38 (Wolf)aanvallen op onbeschermde schapen met ten minste 191 dode dieren als gevolg en de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) deelt slechts een officiële waarschuwing uit. Dit ondanks het feit dat het om een structurele en dus zware overtreding gaat volgens het interventiebeleid dierenwelzijn van de NVWA, waarop een onmiddellijke boete staat.
Met onvoorwaardelijke schade-uitkeringen en het uitblijven van sancties voor het niet beschermen van dieren die buiten gehouden worden, kleeft het schapenbloed ook aan de handen van de NVWA en het ministerie van LVVN, vindt Animal Rights.
Animal Rights beschouwt de afgegeven waarschuwing als te slap en volstrekt onvoldoende, maar weliswaar een welkome kentering in het overheidsbeleid. Dit zou moeten betekenen dat vanaf nu iedere houder van dieren buiten stallen, die deze dieren onvoldoende beschermt, kan rekenen op handhaving door de NVWA. Animal Rights heeft hiervoor diverse meldingen lopen bij de NVWA.
Animal Rights maakte op 19 maart 2025 bezwaar tegen dit NVWA-besluit.
Officiële waarschuwing Op 17 december 2024 maakt de NVWA via een nieuwsbericht op haar website bekend dat ze een schapenhouder een officiële waarschuwing heeft gegeven, omdat hij zijn schapen onvoldoende beschermde tegen wolven. 1
Het was de eerste keer dat de NVWA een officiële waarschuwing gaf voor het onvoldoende beschermen van vee tegen de wolf. De inspectie vond plaats naar aanleiding van een handhavingsverzoek van Animal Rights van 12 augustus 2024. ”Met de waarschuwing wil de NVWA stimuleren dat de situatie verbetert voor alle schapen.”
Het besluit van de NVWA Op 23 december 2024 ontvangt Animal Rights het besluit op het handhavingsverzoek. De NVWA zegt dat ze in het geval van dit specifieke handhavingsverzoek heeft geoordeeld dat sprake is van een exces, een uitzonderlijke situatie, en daarom een nader onderzoek heeft uitgevoerd:
”Naar aanleiding van uw handhavingsverzoek heeft de NVWA bij BIJ12 de taxatierapporten opgevraagd die zijn opgemaakt naar aanleiding van de aanvallen bij de houder. Uit de taxatierapporten blijkt dat bij de houder 38 aanvallen hebben plaatsgevonden. De houder heeft 38 meldingen van schade gedaan in de periode van 19 juni 2022 tot en met 15 augustus 2024. Ten minste dertig van deze aanvallen zijn door BIJ12 vastgesteld als aanval door de wolf. Een deel van deze meldingen is nog in behandeling. Ten aanzien van de bevestigde aanvallen zijn in totaal 111 schapen overleden, 80 schapen geëuthanaseerd, 48 schapen gewond geraakt en achttien schapen vermist geraakt. Veruit de meeste aanvallen vonden plaats in een dijkgebied rondom de Steenwijker Aa. Uit de taxatierapporten blijkt dat dit dijkgebied niet is afgezet met afrastering, maar dat sloten, de rivier en wildroosters de afbakening voor de schapen vormen. Verder blijkt uit de taxatierapporten dat de houder in die gevallen geen beschermingsmaatregelen had genomen ter bescherming van zijn schapen tegen aanvallen van de wolf.”
Animal Rights betoogt dat dit helemaal geen ”uitzonderlijke situatie” betreft en er nog steeds overal veel dieren onbeschermd buiten worden gehouden. In die gevallen zijn wolvenaanvallen veelvoorkomend.
De percelen Naast het bestuderen van de taxatierapporten heeft de NVWA de percelen bezocht waar de wolvenaanvallen hebben plaatsgevonden.
Bij perceel 2 met 70 schapen zegt de NVWA: “De toezichthouders constateerden dat de houder bij dit perceel wolfwerende maatregelen had genomen. De toezichthouders hebben op perceel 2 geen overtreding vastgesteld.” Slimme woordkeuze; er zijn inderdaad wat maatregelen genomen, maar het raster voldoet niet aan de BIJ12 eisen.
“De toezichthouders constateerden dat de gemeten waarden fluctueerden van 3600 tot en met 4000 volt,” maar de algemene eisen voor een afrastering uit de ‘Faunaschade PreventieKit’ schrijven voor: ”De elektrische spanning op de stroomdraden bedraagt minimaal 4,5 kV.”2
Voor een verplaatsbaar elektrisch draadraster schrijft de ‘Faunaschade PreventieKit’ voor dat de kunststof palen maximaal om de 8 meter worden geplaatst. 3 Maar dat is niet de situatie bij Heuver: “De toezichthouders constateerden dat dit perceel afgerasterd was met witte verplaatsbare weidepalen. […] De toezichthouder zag dat de palen op verschillende afstanden van elkaar waren neergezet. Deze tussenafstanden liepen uiteen, van 5 tot 11 meter.”
De Faunaschade PreventieKit vermeldt verder nog over verplaatsbare rasters met stroom: ”Deze maatregelen zijn voornamelijk geschikt als nachtkraal ter bescherming van schaapskuddes die op wisselende locaties grazen, maar zijn minder geschikt voor gebruik op grote percelen.”4
Ook de overige 5 percelen waren niet wolfwerend gerasterd.
Er is dus sprake van meer overtredingen dan de overtredingen die de NVWA noemt. In het besluit stelt de NVWA dat bij perceel 2 en perceel 5 geen overtredingen zijn waargenomen. Animal Rights is het daar niet mee eens. De eisen die gelden voor wolfwerende rasters volgen uit de ‘Faunaschade Preventiekit Module Wolf‘ van BIJ12, die bij ieder dierhouder bekend is of zou moeten zijn. Het plaatsen van een raster dat niet aan deze eisen voldoet geeft niet voldoende bescherming, waardoor sprake is van een overtreding van de beschermingsplicht.
Slechte onderbouwing van wanneer een dierhouder maatregelen moet nemen Interessant is verder de redenering die de NVWA volgt wanneer een dierhouder wolfwerende maatregelen moet nemen. Men heeft het in ieder geval niet over een aangewezen wolvenleefgebied, wolventerritorium, of gevestigde wolf/wolven.
Eerdere aanvallen in de omgeving lijken de maatstaf. Bij perceel 1: “Als de houder op dit perceel schapen gaat houden, dan moet de houder wolfwerende maatregelen treffen, vanwege de eerdere wolvenaanvallen op dit perceel en het hoge aantal wolvenaanvallen in de omgeving van dit perceel.” “Omgeving” wordt verder niet gedefinieerd.
Bij perceel 3: “Dit levert een overtreding op, omdat er in de nabije omgeving van dit perceel in de afgelopen periode een aanval van de wolf is geregistreerd. De houder dient op perceel 3 wolfwerende maatregelen te nemen.” Hier gaat het om “nabije omgeving” en “afgelopen periode”; beide niet gedefinieerd.
Bij perceel 4: “De toezichthouders stelden vast dat de schapen op perceel 4 niet in een wolfwerende afrastering gehouden werden en dat er geen andere wolfwerende maatregelen genomen waren. Dit levert een overtreding op, omdat er in de nabije omgeving van dit perceel in de afgelopen periode meerdere wolven zijn gesignaleerd.” Opnieuw “nabije omgeving” en “afgelopen periode”, maar deze keer gaat het niet om een wolvenaanval, maar ‘slechts’ om het feit dat “meerdere wolven [zijn] gesignaleerd”.
Bij perceel 5 wordt de denkwijze iets verder uitgewerkt: *“Omdat er in de omgeving van perceel 5 in de afgelopen periode geen aanvallen van de wolf zijn geweest bij de schapen van de houder of bij schapen van andere houders in de omgeving, is er geen sprake van een overtreding. Als de wolf in de toekomst eventueel wel gesignaleerd wordt in deze omgeving of als er in de buurt van perceel 5 een wolvenaanval plaatsvindt, dan moet de houder ook bij dit perceel wolfwerende maatregelen nemen.”
Deze onderbouwing over wanneer een dierhouder maatregelen moet nemen, blijft zo vaag. Dit is onnavolgbaar en staat daardoor op gespannen voet met het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel (onduidelijk voor dierhouders) en maakt tevens handhaving in het veld lastig. De NVWA dient dit alsnog deugdelijk te motiveren.
Ten aanzien van perceel 5 geldt volgens Animal Rights dat het niet aannemelijk is dat het perceel dermate ver buiten wolvenleefgebied (inmiddels grote delen van Nederland) ligt dat het niet nodig is om de schapen tegen wolven te beschermen.
De interventie De interventie is aanvechtbaar. Dat artikel 1.6, derde lid van het Besluit houders van dieren (Bhd) ”het meest specifiek is”, wil niet zeggen dat artikel 1.4, van de Wet dieren (Wd), artikel 2.1, eerste lid, van de Wd en 2.2, achtste lid, van de Wd niet van toepassing zijn. De NVWA lijkt te suggereren dat wanneer een overtreding op meerdere wetsbepalingen van toepassing is of kan zijn, volstaan kan worden met het handhaven en/of onderbouwen van de meest specifieke overtreding (bescherming tegen roofdieren) en het achterwege laten van het overige (zoals benadeling van dierenwelzijn en onthouden van verzorging). Animal Rights is het daar niet mee eens. De NVWA dient ten minste beter te onderbouwen waarom ze meent dat er geen sprake is van een overtreding van de artikelen uit de Wet dieren.
Weigering van de NVWA om te handhaven De NVWA wil geen boete opleggen: ”Alhoewel de overtreding structureel is, en daarmee een zware overtreding volgens het Specifiek interventiebeleid dierenwelzijn, kiest de NVWA ervoor om aan de houder een Officiële Waarschuwing te geven. De NVWA wijkt hiermee af van het interventiebeleid, omdat er sprake is van bijzondere omstandigheden.”
Volgens de bijlage bij het Specifiek Interventiebeleid dierenwelzijn betekent een “zware” overtreding van artikel 1.6, derde lid, van het Bhd dat er geen sprake is van bescherming en van een ernstige aantasting van dierenwelzijn. 5 Voor een dergelijke zware overtreding geldt dat de interventie bij een eerste constatering een bestuurlijke boete is, eventueel gecombineerd met corrigerende interventie(s) en nalevingshulp.
”De norm die wordt gesteld in artikel 1.6, derde lid, van het Bhd betreft een open norm. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur werkt aan de nadere invulling van deze norm voor het roofdier de wolf, zodat voor houders duidelijk is waaraan zij gehouden zijn. De NVWA draagt hieraan bij en heeft in afwachting hiervan nog niet eerder gehandhaafd vanwege het bieden van onvoldoende bescherming aan dieren tegen de wolf. Het is bij houders en de sector dus nog niet bekend hoe de NVWA haar toezicht in dezen invult. De NVWA vindt het redelijk eerst de houders en de sector te informeren alvorens zij overgaat tot handhaving middels handhavingsbesluiten.”
Het argument van de NVWA dat bij houders en de sector niet bekend zou zijn waaraan zij gehouden zijn en hoe de NVWA haar toezicht invult, vindt Animal Rights volstrekte onzin. Het is houders duidelijk waaraan zij gehouden zijn: de bescherming van hun dieren tegen roofdieren, waaronder al minstens zeven jaar gevestigde wolven. Dat het ministerie van LVVN afwachtend is en op dit thema (nog) geen specifieke beleidsregel heeft vastgesteld, betekent niet dat de betekenis van de bepaling onduidelijk is en niet hoeft te worden nageleefd. Artikel 1.6, derde lid, van het Bhd biedt voldoende duidelijkheid en is bovendien al nader ingevuld door BIJ12 in haar uitgebreide Faunaschade Preventiekit, Module Wolf.
Beginselplicht tot handhaven De NVWA kan slechts in twee gevallen afwijken van haar beginselplicht tot handhavend optreden, namelijk wanneer er een concreet zicht op legalisatie is of handhaving onevenredig is. De Raad van State wijst er in een recente uitspraak op dat ”[d]e reden voor deze beginselplicht is dat de rechtszekerheid vergt dat de feitelijke situatie in beginsel niet afwijkt van de juridisch toegestane situatie.” En: ”Bij handhavingsbesluiten geldt daarbij als uitgangspunt dat het algemeen belang gediend is met handhaving en dat om die reden in de regel tegen een overtreding moet worden opgetreden.”
Vervolgens heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag in een andere handhavingszaak van Animal Rights overwogen dat niets doen geen optie is. Geen ingewikkelde gevolgtrekking van een artikel dat opdraagt om gehouden dieren tegen roofdieren te beschermen.
Juist de houding van de NVWA is onevenredig Animal Rights meent juist dat de weigering van de NVWA om handhavend op te treden onevenredig is tegenover dierhouders die hun plichten wél serieus nemen en hun dieren middels wolfwerende maatregelen beschermen. De weigering van de NVWA om handhavend op te treden, staat op gespannen voet met het rechtszekerheidsbeginsel, doordat de NVWA een feitelijke situatie gedoogd die in strijd is met de wet. Het algemeen belang verzet zich hiertegen.
Slotsom Om alle bovengenoemde redenen acht Animal Rights het besluit van de NVWA onrechtmatig. Animal Rights verzoekt de NVWA haar bezwaar gegrond te verklaren en alsnog handhavend op te treden.
Update
In mei 2025 krijgt animal Rights eindelijk het door de NVWA-inspecteurs opgemaakte Rapport van Bevindingen toegestuurd en ook een afschrift van de hoorzitting met de schapenboer over deze zaak op 29 april. Animal Rights heeft afgezien van deelname aan een hoorzitting op 6 mei omdat ons bezwaarschrift aan duidelijkheid niets te wensen overlaat.
Het RvB komt grotendeels overeen met het NVWA-besluit. Wel laat de NVWA nogmaals zien de term ‘wolfwerend’ niet te begrijpen: “Alleen uit het laatste taxatierapport TKW137387 (bijlage 2-2) blijkt dat bij deze wolvenaanval het perceel wel wolfwerend was ingericht, alleen voldeed het niet aan alle normen.” Als het niet aan alle normen voldoet is het dus niet wolfwerend!
Update – in beroep
Op 6 juni 2025 maakte de NVWA de beslissing op het bezwaar van Animal Rights bekend. In aanvulling op haar eerdere besluit stelt de NVWA dat het enkele feit dat niet zou zijn voldaan aan de Faunaschade PreventieKit (FPK) niet betekent dat sprake is van een overtreding, omdat de FPK geen bindende invulling is van de open norm uit artikel 1.6, derde lid, van het Bhd.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven zei hier recent (2 december 2025) in een andere door Animal Rights aangespannen zaak over:
“Dat neemt niet weg dat de preventiekit naar het oordeel van het College de minister naar de huidige omstandigheden bruikbare aanknopingspunten geeft voor de beoordeling of een schapenhouder zijn schapen voor zover mogelijk al dan niet voldoende bescherming biedt tegen aanvallen van een wolf. De beschermende maatregelen in de preventiekit zijn als effectief beoordeeld op basis van onderzoek waarbij gebruik is gemaakt van beschikbare studies (wetenschappelijk of praktijk), beoordelingen door experts en ervaringen van agrariërs uit de praktijk. In de preventiekit staat, kort gezegd, dat de kans op een aanval door de wolf (predatie) sterk beperkt kan worden door de inzet van de daarin genoemde preventieve maatregelen.”6
Ook stelt de NVWA dat er ondanks het niet treffen van wolfwerende maatregelen geen sprake is van een overtreding als er in de afgelopen periode geen wolvenaanvallen zijn geweest op schapen op dit perceel en op percelen in de omgeving.
Daarnaast stelt de NVWA dat van andere genoemde overtredingen (dierenmishandeling, zorgplicht) geen sprake is, doordat het enkele ontbreken van afdoende wolfwerende maatregelen bij de schapen geen pijn of letsel heeft veroorzaakt en de gezondheid of het welzijn van de dieren niet heeft benadeeld; niet kan worden aangemerkt als het onthouden van de nodige verzorging en geen nadelige gevolgen voor de schapen heeft veroorzaakt.
Vervolgens stelt de NVWA dat er sprake is van bijzondere omstandigheden doordat de schapenhouder vertrouwen heeft mogen ontlenen aan het eerdere standpunt van de NVWA dat houders die nog geen wolfwerende maatregelen getroffen hadden niet in overtreding waren.
Ten slotte acht de NVWA handhavend optreden in dit geval onevenredig doordat de schapenhouder zijn schapen inmiddels bescherming biedt tegen de wolf, door hen in een stal of achter wolfwerende rasters te houden.
Op 16 september 2025 leverde Animal Rights de gronden van haar beroep aan bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven:
Niet handhaven is in strijd met de beginselplicht tot handhavend optreden en het Specifiek Interventiebeleid dierenwelzijn
Er is sprake van meer overtredingen dan door de NVWA genoemd
Het besluit maakt onvoldoende duidelijk wanneer de schapenhouder volgens de NVWA in overtreding is (en dat staat op gespannen voet met het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel)
Animal Rights zal de gronden verder aanvullen wanneer er een zittingsdatum bekend is. Ze zal daar de hierboven geciteerde uitspraak van 2 december in meenemen.
Onderzoek van Duitse dierenrechtenorganisatie Soko Tierschutz bracht aan het licht hoe runderen en kalfjes opnieuw uiterst brutaal mishandeld werden op een Duits zuivelbedrijf dat levert aan het bekende Belgische merk Vache Bleue. Op donderdag 13 maart 2025 informeerde Animal Rights de supermarkten over de wantoestanden bij de melkleverancier van Vache Bleue en vroeg om de producten van Vache Bleue uit de rekken te halen. Ook aan Vache Bleue werd een reactie gevraagd van Animal Rights, over waarom zij samenwerkten met de sinds 2019 door de Duitse autoriteiten gekende dierenmishandelaars, maar op onze mail werd tot nu toe niet gereageerd.
Vrijdag 14 maart om 19u werden de uiterst brutale undercoverbeelden in het nationale VTM nieuws getoond. Op maandag 17 kwamen de eerste reacties van de supermarkten binnen.
Op maandag 17 maart krijgen we reactie van Delhaize:
“Beste,
Dank voor uw mail. Van zodra we de info van u hebben ontvangen, hebben we onmiddellijk contact opgenomen met Vache Bleue. Vache Bleue (en Delhaize) bijzonder geschokt door de extreem harde beelden die de Duitse dierenrechtenorganisatie Soko Tierwohl heeft uitgezonden. Het is voor hen van het grootste belang dat elke productiefase van hun kazen met het grootste respect wordt uitgevoerd. Dierenwelzijn is hun en onze topprioriteit. Daarom stoppen ze onmiddellijke ingang met het kopen van melk van de betreffende boerderij, totdat er meer duidelijkheid is over de beelden, hoe ze tot stand zijn gekomen en wat de precieze context is. De hele productieketen, inclusief en vooral op boerderijen, wordt streng gereguleerd en gecontroleerd. Alleen al op de boerderij in kwestie (één van de 600 boerderijen waar Vache Bleue haar melk haalt om kaas te maken) zijn de afgelopen twee jaar 24 onaangekondigde controles uitgevoerd door de veterinaire organisatie KBLV, waarvan zeven zeer specifiek gericht waren op dierenwelzijn. Geen van deze controles heeft toen structurele of grote onregelmatigheden aan het licht gebracht.
Als het eigen onderzoek of het onderzoek van de Duitse politie en de veterinaire organisatie KBLV de echtheid van de beelden en de schendingen van het dierenwelzijn bevestigen, zullen ze verdere actie ondernemen.
We blijven dit als Delhaize verder opvolgen. Dank om dit onder onze aandacht te brengen.”
Reactie Intermarché
Op maandag 17 maart schrijf Intermarché ons terug:
“Geachte,
Wij bevestigen de ontvangst van uw e-mail en nemen kennis van de informatie die u met ons deelt.
We nemen contact op met de leverancier om te controleren of de producten in onze schappen worden beïnvloed door het gebruik dat u prijsopgeeft en nemen zo snel mogelijk contact met u op met meer informatie.
Met vriendelijke groet,
Service consommateurs Intermarché Belgique”
Reactie SPAR
Op dinsdag 18 maart reageerde de SPAR:
“Hartelijk dank om ons deze informatie te bezorgen. We hebben op 13/03, nadat we op de hoogte werden gebracht van deze schokkende informatie, onmiddellijk contact opgenomen met Vache Bleue om duidelijkheid te scheppen. Wij nemen deze kwestie namelijk bijzonder ernstig. Vache Bleue geeft aan met onmiddellijke ingang gestopt te zijn met de afname van melk aan de betrokken boerderij (zie hieronder voor hun statement).
We verwachten van al onze leveranciers dat zij de hoogste normen inzake dierenwelzijn respecteren. We zullen daarom nauwgezet opvolgen hoe deze situatie verder wordt aangepakt en welke stappen worden ondernomen om dergelijke wanpraktijken in de toekomst te voorkomen.”
Reactie Carrefour
Op dinsdag 1 april kwam er een nietszeggend mailtje van Carrefour binnen:
“Beste mevrouw/mijnheer , Wij hebben uw bericht van 13/03 over de dierenmishandeling goed ontvangen. Uw vraag is doorgestuurd naar de betrokken afdeling. Wij nemen terug contact met u zodra wij een antwoord hebben ontvangen. Steeds tot uw dienst.”
Vache Bleue reageerde bij VTM Nieuws
Vache Bleue werd op vrijdag 14 maart gecontacteerd door VTM voor een reactie en stuurde ook een reactie naar de supermarkten die om uitleg vroegen:
“Vache Bleue is bijzonder geschokt over de extreem harde beelden die de Duitse dierenrechtenorganisatie Soko Tierwohl verspreid heeft. Het is voor ons bedrijf van het allergrootste belang dat elke stap in de productie van onze kaas met het grootste respect gebeurt. Dierenwelzijn is daarbij de hoogste prioriteit.
We stoppen dan ook met onmiddellijke ingang de afname van melk van de betrokken boerderij (dat is een van de 600 boerderijen waar Vache Bleue haar melk inzamelt om kaas te maken), tot er meer duidelijkheid is over de beelden, hoe ze tot stand kwamen en wat de achtergrond ervan is. De komende dagen zal duidelijk moeten worden wat er precies gebeurd is en hoe de beelden tot stand kwamen zonder dat eerder alarmsignalen opdoken. De hele productieketen, ook en in het bijzonder op de boerderij, is strikt gereglementeerd en gecontroleerd. Alleen al in de betrokken boerderij vonden de afgelopen twee jaar 24 onaangekondigde controles plaats door dierenartsenorganisatie KBLV, waarvan zeven heel specifiek rond het welzijn van de dieren. Tijdens geen enkele van de controles kwamen structurele of grote onregelmatigheden aan het licht. De boerderij heeft ook het QM-Milch-kwaliteitslabel, net als alle boerderijen waar we mee samenwerken.
Als reactie op de beelden is de Duitse dierenartsenorganisatie KBLV een onderzoek gestart, net als de Duitse politie. We hebben beide instanties gevraagd om ons nauw op de hoogte te houden. We zijn zelf ook een onderzoek gestart en brengen alle beschikbare informatie gedetailleerd in kaart. Als ons eigen onderzoek of de onderzoeken van de Duitse politie en de dierenartsenorganisatie KBLV de authenticiteit van de beelden en de inbreuken op dierenwelzijn bevestigt, dan nemen we vanzelfsprekend verdere maatregelen.
We vertrouwen op de overheidsinstanties om op korte termijn duidelijkheid te creëren.”
Endres zijn gekende dierenmishandelaars
Het gigantische zuivelbedrijf Endres werd al in 2019 ontmaskerd als een horror-boerderij. Toch koos Vache Bleue om zaken te doen met deze gekende dierenmishandelaars. Dat zegt iets over het morele kompas bij Vache Bleue.
Op de website van Vache Bleue wordt gesteld dat de kazen worden geproduceerd met ‘alpenmelk’ van koeien die grazen op alpenweiden en vertroeteld worden volgens strikte dierenwelzijnsregels. Dit beeld staat in schril contrast met de onthullingen van SOKO Tierschutz, waaronder systematische mishandeling van koeien met onder meer het illegaal gebruik van elektroshocks, het mishandelen van runderen met breekmessen en het verbergen van dode dieren om controles te ontwijken. De zaakvoerder van melkveebedrijf Endres maakt zich op beeld ook meermaals schuldig aan dierenmishandelingen en trekt zich duidelijk niets aan van het lot van de dieren.
Animal Rights eist van een verklaring van Vache Bleue over de samenwerking met de voor de autoriteiten gekende dierenmishandelaars van Endres.
Op 12 februari 2025 vernietigde de rechtbank de natuurvergunning van eendenslachter Tomassen Duck-To. Sindsdien opereert het bedrijf illegaal. Op 8 maart vroegen Animal Rights en Mobilisation for the Environment de provincie Gelderland om handhavend op te treden tegen het bedrijf. Het slachthuis moet worden stilgelegd.
12 februari 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland het verzoek van Tomassen Duck-To om de zaken omtrent haar natuurvergunning aan te houden, afgewezen. De eendenslachter vroeg hierom, omdat na de recente rechtspraak over intern salderen (Rendac/Amercentrale) nieuw onderzoek nodig zou zijn om te beoordelen of intern salderen nog tot de mogelijkheden behoort.
De rechtbank wees het verzoek onmiddellijk na afloop van de zitting af, omdat “zij de voortgang van de procedure (redelijke termijn) moet bewaken en rekening moet houden met alle betrokken belangen, …” “De rechtbank vindt het belang om de natuurvergunning niet te verliezen niet zwaar genoeg wegen om te prevaleren boven de andere belangen.”
De rechtbank oordeelt dat de beoordeling die aan deze natuurvergunning ten grondslag ligt alleen al vanwege de eisen die uit de Rendac-uitspraak volgen niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigde daarom de natuurvergunning.
Veluwe
Vanaf dat moment opereert het bedrijf illegaal. Door Tomassen worden activiteiten verricht die de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in nabijgelegen Natura 2000 gebieden kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Het gaat hierbij met name om de uitstoot van stikstof. Tomassen exploiteert een eendenslachterij op een afstand van ongeveer 1,4 kilometer van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’, waar zich zeer stikstofgevoelige natuur bevindt welke natuurwaarden reeds worden belast met een stikstofdepositie die ruim boven de kritische depositie waarde ligt. Stikstofdepositie wordt als groot knelpunt genoemd in de natuurdoelanalyse van de Veluwe. Uit onderzoek door de Ecologische Autoriteit blijkt dat zelfs nog een groter probleem te zijn dan waar de provincie in voornoemde natuurdoelanalyse van is uitgegaan. De Veluwe is bovendien ook opgenomen op de zogenaamde ‘urgente lijst’, waarover de rechtbank Den Haag in de zaak van Greenpeace tegen de Nederlandse Staat als volgt oordeelde: “De rechtbank concludeert dan ook dat – in ieder geval ten aanzien van de habitats op de Urgente Lijst – stikstofreductie een noodzakelijke voorwaarde is voor het tegengaan van verdere verslechtering en voor het herstellen van de reeds opgetreden verslechtering sinds de referentiedata.” “Het nalaten aan een noodzakelijke voorwaarde voor herstel te voldoen is in strijd met het verslechteringsverbod”.
Handhavingsverzoek
Voor deze activiteiten is een vergunning (artikel 5.1, eerste lid sub e van de Omgevingswet) vereist. Tomassen beschikt niet over een dergelijke vergunning, waardoor er sprake is van een illegale situatie.
Op 8 maart verzochten Animal Rights en Mobilisation for the Environment het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland dan ook om handhavend op te treden tegen deze overtreding.
Geschiedenis
Reeds in 2019 hebben Mobilisation for the Environment en Animal Rights een handhavingsverzoek bij het college ingediend wegens het handelen zonder benodigde natuurvergunning in het kader van de toenmalige Wet natuurbescherming.
Op 31 maart 2022 werd het beroep van Mobilisation for the Environment tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek door de rechtbank gegrond verklaard.
Na deze uitspraak is het college echter overgegaan tot definitieve vergunningverlening, ter legalisatie van de bedrijfsvoering door Tomassen. Ook het beroep hiertegen (van MOB en Stichting Doeh) is gegrond verklaard op 12 februari jl. en de bestreden natuurvergunning derhalve vernietigd, overigens nadat ook door het college zelf al het voornemen was uitgesproken deze natuurvergunning weer in te trekken, omdat deze was verleend op basis van verkeerde gegevens.
Illegaliteit
Hiermee is dus wederom / nog steeds sprake van een illegale bedrijfsvoering met stikstofdepositie op daarvoor zeer gevoelige en overbelaste natuur als gevolg. Volgens Animal Rights en Mobilisation for the Environment is het van groot belang dat het college (eindelijk) daadkrachtig tegen het bedrijf optreedt, om daarmee ook te voorkomen om over nog eens 5 jaar niet wéér op hetzelfde punt te belanden. Dat is niet alleen belangrijk in het kader van de rechtszekerheid en het algemeen belang dat met handhaving wordt gediend, maar ook voor het betrokken natuurbelang.
Handhaving
Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken.
Slechts onder bijzondere omstandigheden mag hiervan worden afgeweken. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat, maar daarvan is hier geen sprake, of als handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.
Daarvan is evenmin sprake. Sterker nog, na de recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 18 december 2024 over Rendac en de Amercentrale, als ook na de recente ‘Ontwerp weigering omgevingsvergunning en ontwerp weigering verklaring van geen bedenkingen’ van de gemeente Ermelo, achten de organisaties de kansen nagenoeg nihil dat de huidige bedrijfsvoering van Tomassen kan blijven voortbestaan.
Slotsom
Het bedrijf is in werking in strijd met de bepalingen van de Omgevingswet, want opereert zonder de benodigde omgevingsvergunning voor een ‘Natura 2000-activiteit’.
Gelet op de beginselplicht tot handhaving, alsmede de belangen van rechtszekerheid en het natuurbelang die met handhaving worden gediend, verzoeken Animal Rights en Mobilisation for the Environment het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland handhavend op te treden tegen deze overtreding en een einde te maken aan deze illegale situatie.
Update
Het handhavingsverzoek van Animal Rights en Mobilisation bij de provincie Gelderland met betrekking tot eendenslachter Tomassen Duck-To voor het in bedrijf hebben van een slachthuis zonder natuurvergunning dateert van 8 maart 2025. De overheid heeft de plicht om een handhavingsverzoek binnen een redelijke termijn te behandelen. Een redelijke termijn is in de regel 8 weken. De provincie heeft de termijn niet verlengd. Op 29 mei stelden de organisaties de provincie in gebreke vanwege het overschrijden van de wettelijke termijn voor het nemen van een besluit en verzoekt hen binnen twee weken na ontvangst van de brief alsnog een besluit te nemen.
Ook aan de ingebrekestelling is geen gehoor gegeven. Op 26 juni 2025 hebben Animal Rights en Mobilisation beroep ingesteld wegens niet tijdig beslissen. Dat houdt in dat de rechtbank Gelderland gevraagd is om in een uitspraak de provincie op te dragen om binnen 2 weken alsnog een besluit bekend te maken en te bepalen dat een dwangsom van 100 euro per dag wordt verbeurd, met een maximum van 15.000 euro, wanneer aan die opdracht niet tijdig gehoor wordt gegeven.
Op 27 augustus 2025 acht de Rechtbank Gelderland het beroep van Animal Rights en Mobilisation tegen het niet tijdig beslissen door de provincie Gelderland op het verzoek van 8 maart 2025 om handhavend op te treden tegen de eendenslachterij van het bedrijf Tomassen Diick-To B.V. in Ermelo voor het in bedrijf zijn zonder natuurvergunning gegrond. De rechtbank draagt Gelderland op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op het handhavingsverzoek bekend te maken en bepaalt dat Gelderland aan een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag waarmee het de termijn overschrijdt met een maximum van € 15.000. Verder moet Gelderland het griffierecht en proceskosten vergoeden.
Tijdens de beeldvormende tafel van woensdagavond 10 september 2025 in de raadzaal van het gemeentehuis van Ermelo werd verteld, dat de laatste stand is dat er een vooraankondiging ligt van de provincie van 4 september om een last onder dwangsom op te leggen aan het bedrijf, omdat ze opereert zonder natuurvergunning en daar is een zienswijze mogelijkheid op geboden. Dat zou de meest actuele stand zijn. Zie de video in Inspraak in Ermelo over naderend einde eendenslachthuis
Tijdens een oordeelsvormende vergadering van 17 september bij de provincie zegt gedeputeerde Ans Mol naar aanleiding van een motie van de Partij voor de Dieren over het gedogen van illegaliteit in de eendensector: “Het feit dat ik hier niet over individuele bedrijven ga praten, wil niet zeggen dat wij geen stappen zetten als het niet aan de eisen voldoet. En volgens mij hebben wij ook al openbaar gemaakt dat wij ook hier zeggen dat we niet zien, dat er een natuurvergunning verleend kan worden, dus dat we handhavend aan het optreden zijn.” Zie Stop de eendenhouderij
Update 2 – Voornemen tot Last onder Dwangsom
Animal Rights heeft eind september 2025 officieel nog niets gehoord over een besluit op het handhavingsverzoek van 8 maart 2025 dat ze samen met Mobilisation indiende tegen het illegaal in bedrijf zijn van eendenslachter Tomassen Duck-To BV. Wel werd het voornemen tot handhaven al aangekondigd tijdens vergaderingen in het Ermelose raadhuis en Gelderse provinciehuis.
Op 30 september staat er tussen de stukken bestemd voor een vergadering in Ermelo, ineens, het aan Tomassen gerichte ‘voornemen opleggen last onder dwangsom’ van 4 september.
Tomassen dient haar activiteiten in overeenstemming te brengen met de referentiesituatie van de Hinderwetvergunning uit 1992. Zo niet dan verbeurt ze vanaf 1 januari 2026 een dwangsom van €10.000,- per dag met een maximum van €200.000,- als de overtreding voortduurt.
Met de uitspraak van de rechtbank op 12 februari 2025 is de natuurvergunning van Tomassen van 13 mei 2022 vernietigd. De provincie had al het voornemen deze natuurvergunning in te trekken vanwege een gewijzigd inzicht in de referentiesituatie. De uitspraak van de rechtbank maakte dat een definitief besluit niet meer nodig was.
Uit een controle op 5 augustus 2025 naar aanleiding van het handhavingsverzoek van Animal Rights en Mobilisation van 8 maart, bleek dat de eendenslachterij gewijzigd is ten opzichte van de referentiesituatie zoals bepaald door de Hinderwetvergunning uit 1992. Daardoor zijn significante effecten op het nabij gelegen Natura 2000-gebied ‘de Veluwe’ niet uit te sluiten.
Tomassen heeft aangegeven dat er een aanvraag in voorbereiding is voor een Omgevingsvergunning, maar tot op heden heeft de provincie daar nog geen gegevens voor ontvangen en is er dus ook geen zicht op legalisatie.
Door betaling van een dwangsom wordt de overtreding niet opgeheven. Als de overtreding na het bereiken van het maximum dwangsombedrag niet is beëindigd, kan er een nieuwe last worden opgelegd met hogere dwangsombedragen of een andere bestuursrechtelijke sanctie volgen, zoals sluiting.
Tomassen kon binnen twee weken nog een zienswijze indienen, maar vroeg om uitstel.
De Hinderwetvergunning gaat onder andere uit van 75.000 liter brandstofverbruik per jaar en een stoomketel met een capaciteit van 800 kg stoom per uur (7034 kW). Tomassen zit daar nu ver boven. De vergunning uit 1992 gaat verder uit van 4 af- en aanvoerbewegingen van vrachtwagens per dag en een heftruck op LPG die 5% van de tijd in bedrijf is. Er rijden dagelijks echter veel meer vrachtwagens van en naar het bedrijf.
Ten opzichte van de referentievergunning uit 1992 zijn er diverse feitelijke wijzigingen doorgevoerd, zoals bijvoorbeeld de chemische luchtwasser en de uitbreiding van de werktijden. Dit betreffen vergunningplichtige wijzigingen.
Van bijzondere omstandigheden om van handhaving af te zien is volgens de provincie niet gebleken. Er is geen sprake van een (vergunbare) aanvraag om alsnog een natuurvergunning te verkrijgen, zodat geen sprake is van concreet zicht op legalisatie. Evenmin is gebleken dat handhaving voor het overige onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Bij dat laatste gaat het met name om het natuurbelang van Natura 2000-gebied ‘de Veluwe’.
Update 3 – Last onder Dwangsom
Ook halverwege december 2025 heeft de provincie Gelderland nog altijd geen besluit genomen op het handhavingsverzoek van 8 maart 2025 tegen het illegaal in bedrijf zijn van eendenslachter Tomassen Duck-To BV.
Op 11 december vernam Animal Rights wel dat de provincie reeds op 25 november een definitieve last onder dwangsom aan de directie van Tomassen Duck-To B.V. heeft gestuurd:
“Wij leggen u een last onder dwangsom op. Deze last houdt in dat u uw activiteiten in overeenstemming dient te brengen met uw referentiesituatie, zijnde de Hinderwetvergunning uit 1992, zodat significante effecten op nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten waardoor er geen natuurvergunning is vereist. Als u dat niet doet, verbeurt u vanaf 1 januari 2026 een dwangsom van € 10.000,– per dag met een maximum van € 200.000,– als de overtreding van artikel 5.1 lid 1 onder e. Omgevingswet voortduurt. Deze beschikking is voor onbepaalde tijd van kracht.
Door betaling van een dwangsom wordt de overtreding niet opgeheven. Als de overtreding na het bereiken van het maximum dwangsombedrag niet is beëindigd, kan er een nieuwe last worden opgelegd met hogere dwangsombedragen of een andere bestuursrechtelijke sanctie volgen.”
Artikel 5.1 lid 1 onder e van de Omgevingswet zegt dat het is verboden om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten. Een Natura 2000-activiteit is, kort gezegd, een activiteit die significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Daar vallen de bedrijfsactiviteiten van een slachthuis nabij Natura 2000-gebied ‘de Veluwe’ onder.
Op 17 september vroeg en kreeg de jurist van Tomassen een verlengde zienswijzetermijn tot en met 21 oktober. Pas op 27 oktober stuurde hij een aanvulling op de natuurvergunningaanvraag naar de provincie met daarbij een brief met het verzoek om af te zien van het opleggen van een last onder dwangsom nu er zicht zou zijn op legalisatie.
De provincie heeft de aanvulling beoordeeld, maar ziet daarin geen ontvankelijke en vergunbare aanvraag en zodoende ook geen zicht op legalisatie:
“Maar er zijn ook handhavingsverzoeken ingediend. Om niet handhavend te hoeven optreden is een ontvankelijke en vergunbare aanvraag benodigd, meer nog het ontwerpbesluit waarin het voornemen kenbaar gemaakt wordt om een vergunning te verlenen, voor zicht op legalisatie. Deze is er echter nog steeds niet, ook niet na beoordeling van uw aanvulling. Daarmee zien wij niet van ons voornemen af.”
De eendenslachter kan rechten ontlenen aan een zogenaamde referentiesituatie. De referentiesituatie wordt bij het ontbreken van een natuurvergunning ontleend aan de milieutoestemming die gold op de referentiedatum, het moment waarop artikel 6 van de Habitatrichtlijn van toepassing werd op het betrokken Natura 2000-gebied. Bij ‘de Veluwe’ is dat het jaar 2000.
Tomassen beschikt niet over een natuurvergunning, wel over een Hinderwetvergunning uit 1992. Nadien is er niet een milieuvergunning verleend met minder gevolgen. Daarom vertegenwoordigt de Hinderwetverguning uit 1992 de referentiesituatie waar Tomassen rechten aan kan ontlenen.
Naar aanleiding van de handhavingsverzoeken werd er op 5 augustus 2025 een inspectie op het slachthuis uitgevoerd. Aangezien de in 2022 verleende en met de uitspraak van 12 februari 2025 vernietigde natuurvergunning vooral aangevraagd was voor het legaliseren van de bestaande feitelijke situatie, is het bedrijf Tomassen in overtreding nu zij geen natuurvergunning heeft.
Van de huidige feitelijke activiteiten kan niet gesteld kan worden dat deze vallen binnen de vergunde activiteiten uit de Hinderwetvergunning van 1992. Daarmee kunnen significante effecten op het nabij gelegen Natura 2000-gebied ‘de Veluwe’ niet worden uitgesloten. Vandaar het besluit van de provincie om handhavend op te treden.
“De hoogte van de dwangsom staat in redelijke verhouding tot de aard en ernst van de overtreding. Daarnaast is deze gebaseerd op het economisch voordeel dat het bedrijf heeft genoten of kan genieten bij het in stand houden van de overtreding (doorgaan met de werkzaamheden), de kosten die gemaakt moeten worden om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden en de natuurschade die bij het voortduren van de overtreding kan ontstaan.”
Die referentiewaarde van de Hinderwetverguning uit 1992 vervalt als Ermelo in januari het besluit bekrachtigt om alle bestaande vergunningen van de eendenslachter in te trekken. Dan is Tomassen uitgespeeld (maar daar zullen nog wel wat juridische procedures overheen gaan).
Update – Naar de voorzieningenrechter
Per brief van 18 december 2025 werden Animal Rights en Mobilisation op de hoogte gesteld van het feit dat bij de Rechtbank Gelderland door Tomassen Duck-To B.V. een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend tegen het besluit van 25 november 2025 van het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland om Tomassen een last onder dwangsom op te leggen.
In diezelfde brief werd gevraagd of gewenst wordt van de gelegenheid gebruik te maken als derde belanghebbende aan deze procedure deel te nemen. Ja, graag!
Animal Rights is van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Aan Tomassen is terecht een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van het verbod om zonder natuurvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten, namelijk het uitstoten van stikstof door het in bedrijf hebben van een eendenslachthuis.
Tomassen had de bui moeten zien hangen
Reeds op 21 november 2024 heeft de provincie Gelderland aan Tomassen het ontwerpbesluit tot intrekking van de natuurvergunning toegezonden. Bij uitspraak van 12 februari 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland de natuurvergunning van 13 mei 2022 vernietigd. Op 8 maart 2025 en 31 maart 2025 zijn handhavingsverzoeken ingediend door Animal Rights, Mobilisation en Stichting Doeh. Op 4 september 2025 informeerde de provincie Tomassen over het voornemen tot de last onder dwangsom na een controle op 5 augustus 2025, waarin is vastgesteld dat de eendenslachterij is gewijzigd ten opzichte van de referentiesituatie (Hinderwetvergunning 1992), met niet uit te sluiten significante effecten op Natura 2000-gebied “De Veluwe”. Op 25 november 2025 volgde de definitieve last, inhoudende dat Tomassen haar activiteiten moet terugbrengen tot de referentiesituatie, op straffe van € 10.000 per dag (maximum € 200.000) vanaf 1 januari 2026.
Tomassen heeft gedurende ruim een jaar stapsgewijs signalen ontvangen dat de huidige bedrijfsvoering illegaal is en afschaling daarmee onvermijdelijk. Tomassen is desondanks onveranderd doorgegaan met de bedrijfsvoering.
Er is sprake van een overtreding en geen sprake van bijzondere omstandigheden die het afzien van handhaven rechtvaardigen.
Er is geen zicht op legalisatie
In tegenstelling tot wat Tomassen beweert is er geen sprake van concreet zicht op legalisatie. Er is immers geen ontvankelijke aanvraag voor een (vergunbare) natuurvergunning ingediend met een passende beoordeling. De door Haskoning opgestelde ‘onderbouwing’ van Tomassen’s bewering dat een natuurvergunning wel kan, berust op onjuiste aannames over de vergunde transportbewegingen en veronderstelt het gebruik van luchtwassers die niet zijn vergund en waarvan tevens de werking omstreden is.
Gelderland heeft derhalve met recht de last opgelegd. Deze last is volgens cliënten concreet, uitvoerbaar en proportioneel. De dwangsomhoogte is tevens passend bij de overtreding en het economische belang, en noodzakelijk voor gedragsverandering.
Eendenleed
Het geschetste dierenleed en de ketenverstoring is volgens cliënten hypothetisch en het gevolg van de eigen aanvoerkeuzes van Tomassen als ketenregisseur.
Tomassen wist al geruime tijd (op zijn minst ruim een jaar) dat de voorliggende situatie onvermijdelijk was/is. Het is immers de logische consequentie van het ontwerpbesluit tot intrekking van de vergunning van 21 november 2024, de vernietiging van de natuurvergunning van 13 mei 2022 door de rechtbank op 12 februari 2025, de handhavingsverzoeken van 8 en 31 maart, het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom van 4 september en de definitieve last van 25 november.
Het bedrijf had zich hierop kunnen voorbereiden door de bedrijfsvoering terug te brengen naar de situatie zoals vergund onder de Hinderwetvergunning van 1992. Dat had onder meer gekund door illegaal gebouwde installaties te verwijderen en als ketenregisseur van de eendensector, het aantal eenden in de broederijen en stallen tijdig te beperken.
Zelfs nu kan Tomassen nog maatregelen nemen maar wordt dat, zover cliënten weten, nagelaten. Wanneer het bedrijf stopt met het plaatsen van eendeneieren in de broedmachines, zijn de stallen binnen tien weken leeg. Eieren verblijven ongeveer vier weken in de broedmachine, waarna de eendagskuikens in circa zes weken worden opgefokt voor de slacht.
Dat een dergelijke aanpassing uitvoerbaar is, blijkt uit de coronaperiode. Op 30 maart 2020 besloot Tomassen destijds geen eendenkuikens meer te plaatsen in Nederlandse stallen, omdat de verkoop van eendenvlees instortte toen de horeca en export vrijwel stilvielen door de coronacrisis. Het bedrijf slachtte nog zes weken door om de schuren leeg te draaien, waarna alle karkassen werden ingevroren.
Tomassen heeft nagelaten tijdig maatregelen te treffen en zal de opgelegde dwangsommen volgens Animal Rights moeten accepteren gedurende de periode waarin de stallen worden leeggedraaid, zijnde een proces dat maximaal tien weken vergt. Bovendien heeft Tomassen niet aangetoond hoeveel eenden zich op dit moment in de stallen bevinden in afwachting van de slacht, welke alternatieven zijn onderzocht of waarom afschaling onmogelijk zou zijn. Kortom, Tomassen lijkt niet of nauwelijks inspanningen te hebben verricht/ te verrichten om te voldoen aan de last door het aantal dieren te verminderen of anderszins maatregelen te nemen. Dat moet voor risico van Tomassen blijven.
Het is op zijn minst ironisch te noemen dat Tomassen, een recidivist op het gebied van dierenwelzijnsschendingen en structurele dierenmishandeling, thans dierenleed inroept om handhaving te ontlopen. Dit argument is strategisch en niet op reële zorg berust. Bovendien zou het voldoen aan de last juist zorgen voor een aanmerkelijke afschaling van de eendensector en daarmee voor het terugbrengen van de schaal van dierenleed veroorzaakt door Tomassen zelf. In dit argument ziet Animal Rights dus eerder een reden om de voorlopige voorzienig af, in plaats van toe, te wijzen.
De last is rechtmatig en kans op herroeping is volgens Animal Rights en Mobilisation gering. Tegenover zwaarwegende natuurbelangen (Habitatrichtlijn, voorkomen verslechtering overbelaste gebieden, etc. zoals ook uitgelicht in het handhavingsverzoek) staan zelfgecreëerde, grotendeels economische belangen van Tomassen, die bovendien niet nader gespecificeerd zijn. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt een voorlopige voorziening alleen getroffen als onverwijlde spoed dat vereist. Een financieel belang vormt op zichzelf geen reden om een voorlopige voorziening te treffen, omdat de financiële gevolgen van (achteraf bezien) onrechtmatige besluitvorming in beginsel naderhand kunnen worden gecompenseerd. Ook dit is dus geen reden om de voorziening toe te wijzen.
Tomassen’s verzoek zal door de voorzieningenrechter worden behandeld op donderdag 15 januari 2026 om 13:00 in Arnhem.
Update – Tomassen maakt ook bezwaar
Een voorlopige voorziening verzoek gaat vergezeld van een bezwaar. Op 7 januari 2026 laat Gelderland weten dat er een bezwaarschrift is ingediend tegen de opgelegde last onder dwangsom naar aanleiding van het door, onder andere, Animal Rights ingediende handhavingsverzoek.
Het Team Rechtsbescherming van de provincie onderzoekt of de bezwaren informeel kunnen worden opgelost. Als een informele oplossing niet mogelijk is, worden de bezwaren tijdens een hoorzitting behandeld. De hoorzitting is voorlopig gepland op 24 maart 2026.
Update – Uitstel zitting
Op woensdag 14 januari bericht de griffier van de rechtbank dat de zitting van 15 januari wordt aangehouden. “Uit de media heeft de rechtbank begrepen dat diverse vergunningen van verzoeker zijn ingetrokken en dat verzoeker voornemens is hier een verzoek om voorlopige voorziening tegen in te dienen. Daarom heeft de rechtbank contact opgenomen met verzoeker, die bevestigde dat inderdaad binnen enkele weken een verzoek om voorlopige voorziening te verwachten is. In overleg met Gedeputeerde Staten heeft de rechtbank daarom besloten om de zitting van donderdag 15 januari 2026 uit te stellen, zodat te zijner tijd de intrekkingen van de vergunningen (wat verstrekkender is dan het besluit dat op 15 januari 2026 voor zou liggen) eerst op zitting behandeld kunnen worden.”
“Voor de volledigheid merkt de rechtbank nog op dat Gedeputeerd Staten de begunstigingstermijn reeds heeft verlengd tot de uitspraak van de voorzieningenrechter en dat Gedeputeerde Staten heeft toegezegd dat deze verlenging, ondanks het uitstel in deze zaak, blijft gelden. Verzoeker verbeurt voorlopig dus geen dwangsommen.”
Door in te stemmen met dit uitstel verzaakt Gelderland haar beginselplicht tot handhaving. Gelderland heeft ook nog altijd geen officieel besluit genomen op de handhavingsverzoeken van Animal Rights, Mobilisation en Doeh.
De gemeente Ermelo heeft het ‘Definitief besluit weigering aangevraagde vergunning en intrekking vigerende revisievergunningen Tomassen Duck-To B.V.’ op 14 januari gepubliceerd en Tomassen kan haar volgende verzoek om een voorlopige voorziening en beroep dus indienen. De 11 weken die Tomassen heeft gekregen om de eendenbedrijven ‘leeg te draaien’ loopt wel gewoon door.
Update – Eindelijk een besluit op het handhavingsverzoek
Wat iedereen al wist, bevestigde de provincie Gelderland dan eindelijk op 19 januari 2026:
“Wij hebben op 5 augustus 2025 een controle uitgevoerd. Uit de controle blijkt nu dat de eendenslachterij gewijzigd is ten opzichte van de referentiesituatie zoals bepaald door de Hinderwetvergunning uit 1992. Daardoor zijn significante effecten op het nabij gelegen Natura 2000-gebied ‘de Veluwe’ niet uit te sluiten. Met de vernietiging van de natuurvergunning uit 2022 door de rechtbank op 12 februari 2025 herleeft de aanvraag voor een natuurvergunning. Op 27 oktober 2025 hebben wij een aanvulling ontvangen op deze aanvraag, echter is deze door ons als onvoldoende beoordeeld. Wij kunnen dan ook niet op dit moment een ontwerpbesluit ter inzage leggen, zodat er op dit moment dan ook geen zicht op legalisatie is voor het project zoals dat nu wordt uitgevoerd aan de Fokko Kortlanglaan 116 te Ermelo.”
“Wij hebben besloten handhavend op te treden. Hiertoe hebben wij op 25 november 2025 een last onder dwangsom opgelegd aan Tomassen Duck-To B.V., een afschrift hebben wij bijgesloten.”
Update – Ook geen nieuwe natuurvergunning voor Tomassen
Op 27 februari 2026 verstuurde de provincie Gelderland aan Tomassen Duck-To haar ontwerpbesluit tot het weigeren van de door de eendenslachter aangevraagde natuurvergunning. Iedereen kan op dit besluit reageren door middel van het indienen van een zienswijze. Animal Rights zal dit doen ter ondersteuning van de weigering.
De aanvraag betreft het gehele proces van slachten en verwerken van eenden en dateert van 20 juli 2019. Op 13 mei 2022 werd de aangevraagde natuurvergunning verleend met de revisievergunning van 16 oktober 2002 als referentie. Tegen deze vergunning is beroep aangetekend door MOB, Animal Rights en DOEH. Tijdens de beroepsprocedure bleek dat niet de revisievergunning van 16 oktober 2002 maar de Hinderwetvergunning van 29 juni 1992 de toestemming was waarin de laagste stikstofdepositie vergund was. Op 12 februari 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland het beroep gegrond verklaard en de natuurvergunning uit 2022 vernietigd (ECLI:NL:RBMNE:2025:737).
Op 27 oktober 2025 heeft Tomassen een aanvulling op de aanvraag voor een natuurvergunning ingediend, met daarbij het rapport Stikstofdepositie Tomassen Duck-To van 14 oktober 2025 van Haskoning. Op 18 december 2025 heeft Gelderland Tomassen verzocht aanvullende gegevens aan te leveren. Deze werden op 30 december 2025 ontvangen.
De Wet natuurbescherming bepaalt dat het verboden is zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
Uit de aanvraag blijkt dat in de beoogde situatie stikstofdepositie plaatsvindt ter plaatse van Natura 2000-gebieden. Deze depositie heeft mogelijk significante gevolgen voor die betreffende Natura 2000-gebieden nu de kritische depositiewaarden voor de aan de orde zijnde habitattypen worden overschreden.
De referentiesituatie is de geldende toestemming die, voor zo ver deze structureel in gebruik is, als mitigerende maatregel mag worden ingezet om significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied te voorkomen.
Op 6 januari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo de door Tomassen aangevraagde omgevingsvergunning milieu geweigerd en de vigerende omgevingsvergunningen milieu ingetrokken op grond van de Wet Bibob.
Hieruit volgt dat de referentiesituatie niet meer in gebruik is of in gebruik kan worden genomen. Dat betekent dat de gehele referentiesituatie niet mag worden betrokken als mitigerende maatregel.
In de beoogde situatie vindt een toename van stikstofdepositie plaats ter plaatse van Natura 2000-gebieden. Gelderland heeft niet de zekerheid verkregen dat het project geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden. Om deze reden zijn zij voornemens deze vergunningaanvraag te weigeren.
Tomassen zelf bleef een jaar lang beweren dat ze de vergunning zeker zouden krijgen; dat was dus een inschattingsfout of een leugen. Dit zal van pas komen bij de rechter op 13 oktober. 1
Update – De neerwaartse spiraal van de eendenindustrie in Nederland
In onderstaande grafieken is duidelijk de neergang te zien van de eendenindustrie in Nederland. Vlak na de overname van de enige concurrent, eendenslachter VSE, steeg het aantal door Tomassen geslachte eenden tot 8,1 miljoen in 2017 en 8,4 miljoen in 2018. Inmiddels is dat meer dan gehalveerd met 4,1 miljoen geslachte eenden in 2025 en een prognose gebaseerd op de eerste weken van 2026 van minder dan 4 miljoen in 2026.
Ook het aantal in Nederland op ieder moment gehouden eenden laat een neerwaartse spiraal zien volgens de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2018 ging het nog om meer dan 800.000 eenden, in 2024 zakte dat onder de half miljoen en volgens de voorlopige cijfers van december 2025 zijn er nu nog slechts 300.000 eenden.
Iedere gehouden en iedere geslachte eend blijft er natuurlijk één te veel. We hopen dat eind 2026 het aantal gehouden eenden op nul staat.
Update – Tomassen wraakt rechter
De zaak tussen Duck-To en Ermelo over de geweigerde en ingetrokken vergunningen door de gemeente werd doorverwezen naar de Rechtbank Midden-Nederland vanwege mogelijke belangenverstrengeling. Rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank van Arnhem, Marcel Soppe, adviseerde in 2023 de gemeente Ermelo over het eendendossier. Soppe heeft niets met de huidige zaak te maken en er is geen sprake van belangenverstrengeling voor de behandelende rechter in Arnhem, maar zo werkt het systeem. Het is hiermee ook maar de vraag of de zittingsdatum van 7 mei 2026 voor de inhoudelijke behandeling van de zaak doorgaat.
In de andere voorlopige voorziening zaak, over de door de provincie Gelderland opgelegde dwangsommen naar aanleiding van de handhavingsverzoeken van, onder andere, Animal Rights, zag de advocaat van Tomassen een gaatje om ook hier te eisen dat de zitting werd verplaatst en daarmee de behandeling vertraagd. De rechter ging daar, ook na driekwartier overleg, terecht niet in mee. Er is, immers, geen enkele reden om te veronderstellen dat de rechtbank partijdig zou zijn. Vervolgens restte de advocaat van Tomassen geen ander middel om het juridische proces te saboteren dan de rechter te wraken. Daarmee werd de zitting zonder behandeling van de zaak afgebroken. De wrakingskamer – andere rechters – moeten nu beslissen of de zaak in Arnhem mag worden voortgezet of dat deze (ook) wordt overgedragen aan de rechtbank Midden-Nederland.
Een hoorzitting over het bezwaar van Tomassen tegen het opleggen van de dwangsom vindt op 24 maart 2026 plaats bij de provincie.
Die hoorzitting verliep als verwacht. Gelderland, Doeh en Animal Rights hebben benadrukt dat niet wordt betwist dat de eendenslachter geen natuurvergunning heeft en dus illegaal opereert, dat er geen zicht op legalisatie – door middel van een nieuwe vergunning – is en er dus handhavend dient te worden opgetreden. De commissie verwacht haar advies over 3 weken in te dienen. De provincie moet dan een besluit nemen op het bezwaar van Tomassen tegen het opleggen van de dwangsommen.
Vlak voor de zitting werd bekend dat de zitting van de wrakingskamer op 30 maart 2026 plaatsvindt in Arnhem.
Update – De wrakingskamer
Op 30 maart 2026 was de zitting bij de wrakingskamer. De advocaat van de eendenslachter blijft volhouden dat de zaken over het intrekken van de vergunningen door de gemeente Ermelo en het opleggen van dwangsommen door de provincie Gelderland voor het ontbreken van een natuurvergunning – een provinciale bevoegdheid – onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
In het verleden heeft een invalrechter van de Rechtbank Arnhem als advocaat de gemeente Ermelo geadviseerd op het gebied van vergunningverlening. Vandaar dat Tomassen via de voorzittende rechter de rechtbank wraakte, ook al is de beschuldiging van belangenverstrengeling absurd.
De gewraakte rechter legde opnieuw uit dat het weigeren van de vergunningen door Ermelo hier helemaal niet voorligt. Ermelo is geen partij in deze zaak, het gaat over het opleggen van dwangsommen door Gelderland.
De eendenslachter verkeert mogelijk in de waan dat uitstel tot afstel van executie zal leiden. Het enige wat hier te ‘winnen’ valt, is dat de zaak wordt doorverwezen naar Rechtbank Midden-Nederland in Utrecht dat eerder al Tomassen’s natuurvergunning vernietigde. Omdat Tomassen geen argumenten heeft om in bedrijf te blijven, zet ze wanhopig in op tijdwinst.
De drie rechters van de wrakingskamer verwachten op 13 april uitspraak te doen.
Update – Beslissing wrakingskamer
Op 13 april 2026 wees de wrakingskamer het verzoek tot wraking van de rechter door Tomassen Duck-To af. Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter tegenover een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Het uitgangspunt is dat een rechter uit hoofde van zijn of haar functie onpartijdig is.
De advocaat van Tomassen zei tijdens de zitting echter dat het wrakingsverzoek niet gericht was tegen de rechter, maar tegen de rechtbank vanwege het doorverwijzen van het ene dossier – intrekking vergunningen door Ermelo – naar een andere rechtbank en niet het andere – dwangsommen opgelegd door Gelderland vanwege ontbreken natuurvergunning. Dat is echter een procesbeslissing en geen wrakingsgrond.
De reden dat de Ermelo zaak werd doorverwezen is omdat een rechter-plaatsvervanger van de rechtbank in Arnhem in het verleden Ermelo heeft geadviseerd. In de zaak van de natuurvergunning en de dwangsommen is Ermelo echter geen partij. Dat de zaken oorspronkelijk op dezelfde dag gepland waren was uit praktisch oogpunt en niet vanwege inhoudelijke samenhang.
Update – Zienswijze
Op 11 april 2026 diende Animal Rights haar zienswijze in op het voornemen tot weigering van de aangevraagde natuurvergunning voor eendenslachter Tomassen Duck-To B.V.. Na een dergelijk voornemen volgt een zienswijze procedure waarna een definitief besluit wordt genomen. Animal Rights laat de provincie Gelderland weten geen bezwaren te hebben tegen de inhoud van het ontwerpbesluit. De zienswijze geldt dan ook uitsluitend als steunbetuiging om in het besluit te volharden.
Animal Rights voegt daar aan toe dat ze van mening is dat de aangevraagde vergunning eveneens had kunnen worden geweigerd op grond van de Wet Bibob. Immers, het ernstig gevaar dat de vergunning wordt gebruikt voor strafbare feiten, conform de Wet Bibob, dat blijkt uit het Bibob onderzoek van de gemeente Ermelo en uit het advies van het Landelijk Bureau Bibob aan de gemeente Ermelo met betrekking tot aangevraagde en vigerende (en nu geweigerde/ingetrokken) omgevingsvergunningen, geldt eveneens voor de aangevraagde natuurvergunning, daar deze onlosmakelijk verbonden is aan het operationeel kunnen zijn van het bedrijf.
Update – Bezwaar Tomassen tegen dwangsom afgewezen
De hoorzitting bij de Commissie Rechtsbescherming van de provincie Gelderland over het bezwaar van eendenslachter Tomassen Duck-To van 16 december 2025 gericht tegen het besluit van de provincie van 25 november 2025 tot het opleggen van een last onder dwangsom vanwege het in bedrijf zijn zonder in het bezit te zijn van een natuurvergunning vond plaats op 24 maart 2026.
Op 9 april bracht de Commissie het advies uit om het besluit in stand te laten. De provincie neemt op 21 april dat advies over. De last onder dwangsom blijft dus staan.
Aan de hand van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) 2 kwalificeert de provincie het opereren zonder natuurvergunning als een overtreding van aanzienlijk belang en de houding van Tomassen Duck-To als onverschillig/berekenend. Zonder vergunning is het onmiddellijk staken van de activiteiten van het slachthuis noodzakelijk en er is geen zicht op legalisatie van die activiteiten. Het algemeen belang van handhaving prevaleert daarom over het bedrijfsbelang.
Omdat een slachterij een hoge omzet draait, moet de dwangsom “voldoende prikkelend” zijn. Daarom is gekozen voor 10.000 euro per dag met een maximum van 200.000 euro.
Tomassen kan (en zal) nog in beroep gaan en een voorlopige voorziening tot schorsing aanvragen. Animal Rights, Mobilisation en Stichting Doeh zullen daarbij ook weer belanghebbenden zijn.
Nu het bezwaar van Tomassen in de bodemzaak is behandeld en afgewezen is het de vraag wat er nog resteert om te behandelen bij het verzoek tot een voorlopige voorziening van Tomassen dat, na het afwijzen van de wraking van de rechter, op 18 mei 2026 staat gepland. Gelderland vraagt de voorzieningenrechter op 7 mei dan ook om het verzoek niet ontvankelijk te verklaren nu de bezwaarzaak reeds behandeld is en heeft geleid tot een beslissing op dat bezwaar. Het staat Tomassen Duck-To vrij om een beroep tegen dat besluit in te dienen.
Op 12 mei 2026 gaat Tomassen dan ook (pro forma) in beroep tegen de beslissing van Gelderland op haar bezwaar en vraagt om de zitting van 18 mei uit te stellen terwijl de eendenslachter en haar advocaten een beroepschrift voorbereiden.
Update – Zitting bij de voorlopige voorzieningen rechter
Het uitstel waar de eendenslachter om vroeg werd genegeerd. De zitting van 18 mei 2026 in Arnhem ging gewoon door. Het verzoek om een voorlopige voorziening hangende een beslissing op het bezwaar van Tomassen tegen de opgelegde dwangsommen vanwege het ontbreken van een natuurvergunning werd, omdat inmiddels het bezwaar al is afgewezen, gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de bestuursrechter.
Dat verandert niets aan het wanhopige verhaal van de eendenslachter dat uitstel wil en business-as-usual tot hun laatste strohalmen bij de hoogste rechter. De uitspraken van de Raad van State van 15 april en de voorzieningenrechter in Amsterdam van 13 mei, echter, houden al in dat het bedrijf moet afschalen en illegale zaken ongedaan maken. De uitspraak van Rechtbank Gelderland over drie weken kan en zal daar weinig aan veranderen.
Update – NVWA
Op 23 april 2026 antwoordde het landbouwministerie op de vraag waarom de NVWA inspecteurs naar het bedrijf blijft sturen dat illegaal zonder natuurvergunning opereert: “De NVWA houdt toezicht op de eendenslachterij in kader van de Europese Hygienewetgeving, zoals Verordening (EG) nr. 853/2004, en de Wet dieren.Volgens die wetgeving heeft het bedrijf nog steeds een erkenning om te mogen slachten. De inspecteurs van de NVWA voeren hun wettelijk vastgelegde inspectietaak uit volgens de hiervoor genoemde wet- en regelgeving.De NVWA heeft geen bevoegdheden ten aanzien van de wetgeving waarde provincie en de gemeente op toe zien.”
Update – Uitspraak voorzieningenrechter
Op 9 juni 2026 deed de voorzieningenrechter in Arnhem uitspraak 34 in de door eendenslachter Tomassen Duck-To aangespannen voorlopige voorziening-zaak. Het beroep van Tomassen heeft geen redelijke kans van slagen, oordeelde de rechter. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om het bestreden besluit te schorsen tot de uitspraak op het beroep.
De begunstigingstermijn wordt wel verlengd tot 11 weken – was 2 weken – na de datum van deze uitspraak om Tomassen de tijd te geven om af te schalen tot het vergunde onder de hinderwetvergunning van 1992.
Alle argumenten van de eendenslachter worden door de voorzieningenrechter van tafel geveegd:
Omdat de aanvraag, zoals die er nu ligt, voor een nieuwe natuurvergunning (naar het lijkt) niet vergund gaat worden, is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter reeds om die reden geen sprake van concreet zicht op legalisatie.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de last niet onevenredig is om de reden dat het feitelijk onmogelijk zou zijn om de bedrijfsactiviteiten in overeenstemming te brengen met de referentiesituatie. De last houdt in dat verzoekster haar activiteiten in overeenstemming moet brengen met de referentiesituatie uit die vergunning. Dat betekent volgens het college dat zij qua stikstofdepositie niet meer mag uitstoten dan zij op basis van de Hinderwetvergunning mocht. Tomassen moet in ieder geval haar vrachtwagenbewegingen afschalen naar de vergunde situatie uit 1992 (4 vrachtwagenbewegingen per dag) en moet werken binnen de in die vergunning opgenomen werktijden (tussen 07:00 uur en 19:00 uur). In hetgeen Tomassen heeft aangevoerd zijn onvoldoende aanwijzingen voor de conclusie dat dit direct tot een faillissement zal leiden. Op zitting heeft verzoekster ook expliciet te kennen gegeven een plan b te hebben.
De voorzieningenrechter kan Tomassen wel volgen in haar stelling dat het in omvang moeten beperken van de bedrijfsactiviteiten behoorlijke financiële gevolgen zal hebben. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt echter dat het feit dat handhavend optreden mogelijk ernstige financiële gevolgen heeft niet maakt dat handhavend optreden daardoor zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat het bestuursorgaan daarvan om die reden behoort af te zien.
Gelderland moet de financiële gevolgen voor Tomassen wel beter betrekken in de belangenafwegingen in de beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter verwacht dat het college dit motiveringsgebrek hangende de beroepsprocedure kan herstellen en ziet daarom voor nu geen aanleiding om vanwege dit motiveringsgebrek een voorlopige voorziening te treffen.
Ten aanzien van het dierenleed heeft Tomassen op zitting toegelicht dat als zij haar bedrijfsactiviteiten moet afschalen, boeren hun eenden niet meer kwijt kunnen en dit mogelijk leidt tot dierenleed (omdat boeren de eenden op een andere manier zouden moeten slachten). De voorzieningenrechter stelt dat zelfs als er sprake zou zijn van extra dierenleed als gevolg van de last onder dwangsom, dit geen directe gevolgen voor Tomassen en haar bedrijfsvoering heeft en dus niet onevenredig is.
Ten slotte overweegt de voorzieningenrechter dat het niet onevenredig is dat Gelderland de uitspraak van de rechtbank Amsterdam niet afwacht in de beroepszaak tegen de intrekking en weigering van verschillende vergunningen door Ermelo. Ook als zij volledig gelijk zou krijgen in die zaak, moet Tomassen haar activiteiten in overeenstemming brengen met de referentiesituatie (dat blijft dan de Hinderwetvergunning uit 1992). De uitkomst van de beroepszaak leidt dus nooit tot een voor Tomassen gunstigere situatie in deze zaak. Reeds daarom is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen aanleiding is om de uitspraak in die procedure af te wachten. De beroepsgrond heeft geen redelijke kans van slagen.
Gelderland is bevoegd om handhavend op te treden tegen de overtreding en Gelderland heeft in redelijkheid gebruik gemaakt van zijn handhavende bevoegdheid. Het beroep van Tomassen heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen redelijke kans van slagen. Dat betekent dat het bestreden besluit naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter rechtmatig is. Omdat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft, bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht.
Update – Definitieve weigering natuurvergunning
Op 3 september 2026 verstuurde de provincie Gelderland aan Tomassen Duck-To B.V. het definitieve besluit met betrekking tot de aanvraag voor een natuurvergunning voor de slachthuisactiviteiten aan de Fokko Kortlangstraat 116 in Ermelo. Gelderland besluit de door Tomassen aangevraagde vergunning voor het wijzigen van de eendenslachterij te weigeren. Dit besluit wordt op 7 september gepubliceerd. 5
Een vergunning kan uitsluitend worden verleend als zekerheid is verkregen dat het aangevraagde project de natuurlijke kenmerken van beschermde gebieden niet zal aantasten. Die zekerheid is er niet. Uit de bij de aanvraag ingediende AERIUS-berekeningen blijkt dat in de beoogde situatie een toename van stikstofdepositie plaatsvindt ter plaatse van Natura 2000-gebieden. Deze depositie heeft mogelijk significante gevolgen voor die betreffende Natura 2000-gebieden nu de kritische depositiewaarden voor de aan de orde zijnde habitattypen worden overschreden.
Twee undercover-onderzoeken werden deze week naar buiten gebracht, die beide de trieste, woedend-makende wantoestanden aan het licht brengen op melkveebedrijven.
In dit artikel gaat het over onderzoek van onze Engelse collega’s van Animal Justice Project. 1 Een undercovermedewerker van Animal Justice Project ging aan de slag bij Lowfields Farm in Northallerton in het graafschap North Yorkshire.
De koeien van Lowfields Farm leveren meer dan een kwart miljoen liter melk per week aan Arla, de grootste zuivelproducent van Groot-Brittannië. De producten van Arla zijn ook in Nederlandse en Belgische supermarkten als Albert Heijn, Jumbo, Delhaize, Colruyt en SPAR te vinden.
De beelden tonen koeien die worden geschopt, geslagen, afgeranseld en geëlektrocuteerd met flexibele buizen en elektrische stroomstootwapens. Enkele dieren zijn duidelijk gewond en/of kreupel en/of bloeden. De smerige vloeren zorgen voor uitglijdende koeien en dieren raken in paniek door het geweld dat ze te verduren krijgen.
Wat essentieel is in deze Engelse beelden van Animal Justice Project, maar ook in de Duitse opnamen van Soko Tierschutz en het beeldmateriaal dat Animal Rights in de winter van 2019-2020 schoot, is dat het niet gaat om het wangedrag van één enkele, gestoorde werknemer, maar dat het misbruik systemisch is; (bijna) iedereen doet er aan mee, medewerkers en bedrijfsleider. Mishandeling is de ‘normale’ routine binnen deze bedrijven, het wordt verwacht en getolereerd. Het is een onlosmakelijk onderdeel van de bedrijfsvoering van een melkveehouderij.
Zuivelproducent Arla neemt voorlopig geen melk meer af van de melkveehouderij. Het bedrijf krijgt waarschijnlijk de tijd om zich te ‘welfare-washen’ en daarna kan het weer verder met ‘business as usual’.
Kom bij Animal Rights niet aan met een paar dagen extra weidegang, vijf graden lagere transporttemperatuur, het kalf een weekje langer op de geboorte boerderij / 2 weken langer bij de moeder, of cameratoezicht in het slachthuis. Al deze schoorvoetend toegezegde welzijnsmaatregelen zijn bedoeld om het systeem van uitbuiting acceptabel te houden en daarmee in stand te laten.
Er is geen enkele reden om aan te nemen dat het er op de melkveebedrijven in de Lage Landen anders aan toegaat dan op deze Engelse en Duitse beelden te zien is. Runderen zijn grote dieren. Hoewel meestal gemoedelijk van aard, komt er een moment dat ze de opsluiting, uitbuiting en het misbruik zat zijn, of gewoon niet meer vooruit kunnen door ziekte en verzwakking. Wanneer deze dieren zich verzetten, of niet meer overeind kunnen, is er heel veel geweld nodig om ze daar toch toe te dwingen. Het geestdodende, smerige en gewelddadige werk levert continu gefrustreerde werknemers op met nog meer geweld tot gevolg in een vicieuze cirkel.
We willen dus niet meer horen dat je graag veganist zou worden, maar echt niet zonder kaas en melkchocolade kan. Noem jezelf geen feminist als je zuivel of eieren consumeert van massaal uitgebuite melkkoeien en leghennen, vrouwelijke dieren inderdaad. Melk is niet goed voor elk! In de eerste plaats niet voor de koeien en kalveren. Zuivel is een volstrekt overbodig product. De consumptie ervan houdt medeplichtigheid in aan wat er in deze beelden is te zien. Er zijn meer dan voldoende alternatieven!
“Dieren worden enorm vertroeteld” – Animal Rights dient klacht in
Wat op de website van Vache Bleue staat te lezen staat in schril contrast met de undercoverbeelden: “De kazen van onze zuivelfabriek in Duitsland worden gemaakt op basis van alpenmelk. Die is afkomstig uit de Allgäu, een regio in het zuidwesten van Beieren die bekend staat om de hoge kwaliteit van haar melk. De koeien grazen er in de alpenweiden, waar ze zich voeden met vers gras. Bovendien worden ze enorm vertroeteld, omdat de veehouders strikte regels rond dierenwelzijn moeten naleven.”1
Deze verwoordingen staan in schril contrast met de onthullingen van SOKO Tierschutz, en de systematische mishandeling van koeien en kalveren zoals in de beelden te zien is. Op 14 maart 2025 diende Animal Rights dan ook een klacht in bij de FOD Economie voor misleidende reclame die op de website van Vache Bleue staat. Animal Rights eist daarnaast een verklaring van Vache Bleue over de samenwerking met deze door de autoriteiten gekende dierenmishandelaars.
Het idyllissche beeld dat Vache Bleue op haar website voorschotelt
In het gezicht geschopt en bewerkt met breekmessen
Op de beelden die in 2024 gemaakt werden op het bedrijf Endres in de Duitse Allgäu streek in Beieren zien we de meest weerzinwekkende mishandelingen: Koeien worden door medewerkers op het lichaam en in het gezicht geschopt, runderen worden herhaaldelijk gestoken met breekmessen. Het minste teken van verzet wordt bestraft met pijnlijke elektrische schokken. Tot wel twintig keer schieten duizenden volts door hun lichaam. Dieren die niet meer kunnen staan worden met tractoren voortgesleept en sommigen worden zonder voedsel of water aan hun lot overgelaten. Werknemers mishandelen dieren op brute wijze, slaan koeien met stokken die door de slag in twee breken en ernstige verwondingen worden genegeerd.
Veel arbeiders bij Endres kennen slechts één manier om met dieren om te gaan – geweld. Zelfs de kleinste en meest weerloze dieren worden niet gespaard. Kalfjes worden kort na de geboorte van hun moeders weggerukt, nog voordat ze de moedermelk kunnen drinken die eigenlijk voor hen bedoeld is.
Ook zij worden vervolgens onder pijnlijke omstandigheden meegesleept, geschopt en geslagen. Hun voer wemelt van de maden. Sommige dieren lijken de mishandeling en gevangenschap in de plastic iglo’s niet langer te verdragen en wagen een tevergeefse ontsnappingspoging.
Maar voor de dieren in de melkveehouderij is er geen ontsnapping. Velen van hen staan lange, verschrikkelijke transporten te wachten, bijvoorbeeld naar Spanje. Maar zelfs daar eindigt hun lijdensweg niet. Veel van hen zullen uiteindelijk in Noord-Afrika belanden.
Elektroshocks worden op dieren hun gevoelige ruggengraat toegediend, in hun gezicht en zelfs bij dieren die gewoonweg niet meer kunnen staan is er geen genade. En ook hier weer de ellendige pogingen om zieke dieren met shovels en smalle riemen overeind te dwingen. Achter het stuur van de shovel zit onder andere de eigenaar van het bedrijf, Martin Endres, wiens eerste rechtszaak meer dan vijf jaar na de laatste onthullingen nog steeds niet heeft plaatsgevonden.
Melk van mishandelde dieren verwerkt door Vache Bleue
De activisten van Soko Tierschutz volgden regelmatig het dagelijkse melktransport. 50.000 liter melk per dag wordt afgenomen en naar Milchwerk Bad Wörishofen vervoerd, een dochteronderneming van Vache Bleue België. Op de beelden zien we ook het logo van Vache Bleue en Dilea Zero Lactose in beeld verschijnen bij de fabriek in Bad Wörishofen .
Op de website van Vache Bleue België lezen we: “Sinds 2019 heeft Vache Bleue een eigen fabriek in Duitsland, waar het zelf kazen produceert. Het Belgische bedrijf verdeelt het kaasmerk Vache Bleue en de lactosevrije zuivelproducten van Dilea Zero Lactose.” 2
Een medewerker staat met zijn volle gewicht op de nek van een kalf en schopt met de andere voet in het gezicht van het dier.
Wie is Vache Bleue?
Vache Bleue is een Belgisch zuivelbedrijf gevestigd in het in het Waals-Brabantse Lillois-Witterzée, deelgemeente van Braine-l’Alleud. Het bedrijf is gespecialiseerd in de productie en distributie van kaasproducten: geraspte kazen, sneetjes, aperitiefkazen en speelt in op kinderen door ‘kindvriendelijke kaasproducten’ aan te bieden. Op de website noemen ze zichzelf dé Belgische specialist in melkproducten sinds 1927. Ook in Frankrijk en Duitsland heeft Vache Bleue vestigingen. In 2024 fuseerde Vache Bleue met Flanders Food Productions en werd het deel van de European Dairy Company, een zuivelgroep met een jaarlijkse omzet van bijna 500 miljoen euro die naar minstens 65 landen exporteert, waaronder Frankrijk, Spanje en Senegal. De producten van Vache Bleue liggen onder meer in de supermarkten van Carrefour, Intermarché, Delhaize, Albert Heijn, Colruyt, Okay, Jumbo en ALDI. Daarnaast levert Vache Bleue ook aan toeleveranciers van de horeca en de zuivelindustrie zoals bijvoorbeeld Milcobel.
Ook de kleinste en meest weerloze dieren worden uiterst brutaal aangepakt
Endres kwam eerder al in opspraak
Het criminele zuivelbedrijf Endres waar de beelden gemaakt werden kwam in 2019 al in opspraak toen Soko Tierschutz undercover filmde hoe melkkoeien voedsel en water onthouden werden in de ‘ziekenboeg’, ze werden geschopt en gestoken met scherpe voorwerpen en voortgesleept met tractoren. Niet-transportwaardige dieren werden toch trailers in ‘gewerkt’. De beelden spraken ook toen al voor zich. Er werden destijds aanklachten ingediend tegen de bedrijfsleider en diverse medewerkers. Dit zou zou de start van het proces eindelijk plaatsvinden. 3
Ook toen lagen de kazen gemaakt van de melk van mishandelde melkkoeien in Belgische en Nederlandse supermarkten, destijds onder de naam van het merk Käserei Champignon