Vossen afschieten helpt weidevogels ook in Utrecht niet

nov 4, 2025 | Jacht

Op 16 februari 2022 sprak de rechtbank Midden-Nederland uit dat de noodzaak van het doden van de vos ter bescherming van weidevogels niet is aangetoond. Gedeputeerde Staten van Utrecht hadden onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat (i) een toename van het aantal gedode vossen een hoger percentage uitgekomen legsels tot gevolg heeft en dat (ii) het evident is dat de vos één van de oorzaken van de slechte weidevogelstand is (ECLI:NL:RBMNE:2022:552).

Het vermoorden van vossen lag stil tot 11 mei 2023 toen Utrecht een voorzieningenrechter vond die bereid was het bloedbad onder vossen te laten hervatten (ECLI:NL:RVS:2023:1868). 1

Animal Rights en Fauna4Life blijven bij het standpunt dat het schieten op vossen in gebieden die niet geschikt zijn gemaakt voor weidevogels volstrekt zinloos is. Andere roofdieren nemen de plek van de vos eenvoudigweg over:
”Bij het wegvallen van de vos, bijvoorbeeld door intensieve afschot, kunnen kleinere roofdieren de rol van de vos overnemen, de zogenoemde ‘meso-predator release’. In Friesland en Groningen zijn aanwijzingen dat de steenmarter profiteert van het intensieve beheer van de vos.”

Rapport

In de hoger beroep zaak komen provincie en jagers nu met het rapport ‘Effect van vossen(beheer) op vestiging en verspreiding van grutto’s in de provincie Utrecht’. De provincie, jagers en ingehuurde ‘ecologen’ zijn geen onafhankelijke partijen. De zogenoemde ‘faunabeheerplannen zijn in de praktijk altijd afschotplannen die de ‘plezierjacht’ legitimeren.

De centrale stelling van het rapport is dat door de schorsing van het primaire besluit op bezwaar en dus het stilleggen van de vossenvervolging, veel meer nesten van weidevogels zijn mislukt dan anders.

Er bestaat geen verschil van mening over de oorzaak van de teloorgang van de weidevogels. Dat zijn niet predatoren zoals vossen, marterachtigen, katten, ratten, zwarte kraaien, kauwen, eksters, reigers, ooievaars, buizerds, meeuwen etc.

Iedere serieuze wetenschapper weet dat niet predatoren, maar het verdwijnen van geschikt leefgebied de belangrijkste oorzaak is van de teloorgang van de weidevogels. Niet het schieten van vossen, maar alleen een fundamentele verandering van het grondgebruik kan de weidevogels redden. Halfgare schijnoplossingen als het schieten van predatoren in en rondom ongeschikte weidevogelgebieden belemmeren juist het zicht op hetgeen daadwerkelijk nodig is om de grutto, kievit en andere weidevogels te redden van uitsterven. Niet voor niets is de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Nederland gestart.

Dan de inhoud van het rapport. Animal Rights en Fauna4Life bestrijden dat het rapport op wetenschappelijke wijze tot stand is gekomen, reeds omdat volstrekt onhelder is hoe de tellingen hebben plaatsgevonden.

Volgens het rapport is de scherpe daling van het aantal grutto legsels in 2022 het gevolg van de schorsing van de ontheffing op 16 februari 2022, ondanks dat er tot vlak voor het grutto broedseizoen op vossen gejaagd kon worden. Je zou juist verwachten dat de gevolgen van de schorsing zich het daarop volgend broedseizoen – nadat er een vol jaar niet op vossen kon worden gejaagd – lieten voelen, maar niets daarvan?! Na het jaar dat niet werd geschoten op vossen nam het aantal legsels juist flink toe! Dat weerspreekt de theorie dat de uitspraak een daling van het aantal legsels heeft veroorzaakt.

Actieplan

Uit het Utrechts Actieplan Weidevogels blijkt onmiskenbaar dat de inrichting en het beheer van de aangewezen weidevogelgebieden in de provincie Utrecht nog onvoldoende op orde zijn.

Het Actieplan erkent ook dat de hydrologische randvoorwaarden nog ontbreken: “Op veel locaties in het agrarisch gebied is de waterstand te laag voor goed weidevogelbeheer. Om het peil op te zetten of plasdrassen aan te leggen, zijn investeringen noodzakelijk.”

Met andere woorden: zonder herstel van de grondwaterstanden en natte graslanden is het leefgebied van weidevogels structureel ongeschikt, wat rechtstreeks bijdraagt aan lage broedsuccessen ongeacht de predatiedruk.

Kernachtig en juridisch relevant is de passage, waar de provincie expliciet aangeeft dat bestrijding van predatoren pas zinnig is als de leefgebieden ecologisch op orde zijn: “Pas wanneer bovengenoemde maatregelen genomen zijn/aanwezig zijn en de bescherming tegen predatoren op landschapsschaal op orde is, is het zinvol om aanvullende anti-predatie-maatregelen te nemen.”

Deze formulering impliceert dat het huidige beleid – waarin het schieten van vossen wordt toegestaan terwijl inrichting en bescherming nog onvoldoende zijn – strijdig is met het eigen actieplan en wetenschappelijke inzichten waarop dat plan berust.

Precedent

In een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2025:4167) werd dit bevestigd:
”De rechtbank is allereerst van oordeel dat optimaal weidevogelbeheer aangemerkt kan worden als een “andere bevredigende oplossing”. […] Landschapsbeheer is daarmee niet alleen noodzakelijk voor het verbeteren en uitbreiden van de habitat van de weidevogels, maar vormt ook een alternatief beschermingsmiddel tegen aanvallen van steenmarters.
[…]

Uit bovenstaande concludeert de rechtbank dat het college de keuze voor de ontheffingsgebieden onvoldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank is van oordeel dat het college hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat het weidevogelbeheer in de ontheffingsgebieden daadwerkelijk op orde is. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet aannemelijk gemaakt dat optimaal weidebeheer geen andere bevredigende oplossing zou bieden. De rechtbank stelt vast dat in de voorbije jaren niet voldoende resultaat is geboekt in creëren van een geschikte leefomgeving voor de weidevogels. Dat kan echter niet tot de conclusie leiden dat er geen andere bevredigende oplossing bestáát.”


Lees hiervoor: DE HEKSENJACHT OP STEENMARTERS IN FRIESLAND

Zitting

Het hoger beroep werd op zitting behandeld op 12 november 2025 bij de Raad van State in Den Haag. De rechters trokken in de eerste plaats de conclusie dat er van hen geen uitspraak meer komt, voordat de ontheffing eind dit jaar afloopt. De vraag die daarop vanzelfsprekend volgde was wat het hoger beroep dan nog voor zin heeft. De uitkomst is dat de Raad van State alleen gaat beoordelen – aan de hand van de ingebrachte argumenten van de provincie aan de ene kant en Animal Rights en Fauna4Life en Faunabescherming aan de andere – of er wel een noodzaak is tot het afschieten van vossen ter bescherming van weidevogels en of de maatstaf die de rechtbank die het besluit van de provincie Utrecht vernietigde, hanteerde, juist was.

Er komt geen uitspraak voor de Kerst. Faunabeheereenheid Utrecht zal eind 2025, begin 2026 een nieuw faunabeheerplan presenteren en op basis daarvan volgend jaar ongetwijfeld opnieuw vragen om een vergunning om vossen te vermoorden.

21 januari 2026 stelt de Raad van State het doen van een uitspraak verder uit.

Uitspraak

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deed op 2 september 2026 eindelijk uitspraak in deze zaak. 2 De Afdeling is altijd sterk in het herbevestigen van eigen, eerdere ‘bagger’-uitspraken. Zo verwijst ze hier naar haar uitspraak van 3 september 2023: ECLI:NL:RVS:2023:3471. 3
Het gaat hierin over het verschil tussen iets aantonen en een bewering aannemelijk maken. Het lijkt de stichtingen vanzelfsprekend dat, als de provincie grijpt naar het uiterste, moorddadige middel, namelijk afschot, ze dan ten minste moet aantonen dat dat naast noodzakelijk ook effectief is.  In die uitspraak uit 2023 overwoog de Afdeling “dat het niet vereist is dat het college aantoont wat het precieze aandeel van de vos is in de predatie van weidevogels, of wat het effect van een groter afschot van vossen op de stand van deze vogels is. Het college moet voldoende aannemelijk maken dat de ontheffing bijdraagt aan het belang van de bescherming van weidevogels.”
Absurd en onacceptabel, maar de Afdeling is regelmatig vasthoudend onverbeterlijk.

De Afdeling gebruikt daarnaast een hoop tekst om te zeggen dat ze geen zin heeft om een inhoudelijk oordeel te geven over of Utrecht wel of geen goede onderbouwing heeft gegeven om vossen te doden ter bescherming van weidevogels. De ontheffing, het faunabeheerplan en de Wet natuurbescherming zijn er niet meer en toekomstige onderbouwingen en argumenten onder de Omgevingswet over het afschieten van vossen ter bescherming van weidevogels zullen vanwege de verstreken tijd waarschijnlijk geëvolueerd zijn:
“De Afdeling stelt vast dat het doel van het beroep van de Stichtingen is dat geen ontheffing wordt verleend voor het doden van de vos in de provincie Utrecht – althans, dat de verleende ontheffing wordt vernietigd – omdat zij menen dat de ontheffing niet noodzakelijk is ter bescherming van de weidevogels. De Afdeling is van oordeel dat de Stichtingen in dit geval geen belang meer hebben bij de inhoudelijke beantwoording van deze vraag. De bij de besluiten van 21 maart 2023 in stand gelaten ontheffing is inmiddels niet meer van kracht. De wet op grond waarvan de in stand gelaten ontheffing is gebaseerd, de Wnb, is ingetrokken. Hetzelfde geldt voor de op deze wet gebaseerde regelingen, die eveneens aan de besluiten van 21 maart 2023 ten grondslag zijn gelegd. Ook het Faunabeheerplan 2019-2025 dat mede aan dit besluit ten grondslag lag, is niet meer van kracht. De Afdeling acht het niet aannemelijk dat beantwoording van de vraag of het college in dit geval, ten tijde van belang, aannemelijk mocht achten dat het doden van de vos noodzakelijk is ter bescherming van de weidevogels, in relevante mate van betekenis zal zijn voor toekomstige besluitvorming en de beoordeling daarvan. Daarbij neemt de Afdeling niet alleen in aanmerking dat op eventuele toekomstige aanvragen een ander wettelijk regime en een ander Faunabeheerplan van toepassing zullen zijn, maar ook dat aannemelijk is dat de concrete inhoud van eventuele toekomstige aanvragen strekkende tot het verkrijgen van toestemming voor het doden van de vos, anders zal zijn dan de aanvraag die aan de besluiten van 21 maart 2023 ten grondslag lag. Daarbij is ook aannemelijk dat, vanwege het tijdsverloop sinds maart 2023, de relevante feiten en omstandigheden in belangrijke mate gewijzigd zijn. De Stichtingen hebben daarom onvoldoende belang bij de inhoudelijke beoordeling van hun beroepen tegen de besluiten van 21 maart 2023.”

Voor deze vrijwel inhoudsloze uitspraak trok de Afdeling bijna 10 maanden uit (de zitting was op 12 november 2025).

Eind vorig jaar kwam er, voorlopig, weer een einde aan het schieten op de vos. De provincie Utrecht besloot de landelijke vrijstelling voor het bejagen van vossen niet op te nemen in het nieuwe Faunabeheerplan voor 2026-2031. 4

  1. ECLI:NL:RVS:2023:1868 ↩︎
  2. ECLI:NL:RVS:2026:5173 ↩︎
  3. ECLI:NL:RVS:2023:3471 ↩︎
  4. Jagers willen weer op vos schieten ↩︎

JIJ KAN DE DIEREN REDDEN

Word ambassadeur van de dieren en red ze met jouw bijdrage. Jouw hulp zet het belangrijke werk voor de dieren voort.

Elke bijdrage maakt een verschil! 🧡