming voor 41 soorten vogels en 26 soorten zoogdieren op vliegveld

dec 23, 2025 | Jacht

Soms zijn uitspraken van rechtbanken alleen van belang vanwege de jurisprudentie die ze opleveren. Op 3 december 2025 deed Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in een hoger beroep zaak over een ontheffing die reeds op 31 december 2022 al afliep.

Het toont aan dat juridische procedures vaak een kwestie van de lange adem zijn. Ook is het goed om te laten zien welke absurde slachtingen onder wilde dieren provincies met een achteloze pennenstreek goedkeuren.

Bij besluit van 23 januari 2020 had het college van gedeputeerde staten van de provincie Drenthe een ontheffing verleend op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het afschieten van vogels en dieren ten behoeve van de luchtvaartveiligheid op Groningen Airport Eelde (GAE), ondanks de naam liggend in Drenthe dus. 

De ontheffing gaf toestemming om maar liefst 41 soorten vogels en 26 soorten zoogdieren af te schieten.

Om de luchtvaartveiligheid te garanderen wordt op het vliegveld een zero-tolerancebeleid gevoerd met betrekking tot de aanwezigheid van vogels. De luchthaven heeft een viertal vogelwachters in dienst die de dieren eerst moeten verjagen. Als dit niet werkt, kan er worden overgegaan tot het vangen en vrijlaten óf doden van de vogels, afhankelijk van de vogelsoort.

Naast vogels moeten ook zoogdieren eraan geloven. Zo werd in het plan gesteld dat het vangen en verplaatsen van vossen moeilijk, kostbaar en ongewenst is. Verwilderde katten werden gevangen met vangkooien en daarna met het geweer gedood.

De ontheffing bevatte een waslijst aan vogels en zoogdieren. Een ontheffing wordt altijd verleend op basis van een onderliggend Faunabeheerplan. Als een soort niet is opgenomen in het Faunabeheerplan dan ontbreekt dus de onderbouwing. Dertig van de genoemde soorten waren niet opgenomen in het Faunabeheerplan. Voor deze dertig soorten mocht er dus eigenlijk geen toestemming tot afschot worden gegeven.

Animal Rights en Fauna4Life maakten bezwaar. Na overleg tussen Groningen Airport en het provinciebestuur van Drenthe werden 15 diersoorten geschrapt.

In mei 2020 oordeelde de voorzieningenrechter dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en onzorgvuldig voorbereid. De provincie kreeg vier weken de tijd om een beslissing te nemen op het bezwaar.

De kritiek van de rechter was niet mals. Zo was er voor een aantal vogelsoorten ‘uit voorzorg’ toestemming tot afschot gegeven. Dat is in strijd met de wet. Eerst moet altijd objectief worden aangetoond dat er daadwerkelijk gevaar dreigt. Daarnaast was niet duidelijk waar de vogels zich bevonden, wat het gedrag van de vogels was en of ze überhaupt wel de start- en landingsbanen van het vliegveld kruisten. Ook ontbraken voor vrijwel alle diersoorten concrete en verifieerbare gegevens, waaruit bleek dat preventieve maatregelen niet werken en waarom niet. Tot slot was voor sommige diersoorten niet aangetoond dat ondanks de inzet van preventieve maatregelen er toch een groot gevaar voor de vliegveiligheid bleef bestaan.

Inmiddels waren, na het bezwaar, 20 diersoorten van de afschotlijst gehaald. Het ging vooral om knaagdieren en dieren zoals de hazelmuis, die niet eens in Drenthe, maar alleen in Limburg voorkomt. Ook besloot de provincie gevangen katten niet langer af te schieten, maar over te dragen aan de Dierenambulance.

Bij besluit van 14 juli 2020 verklaarde Drenthe de door Fauna4life en Animal Rights gemaakte bezwaar gegrond, vulde de motivering aan en wijzigde de ontheffing.

Animal Rights en Fauna4Life stapten opnieuw naar de rechter. Voor 15 diersoorten was nog steeds geen onderbouwing aanwezig. Het ging daarbij om beschermde, en soms zelfs zeldzame, soorten, zoals de goudplevier, zomertortel, zomertaling, slobeend en zilverreiger. Voor andere diersoorten was de onderbouwing summier of onvolledig.

Bij uitspraak van 3 mei 2021 verklaarde de rechtbank het ingestelde beroep gegrond, het besluit van 14 juli 2020 werd vernietigd en de rechter bepaalde dat het college een nieuw besluit op bezwaar moest nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak was overwogen.

De meervoudige kamer stelde vast dat een ontheffing voor het doden en vangen van beschermde dieren onder voorwaarden is toegestaan. Dit moet dan wel gebeuren volgens een vooropgesteld faunabeheerplan. Als er geen faunabeheerplan is, of een soort hier niet in wordt genoemd, dan ontbreekt dus de onderbouwing.

Tegen deze uitspraak stelde Drenthe hoger beroep in.

Bij besluit van 12 juli 2021 Verklaarde Drenthe opnieuw het bezwaar gegrond, de motivering van het besluit van 23 januari 2020 werd aangevuld, maar het besluit zelf in stand gelaten, onder aanvulling van de wijzigingen die daarop bij besluit van 14 juli 2020 al waren aangebracht.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak op een zitting behandeld op 28 mei 2024 (!) en deed uitspraak op 3 december 2025 (!). 1

De afdeling oordeelt dat het luchthaventerrein van GAE is uitgezonderd van het werkingsgebied van de Faunabeheereenheid. Daarom kan de Faunabeheereenheid geen faunabeheerplan opstellen voor het luchthaventerrein en kan geen ontheffing worden verleend aan de Faunabeheereenheid. Naar het oordeel van de Afdeling is het mogelijk om aan luchthaven GAE een ontheffing te verlenen. De noodzaak van de werkzaamheden waarvoor ontheffing wordt verleend, ligt niet zozeer in het duurzaam beheer van populaties, maar in het voorkomen van aanvaringen tussen vliegtuigen en dieren. Hoewel in dit geval duurzaam gebruik wordt gemaakt van de uitzonderingsbepaling, is de Afdeling van oordeel dat sprake is van een onvoorziene situatie, omdat niet op voorhand voorspelbaar is welke dieren op welk moment een bedreiging vormen voor de vliegveiligheid. Er kan dus elk moment een noodzaak ontstaan om op korte termijn te handelen. Het hoger beroep van Drenthe is hiermee gegrond.

Maar dat geldt ook voor het beroep van de stichtingen: Hoewel voor het merendeel van de diersoorten in het plan een uitgebreide motivering is gegeven, zijn in dat plan de kwantitatieve gegevens ten aanzien van enkele diersoorten waarvan de schade wordt bestreden op de luchthaven minder nauwkeurig weergegeven dan vereist is volgens de Beleidsregels. Zo ontbreken van enkele diersoorten de verspreidingsgegevens over de aanwezigheid van de populaties in het betrokken gebied gedurende het jaar.

De stichtingen betogen naar het oordeel van de Afdeling terecht dat de vogels niet op de landelijke vrijstelling zijn geplaatst met het oog op de vliegveiligheid. Wanneer deze dieren gedood moeten worden in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer, moet dat op grond van een faunabeheerplan, een vliegveiligheidsplan, of een aparte ontheffing.

Het beroep is gegrond. Het besluit van 12 juli 2021 moet worden vernietigd. De ontheffing is echter reeds lang verlopen. Daarom hoeft het college geen nieuw besluit te nemen.

Animal Rights en Fauna4Life zijn het niet eens met het oordeel dat kan worden afgeweken van de noodzaak van een faunabeheerplan, maar dat is een strijd voor een andere dag.

Lees ook:

  1. ECLI:NL:RVS:2025:5862/ ↩︎

JIJ KAN DE DIEREN REDDEN

Word ambassadeur van de dieren en red ze met jouw bijdrage. Jouw hulp zet het belangrijke werk voor de dieren voort.

Elke bijdrage maakt een verschil! 🧡