Recent brachten onze Spaanse collega’s van dierenrechtenorganisatie ARDE verschrikkelijke beelden naar buiten uit de eendenindustrie in Portugal. 1 We zien in hun compilatie in principe dezelfde horror voorbij komen als in de beelden die Animal Rights sinds 2016 in Nederland maakt in de eendenindustrie:
De stallen zijn gesloten, de eenden komen nooit buiten en hebben geen zwem- of poetswater. De bestrooide betonnen vloer verandert in een zompige massa van stro, gemorst drinkwater en uitwerpselen, waarin gecrepeerde eenden worden plat getrapt. De eenden zijn smerig door de houderij-omstandigheden en hun veren beschadigd. Je ziet eenden met gewrichtsproblemen die zich pijnlijk voortbewegen of op hun rug terecht komen en niet meer overeind kunnen. Er is geen veterinaire zorg. De eenden worden ruw gevangen bij de nek en hardhandig in kratten gesmeten, eenden worden geschopt en als instrument gebruikt om hun lotgenoten mee op te jagen. Eenden vallen weer terug op de grond. ‘Onbruikbare’ eenden worden doodgeslagen tegen de wanden van de stal of belanden levend tussen de kadavers waar ze langzaam creperen. Aangekomen in het slachthuis worden de eenden levend aan de poten opgehangen, door een elektrisch waterbad gesleurd en vervolgens met een automatisch mes de keel doorgesneden.
Net als in Nederland dus. Het geweld in de eendenindustrie, de gehele vee-industrie, is structureel en systematisch!
Ook in Portugal bestaat de markt uit Aziatische restaurants en supermarkten. De beelden zijn gemaakt op eendenfokkerij en -mesterij Quinta da Marinha in de gemeente Benavente, net ten oosten van Lissabon. 2 ARDE heeft de misstanden op 30 september 2025 gemeld bij de Portugese autoriteiten in Lissabon, een klacht ingediend en gevraagd om onmiddellijke sluiting van het bedrijf.
De eendenindustrie is, waar dan ook, een hel en heeft geen bestaansrecht. Overal ter wereld waar deze industrie bestaat, zijn er dierenrechtenorganisaties, zoals ARDE en Animal Rights, die er naar streven dit immense lijden en onrecht te beëindigen. In Nederland zijn we bijna zover…
De Nederlandse Hartstichting financiert projecten waarbij gebruik gemaakt wordt van dierproeven. In het kader van onderzoek naar hart- en vaatziekten worden muizen, ratten, cavia’s, vissen, honden en varkens ingezet in vaak pijnlijke experimenten.
Onderzoekers bootsen menselijke gebreken na in de lichamen van levende dieren. Ze wekken hartfalen en beroertes op, beschadigen hartaders, versnellen aderverkalking via injecties en snijden zenuwen door zodat bepaalde lichaamsfuncties uitvallen. Deze experimenten zorgen voor stress, angst en pijn bij de proefdieren. Dit wordt mogelijk gemaakt met donaties aan de Hartstichting.
De Nederlandse Hartstichting financiert vele dierproeven:
Vaak gaat het om proeven met genetisch gemodificeerde muizen. 12 Het DNA van de muizen wordt veranderd, om hen vatbaar te maken voor menselijke ziektes zoals aderverkalking.
Verder worden er fysieke methoden toegepast om hart- en vaatziekten te induceren, zoals het plaatsen van een perivasculaire kraag rond de halsslagader van muizen om lokaal atherosclerose te veroorzaken. 3
Muizen worden op een “westers”, lees vetrijk, dieet gezet zodat ze dik worden en/of leververvetting krijgen. 45
In bepaalde studies krijgen muizen een open hart operatie, of ze worden urenlang blootgesteld aan koude en opgesloten in kale metabolismekooien. 6
Varkens als model voor hartziekten
In een studie uitgevoerd door Erasmus MC en gefinancierd door de Hartstichting, werden varkens ziek gemaakt. 7 Hun pancreas werd beschadigd met een toxische stof, waardoor ze diabetes symptomen kregen, ze kregen een dieet te eten hoog aan cholesterol en hun nieren werden beschadigd. Dit omdat diabetes mellitus, hoge cholesterol en chronische nierziekte samenhangen met hart – en vaatziekten. Vervolgens werden er katheters bij de dieren ingeplant om de hartfunctie te meten. Twee dieren stierven door complicaties met de ingebrachte instrumenten. Een ander dier stierf voor het einde van de studie aan het opgewekte nierfalen. De overlevende dieren werden aan het einde van de studie gedood door het opensnijden van de borstkas onder verdoving en het toedienen van een elektrische schok op het hart om ventrikelfibrilleren op te wekken.
Muizen worden gemanipuleerd om vatbaar te zijn voor menselijke ziektesVoorbeeld van een metabolismekooi voor muizen
Varkens worden doodziek gemaakt om aderverkalking in de mens te onderzoeken.
Niet alleen de Hartstichting maar ook andere Nederlandse en Belgische ‘goede doelen’ geven gul aan dierproeven. Animal Rights heeft een lijst van deze organisaties samengesteld.
Recent heeft Animal Rights nog contact opgenomen met de Hartstichting om hen te vragen of zij van plan zijn volledig proefdiervrij te gaan. In hun reactie geven ze aan dat in de afgelopen vijf jaar minder dan 2% van het budget ging naar kosten die te maken hadden met dierproeven. In totaal spendeerde de Hartstichting in 70,6 miljoen euro aan onderzoek, het gaat dus nog steeds om een bedrag in de grootteorde van rond de twee ton euro per jaar dat gaat naar dierproeven. Er werden bij 37 door de Hartstichting gefinancierde onderzoeken proefdieren gebruikt.
In België worden nog altijd op grote schaal vangkooien ingezet om kraaiachtigen – zoals kraaien, eksters en roeken – te lokken en te vangen. Deze intelligente dieren eindigen hun leven vaak op een gruwelijke manier. Het is tijd dat we hier samen een einde aan maken!
Wat zijn vangkooien?
Mogelijk heb je ze al eens gezien: grote of kleine kooien, met een of meerdere vogels erin. Deze kooien bestaan vaak uit een trechtervormige ingang waar de dieren wel in kunnen, maar niet meer uit kunnen ontsnappen. Een lokvogel moet ervoor zorgen dat nietsvermoedende soortgenoten de kooi betreden. Eens op de zoveel tijd komt de eigenaar van de kooi langs om de dieren te doden, vaak door de nek om te draaien, ze dood te slaan of op een andere gruwelijke manier.
Net als veel andere diersoorten hebben ook deze dieren een essentiële rol in het ecosysteem. Denk bijvoorbeeld aan het opeten van kadavers en het verspreiden van zaden. Het zijn zeer intelligente dieren die gezichten kunnen herkennen, complexe sociale structuren hebben en kunnen rouwen om soortgenoten.
Volgens boeren en jagers zijn het echter vooral dieren die schade aanrichten aan landbouwgewassen. Zoals bij zoveel diersoorten wordt ook hier al snel gekozen voor de optie die men ziet als het gemakkelijkst: het doden van de dieren.
Geen controle, snelle toestemming
In theorie mogen vangkooien alleen worden ingezet als er geen andere werkbare oplossing bestaat. Denk aan het beschermen van gewassen of het verjagen van de dieren. In de praktijk zijn de controles hierop echter minimaal. De toestemming om een kooi te plaatsen volgt vaak snel op het verzoek.
Wettelijk gezien moeten de kooien aan enkele voorwaarden voldoen: de dieren moeten water, voedsel, beschutting hebben en de kooi moet regelmatig gecontroleerd worden. Uit meldingen en beelden die Animal Rights ontvangt, blijkt echter dat dit vaak niet gebeurt. Dieren zitten soms langdurig zonder water of in de volle zon.
Wat kun jij doen?
Wil jij een verschil maken voor deze dieren? Dat kan op drie eenvoudige manieren:
Deel deze met vrienden en familie en via social media;
Zie je een vangkooi? Maak duidelijke beelden van het identificatiekaartje en de omstandigheden waarin de dieren worden gehouden. Stuur dit vervolgens samen met de exacte locatie naar ons door.
In Nederland worden afgedankt vleeskuikenouderdieren geslacht in 1 groot slachthuis (Gelderland), 1 middelgroot slachthuis (Noord-Brabant) en 2 kleine slachthuizen (Noord-Brabant en Utrecht). Economisch niet langer rendabele leghennen worden in 2 grote slachthuizen geslacht (Gelderland en Friesland), 1 middelgroot slachthuis (Noord-Brabant) en 2 kleine slachthuizen (Noord-Brabant en Utrecht).
Dat Friese leghennenslachthuis is W. van der Meer en Zonen B.V. in Dronryp. Het bedrijf slacht wekelijks zo’n 25.000 afgedankte legkippen. Een groot deel van het kippenvlees is bestemd voor de Noord-Afrikaanse markt.
Woensdag 19 augustus 2026 kregen de werknemers te horen dat de pluimveeslachterij per 28 augustus gaat sluiten. Volgens het persbericht dat het bedrijf naar buiten heeft gebracht zat de slachterij al jaren financieel in slecht weer, en is nu besloten om de stekker er definitief uit te trekken. VTM Quality Services Group uit Bunschoten-Spakenburg, dat de pluimveeslachterij eind 2023 / begin 2024 overnam, spreekt van sterk gestegen inkoopprijzen, minder aanbod van uitgelegde leghennen en beperkte mogelijkheden om de hogere kosten in de internationale afzetmarkten door te berekenen. Ook het verlies van het Beter Leven Keurmerk in 2025 had volgens VTM een negatieve invloed op de resultaten. Dat laatste zou wel eens wat te maken kunnen hebben met dit artikel. Lees hieronder waarom het een goede zaak is dat dit bedrijf verdwijnt.
Dit is een van de slachthuizen die de hennen vergast, maar het elektrische waterbad gebruikt als back-up methode. Hoe dat vergassen in zijn werk gaat en hoe ernstig het fout kan gaan als de hennen in handen zijn van morele monsters die de dieren totaal onverschillig zien als gebruiksvoorwerpen, blijkt uit documenten verkregen via een Woo-verzoek (25-0350).
Het is 4 februari 2025, zeven uur ’s ochtends en dit is de beschrijving van de gebeurtenissen door de NVWA-inspecteur: “Tijdens mijn inspectie bij bovengenoemd slachthuis bevond ik mij in het gedeelte van het bedrijf waar de kippen worden verdoofd en aangehangen. Ik was hier voor aanvang van het slachten om te controleren of de kippen op de juiste manier verdoofd worden alvorens ze worden aangehangen.”
”De kippen werden op dat moment verdoofd door middel van een gasverdover. Deze bedwelmingsmethode (koolstofdioxide in twee fasen), zorgt voor opeenvolgende blootstelling van dieren bij bewustzijn aan een gasmengsel dat minder dan 40% koolstofdioxide bevat, gevolgd door een hogere concentratie koolstofdioxide wanneer de dieren het bewustzijn hebben verloren. Gasverdoving met koolstofdioxide in twee fases is, zoals in bijlage I van Verordening (EG) nr. 1099/2009 vermeld, een methode die resulteert in een irreversibele bedwelming. Dit is een onomkeerbare bedwelming: een bedwelming die resulteert in de dood van het dier.”
”Iets voor 07:00 uur, voordat de kippen de gasverdover in gingen, heb ik de CO2 waardes van de verdovingsinstallatie bekeken. Hier viel mij op dat de CO2 waarde bij fase 2 6,1 % was, terwijl deze normaal net boven de 20% schommelt met een setpoint van 22,0%. Ik heb de medewerker van het slachthuis die hier verantwoordelijk voor is gewezen op het feit dat de CO2 waardes in de gasverdover nog niet naar behoren waren. Dit heb ik gedaan voordat de kippen de gasverdover in zouden gaan.”
”Echter een paar minuten later zijn de kippen toch de gasverdover in gegaan met een CO2 waarde in fase 2 van 6,1 %, wat ontoereikend is. Ik heb aan de [gelakt] die ter plaatse was gevraagd waarom de kippen toch de gasverdover in zijn gegaan met deze waardes. Zijn antwoord hierop was dat hij kijkt hoe de kippen uit de verdover komen. Bovendien was het bedwelmingsproces niet te beoordelen omdat de raampjes dof en vies waren. Ik stelde vast dat hier niet is gehandeld volgens de eigen werkinstructie van het slachthuis, wat onderdeel is van de standaardwerkwijze (SWW). Daarin staat onder punt 9: “Controleer middels de inspectieramen of alle dieren bewusteloos zijn voordat ze in de fase met 40% of meer CO2 terecht komen.” Door aanhoudende storing van de gasverdover zijn de medewerkers van bovengenoemd slachthuis binnen circa 15 minuten op het elektrische waterbad overgegaan.”
”Ondanks het feit dat er is overgegaan op het elektrische waterbad waren er nog steeds kratten met kippen in de verdover aanwezig. De medewerkers probeerden het probleem van de CO2-waardes op te lossen met meerdere kratten met kippen nog steeds aanwezig in de gasverdover. Alle aanwezige kratten verbleven al deze tijd in fase 1. Tot op dit moment zijn er ook geen kratten met kippen uit de gasverdover gekomen. De kratten kwamen niet verder dan fase 1.”
”Ik heb het slachthuis erop geattendeerd dat er nog steeds meerdere kratten met kippen in de gasverdover aanwezig waren met fluctuerende CO2 waardes en dat deze kippen er zo snel mogelijk uit moesten, omdat het welzijn van de kippen niet te beoordelen was. De reactie van de kippen op de langere verblijftijd bij deze CO2 concentraties en de temperatuur in deze ruimte kon door de raampjes niet worden beoordeeld. Uiteindelijk is met het afzuigen van CO2 begonnen om 07.25 uur. Pas na minimaal 40 minuten in de gasverdover gezeten te hebben met CO2 waardes in fase 1 fluctuerend tussen in ieder geval 7,5% en 26,6% en met een CO2 waarde in fase 2 rond de 6,5%, zonder mogelijkheid het bedwelmingproces te beoordelen, zijn er 7 kratten met kippen uit de gasverdover gehaald die irreversibel bedwelmd waren. Dit heb ik meerdere malen getest door middel van het testen op de aanwezigheid van een ooglidreflex en controle op een ritmische ademhaling, in een tijdsbestek van circa 15 minuten. Door de afwezigheid van het ooglidreflex en de ritmische ademhaling kon ik concluderen dat deze kippen irreversibel bedwelmd waren.”
”Enige tijd later is het slachthuis weer gebruik gaan maken van de gasverdover. Om 10:06 uur controleerde ik de CO2 waardes van de gasverdover waar op dat moment weer kippen in zaten. De CO2 waardes van fase 1 en fase 2 waren respectievelijk 43,1 % en 51,4%. Dit heb ik op dat moment gecommuniceerd met de dienstdoende PWO (Poultry Welfare Officer) en hij beaamde dat dit inderdaad niet normaal is. Bewustzijnde dieren zijn direct blootgesteld aan een CO2 waarde van boven de 40% wat vermijdbare pijn en spanning heeft veroorzaakt.”
”In een rapport van het RIVM staat beschreven dat het stressvol is voor kuikens om bij bewustzijn blootgesteld te worden aan hoge CO2-concentraties. Het induceert benauwdheid en is bovendien ook pijnlijk, door irritatie aan de slijmvliezen.”
”De CO2 waardes in fase 1 en fase 2 moeten bij deze gasverdover onder de 40% zijn, zodat er bij een juiste bedwelming geen verandering van gedrag te zien is tot de dieren omvallen en alle dieren moeten bewusteloos zijn voordat ze in een fase met 40% of meer CO2 terecht komen. Echter kwamen de kippen op dit moment in fase 1 meteen al in contact met CO2 waardes boven de 40%. Hieruit blijkt dat de cruciale parameters niet werden beheerst.”
”Ik stelde vast dat het slachthuis zich niet heeft gehouden aan de eigen werkinstructie, wat onderdeel is van de standaardwerkwijze (SWW) en dat dit heeft geleid tot vermijdbare pijn, spanning of lijden bij de dieren. De kippen zijn bedwelmd door langere tijd bloot te staan aan CO2 waardes boven de 40% in fase 1 en 2 terwijl daar sprake zou moeten zijn van CO2 waardes onder de 40%.”
“Verder stelde ik vast dat bij de bedwelming de cruciale parameters niet werden beheerst. Gasverdoving met koolstofdioxide in twee fases zoals beschreven in bijlage I, tabel 3 van Verordening (EG) nr. 1099/2009: “Opeenvolgende blootstelling van dieren bij bewustzijn aan een gasmengsel dat minder dan 40% koolstofdioxide bevat, gevolgd door een hogere concentratie koolstofdioxide wanneer de dieren bewustzijn hebben verloren”. Zie ook de eigen werkinstructie met betrekking tot de gasverdover (CASsysteem).”
Het bedrijf krijgt hiervoor € 2.500,00 boete omdat ”er niet voor gezorgd [werd] dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden werd bespaard,“ € 2.500,00 boete voor het overtreden van de voorschriften rondom bedwelming en een officiële waarschuwing omdat het doden van dieren niet werd uitgevoerd overeenkomstig de standaardwerkwijzen. Zover Animal Rights weet, zijn er geen represailles voor het leidinggevende of ondergeschikte personeel van het bedrijf.
Dat dit geen geïsoleerd incident is, blijkt op 1 april 2025: ”vanwege een storing was er CO2 afgezogen. Toen de storing verholpen was gingen de kratten met kippen de gas verdover in terwijl de gaswaardes nog lang niet goed waren (fase-2 zat tussen de 12- 24 %).”
En er gaat wel meer mis. Bij het terugkijken van de beelden van het cameratoezicht blijkt dat geregeld schadelijke ontsmettingsmiddelen worden gebruikt in de nabijheid van levende dieren. Op 14 januari over camerabeelden van 4 januari 2025: ”vrachtauto wordt ontsmet met Virocid. kratten met levende leghennen staan naast het ontsmetten van de vrachtauto. gebruikvoorschrift Virocid: Er mogen geen onbeschermde dieren in zelfde ruimte aanwezig.”
Op 25 februari: ”op drie verschillende dagen op 4 tijdstippen geconstateerd dat er biocide wordt gebruikt naast levende dieren; op 12.02 om 08.29 uur & 12.23 uur. op 14.02 om 08.31 uur. op 19.02 om 08.30.30 uur”. Dat lijkt een structurele misstand. Er worden geen rapporten opgemaakt.
Verder bevatten de inspectierapporten van het eerste deel van 2025 nog opmerkingen over DOA’s (3,9% op 14 maart en 2,01% op 16 april) en loslopende en beknelde hennen.
In maart 2025 maakte de Omgevingsdienst Haaglanden namens het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland bekend dat besloten was om opdracht te geven aan de Faunabeheereenheid Zuid-Holland om valwild (in het wild levende dieren die op enigerlei wijze gewond zijn geraakt) uit hun lijden te mogen verlossen door het dier opzettelijk te doden.
In april diende Animal Rights beroep in tegen dit besluit en leverde in mei de gronden aan.
In het besluit gaat het om een allegaartje aan dieren. Het betreft een Vogelrichtlijnsoort (knobbelzwaan), Habitatrichtlijnsoorten (bever, wolf en otter), nationaal beschermde soorten (das, vos, ree, damhert, edelhert, wild zijn) en exoten (wasbeer, wasbeerhond, sikahert, muntjak en goudjakhals).
Voor alle diersoorten geldt de zorgplicht om hen geen schade te bezorgen. Voor de Vogelrichtlijnsoort en Habitatrichtlijnsoorten geldt daarnaast dat Nederland zich dient in te zetten voor behoud en herstel van de diersoorten. Voor alle hulpbehoevende dieren geldt ook dat een eenieder hen de nodige zorg dient te verlenen (artikel 2.1, zesde lid, van Wet dieren).
Waarom kunnen provincies niet verder kijken dan doodmaken? Animal Rights acht de stelling van het college dat herstel niet meer mogelijk is als een gewond dier ter plaatse of in de omgeving aanwezig blijft, te kort door de bocht. Een gewond geraakt dier kan ook enige tijd nodig hebben om bij te komen van een ongeluk waarna het zichzelf weer prima kan redden.
Ook acht Animal Rights het in strijd met de zorgplicht en instandhoudingsplicht, alsmede het verbod op het doden van bovenstaande diersoorten, dat diersoorten kunnen worden gedood als zij gewond zijn en zich niet zelfstandig zouden kunnen redden volgens een faunabeheerder.
Ten eerste moet het niet aan een faunabeheerder zijn om te beslissen over de gezondheid en levensvatbaarheid van een dier. Een faunabeheerder is een jager die noch de benodigde medische kennis heeft om te oordelen of het nodig is om het dier te doden (om het uit zijn lijden te verlossen) noch het doel heeft om diersoorten te (verzorgen en) behouden. Een (wildlife) dierenarts daarentegen is daarvoor wel opgeleid en heeft een eed gezworen om in het belang van het dier te handelen. De stichting meent daarom dat het aan een (wildlife) dierenarts, en niet een jager, moet zijn om te beslissen over de gezondheid en levensvatbaarheid van een in het wild levend en gewond geraakt dier.
Ook volgens Caring Vets dient een dierenarts en niet een jager “in te schatten hoe ernstig de verwondingen van een gewond dier zijn, wat de levenskansen van het dier zijn en of het dier adequaat geholpen kan worden om zijn plaats terug in de natuur weer in te nemen.”
Animal Rights concludeert dat het college onterecht heeft besloten dat het inschatten van de levensvatbaarheid, het behandelen en/of verdoven van een gewond dier en het beslissen tot en uitvoeren van het doden van een wild dier kan gebeuren door een jager in plaats van een dierenarts. Het besluit is op dit punt onrechtmatig.
Ten tweede volgt uit het besluit niet in welke gevallen en op welke manier een gewond geraakt dier medische verzorging en/of revalidatie krijgt of zou moeten krijgen, terwijl medische verzorging en/of revalidatie een andere bevredigende oplossing is dan afschot om het dier (door de benodigde rust en verzorging) uit zijn lijden te verlossen. Volgens de stichting dienen alle gewond geraakte wilde diersoorten, zeker Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten – des te meer als de gunstige staat van instandhouding in het geding kan komen – medische verzorging of revalidatie te krijgen als niet vooraf (volgens een dierenarts) vaststaat dat zij aan hun verwondingen zullen overlijden.
Caring Vets en Animal Rights stellen zich op het standpunt dat er geen reden is om bij gewonde wilde dieren anders te handelen dan bij (in het verkeer gewond geraakte) huisdieren, waarbij de hulp van een dierenarts wordt ingeroepen om het dier te onderzoeken, een diagnose te stellen en het dier te behandelen, al dan niet onder anesthesie. Daarvoor is het belangrijk dat elke provincie ten minste één gespecialiseerd opvangcentrum voor wilde dieren heeft, waar inrichting en personeel de juiste veterinaire zorg kunnen waarborgen.
Animal Rights concludeert dat het provinciaal besluit aan medische verzorging en/of revalidatie geen aandacht geeft en daardoor onvoldoende is gemotiveerd.
Ten derde volgt uit het besluit niet dat bij het doden of opvangen van een gewond zogend moederdier wordt gezocht naar de jongen, terwijl het achterlaten en laten lijden van de jongen op gespannen voet staat met zowel de zorgplicht als in bepaalde gevallen het behoud of herstel van een gunstige staat van instandhouding van de diersoort (als door het wegnemen van het moederdier ook alle jongen komen te overlijden). Ook om deze reden is het besluit onvoldoende gemotiveerd. Het college dient alsnog te onderbouwen of en hoe de jongen worden opgespoord en welke maatregelen daarna worden genomen (zoals opvang).
Slotsom Uit het besluit volgt niet dat het nodig is om aangereden wilde dieren, die niet zelfstandig wegrennen, gedood moeten worden en er geen andere bevredigende oplossing is.
In het besluit wordt onvoldoende rekening gehouden met het effect van het doden van aangereden wilde dieren op de staat van instandhouding. Net als dieren die zijn bevrijd kunnen dieren die medisch gecontroleerd of verzorgd, of gerevalideerd, teruggezet worden in de natuur en bijdragen aan de staat van instandhouding van de diersoort.
Verder is het niet mogelijk de opdracht voor onbepaalde tijd te verlenen. Het verlenen van toestemmingen om verbodsbepalingen voor onbepaalde tijd te overtreden is in strijd met de geest van de wet.
OPINIE CARING VETS: HULP VOOR GEWONDE WILDE DIEREN
Wanneer een (huis)dier gewond raakt door een aanrijding of andere gebeurtenis, wordt de hulp van een dierenarts ingeroepen, die het dier kan onderzoeken, een diagnose kan stellen en het dier kan behandelen, al of niet onder anesthesie. Indien behandeling niet mogelijk is, zal het dier uit zijn lijden verlost worden middels euthanasie.
Er is geen reden hierin anders te handelen bij wilde dieren. Uiteraard dienen extra maatregelen genomen te worden in verband met, de veiligheid van het dier zelf en van de behandelend arts. Het is daarom belangrijk dat elke provincie tenminste één gespecialiseerd opvangcentrum voor wilde dieren heeft, waar inrichting en personeel de juiste veterinaire zorg kunnen waarborgen. Financiële ondersteuning van deze opvangcentra is noodzakelijk aangezien er immers geen eigenaren zijn op wie de kosten verhaald kunnen worden.
Helaas is het vaak zo dat voor een gewond wild dier gemakshalve een jager wordt opgeroepen om het dier te doden. Een jager heeft een cursus gevolgd gericht op het doden van gezonde dieren. Deze heeft daarmee geen opleiding of kennis om in te schatten hoe ernstig de verwondingen van een gewond dier zijn, noch wat de levenskansen van het dier zijn en of het dier adequaat geholpen kan worden om zijn plaats terug in de natuur weer in te nemen.
Caring Vets is van mening dat het aan een dierenarts of eventueel een paraveterinair is om deze beslissingen te nemen en daarop adequaat te handelen. Uiteraard kan daarbij de hulp van een jager worden ingeroepen voor het inzetten van een verdovingsgeweer. Behandeling van het dier en inschatting van overlevingskansen dient echter bij een veterinair deskundige te blijven.
Daarnaast zijn wij van mening dat het nemen van preventieve maatregelen aandacht verdient, zoals veilige oversteekplaatsen voor wild of snelheidsbeperkingen op bepaalde locaties of gedurende bepaalde tijden. De samenleving heeft een groot hart voor de natuur en de daarbij behorende dieren, als politiek is het zaak maatregelen te nemen om hieraan de juiste zorg en bescherming te verlenen.