Limburg vermoordt vossen en konijnen omdat ze graven

jan 7, 2026 | Jacht

Op 23 januari 2023 heeft de provincie Limburg een tweetal Wet natuurbescherming-ontheffingen verleend voor het vermoorden van vossen en konijnen omdat graven tot hun natuurlijk gedrag behoort. Of, zo als de provincie het noemt, ter bescherming van de openbare veiligheid door het voorkomen van graafschade op diverse locaties in Limburg. 

Op 20 juni 2023 besloot Limburg na bezwaar van Animal Rights en Fauna4Life om de ontheffingen onder aanvulling van de motivering – dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn – in stand te laten en gedeeltelijk te herroepen.

Animal Rights en Fauna4Life hebben tegen dit besluit beroep aangetekend en verzocht om een voorlopige voorziening bij de Rechtbank Roermond. Op 29 november 2023 heeft de voorzieningenrechter de zaken kortgesloten, het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het betreft de specifieke locaties waarop de ontheffingen betrekking hebben. De ontheffing werd daarmee beperkt tot graafschade aan dijklichamen, infrastructurele werken en bij de aanwezigheid van leidingen en geldt niet meer voor bijvoorbeeld sportvelden, evenemententerreinen en golfbanen.

Op 15 februari 2024 dienden Animal Rights en Fauna4Life de gronden voor het hoger beroep in. De zitting zal plaatsvinden op 9 februari 2026 bij de Raad van State in Den Haag.

Noch in het Faunabeheerplan noch in de in bezwaar en beroep bestreden besluiten wordt duidelijk beschreven wat er precies wordt bedoeld met “graafschade” en wanneer dat dreigt te ontstaan. Ook ontbreekt een cijfermatige onderbouwing dat is aangetoond dat op de specifieke locaties schade is of dreigt.

Het Faunabeheerplan 2020-2026 van de Faunabeheereenheid Limburg stelt enkel dat konijnen en vossen in het algemeen schade en een risico voor de openbare veiligheid kunnen veroorzaken, maar tegelijkertijd dat daarvan in het verleden niet (vossen) of nauwelijks (konijnen) sprake was.

Ten slotte stellen Animal Rights en Fauna4Life zich op het standpunt dat de ontheffingen het gestelde probleem (risico voor de openbare veiligheid) niet oplossen en de ontheffingen ook daarom niet nodig zijn. Immers, de openbare veiligheid wordt niet beschermd door het bij graafschade, zoals een kapotte leiding of verzwakte dijk, afschieten van een (andere) vos of (ander) konijn, omdat het acute probleem / risico de aanwezige schade is en niet een dier dat die schade mogelijk en al eerder heeft veroorzaakt. De openbare veiligheid wordt daarentegen wel beschermd door die kapotte leiding te repareren of die verzwakte dijk te verstevigen (en daarna graafschade te voorkomen).

Animal Rights en Fauna4Life begrijpen uiteraard dat er geen graafschade is als er geen vossen en konijnen zijn, maar het afschieten van alle konijnen en vossen (een nulstand) is niet het doel van de ontheffing en in het geheel niet toegestaan, niet mogelijk (influx) en niet wenselijk.

De stichtingen menen daarentegen dat er andere, wel bevredigende mogelijkheden zijn om het probleem – indien wordt vastgesteld dat er daadwerkelijk een probleem is – op te lossen.

Limburg houdt vast aan het standpunt dat het doden van een onbeperkt aantal vossen en konijnen, die graafschade zouden kunnen veroorzaken, niet alleen een bevredigende oplossing maar zelfs de enige bevredigende oplossing is om de openbare veiligheid te beschermen.

Limburg is eraan voorbij gegaan dat iedere andere bevredigende oplossing, ook als die maar deels bevredigend is, uitgevoerd en beoordeeld dient te zijn alvorens een ontheffing kan worden verleend.

Limburg heeft andere bevredigende oplossingen helemaal niet beoordeeld. Tijdens de behandeling van de voorlopige voorziening is enkel, door de vertegenwoordiger van de FBE, aangegeven dat het omrasteren van dijklichamen financieel niet haalbaar is, zonder dit te onderbouwen.

De voorzieningenrechter was het met het standpunt van Animal Rights en Fauna4Life eens. Het is juist daarom dat de stichtingen niet begrijpen dat de voorzieningenrechter voor bepaalde locaties de ontheffingen in stand heeft gelaten, immers, ook voor deze locaties is niet vooraf beoordeeld of er andere (deels) bevredigende oplossingen zijn.

Daarnaast laat Limburg de beoordeling of en welke andere (deels) bevredigende oplossingen van toepassing zijn, en in welke mate na uitvoering daarvan nog een probleem resteert, aan de FBE over en dat is niet toegestaan en de ontheffingen hadden ook daarom niet verleend mogen worden.

Limburg stelt zich verder op het standpunt dat met het doden van een onbeperkt aantal vossen en konijnen aan de gunstige staat van instandhouding van beide soorten geen afbreuk wordt gedaan. Vooral de staat van instandhouding van het konijn is al zeer ongunstig en Limburg dient zich daarom juist in te zetten om de soort te laten herstellen.

Update

De zitting vond plaats op 9 februari 2026. Daar bleek dat de ontheffingen in de afgelopen twee jaar niet gebruikt zijn. De uitspraak zal over 6 weken plaatsvinden.

JIJ KAN DE DIEREN REDDEN

Word ambassadeur van de dieren en red ze met jouw bijdrage. Jouw hulp zet het belangrijke werk voor de dieren voort.

Elke bijdrage maakt een verschil! 🧡