WACHT EENDENSLACHTER TOMASSEN EEN NIEUWE LAST ONDER DWANGSOM VOOR PROBLEMEN IN HET SLACHTPROCES?

Uit een recent gepubliceerd informatieverzoek in het kader van de Wet open overheid (Woo) blijkt dat de Nederlandse voedsel- en waren autoriteit (NVWA) haar voornemen van 10 mei 2023 tot het opleggen van een last onder dwangsom (LOD) aan eendenslachter Tomassen Duck-To op 18 juli 2023 heeft doorgezet. De LOD wordt opgelegd omdat in het eendenslachthuis het tijdsinterval tussen het bedwelmen van eenden in het elektrisch waterbad en het doden van eenden door verbloeding te lang is.

Het lijkt er op dat de NVWA ook een ander steeds terugkerend ‘mankement’ in het slachtproces gaat aanpakken. Het gaat dan om het steeds weer falende automatische mes dat de eenden de keel moet doorsnijden zodat ze leegbloeden.

Lees ook: [OPNIEUW LAST ONDER DWANGSOM VOOR EENDENSLACHTER TOMASSEN](https://www.animalrights.nl/opnieuw-last-onder-dwangsom-voor-eendenslachter-tomassen)

Eenden worden aan de poten opgehangen aan de slachtlijn. Deze voert hen naar het elektrisch waterbad, waarin eenden verdoofd worden via een elektrische schok. Na het waterbad dient vervolgens de keel te worden doorgesneden door een automatisch mes. Als een eend dit mes mist of het automatische mes niet functioneert, moet de nasnijder – een man met een mes – de kelen handmatig doorsnijden. Als het automatisch mes te vaak faalt, is de kans dat de nasnijder een eend mist, of het het slachtproces eenvoudigweg niet kan bijhouden aanwezig.

Op zowel 19 juni als 3 juli 2023 meldt de NVWA-inspecteur van dienst op het inspectieformulier dat voor het niet doorsnijden/aansnijden van beide slagaders reeds een Rapport van Bevindingen – een soort bestuurlijk proces verbaal dat NVWA-inspecteurs opstellen bij grove misstanden – in behandeling is. [Dit zou de opmaat kunnen zijn naar een nieuwe LOD](https://www.animalrights.nl/eendenslachter-tomassen-steeds-verder-het-nauw-deel-1).

Navraag bij de NVWA bevestigt dit vermoeden: “Er is geen rapport van bevindingen opgesteld maar wel een LOD traject in gang gezet.” Het Team Bestuurlijke maatregelen (TBM) van de NVWA zal echter een Rapport van Bevindingen nodig hebben om een bestuurlijke boete en/of een last onder dwangsom te kunnen opleggen.

De slachtlijn beweegt als een lopende band onverbiddelijk verder. Als eenden niet, of niet goed, worden aangesneden, verdwijnen ze verdoofd, maar nog levend in het hete broeibad, dat bedoeld is om de veren los te weken. Vervolgens verdrinken ze. Door de al bestaande misstand van de te lange stun-to-stick tijd wordt de kans op het bij bewustzijn komen van de eenden nog eens extra vergroot. Hoe dan ook een verschrikkelijke dood.
Deze eenden zijn te herkennen aan de rode kleur van het karkas; het zit nog vol met bloed.

Dat deze nieuwe LOD spoedig opgelegd zal worden, staat nu vrijwel vast. En dat is volgens Animal Rights ook de hoogste tijd. De dierenrechtenorganisatie stelde aan de hand van de NVWA-inspectierapporten een lange lijst op van inbreuken op dit vlak:

2023
4 januari: automatisch mes mist te veel eenden.
8 februari: meer dan 10% van de eenden is niet correct aangesneden (minder dan 4 bloedvaten opengesneden). De instelling van de automatische mes en de controle daarop is onvoldoende.
24 april: halsslagaders of toevoerende vaten worden niet goed aangesneden.
26 april: halsslagaders of toevoerende vaten worden niet goed aangesneden.
19 juni: halsslagaders / toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden.
3 juli: halsslagaders / toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden.

2022
12 januari: ”Nasnijder mist eend. Deze is vervolgens goed gekeurd door bankeurder. Karkas alsnog afgekeurd.”
24 januari: ”Nasnijder door bedrijf op aangesproken aan de hand van niet aangesneden eenden (is geen welzijnsissue).”
23 juni: ”Niet aangesneden eenden (niet verbloed) op keurbordes afwaarderen, niet in bak met te kleine eendjes deponeren.”
20 juli: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders / toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. Eend was afgekeurd.”
18 augustus: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders / toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. Chef AV geprobeerd halssnijder beter af te stellen. Niet gelukt, 17 Niet of slecht verbloede eenden. Morgen wordt apparaat veranderd.”
26 augustus: ”3 niet verbloede eenden gezien over gehele dag.”
8 september: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders / toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. Medewerker heeft geprobeerd machine af te stellen.”
9 september: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders / toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. Afstelling machine is niet meer verder te optimaliseren dus nasnijder probeert alles nogmaals te snijden.”
26 september: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders / toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. Omstreeks 11:35 meerdere eenden handmatig na de aansnijder gesneden . Bedrijfsleider laten weten en gevraagd om de aansnijder te controleren.”
28 september: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders / toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. Bedrijfsleider gewaarschuwd dat de automatische mes te veel fouten maakt. Automatische mes continu monitoren, risico van te veel werk voor de nasnijder. Bij waterbadbedwelming moeten alle bloedvaten worden opengesneden per dier.”
30 september: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders / toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. 12% van eenden wordt niet door automatisch mes gesneden. De nasnijder snijdt de gemiste dieren goed, maar tussen verdoving en snijden zit 30 seconden. Machine is niet anders af te stellen en nasnijder doet het goed.”
7 oktober: ”snijden en verbloeden worden niet correct toegepast. halsslagaders / toevoerende vaten worden niet (allebei) goed aangesneden. automatisch mes snijdt in 15% niet de halsslagaders. Nasnijder doet zijn werk goed, maar die eenden worden pas na 34-40 seconden gesneden. automatisch mes niet kunnen verbeteren, bij tweede koppel grote eenden, beter afgesteld.”
15 november: ”beide halsslagaders worden niet altijd aangesneden.”

Er werd hiervoor in 2022 geen enkel Rapport van Bevindingen opgemaakt. De NVWA-inspecteurs accepteerden dat het slachthuis niet in staat is de problemen in het slachtproces te verhelpen en traden hier niet tegen op. De misstanden duren zo jaar na jaar voort met de eenden als slachtoffer.

De dierenrechtenorganisatie is dan ook voorzichtig tevreden dat er eindelijk actie ondernomen lijkt te worden. Er is echter nog veel meer te doen voor de NVWA.
Animal Rights rapporteert al jaren over de vele, steeds terugkerende, misstanden in het eendenslachthuis. Deze zouden stuk voor stuk voor boetes en een LOD in aanmerking komen. Ook in de inspectierapporten van 1 juni tot 31 juli 2023 is weer sprake van hittestress bij aangevoerde eenden, loslopende eenden in het slachthuis, en ‘rugliggers’ – eenden die bij het vangen en laden op hun rug terecht komen, niet zelf overeind kunnen en door het slachthuis personeel niet opgemerkt worden.

Als de NVWA deze zaken niet zelf oppakt zal Animal Rights dat via handhavingsverzoeken trachten af te dwingen.

De inspectierapporten van 2023 – ellende bij eendenslachter Tomassen onveranderd

Animal Rights en omwonenden van het eendenslachthuis in Ermelo vragen al jaren de inspectierapporten op die worden opgesteld door NVWA-inspecteurs. Zo ook voor 2023.

In juli 2023 ontvingen we de inspectierapporten van de eerste vier maanden van 2023. In augustus het restant van april en mei en eind september die van juni en juli. 17 November ontvingen we de stukken van augustus en september, 23 januari 2024 die van oktober en november en uiteindelijk 13 februari die van december. Na analyse van de documenten kan de conclusie alleen maar zijn dat de ellende voor de eenden bij Tomassen onveranderd gewoon door gaat.

Lees ook:

Zoals altijd worden er weer legio overtredingen begaan met betrekking tot condens, hygiëne, administratie en etikettering/verpakking, die ons als dierenrechtenorganisatie wat minder interesseren, maar tekenend zijn voor de mentaliteit in het slachthuis.

Ook aan het cameratoezicht mankeert wel eens wat; op 11 juli: “ingang van het waterbad is niet goed in beeld.”
Op 5 augustus: ”ingang bedwelmingsplaats niet goed in beeld.” Op 31 oktober: ”bedwelmingsplaats binnentreden niet goed te zien op de camera.” En: ”bloedgoot niet volledig in beeld.”
Cameratoezicht doet uiteindelijk niets voor de dieren. Het onrecht en leed dat de eenden wordt aangedaan is onveranderd.

Nog altijd ‘rugliggers’

Op 12 & 26 januari, op 13, 20 & 28 februari, op 21 maart, op 23 juni, op 24 juli, op 2 augustus, 16, 18, 26 & 31 oktober, 2, 22 & 23 november en op 14 & 22 december zien de NVWA-inspecteurs ‘rugliggers’ die niet door het slachthuispersoneel werden opgemerkt bij de verplichte welzijnscheck van aangevoerde eenden.

Bijvoorbeeld op 4 september noteert een NVWA-inspecteur: ”2 keer rugligger niet opgemerkt in koppel dat in de wachtruimte stond en al door het bedrijf gecontroleerd was.” Ook op 8 september is de ”welzijnscheck door slachthuis bij aankomst onvoldoende”. 2 November: ”1x rugligger levend, 1x rugligger dood in aanvoerhal”. 20 December: ”2 levende rugliggers en 1 dode rugligger“.

Er volgen geen rapporten (van bevindingen) en dus ook geen waarschuwingen of boetes.
Animal Rights zal hier een handhavingsverzoek voor indienen bij de NVWA.

Nog altijd een ruwe behandeling van eenden

Op 9 januari worden opnieuw eenden te ruw opgehangen. Ook dit keert iedere keer opnieuw terug in de NVWA-inspectierapporten. Er wordt geen rapport geschreven en dus niet beboet.

Nog altijd loslopende eenden

Ook nu weer ontsnappen eenden en lopen los rond in het slachthuis. Dit is niet alleen uiterst stressvol voor de dieren, het is ook in strijd met de Wet. Op 17 maart ziet een NVWA-inspecteur drie loslopende eenden onder het ophang bordes. Op 13 april loopt er een eend los in de aanvoerhal. 18 Juli: “loslopende eend thv de aanhangers welke toen richting sorteren kleintjes liep”.

Nog altijd misstanden bij storingen

Ook bij storingen wordt er (opnieuw) niet adequaat gehandeld. Op 17 april, om “6:30 tijdens een storing worden de dieren niet uit de haken gehaald, zelfs als ze langer dan de wettelijke toegestane maximale tijd van 2 minuten (5 minuten volgens het bedrijfsprotocol in geval van storing) aan de haken hangen.”

Op 21 juli: “na storing functioneerde waterbad niet, direct proces gestopt”, “niet verdoofde eenden van haken gehaald”, “na maning door mij dieren tussen waterbad en aansnijmachine handmatig aangesneden”.

Nog altijd misstanden bij het slachten

Ook bij het slachten zelf (het doorsnijden van de keel van de eenden) lijken geen verbeteringen te worden geboekt:
4 januari: automatisch mes mistte veel eenden.
8 februari: meer dan 10% van de eenden is niet correct aangesneden (minder dan 4 bloedvaten opengesneden). De instelling van de automatische mes en de controle daarop is onvoldoende.
24 april: halsslagaders of toevoer vaten worden niet goed aangesneden.
26 april: halsslagaders of toevoer vaten worden niet goed aangesneden.

Het lijkt er op dat de NVWA dit steeds terugkerend mankement in het slachtproces gaat aanpakken. Op zowel 19 juni als 3 juli meldt de NVWA-inspecteur van dienst dat voor het niet doorsnijden/aansnijden van beide slagaders reeds een Rapport van Bevindingen in behandeling is. Dit zou de opmaat kunnen zijn naar een last onder dwangsom.

Lees ook:

23 augustus: ”3 voorbeelden van niet volledig aangesneden eenden aan bedrijfsleider laten zien en besproken.” Er wordt geen rapport van bevindingen opgesteld. Opnieuw wordt met betrokkenen afgesproken de aansnijder zo in te stellen ”dat de vier grote bloedvaten in de nek worden aangesneden”.
Een dag later: ”incidenteel zijn bij een geslachte eend niet alle 4 de grote bloedvaten aangesneden […] afstelling aansnijmes is zeer verbeterd maar nog niet 100%”.

Nog altijd hittestress

Bij het informatieverzoek (via de Wet open overheid (Woo)) zijn ook een aantal notulen meegeleverd van bedrijfsoverleg tussen de NVWA en eendenslachter Tomassen. Een terugkerend onderwerp is hittestress bij de eenden. De suggestie is dat Tomassen niet alleen te weinig doet maar ook weinig gemotiveerd is: “[…] benoemt dat de locatie rechts achterin de aanvoerhal (onder DBP) slecht is wat betreft klimaat. Bedrijf zou moeten overwegen daar geen containers neer te willen zetten. Tomassen zou dergelijke zaken zelf moeten constateren, dit kan alleen door continu de dieren te monitoren én regelmatig metingen te doen. Daar zou op warme dagen iemand continu iemand mee bezig moeten zijn. Proactief zijn, voorkomen dat er verschijnselen van hittestress ontstaan, al voor er sprake is van DOA (kan heel snel gaan!).”
Er wordt ook meteen op gewezen dat de belading “gisteren” (13 juli 2022) niet gebeurd is volgens het eigen hitteprotocol. “Per lade 14 eenden omschreven, echter zaten 16 eenden per lade in.”

Hetzelfde gebeurde op 20 juni: “De eenden tonen lichte verschijnselen van hitte stress, ze zouden met 14 stuks in de la worden geladen maar onder druk van de boer als nog met 16 stuks geladen en dat voor een dag die 29 graden wordt is niet verstandig.”
De NVWA-inspecteur voegt er aan toe: “Het bedrijf moet preventief gaan werken vooral met warme dagen en dat betekend minder bezettingsgraad in de kratten.”

Op 3 juli zijn er opnieuw “lichte tekenen van hitte stress bij enkele dieren vlak na afladen”.

Aan het hitteprotocol van Tomassen zelf mankeert ook nog al wat. Er staat bijvoorbeeld in: “Indien de eenden bij calamiteiten extreme hittestress vertonen, worden de eenden in overleg met én in aanwezigheid van de toezichthouder beneveld/ nat gesproeid.”
De reactie van de NVWA: “Tomassen mag de dieren niet natspuiten (ook niet bij R&O), dit zou niet in een protocol moeten staan. Lucht verneveling in de aanvoer mag. Natspuiten mag niet.”

Ook wil Tomassen ter afkoeling rondjes gaan rijden met vrachtwagens vol eenden: “… transport met eenden die al op het bedrijfsterrein van de slachterij zijn gearriveerd, deze mag verlaten om rond te rijden om op deze manier luchtcirculatie te creëren en zo hittestress bij de dieren te voorkomen.”
De NVWA: “Eenden die al op het SH terrein staan mogen het niet verlaten zonder toestemming van de NVWA (teamleider en aanwezig toezichthouder). (Volgens Vo 2019/627 art 43 lid 6).”

Tomassen probeert bij de NVWA af te dwingen dat bij zomerse temperaturen de NVWA de slachttijden vervroegt: “Bij een omgevingstemperatuur > 35 °C ter plaatse van laden wordt niet geladen, onder de voorwaarde dat afspraken met de toezichthouder gemaakt zijn dat op de gevraagde, en in dit kader gewijzigde, tijden op de dag (in de nacht) personeel voor het wettelijke vereiste toezicht bij slachten geleverd zal worden 7 dagen per week.”
De NVWA is daar kort over: “Boven > 35 °C mag geen transport plaatsvinden.”

Op 18 augustus noteert een NVWA-inspecteur: ”zonder duidelijke aanwijsbare oorzaak te veel DOA’s”.

Nog altijd eenden met pathologische afwijkingen

De meest voorkomende pathologische afwijking bestaan uit vangletsel. 15 November: ”omvangrijk letsel”. 16 November: ” letsel poot/dij”. 28 December: ”omvangrijk letsel vleugel”.

Op 11 oktober ziet een NVWA-inspecteur ”eendenvlees (schenkels) met ernstige kneuzingen zichtbare bloedingen in vleeskratten voor vlees met B kwaliteit” De ”criteria B vlees lijken onduidelijk, vlees met zichtbare bloedingen is geen B kwaliteit maar cat.3.”

Eenden aangevoerd uit gesloten vogelgriepgebied

Uit de notulen blijkt ook dat Tomassen in juli 2022 eenden heeft aangevoerd vanuit een vogelgriep bewakingszone: “ … dat er recentelijk op vrijdag een koppel eenden van […] vanuit bewakingszone aangevoerd is, terwijl het gebied gesloten was t.g.v. een nieuwe uitbraak Hierden.”

Op 5 december 2023 wordt een export door Tomassen geweigerd: ” De exportlocatie bevindt zich op het moment van de export naar Kosovo in een door HPAI beperkt gebied.”

Het is een ieder natuurlijk al lang bekend dat wetten en regels voor Tomassen weinig betekenen.

“Slechte kuikenkwaliteit”

Ook wordt er gesproken over de “slechte kuikenkwaliteit” ten gevolge van “het inleggen van oude eieren” door vogelgriep. “Was sprake van een slecht koppel. Bij dergelijke koppels ook veel achterblijvers, die gedood worden op de slachterij: uitselecteren na pluktrommels van dergelijke “kleintjes”. Aandacht voor juist vastleggen van deze dieren. Op bedrijf zelf moeten niet-transportwaardige dieren uitgeselecteerd worden, mogen niet op transport.”
Het lijkt er dus op dat niet-transportwaardige eenden – de achterblijvers”/“kleintjes” – toch door eendenboeren op transport worden gezet, zodat het slachthuis deze moet doden en zij er vanaf zijn.

Overtreding ‘stun-stick’ interval

Een overtreding die we voor het eerst genoteerd zien, maar naar alle waarschijnlijkheid sinds de oprichting van het slachthuis wordt begaan is het overschrijden van het stun-stick interval, de tijd die verstrijkt tussen het verdoven en het daadwerkelijk doden van de eenden. 11 januari: stun-stick interval is langer dan 18 seconden.
20 maart: te lange stun-sticktijd.
24 maart: tijd tussen bedwelming en snijden meer dan 10 seconden.
30 maart: interval bedwelmen – snijden is te lang.
Het wordt niet alleen genoteerd, de NVWA lijkt er zowaar ook tegen op te (gaan) treden.

Lees ook:

Uit de inspectierapporten van juni en juli blijkt dat de NVWA praktisch iedere slachtdag het zogenaamde stun-stick tijdsinterval heeft gemeten en te lang heeft bevonden (meer dan 10 seconden). Ook in augustus en september wordt deze overtreding iedere slachtdag opnieuw genoteerd, soms met de bijbehorende waardes, zoals op 24 augustus: ”de tijd tussen bedwelmen en aansnijden duurt 17 (automatische mes) resp. 37 (nasnijder)”.

Op 11 september wordt een nieuw Rapport van Bevindingen opgemaakt: ”Wij stelden vast dat de dieren niet zo spoedig mogelijk na het toepassen van een eenvoudige bedwelming werden aangesneden om te verbloeden. Wij zagen dat de tijd tussen het uittreden van de eenden uit het elektrische waterbad en het verbloeden 18 seconden was tot het mechanische mes en 29 seconden tot aan de nasnijder. Dit is vastgesteld met behulp van een stopwatch na de pauze waardoor goed te zien was wanneer de eerste eend het waterbad verliet en wanneer deze bij het automatisch mes en de nasnijder aankwam.
Indien de bandsnelheid lager wordt gezet, wat soms nodig is bij zwaardere eenden, dan wordt het interval stun-stick tijd nog wat langer.”
 Ook op 12 en 14 september word een RvB aangezegd maar deze zit niet bij de stukken.

Op 5 september geeft het bedrijf aan ”het resultaat van het WUR onderzoek af te willen wachten”. Na 19 oktober stopt de NVWA met het iedere slachtdag noteren van deze overtreding.

Animal Rights

De misstanden in dit slachthuis vooroorzaken leed en stress bij de eenden. De misstanden duren al jaren voort zonder dat er iets aan gedaan wordt. Dit ligt aan Tomassen én aan de NVWA/LNV. De NVWA leek dit jaar op een enkel punt eindelijk op te gaan treden, maar juridische procedures verhinderen dat dat snel tot veranderingen leidt.

Animal Rights is van mening dat de NVWA de erkenning van het het slachthuis dient in te trekken, zodat het zijn deuren moet sluiten.

Animal Rights voert actie bij konijnenslachthuis Van Assche

Op donderdagochtend 29 februari 2024 van 05:00 tot 07:30 voerde Animal Rights samen met Konijn in Nood actie bij konijnenslachter Van Assche, aan de Filliersdreef in Deinze. Zo’n 15 actievoerders stelden zich op voor de poorten van de konijnenslachterij met borden en banners om het leed dat achter de gesloten deuren plaatsvindt aan te klagen.

Animal Rights campagnecoördinator Rowena Vanroy: “Wij klagen elke schakel in deze keten van leed aan. “De konijnenhouderij kan op geen enkele wijze voldoen aan de natuurlijke behoefte van konijnen. Dit systeem hoeft geen verbeteringen, maar afschaffing.”

Lees ook:

Eerste en laatste keer buitenlucht ademen

Tijdens de actie werd een transport met konijntjes aangevoerd. De activisten brachten een laatste groet aan de slachtoffers die amper twaalf weken na hun geboorte eindigen in het slachthuis.

De dieren zaten in de plastic transportbakken van de vrachtwagen, sommige dieren waren nat. De konijnen staan doodsangsten uit en lijden daarbij ook nog eens onder tocht en koude bij het transport: er zitten metalen panelen voor de transportbakken en er zijn geen zeilen voorzien.

Dit moment is het eerste en meteen het laatste moment dat de dieren de buitenlucht kunnen inademen tijdens hun korte, miserabele bestaan.

Vraag om genade

Bovendien vroegen de activisten het slachthuis om het leven van ten minste een konijn te sparen en over te dragen aan de zorgen van Animal Rights. Maar zelfs bij het stellen van de vraag, krijgt geen enkel konijn genade: Animal Rights kon geen konijn redden van een afgrijselijke dood in de konijnenvernietigingsfabriek.

Rotte industrie

De konijnenindustrie is beperkt tot ongeveer 15 konijnenbedrijven en twee slachthuizen in België. Een kleine industrie, maar een industrie die enorm leed veroorzaakt. Tijdens burgerinspecties in december 2023 brachten Animal Rights en Konijn in nood aan het licht dat konijnen bij Lumakonijn in Kasterlee, een bedrijf dat zelf claimt een voortrekkersrol te spelen in dierenwelzijn, in afgrijselijke omstandigheden verkeren. Dat dit geen uitzondering is, bleek niet veel later. Dierenrechtenorganisatie Ongehoord bracht begin dit jaar gelijkaardige beelden naar buiten van konijnenkweker Konzo in Hoogstraten.

Structureel leed

Animal Rights en Konijn in nood toonden eerder al hoe in konijnenkwekerijen dode en zieke konijnen opeengepakt zitten in kooien, met beelden uit 2019 in Nederland en in 2020 in België. Het leed is dus structureel en komt in alle facetten van de industrie terug.

Parksystemen verbeteren het leven van de konijnen niet. Ongeacht het systeem komen deze dieren nooit buiten, zien geen daglicht, kunnen niet graven, hebben onvoldoende schuil- en knaagmogelijkheden, eten eenzijdig voer, leven boven hun eigen uitwerpselen, zijn blootgesteld aan constant lawaai van ventilatie, muziek en rammelende kooien, en leven in onnatuurlijke groepsverbanden. Zowel in parksystemen als in conventionele batterijkooien sterft 1 op de 4 konijnen nog voor ze het slachthuis bereiken.

Van Assche

Een groot deel van deze konijntjes wordt geslacht bij Van Assche. Een van de twee konijnenslachterijen in België waar jaarlijks 1,2 miljoen jonge konijntjes van 10-12 weken oud de dood tegemoet gaan. Ze worden in weer en wind aangevoerd in trucks, opeengepakt in kratten. Een deel van de konijnen overleeft dit transport niet en komt dood of zwaargewond aan in het slachthuis.

België telt slechts twee konijnenslachthuizen: naast Van Assche in Deinze is er ook nog Lonki in Temse.

Landbouwminister ontwijkt vragen over sterfte konijnenindustrie

Naar aanleiding van de publicatie van beelden uit een konijnenconcentratiekamp in het Brabantse Ulicoten door Animal Rights stelde Esther Ouwehand namens de Partij voor de Dieren Kamervragen. 1 Landbouwminister Adema ‘beantwoordt’ deze op 13 februari 2024. Opvallend daarbij is dat de minister de Animal Rights konijnenbeelden verschrikkelijk vindt, maar vragen ontwijkt over sterfte en dierwaardigheid in de konijnenindustrie.

Lees ook:

Net als zijn voorganger Schouten in 2020 moet hij beamen dat de beelden ”uiteraard verschrikkelijk om te zien” zijn “en dat doet mij ook wat.”

Met betrekking tot de verschrikkelijk huisvestingsomstandigheden maakt hij zich er net als de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) van af met de bewering: ”welzijnsmatjes en schuilmogelijkheden zijn geen wettelijke vereisten”. Hij laat ‘verbeteringen’ aan de konijnensector zelf over: ”Via dat plan van aanpak verplichten de houders zich om in de loop naar 2030 te voldoen aan bovenwettelijke huisvestingsvereisten. De welzijnsmatjes en schuilmogelijkheden maken hier ook onderdeel van uit.”

Op het feit ”dat uit door Stichting Animal Rights opgevraagde NVWA-inspectierapporten tussen 2017 en 2022 blijkt dat bij de helft van de inspecties melding is gemaakt van ernstige ziektes, óók als de inspecties akkoord werden bevonden,” reageert Adema opnieuw kil: ”De aanwezigheid van dierziekte(n) op een locatie is geen overtreding van een voorschrift.”

Op de vraag om te bevestigen ”dat overtredingen als het niet aanhouden van een dag-nacht ritme door middel van verlichting in de stallen, het onjuist registreren van het aantal dode dieren en het onjuist of onvolledig administreren van medicatie, zijn afgedaan met een waarschuwing,” volgt het bekende riedeltje over het NVWA interventiebeleid: ”Indien de overtredingen ernstig en/of structureel van aard zijn kan een bestuurlijke boete en eventuele corrigerende interventies worden opgelegd. Indien deze overtredingen licht en/of incidenteel van aard zijn, kan worden gekozen voor een officiële waarschuwing.”

Konijnen zitten levenslang opgesloten op tralies in schimmige stallen

Na de beelden uit 2019 zei toenmalig Landbouwminister Schouten in antwoord op Kamervragen dat de sterfte onder vleeskonijnen 17,2 procent was. Adema moet toegeven dat (nog steeds!) centrale registratie van uitval niet verplicht is ”en ik heb daarom geen cijfers over de uitval.“

De Partij voor de Dieren wijst de minister er vervolgens op dat Adema’s ambtsvoorganger geraakt was door beelden van dierenleed in de Nederlandse veehouderij en dat zij in beelden uit de konijnenhouderij uit 2019 aanleiding zag om de sector hierop aan te spreken en aan te dringen op verbetering. Maar dat in het jaar dat hierop volgde, 2020, slechts één dierenwelzijnscontrole werd uitgevoerd in de konijnenhouderij en dan ook niet op eigen initiatief, maar pas nadat er een melding binnen kwam bij de NVWA.

Op de vraag ”Heeft u zelf de indruk dat er sinds 2019 iets is verbeterd?” antwoord Adema met een reeks administratieve beloftes die de konijnensector gedaan heeft. De beelden tonen overduidelijk aan dat er niets veranderd is.

De vraag ”Zou u het volgende dierwaardig noemen: konijnen die moeten leven in een kooi, zonder ruimte om te rennen, graven, schuilen of knagen, dag en nacht in een ammoniaklucht doorbrengend, waarbij de mannetjes die worden gehouden voor hun zaad in hun eentje in kooien zitten, net als (een groot deel van) de moederdieren op het moment dat zij geen jongen hebben?” ontwijkt de minister volledig: ”Zoals ik uw Kamer heb geïnformeerd […] werk ik aan een dierwaardige veehouderij waar alle dieren, worden gehouden volgens de 6 leidende principes van de Raad voor Dieraangelegenheden (RDA). […] De focus ligt nu bij de 4 grote sectoren maar op termijn zullen ook de overige sectoren, waaronder de konijnensector, worden betrokken.”

In antwoord op vraag 17 zegt Adema: ”Ik vind het belangrijk dat burgers informatie kunnen opdoen over het voedsel dat zij kopen zodat zij zelf weloverwogen keuzes kunnen maken.” Daar zou ‘het Voedingscentrum’ dan voor moeten zorgen.

Bij gebrek aan transparantie mogen burgers echter niet zelf gaan kijken, had hij al in antwoord 1 aangegeven: ”Laat ik voorop stellen dat de «burgerinspecties» waarover stichting Animal Rights in haar bericht spreekt illegaal zijn, niet kunnen en niet mogen. Ongeacht de doelen of motieven die er aan deze incidenten ten grondslag liggen vind ik iedere vorm van geweld en opzettelijke vernieling van andermans eigendom niet te rechtvaardigen en onacceptabel en veroordeel ik.” Waar Adema het “geweld” en ”vernielingen” vandaan haalt is Animal Rights een raadsel.

Met zijn ontwijkende antwoorden over sterfte in, of de ‘dierwaardigheid’ van de konijnenfokkerij maakt Adema overduidelijk dat hij helemaal niet geïnteresseerd is in transparantie. De consument moet voorgelogen blijven worden.

Voor de zekerheid voorziet Adema de Animal Rights beelden dan ook van een disclaimer: ”De beelden die ik heb gezien vind ik treurig. Het feit dat deze beelden zijn gemaakt, betekent niet dat deze beelden representatief zijn voor de gehele sector. Hierdoor kan ik geen algemene conclusie trekken over de gehele konijnensector.“
Animal Rights vraagt zich af of minister Adema daarmee bedoelt of we vaker en meer in de afgrijselijke konijnenindustrie moeten filmen om de representativiteit te verhogen.


  1. Vragen Ouwehand over het leven en lijden van konijnen in de vleesindustrie ↩︎

In Flevoland ging het bij 6 van de 10 gemelde wolfaanvallen om hond of vos

In de provincie Flevoland zijn tot nu toe 10 meldingen binnengekomen bij BIJ12, de organisatie die onder meer de schadeafhandelingen regelt voor de provincies, over wolfaanvallen op gehouden dieren. Dierenrechtenorganisatie Animal Rights vroeg de taxatierapporten op en daaruit blijkt dat geen van deze dieren – allen schapen – beschermd werden door een wolfwerende afrastering.
De meeste schapenhouders hielden de dieren achter 2 kunststof schrikdraden van zo’n halve meter hoog. Prima om schapen in de wei te houden, maar volstrekt onvoldoende om een wolf buiten te sluiten.

Uit de analyse van Animal Rights blijkt dat slechts één wolf via DNA werd geïdentificeerd. Het ging hier om GW979m, beter bekend als August, die twee schapen doodden in Zeewolde in juli 2018. Vlaanderens beroemdste wolf maakte op zijn doortocht ook in Gelderland en Friesland slachtoffers, voordat hij zich een maand later vestigde op het Militair domein Leopoldsburg met wolvin Naya (en later Noëlla). In juli 2023 werd hij doodgereden op de N76 in Meeuwen.

In april en mei 2022 vonden twee aanvallen plaats door een ongeïdentificeerde wolf (of wolven) in Creil en Bant. In september 2022 in Luttelgeest (eveneens Noordoostpolder) spreekt BIJ12 over “vermoedelijk” een wolf.

Bij de twee gemelde aanvallen uit 2023 in Ens (januari) en Lelystad (mei) bleek het na DNA analyse in beide gevallen om een hond te gaan; zo ook in Dronten in augustus 2022 en in Zeewolde in april 2020.

Bij twee gedode schapen op 27 en 28 december 2021 in Swifterbant noteert BIJ12: “diersoort onbekend”. Er zijn geen aanwijzingen voor een wolf en het vraatbeeld doet vermoeden dat het om een vos gaat. Ook hier werd, net als bij de hondenaanvallen, geen schade uitgekeerd.

Voor de uitkering van schadevergoeding maakt het nog altijd niet uit of een houder zijn dieren tracht te beschermen achter een goed geplaatst en goed onderhouden wolfwerend raster, of als een smakelijk hapje voor de wolf opdient achter een of twee touwtjes. Dit is Animal Rights een schop tegen het zere been.

De NVWA weigert nog altijd op te treden tegen dierhouders die op deze wijze de wet overtreden. Artikel 1.6, derde lid, van het Besluit houders van dieren bepaalt immers dat een dier, indien het niet in een gebouw wordt gehouden, door de houder bescherming moet worden geboden tegen slechte weersomstandigheden, gezondheidsrisico’s en zo nodig roofdieren. Animal Rights heeft hiervoor diverse handhavingsverzoeken lopen en wacht op zittingsdata van de rechtbank.

Animal Rights wil dat schade uitkeringen afhankelijk worden van genomen, beschermende maatregelen en tracht de NVWA te dwingen tot handhaving op het gebied van de beschermplicht van dierhouders.