In Nederland worden afgedankt vleeskuikenouderdieren geslacht in 1 groot slachthuis (Gelderland), 1 middelgroot slachthuis (Noord-Brabant) en 2 kleine slachthuizen (Noord-Brabant en Utrecht).
Economisch niet langer rendabele leghennen worden in 2 grote slachthuizen geslacht (Gelderland en Friesland), 1 middelgroot slachthuis (Noord-Brabant) en 2 kleine slachthuizen (Noord-Brabant en Utrecht).
Dat Friese leghennenslachthuis is W. van der Meer en Zonen B.V. in Dronryp. Het bedrijf slacht wekelijks zo’n 25.000 afgedankte legkippen. Een groot deel van het kippenvlees is bestemd voor de Noord-Afrikaanse markt.
Woensdag 19 augustus 2026 kregen de werknemers te horen dat de pluimveeslachterij per 28 augustus gaat sluiten. Volgens het persbericht dat het bedrijf naar buiten heeft gebracht zat de slachterij al jaren financieel in slecht weer, en is nu besloten om de stekker er definitief uit te trekken. VTM Quality Services Group uit Bunschoten-Spakenburg, dat de pluimveeslachterij eind 2023 / begin 2024 overnam, spreekt van sterk gestegen inkoopprijzen, minder aanbod van uitgelegde leghennen en beperkte mogelijkheden om de hogere kosten in de internationale afzetmarkten door te berekenen. Ook het verlies van het Beter Leven Keurmerk in 2025 had volgens VTM een negatieve invloed op de resultaten. Dat laatste zou wel eens wat te maken kunnen hebben met dit artikel.
Lees hieronder waarom het een goede zaak is dat dit bedrijf verdwijnt.
Dit is een van de slachthuizen die de hennen vergast, maar het elektrische waterbad gebruikt als back-up methode. Hoe dat vergassen in zijn werk gaat en hoe ernstig het fout kan gaan als de hennen in handen zijn van morele monsters die de dieren totaal onverschillig zien als gebruiksvoorwerpen, blijkt uit documenten verkregen via een Woo-verzoek (25-0350).
Het is 4 februari 2025, zeven uur ’s ochtends en dit is de beschrijving van de gebeurtenissen door de NVWA-inspecteur:
“Tijdens mijn inspectie bij bovengenoemd slachthuis bevond ik mij in het gedeelte van het bedrijf waar de kippen worden verdoofd en aangehangen. Ik was hier voor aanvang van het slachten om te controleren of de kippen op de juiste manier verdoofd worden alvorens ze worden aangehangen.”
”De kippen werden op dat moment verdoofd door middel van een gasverdover. Deze bedwelmingsmethode (koolstofdioxide in twee fasen), zorgt voor opeenvolgende blootstelling van dieren bij bewustzijn aan een gasmengsel dat minder dan 40% koolstofdioxide bevat, gevolgd door een hogere concentratie koolstofdioxide wanneer de dieren het bewustzijn hebben verloren. Gasverdoving met koolstofdioxide in twee fases is, zoals in bijlage I van Verordening (EG) nr. 1099/2009 vermeld, een methode die resulteert in een irreversibele bedwelming. Dit is een onomkeerbare bedwelming: een bedwelming die resulteert in de dood van het dier.”
”Iets voor 07:00 uur, voordat de kippen de gasverdover in gingen, heb ik de CO2 waardes van de verdovingsinstallatie bekeken. Hier viel mij op dat de CO2 waarde bij fase 2 6,1 % was, terwijl deze normaal net boven de 20% schommelt met een setpoint van 22,0%. Ik heb de medewerker van het slachthuis die hier verantwoordelijk voor is gewezen op het feit dat de CO2 waardes in de gasverdover nog niet naar behoren waren. Dit heb ik gedaan voordat de kippen de gasverdover in zouden gaan.”
”Echter een paar minuten later zijn de kippen toch de gasverdover in gegaan met een CO2 waarde in fase 2 van 6,1 %, wat ontoereikend is. Ik heb aan de [gelakt] die ter plaatse was gevraagd waarom de kippen toch de gasverdover in zijn gegaan met deze waardes. Zijn antwoord hierop was dat hij kijkt hoe de kippen uit de verdover komen. Bovendien was het bedwelmingsproces niet te beoordelen omdat de raampjes dof en vies waren. Ik stelde vast dat hier niet is gehandeld volgens de eigen werkinstructie van het slachthuis, wat onderdeel is van de standaardwerkwijze (SWW). Daarin staat onder punt 9: “Controleer middels de inspectieramen of alle dieren bewusteloos zijn voordat ze in de fase met 40% of meer CO2 terecht komen.” Door aanhoudende storing van de gasverdover zijn de medewerkers van bovengenoemd slachthuis binnen circa 15 minuten op het elektrische waterbad overgegaan.”
”Ondanks het feit dat er is overgegaan op het elektrische waterbad waren er nog steeds kratten met kippen in de verdover aanwezig. De medewerkers probeerden het probleem van de CO2-waardes op te lossen met meerdere kratten met kippen nog steeds aanwezig in de gasverdover. Alle aanwezige kratten verbleven al deze tijd in fase 1. Tot op dit moment zijn er ook geen kratten met kippen uit de gasverdover gekomen. De kratten kwamen niet verder dan fase 1.”
”Ik heb het slachthuis erop geattendeerd dat er nog steeds meerdere kratten met kippen in de gasverdover aanwezig waren met fluctuerende CO2 waardes en dat deze kippen er zo snel mogelijk uit moesten, omdat het welzijn van de kippen niet te beoordelen was. De reactie van de kippen op de langere verblijftijd bij deze CO2 concentraties en de temperatuur in deze ruimte kon door de raampjes niet worden beoordeeld.
Uiteindelijk is met het afzuigen van CO2 begonnen om 07.25 uur. Pas na minimaal 40 minuten in de gasverdover gezeten te hebben met CO2 waardes in fase 1 fluctuerend tussen in ieder geval 7,5% en 26,6% en met een CO2 waarde in fase 2 rond de 6,5%, zonder mogelijkheid het bedwelmingproces te beoordelen, zijn er 7 kratten met kippen uit de gasverdover gehaald die irreversibel bedwelmd waren. Dit heb ik meerdere malen getest door middel van het testen op de aanwezigheid van een ooglidreflex en controle op een ritmische ademhaling, in een tijdsbestek van circa 15 minuten. Door de afwezigheid van het ooglidreflex en de ritmische ademhaling kon ik concluderen dat deze kippen irreversibel bedwelmd waren.”
”Enige tijd later is het slachthuis weer gebruik gaan maken van de gasverdover. Om 10:06 uur controleerde ik de CO2 waardes van de gasverdover waar op dat moment weer kippen in zaten. De CO2 waardes van fase 1 en fase 2 waren respectievelijk 43,1 % en 51,4%. Dit heb ik op dat moment gecommuniceerd met de dienstdoende PWO (Poultry Welfare Officer) en hij beaamde dat dit inderdaad niet normaal is. Bewustzijnde dieren zijn direct blootgesteld aan een CO2 waarde van boven de 40% wat vermijdbare pijn en spanning heeft veroorzaakt.”
”In een rapport van het RIVM staat beschreven dat het stressvol is voor kuikens om bij bewustzijn blootgesteld te worden aan hoge CO2-concentraties. Het induceert benauwdheid en is bovendien ook pijnlijk, door irritatie aan de slijmvliezen.”
”De CO2 waardes in fase 1 en fase 2 moeten bij deze gasverdover onder de 40% zijn, zodat er bij een juiste bedwelming geen verandering van gedrag te zien is tot de dieren omvallen en alle dieren moeten bewusteloos zijn voordat ze in een fase met 40% of meer CO2 terecht komen. Echter kwamen de kippen op dit moment in fase 1 meteen al in contact met CO2 waardes boven de 40%. Hieruit blijkt dat de cruciale parameters niet werden beheerst.”
”Ik stelde vast dat het slachthuis zich niet heeft gehouden aan de eigen werkinstructie, wat onderdeel is van de standaardwerkwijze (SWW) en dat dit heeft geleid tot vermijdbare pijn, spanning of lijden bij de dieren. De kippen zijn bedwelmd door langere tijd bloot te staan aan CO2 waardes boven de 40% in fase 1 en 2 terwijl daar sprake zou moeten zijn van CO2 waardes onder de 40%.”
“Verder stelde ik vast dat bij de bedwelming de cruciale parameters niet werden beheerst. Gasverdoving met koolstofdioxide in twee fases zoals beschreven in bijlage I, tabel 3 van Verordening (EG) nr. 1099/2009: “Opeenvolgende blootstelling van dieren bij bewustzijn aan een gasmengsel dat minder dan 40% koolstofdioxide bevat, gevolgd door een hogere concentratie koolstofdioxide wanneer de dieren bewustzijn hebben verloren”. Zie ook de eigen werkinstructie met betrekking tot de gasverdover (CASsysteem).”
Het bedrijf krijgt hiervoor € 2.500,00 boete omdat ”er niet voor gezorgd [werd] dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden werd bespaard,“ € 2.500,00 boete voor het overtreden van de voorschriften rondom bedwelming en een officiële waarschuwing omdat het doden van dieren niet werd uitgevoerd overeenkomstig de standaardwerkwijzen.
Zover Animal Rights weet, zijn er geen represailles voor het leidinggevende of ondergeschikte personeel van het bedrijf.
Dat dit geen geïsoleerd incident is, blijkt op 1 april 2025:
”vanwege een storing was er CO2 afgezogen. Toen de storing verholpen was gingen de kratten met kippen de gas verdover in terwijl de gaswaardes nog lang niet goed waren (fase-2 zat tussen de 12- 24 %).”
En er gaat wel meer mis. Bij het terugkijken van de beelden van het cameratoezicht blijkt dat geregeld schadelijke ontsmettingsmiddelen worden gebruikt in de nabijheid van levende dieren. Op 14 januari over camerabeelden van 4 januari 2025:
”vrachtauto wordt ontsmet met Virocid. kratten met levende leghennen staan naast het ontsmetten van de vrachtauto. gebruikvoorschrift Virocid: Er mogen geen onbeschermde dieren in zelfde ruimte aanwezig.”
Op 25 februari:
”op drie verschillende dagen op 4 tijdstippen geconstateerd dat er biocide wordt gebruikt naast levende dieren; op 12.02 om 08.29 uur & 12.23 uur. op 14.02 om 08.31 uur. op 19.02 om 08.30.30 uur”. Dat lijkt een structurele misstand. Er worden geen rapporten opgemaakt.
Verder bevatten de inspectierapporten van het eerste deel van 2025 nog opmerkingen over DOA’s (3,9% op 14 maart en 2,01% op 16 april) en loslopende en beknelde hennen.


















