Sinds de onthulling van undercoverbeelden uit de eendenindustrie in 2016 toont Animal Rights keer op keer aan dat de gehele Nederlandse eendenindustrie een immoreel verdienmodel is. Van het schrijnende bestaan in de stallen en het brute vangen van de eenden voor transport, tot aan de mishandelingen in het slachthuis: hier is niets ‘humaans’ aan.
Tomassen Duck-To in Ermelo domineert de hele eendenindustrie in ons land en ‘verwerkt’ al jaren miljoenen eenden méér dan vergund is. Sinds 2017 vraagt Animal Rights rapporten op die inspecteurs van de Nederlands Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bij de beruchte slachterij opstellen. Telkens weer wordt een reeks aan (ernstige) overtredingen op het gebied van dierenwelzijn beschreven, maar deze worden zelden bestraft. De zeldzame keren dat dit wel gebeurde zetten we in dit artikel op een rij. We laten hierbij vooral de NVWA-inspecteurs zelf aan het woord.
Niet alleen de overtredingen zelf zijn opvallend, maar ook de manier waarop de NVWA optreedt. Naarmate de jaren vorderen en de overtredingen zich herhalen, lijkt de toezichthouder zich steeds meegaander op te stellen. De slachter krijgt geen boetes en er worden geen rapporten meer uitgeschreven.
Op 29 oktober 2018 krijgt Tomassen Duck-To een boete van 2.500 euro omdat het hoofd van de technische dienst van het bedrijf een NVWA-inspecteur aanvalt. De inspecteur beschrijft:
Ik draaide mij om en stond oog in oog met de heer […], hoofd technische dienst. De heer […] was duidelijk, maar om mij niet bekende redenen, woedend. Dit bleek al uit zijn houding, de woedende blik in zijn ogen en zijn fel uitgesproken woorden, ik verstond: “ik ben (het?) zat (van?) dat gezeik!”. Hij pakte mij op dat moment aan mijn beide bovenarmen vast en duwde mij krachtig naar achteren. Ik kon tijdens deze heftige en pijnlijke aanval nog maar net mijn evenwicht behouden en voorkomen dat ik op de betonnen vloer zou vallen. De situatie was dusdanig ernstig dat ik op dat moment besloot om mijn inspectie/toezicht onmiddellijk te staken […]
Toen ik bij en in het kantoor was aangekomen bleek de heer […] – voor mij niet zichtbaar toen ik aan kwam lopen – in het kantoor van NVWA, achter de deur te staan. Hij stelde zich dusdanig op, dat het voor mij niet mogelijk was om het kantoor te verlaten. Hij beroofde mij dus van mijn vrijheid en hij bedreigde mij wederom, zowel verbaal als fysiek. Als gevolg van zijn dreigende houding week ik steeds verder naar achter, tot ik met mijn rug tegen de muur stond. Ik kon geen kant op, ik zat in de val. Ik wilde 112 bellen. Op dat moment belde mijn teamleider mij. Tijdens dit telefoongesprek en duidelijk in reactie hierop verliet de heer […] het NVWA-kantoor. Om niet wederom onverwacht met de heer […] te worden geconfronteerd heb ik in het kantoor van NVWA gewacht, tot de komst van mijn teamleider. De heer heeft mij verbaal en fysiek bedreigd en ook daadwerkelijk aangevallen. Bovendien heeft hij mij, door de uitgang te versperren, belet om het kantoor van NVWA te verlaten. Het was een voor mij beangstigende, lichamelijk pijnlijke en stresserende ervaring.
Tomassen Duck-To vindt dit geen reden om deze werknemer te ontslaan. Wel moet het bedrijf via een mededeling in een nieuwsbrief openlijk afstand van dit incident nemen. De werknemer moest een zelfbeheersingstraining volgen en heeft een doorlopend contactverbod met toezichthouders van de NVWA.
Op 27 aug 2019 krijgt de eendenslachter 5.000 euro boete voor verscheidene hittestressincidenten gedurende deze dag. De NVWA-inspecteur:
Ik zag om omstreeks 6:30 uur in de aanvoerhal dat meerdere eenden in de bovenste lades met de bek open stonden te ademen. Bij herhaaldelijke observatie van de containers met de levende eenden zag ik op dat moment geen dode eenden in de containers liggen. Ik zag de eenden in de bovenste lades versneld ademen met open snavel. Versneld ademen met open snavel is bij eenden een teken van hittestress (al dan niet in combinatie met een tekort aan zuurstof), dat wil zeggen dat deze dieren zichtbaar moeite hadden om overtollige warmte kwijt te raken. Het klimaat in de aanvoerafdeling voelde benauwd aan (hoge luchtvochtigheid), dit in combinatie met het feit dat de containers vrij dicht naast elkaar stonden, wees er op dat dit de oorzaak was waardoor de dieren versneld ademden met open snavel. Het was op 27 augustus 2019 een warme dag, met een maximum temperatuur gemeten in de Bilt van 32,8 °C […]
Om circa 9:00 uur zag ik in de aanvoerhal een opeenhoping van dode eenden in twee categorie 2-containers. Ik zag dat er met regelmaat dode eenden afkomstig uit de aanvoerlades van mester […] in de opvangbak voor dood aangevoerde eenden (categorie 2-bak) werden gegooid. De dood aangevoerde eenden worden bij slachterij […] met een teller geregistreerd door een medewerker ophang op het moment dat de dieren uit de lades worden gehaald om ze aan de slachthaak op te hangen. Ik liep door naar de aanvoerband voor levende eenden. Op dat laatste traject van ongeveer 30 meter vóór het ophangen zitten de dieren opgesloten in hun transportkrat omdat de bovenzijde is afgedekt door een metalen plaat om het ontsnappen van de eenden te verhinderen. Ik zag dat de eenden op dit traject naar lucht bleven happen. Het slachthuis heeft nagelaten de dieren van actieve ventilatie te voorzien op de lopende band. Het gevolg was dat de dieren last hadden gekregen van hittestress wat bij de dieren onnodige spanning en lijden heeft veroorzaakt.
Ik heb vervolgens de dode eenden bekeken in de eerder genoemde categorie 2-bak bij de ophangers. Ik voelde dat de meeste kadavers slap en nog warm waren, met een blauwe snavel. Hieruit bleek mij dat de dieren kort geleden – zeker niet langer dan 1 uur – waren overleden. Na afloop van het slachten van dit koppel bleek het aantal dood uit de krat gehaalde (DOA’s = dead on arrival) 214 dieren te zijn. Het aantal totaal aangevoerde dieren en het aantal gestorven dieren wordt na afloop van het slachten door het bedrijf aan de NVWA opgegeven. In dit geval waren er resp. 12.798 aangevoerde en 214 gestorven dieren. Het percentage DOA’s was 1,67%.
Om 10 uur ’s ochtends ziet dezelfde inspecteur opnieuw dezelfde verschijnselen:
Ik zag bij deze eenden dezelfde verschijnselen als bij de om 6.30 uur. De eenden vertoonden tekenen van hittestress. Omstreeks 11:00 uur was ik weer in de aanvoerhal en zag ik op een plek, vlakbij de opslagsilo voor dierlijke bijproducten, een metalen bak met opschrift CAT 2 staan, die gevuld was met dode eenden. Daarna ben ik naar de ophangafdeling gelopen. Op de ophangafdeling zag ik, dat met regelmaat dode eenden afkomstig uit de aanvoerlades van mester […], in de opvangbak voor dood aangevoerde eenden werden gegooid. […] Bij navraag waren op dat tijdstip al meer dan 100 dode eenden geteld.
Ik liep door naar de aanvoerband voor levende eenden. Op dat laatste traject van ongeveer 30 meter vóór het ophangen zitten de dieren opgesloten in hun transportkrat omdat de bovenzijde is afgedekt door een metalen plaat om het ontsnappen van de eenden te verhinderen. Ik zag dat de eenden op dit traject naar lucht bleven happen. Opnieuw zag ik dat het slachthuis heeft nagelaten de dieren van actieve ventilatie te voorzien op de lopende band. Het gevolg was dat de dieren last hadden gekregen van hittestress wat bij de dieren onnodige spanning en lijden heeft veroorzaakt.
Bij sectie op 2 dode eenden zag ik dat op diverse organen puntbloedingen aanwezig waren. De longen waren donkerrood. Er werden geen andere ziekelijke afwijkingen waargenomen. Dit beeld komt overeen met een dier wat gestorven is aan hittestress. Na afloop van het slachten van dit koppel bleek van de 8948 aangevoerde eenden er 227 dood te zijn bij aanvoer (DOA’s = dead on arrival). Dat is 2,54%. […] Ik stelde vast dat de dieren na aankomst op het slachthuis onvoldoende werden beschermd tegen extreme weersomstandigheden en dat er niet voor voldoende ventilatie werd gezorgd. Er werd door het slachthuis niet voorkomen dat de dieren elke vermijdbare vorm van spanning en lijden werd bespaard.
Gedurende de middag zet de ellende zich voort. De NVWA-inspecteur:
Ik zag de eenden in de lades versneld ademen met open snavel. Versneld ademen met open snavel is bij een verschijnsel van hittestress (al dan niet in combinatie met een te kort aan zuurstof) dat wil zeggen dat deze dieren zichtbaar moeite hadden om overtollige warmte kwijt te raken. […]
Ik zag dat er door de medewerkers die de levende eenden uit de aanvoerkratten haalden om deze aan de slachthaken op te hangen (ophangers), met regelmaat dode eenden afkomstig uit de aanvoerlades van mester […] in de opvangbakken voor dood aangevoerde eenden werden gegooid. Ik zag dat, omdat ik steeds in de aanvoerhal ben gebleven om het hele proces te volgen. Samen met collega-inspecteur […], tevens toezichthouder bij akte van beëdiging nummer […], hebben we omstreeks 15:00 uur van dode eenden van mester […] (we stonden er samen bij dat de dode eenden in de opvangbakken voor de dode eenden werden gegooid) de temperatuur gemeten en de temperatuur binnen het lichaam van 3 dode eenden die net door de ophangers in de bak waren gegooid, was 43 tot 43.5 graden Celsius. De normale lichaamstemperatuur van levende gezonde eenden ligt rond 41,5 graden Celsius.
We hebben toen samen één van deze dode eenden open gesneden (sectie) en gezien dat de longen vol waren met bloed. Dit sectiebeeld past bij eenden die zijn overleden ten gevolge van hittestress. Daarnaast zagen we geen afwijkingen in de organen of spieren die zouden kunnen duiden op een ziekte als oorzaak van de dood. De dode eenden in de opvangbakken voelden warm aan wat aangeeft dat deze korte tijd daarvoor moeten zijn overleden, in dit geval niet veel langer dan ongeveer 1 uur. Gezien de aangegeven aankomsttijd (de eerste eenden waren omstreeks 13:00 uur gearriveerd volgens het weegdocument van vrachtwagen en de tweede vracht dieren van dit koppel op vrachtwagen rond 14:30 uur) zijn deze dieren dus in de aanvoerhal overleden. Daarna zijn we samen naar de containers met de wachtende levende eenden van hetzelfde koppel gelopen. Gezien de gevoelde benauwdheid en warmte in de aanvoerhal en de verschijnselen van hittestress bij de dieren besloten wij om de temperatuur van de lucht in meerdere lades tussen de eenden te meten en kwamen tot het volgende resultaat: 30°C, 31.8°C, 32,0°C en 33.5°C. Bij deze temperaturen is het moeilijk tot onmogelijk voor de dieren om overtollige warmte snel kwijt te raken. […]
Door langere tijd bij de DOA-bak te staan en uit mijn ervaring als toezichthouder zag en voelde ik (toezichthouder 1) dat de meeste van dit koppel die als DOA zijn geregistreerd zijn overleden ten gevolge van hittestress. Aan het einde van het slachtproces van de mester heeft de bedrijfsleider van de firma de heer […] mij het totaal aantal dode medegedeeld en het resultaat was dat 200 dode dieren door de ophangers in de opvangbakken voor de dood aangevoerde dieren zijn gegooid. Bij een totaal aantal van 7.046 dieren uit dit koppel die waren aangevoerd, bedroeg de sterfte 2,84%. […]
Uit bovenstaande bevindingen blijkt dat er tijdens het onderbrengen en verplaatsen van de dieren in de slachterij onvoldoende rekening gehouden was met de klimatologische omstandigheden in de aanvoerhal, met als gevolg dat er onnodig lijden was opgetreden bij de aangevoerde dieren. De wachtende dieren in de opgestapelde aanvoercontainers waren niet voorzien van voldoende ventilatie waardoor de dieren verschijnselen van ernstige hittestress vertoonden en dieren zijn overleden ten gevolge van hittestress.
Honderden dieren vinden op vreselijke wijze de dood. De eendenslachter krijgt 5.000 euro boete.
Deze dag was geen incident. Het was ook niet de eerste keer dat Tomassen beboet werd voor het laten lijden van eenden aan hittestress. Op 26 juli 2018 kreeg de eendenslachter voor hetzelfde vergrijp ook al 2.500 euro boete. De NVWA-inspecteur:
Tijdens mijn inspectie bevond ik mij in de aanvoerhal van […] Ik stond bij het waterbad en ik zag dat de ophangers vanaf het bordes veel dode eenden het bordes afgooiden. Rond 14:45 uur was er een storing ontstaan op de delenafdeling, hierdoor heeft het bedrijf ruim een uur geen levende eenden aangehangen. Rond 16:00 uur is men weer begonnen met het aanhangen van levende eenden. Ik zag dat uit de eerste drie containers (deze hadden gedurende de storing op de container aanvoerband gestaan, zonder ventilatie), 20 dode eenden werden uitgeselecteerd. Er stonden toen nog ongeveer 3000 eenden in de aanvoerhal, die geslacht moesten worden. […]
Ik zag ook dat de eenden op de aanvoerband naar lucht bleven happen. Ik zag ook dat er geen ventilatie op de aanvoerband aanwezig was. Het bedrijf heeft geen stappen ondernomen om ventilatie mogelijk te maken bij de aanvoerband. […] Ik zag rond 16:55 uur, op de teller bij het ophangbordes, dat het aantal dode eenden was opgelopen tot 93. Ik heb de gegevens van deze vrachtwagen vergeleken met de gegevens van een vrachtwagen waarvan de lading reeds was geslacht, beiden afkomstig van dezelfde mester. Ik kon dit vergelijken omdat de lading van deze twee vrachtwagens apart van elkaar zijn geslacht. […] Het totaal percentage dode eenden op de laatste vrachtwagen was 2,16% (4300 93 dode dieren) ten opzichte van 0.18% (3969 7 dode dieren) van de eerste vrachtwagen. […]
Ik heb rond 17:10 uur eenvoudige sectie op twee dode eenden verricht. De dode eenden voelden heet aan. Ik stelde vast, vanuit mijn deskundigheid als dierenarts, dat de doodsoorzaak van deze eenden hartfalen als gevolg van met bloed gevulde longen was. Deze bevindingen werden ondersteund door het sectierapport (uitgevoerd op de drie ingestuurde dode eenden van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) in Deventer (zie bijlage sectierapport GD Deventer). Dit rapport is opgesteld door een dierenarts. De eenden zijn op het slachthuis doodgegaan door de hittestress, dit gaat gepaard met pijn/spanning en lijden. De eenden zijn doodgegaan als gevolg van oververhitting. Er werd na aankomst op het slachthuis onvoldoende rekening gehouden met de weersomstandigheden ondanks het feit dat er sprake was van extreme weersomstandigheden. Er werd niet voor voldoende ventilatie gezorgd. Hieruit blijkt dat het bedrijf geen afdoende maatregelen heeft getroffen om de dieren fysiek comfort en fysieke bescherming te bieden.
‘Dead on arrival (DOA)’ lijkt hier de verkeerde term. De dieren stierven niet tijdens het transport en werden levend in kratten afgeladen van de vrachtwagens. Ze stierven een vreselijke dood vóór de slacht, maar wel in het slachthuis – als gevolg van hittestress dankzij de achteloosheid van leidinggevenden van Tomassen Duck-To.
Ook een maand eerder al werd een boete opgelegd voor hittestress bij de eenden; 2.500 euro op 18 juni 2018. De NVWA-inspecteur:
Op een plek enkele meters verderop, vlakbij de opslagsilo voor dierlijke bijproducten, zag ik een metalen bak staan die gevuld was met dode eenden. Dit – naast de waarneming van versneld ademen bij de levende eenden – alarmeerde mij en ik ben toen naar de ophangafdeling gelopen. Ik zag daar dat er met regelmaat dode afkomstig uit de aanvoerlades van mester […] in de opvangbak voor dood aangevoerde eenden werden gegooid. Ik zag ook, dat er op dat moment al 100 dode eenden op de teller stonden. […]
Bij een totaal aantal van 11.593 dieren uit dit koppel bedroeg de sterfte 1,38% (zie bijlage ‘bewijs van afkeuring’). Samen met collega toezichthouder heb ik eenvoudige sectie uitgevoerd op meerdere dode dieren van bovengenoemd koppel van waarbij als doodsoorzaak hartfalen door met bloed gevulde longen ten gevolge van hittestress door ons werd vastgesteld.
Ook in 2021, waaruit de meest recente inspectierapporten stammen, wordt nog steeds regelmatig [hittestress bij eenden waargenomen en genoteerd door NVWA-inspecteurs](https://www.animalrights.nl/onderzoek-onverdoofd-kelen-levend-bij-het-afval-en-vele-andere-wantoestanden-bij-tomassen), maar deze treden niet op, schrijven geen Rapport van Bevindingen en er volgt geen boete of andere consequentie.
Op 12 juli 2018 krijgt de eendenslachter een boete van 2.500 euro boete voor het doorsnijden van de keel van een onverdoofde eend. De NVWA-inspecteur:
Ik bevond mij tijdens de inspectie in de broei- en plukafdeling van […]. Ik stond daar voor een controle met betrekking tot het bedwelmen en doden van de dieren. Ik zag dat de nasnijder (na het automatische mes) een niet volledig bedwelmde eend aansneed zonder de back-up methode te gebruiken (percuterende slag). Ik zag ook dat de nasnijder geen controle toepaste om te kijken of de eend goed bedwelmd was. Ik zag namelijk 1 eend met tekenen van bewustzijn: – Opgetrokken nek – Bewegen met de kop – Ritmische ademhalingsbewegingen Ik zag dat deze zonder controle of percuterende slag werd aangesneden. Doordat het dier nog tekenen van bewustzijn vertoonde, is het dier vermijdbaar lijden niet bespaard gebleven.
Ook dit was al eerder voorgekomen en beboet. Op 28 juni 2018 werd een boete van 2.500 opgelegd. De NVWA-inspecteur:
Ik bevond mij tijdens de inspectie in de broei- en plukafdeling van […]. Ik stond daar voor een controle met betrekking tot de tactische lijst, aanhangen bedwelmen doden. Ik zag dat de nasnijder (na het automatische mes) niet volledig bedwelmde eenden aansneed zonder de back-up methode te gebruiken (percuterende slag). Ik zag ook dat de nasnijder geen controle toepaste om te kijken of de eenden goed bedwelmd waren. Ik zag namelijk 3 eenden met tekenen van bewustzijn: – Opgetrokken nek – Bewegen met de kop – Fladderen
Ook zag ik 1 eend hangend aan 1 poot (zie film in bijlage). Ik kon aan de snede zien dat de eend door de nasnijder was aangesneden. Doordat de dieren tekenen van bewustzijn vertoonden en de eend hangend aan 1 poot, bij bewustzijn was, is de dieren onvermijdbaar lijden niet bespaard. […] Er zijn op 17-04-2018 en 20-04-0218 ook al opmerkingen gemaakt met betrekking tot het aansnijden van niet voldoende bedwelmde eenden zonder controle/percuterende slag. Na overleg met de exploitant van het slachthuis stelde ik vast dat de standaard werkwijze die waren ingevoerd niet werden gevolgd.
Ook in 2021 werd in ieder geval een eend [onverdoofd de keel doorgesneden](https://www.animalrights.nl/onderzoek-onverdoofd-kelen-levend-bij-het-afval-en-vele-andere-wantoestanden-bij-tomassen). De NVWA deelde geen boete uit.
Op 25 juni 2018 moest de eendenslachter ook al een boete van 2.500 euro betalen. Deze keer omdat de eenden bij het verdoven leed werd berokkend door een te laag waterniveau in het elektrische waterbad. De NVWA-inspecteur:
Tijdens mijn inspectie bevond ik mij in de ophangafdeling van […]. Ik zag daar rond 7:20 uur dat het waterniveau in het waterbad lager was dan normaal. Ik zag dat alleen de nekken van de eenden gedeeltelijk onder water kwamen. De eenden moeten tot aan de vleugelbasis in het water komen. Nu was het peil zodanig laag dat de borst/krop niet eens in aanraking kwam met het water. Ook kon ik de geleider in het water zien liggen. Iets wat ik normaal gesproken niet zie door het hogere waterniveau en het vuile water. Ook zag ik dat de koppen van de eenden niet volledig onder water kwamen, ik zag namelijk de ogen van de eenden boven het waterniveau uitsteken. Ik zag ook dat door het lage waterniveau de koppen van de eenden niet gelijk ondergedompeld werden in het waterbad. Ik zag vervolgens dat de eenden reageerden door te fladderen en te bewegen in de haken. Ik zag ook dat eenden die daarna kwamen onrustig waren (fladderen/bewegen in de haken), als gevolg van de reactie van de voorgaande eenden met daarbij opspattend water.
Ik stelde vast dat de toegepaste bedwelmingsmethode niet pijnloos leidde tot bewusteloosheid en gevoelloosheid. Ik zag namelijk dat eenden heftig bewogen vlak voordat het aan de slachtbaan hangende dier in het elektrische waterbad werd ondergedompeld om te worden bedwelmd. Doordat de dieren niet gelijk met de kop onder water geraakten werden de dieren blootgesteld aan elektrische stroom, een pre-stun shock genaamd (dit zijn elektrische schokken die niet direct tot bedwelming van het dier leiden en zeer pijnlijk zijn voor het dier). Hierdoor werden de dieren ernstig vermijdbaar lijden berokkend.
Ook op 14 juni 2018 krijgt het slachthuis een boete van 2.500 euro voor fouten bij de bedwelming die leed bij de eenden veroorzaken. De NVWA-inspecteur:
Tijdens mijn inspectie bevond ik mij in de ophangafdeling van […]. Ik zag daar rond 5:55 uur eenden onrustig het waterbad in gaan. Ik zag dat de eenden niet allemaal via de schuine geleidingsdrempel in het waterbad terecht kwamen. Ik zag dat door het naar beneden lopen van de lijn, eenden eerst met de borst in aanraking kwamen met het water, daarna ging de kop onder water. Normaal moet eerst de kop als eerste het water raken, om pre-stun shocks te voorkomen. Ik zag vervolgens dat de eenden reageerden door te fladderen en te bewegen in de haken. Ik zag ook dat eenden die daarna kwamen onrustig waren (fladderen/bewegen in de haken), als gevolg van de reactie van de voorgaande eend met daarbij opspattend water. Ik voelde zelf een aantal keer een spetter water op mijn gezicht terecht komen.
Ik stelde vast dat de toegepaste bedwelmingsmethode niet pijnloos leidde tot bewusteloosheid en gevoelloosheid. Ik zag namelijk dat eenden heftig bewogen vlak voordat het aan de slachtbaan hangende dier in het elektrische waterbad werd ondergedompeld om te worden bedwelmd. Doordat de dieren niet via een schuine geleidingsdrempel in het waterbad kwamen, waardoor eerst de borst/vleugel (in plaats van de kop, het water raakten, werden de dieren blootgesteld aan elektrische stroom, een pre-stun shock (dit zijn elektrische schokken die niet direct tot bedwelming van het dier leiden en zeer pijnlijk zijn voor het dier) genaamd. Hierdoor werden de dieren ernstig vermijdbaar lijden berokkend. Ik heb de heer […] erbij gehaald en hem de situatie bij de ingang van het waterbad laten zien. Ik heb hem gevraagd of het waterbad in hoogte verstelbaar was, ik hoorde hem antwoorden dat hij dat niet wist.
Ook in 2021 waren er [problemen met het verdoven van eenden](https://www.animalrights.nl/onderzoek-onverdoofd-kelen-levend-bij-het-afval-en-vele-andere-wantoestanden-bij-tomassen). De NVWA deelde geen boetes uit.
Op 29 mei 2018 krijgt Tomassen een boete van 2.500 euro boete omdat eenden ontsnappen aan de slachters. De NVWA-inspecteur:
Ik zag dat er de hele dag door eenden waren ontsnapt vanuit de aanvoerlades. Bij de ophangers zijn hekjes geplaatst om de eenden die uit de aanvoerlades ontsnappen op het ophangbordes te vangen maar de hekjes stonden open en zodoende konden de eenden ontsnappen en naar beneden vallen. Vanuit de aanvoerlades is dat meer dan één meter. Ik zag dat de loslopende eenden ruw werden gevangen door deze grof aan de vleugels op te tillen. Oppakken aan de vleugels is voor deze dieren pijnlijk […]. De eenden uitten dat door te gaan kwaken en te bewegen met de poten. […]
Hieruit bleek mij dat werd gehandeld in strijd met Verordening (EG) nr. 1099/2009: Artikel 3 lid 1, bij het doden en daarmee verband houdende activiteiten wordt ervoor gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard. Artikel 3 lid 2 onder a, bedrijfsexploitanten nemen de noodzakelijke maatregelen om te waarborgen dat dieren fysiek comfort en fysieke bescherming wordt geboden, in een omgeving (…) die ook bescherming biedt tegen vallen en uitglijden. Artikel 15 lid 1, de exploitant waarborgt dat de in bijlage III opgenomen operationele voorschriften voor slachthuizen in acht worden genomen; Bijlage III, punt 1.8 onder c, het is verboden: de dieren bij kop, oren, horens, poten, staart of vacht op te tillen of voort te trekken, of ze zodanig te behandelen dat het hun pijn of vermijdbaar lijden berokkent.
Ook in 2021 was [het ontsnappen van eenden](https://www.animalrights.nl/onderzoek-onverdoofd-kelen-levend-bij-het-afval-en-vele-andere-wantoestanden-bij-tomassen) eerder regel dan uitzondering. Ook in 2021 werden eenden [ruw behandeld in het slachthuis](https://www.animalrights.nl/onderzoek-onverdoofd-kelen-levend-bij-het-afval-en-vele-andere-wantoestanden-bij-tomassen) Tomassen Duck-To. Het optreden van de NVWA laat zich raden: de inspectiedienst noteerde de misstanden, maar schreef geen rapporten en deelde geen boetes uit.
Bovenstaande verslagen spreken boekdelen. Eenden hebben een vreselijk bestaan in de Nederlandse eendenindustrie en zelfs NVWA-medewerkers moeten Tomassen Duck-To vrezen. De boetes die worden uitgeschreven staan niet alleen geenszins in verhouding tot de overtredingen, ze hebben ook nog eens geen afschrikwekkend effect:
Campagnecoördinator Anna Krijger: “Tomasssen blijft de regels stelselmatig overtreden. En dat is ook niet zo verwonderlijk: wat is een boete van 5.000 euro voor een miljoenenbedrijf? De NVWA lijkt geen enkele grip te hebben op Tomassen.”
De vraag is bovendien waarom de NVWA in de afgelopen jaren niet eens meer overgaat tot het uitdelen van boetes en nu alleen waarschuwingen uitdeelt.
Cameratoezicht, meer inspecteurs, verregaande automatisering, kunstmatige intelligentie: het zijn lapmiddelen die de levens van de eenden op geen enkele manier recht doen. Het enige wat Tomassen Duck-To past is sluiting. Animal Rights zal zich daar onverminderd voor inzetten.
Zowel in België als in Nederland worden trechtervallen en Larsen-kooien ingezet ter bestrijding van kraaiachtigen. Ondanks hun beschermde status lijden deze levende lokvogels en hun gevangen soortgenoten nog steeds in akelige vangkooien. Animal Rights start een meldpunt op om deze achterhaalde praktijk te monitoren.
Joffrey Legon, campagnecoördinator Animal Rights: “Hoe onvoorstelbaar wreed is het om levende dieren te gebruiken om hun soortgenoten te lokken en vervolgens te doden? Daarbij zorgt het opsluiten van deze individuen voor enorm veel stress en angst. Naast onze (https://www.animalrights.nl/stop-jacht-met-levende-lokdieren) starten wij nu ook een meldpunt op waarbij wij iedereen oproepen om kooilocaties aan ons door te geven.”
Lees ook: [Lokkraaien lijden in enge vallen](https://www.animalrights.be/lokkraaien-lijden-enge-vallen)
Lees ook: [De absurditeit van kraaien en vangkooien](https://www.animalrights.be/de-absurditeit-van-kraaien-en-vangkooien)
In België
Vangkooien moeten aangevraagd worden via een aanvraagformulier van het Agentschap Natuur en Bos (ANB).
Vangkooien mogen pas (vangklaar) gebruikt worden van 16 februari tot en met 15 oktober.
De kooien moeten dagelijks gecontroleerd worden en alle dieren die niet tot de beoogde soort behoren moeten meteen worden vrijgelaten.
Levende dieren van de beoogde soort mogen -hoe absurd ook- gebruikt worden als lokdier. Maximaal twee per kooi en ze moeten voedsel, water en beschutting ter beschikking hebben.
Vlees- of slachtafval als lokaas gebruiken is verboden.
Elke kooi moet worden geïdentificeerd met een weersbestendig plaatje met daarop de naam van de te bestrijden soort, het telefoonnummer van het ANB, het jachtverlofnummer of referentienummer van de verleende afwijking en een bepaalde vermelding uit het Soortenbesluit.
Zwarte kraaien, kauwen, gaaien en eksters mogen worden bestreden met deze kooien.
Als er aan één van deze voorwaarden niet voldaan wordt, is de kooi illegaal geplaatst.
Opmerking: de vallen plaatsen en het doden van betreffende dieren mag ook door een particulier (bijv. de eigenaar van de grond) gebeuren. Je hoeft dus geen jager te zijn. Het is maar zo simpel als een formulier in te vullen waarop je aanduidt welke soort(en) en waarom je wilt bestrijden. Het aantonen dat je preventieve maatregelen hebt aangewend, is zo simpel als een kruisje zetten bij het juiste vakje.
Update: De bestrijding kan niet starten zonder een gemotiveerde beslissing van het ANB. Hiervoor mocht de bestrijding van start gaan na het stilzwijgend verstrijken van een 24-uurs periode.
In Nederland
Voor het gebruik van een vangkooi om kraaien of kauwen te vangen is een provinciale ontheffing vereist.
In bovenvermelde ontheffing staan de verschillende verplichtingen die opgevolgd dienen te worden (deze lijken sterk op de verplichtingen in België).
Zwarte kraaien en kauwen mogen worden bestreden met deze kooien.
Animal Rights roept iedereen op om locaties van Larsen-kooien of trechtervallen met of zonder levende lokvogels te melden. Probeer ook -indien mogelijk- beeldmateriaal te verkrijgen.1 Zo kunnen wij de situatie monitoren, het probleem in kaart brengen, de samenleving sensibiliseren en de autoriteiten onder druk zetten deze barbaarse praktijken zo snel mogelijk te verbieden.
Als de kooien illegaal geplaatst zijn, kan je in België contact opnemen met de Natuurinspectie.2 Je kan ons aanspreken om je hierin te begeleiden.
Teken nu ook onze (https://www.animalrights.be/stop-jacht-met-levende-lokdieren) waarin wij een volledig verbod eisen op het gebruik van levende lokdieren.
Zwarte kraaien en eksters zijn territoriale diersoorten. Wanneer een paartje gedood wordt ontstaat er een leeg territorium dat binnen de kortste keren ingenomen wordt door een nieuw paar. Zelfs al zou het gebruik van vangkooien effectief zijn, dan nog is het onethisch. Een dier is geen object of gebruiksmiddel dat te pas en te onpas ingezet kan worden. Daarnaast zijn kraaiachtigen inheemse vogels die hun plaats verdienen in onze natuur. Animal Rights pleit om in te zetten op preventieve en diervriendelijke oplossingen met oog op vreedzame co-existentie.
Extreem hoog antibioticagebruik, ernstige ziektes en sterfte: dat is de Nederlandse vleeskonijnenindustrie. Dit blijkt uit overheidsdocumenten die door Animal Rights zijn opgevraagd.
De opgevraagde Woo-documenten beslaan inspecties tussen januari 2017 en april 2022, maar zijn nog niet allemaal verstrekt. Dit artikel zal worden aangevuld zodra er nieuwe documenten worden vrijgegeven.
NIEUW ONDERZOEK NA UNDERCOVERBEELDEN
In december 2019 bracht Animal Rights beelden naar buiten van hoe ‘vleeskonijnen’ worden gehouden. Samen met Konijn in Nood maakte Animal Rights opnamen bij een tiental fokkerijen: een kwart van het toenmalige aantal bedrijven in ons land. We troffen dieren aan met verwondingen en beschadigde of ontbrekende oren. Ernstig zieke en dode dieren lagen tussen levende soortgenoten. Het onderzoek kreeg landelijke media-aandacht. 1
De tellingen van Wageningen University & Research (WUR) en het Centraal Planbureau voor de Statistiek (CBS) lopen iets uiteen, maar er zijn er nog ruim dertig bedrijven in ons land die konijnen fokken voor het vlees. Volgens het CBS houden deze bedrijven 32.988 moederkonijnen en 252.692 gespeende vleeskonijnen. De voedsters (moederdieren) krijgen acht keer per jaar gemiddeld acht jongen. Tien dagen na het werpen worden ze opnieuw geïnsemineerd. Met elf weken gaan de konijnen naar de slacht. 2 Er zijn geen slachterijen meer in Nederland, de dieren worden daarvoor voornamelijk naar België overgebracht.
Animal Rights besloot om de inspectierapporten op te vragen om te kijken of er sinds de publicatie van de beelden ook maar iets veranderd is. De inspecties blijken nog steeds minimaal, maar het beeld is nog altijd hetzelfde: ziekte en dood domineren de Nederlandse vleeskonijnenindustrie. Bovendien is het antibioticagebruik vele malen hoger dan in enige andere dierindustrie.
ERNSTIGE ZIEKTES BIJ HELFT VAN INSPECTIES
Uit de documenten is op te maken dat de konijnenindustrie inherent ziekmakend is: bij maar liefst 50% van de inspecties, zelfs als deze akkoord zijn, wordt melding gemaakt van ernstige ziektes.
De sterftecijfers worden niet centraal geregistreerd en zijn dus ook niet terug te vinden in de inspectierapporten. Maar uit Kamervragen die de Partij voor de Dieren in 2019 aan de minister van LNV stelde, blijkt dat dat de gemiddelde totale sterfte onder vleeskonijnen 17,2% is. 3 Uitgaande van de geboorte van 2,6 miljoen vleeskonijnen per jaar, is het aantal konijnen dat sterft in de kooien van deze industrie 447.200. Per jaar. Gezien het feit dat er bij de helft van de bezochte bedrijven ernstige ziektes worden geconstateerd, is er geen reden om aan te nemen dat dit cijfer in de afgelopen drie jaar is gedaald.
EXTREEM VEEL ANTIBIOTICA
Het gebruik van antibiotica in de konijnensector is 35,1 DDDANAT in 2021 en dat is al een daling met 17,2% ten opzichte van het jaar daarvoor, meldt de Autoriteit Diergeneesmiddelen. 4 ‘DDDANAT’ wordt berekend als de som van de behandelbare kilogrammen in een diersector over een jaar, gedeeld door het gemiddeld aantal kilogrammen dier in een diersector aanwezig. 5
Opvallend is hoe hoog het antibioticagebruik in de konijnensector is vergeleken met de andere sectoren. De DDDANAT voor de vleeskuikensector was 6,3 in 2021. Voor varkens 7,6, voor melkvee 3,3, voor kalveren 15,4, voor overig rundvee minder dan 1 en voor kalkoenen 11,1.
Het antibioticagebruik in de konijnenfokkerij steekt dus met kop en schouders boven dat van andere veesectoren uit. Hierin schuilt niet alleen het gevaar van antibioticaresistentie bij de mens, maar toont ook aan hoe ziekmakend het betreffende houdysteem is.
EEN GREEP UIT DE INSPECTIERAPPORTEN
De 29 verkregen documenten behelzen 22 inspecties, 8 keer betreft het een Inspectierapport Diergeneesmiddelen (2019:4, 2020:4) en 14 keer een Inspectierapport welzijn konijnen (2022:7, 2021:7).
Op 12 januari 2017 worden bij een konijnenfokker uit Venlo (Limburg) ammoniak en koolstofdioxide waardes gemeten boven de grenswaarden van 20 en 3000 ppm respectievelijk. Er zit op deze lokatie nu een lasertag en airsoft bedrijf.
Op 15 maart 2017 blijkt bij een konijnenfokker uit Kelpen-Oler (Limburg) dat de huisvesting en afleidingsmateriaal, huisvesting voedsters, huisvesting wachtkonijnen, huisvesting opfokkonijnen, huisvesting fokrammen en huisvesting gespeende konijnen niet akkoord zijn. De eigenaar krijgt een last onder dwangsom opgelegd met een termijn tot 1 juli 2017. De eigenaar kondigt meteen aan voor die datum te stoppen.
Bij een inspectie van konijnenfokker Rabbithome in Hulsel (Noord-Brabant) op 23 januari 2020 blijkt dat ook dit bedrijf gestopt is.
Op 8 februari 2017 blijkt in Notter (Overijssel) blijken huisvesting en afleidingsmateriaal en ruwvoer of knaagmateriaal niet akkoord. In 3 stallen is het ammoniakgehalte veel te hoog: “In de afdelingen 3C, 4, 5A was geen, of vrijwel geen, knaagmateriaal aanwezig. In de afdelingen IA en 1B en 5B waren als knaagmateriaal stukjes hout aanwezig welke aan 1 kant bewerkt waren met een coating. Tegen de houder gezegd dat deze bewerkte stukjes hout verwijderd moesten worden. Houder zei toe dit te zullen doen. De uitval op het bedrijf is rond de 10%, dit percentage is geleidelijk aan het dalen o.a. door intensievere begeleiding door de dierenartsen.”
Op een bedrijf in Slagharen (Overijssel) speelden op 28 februari 2017 dezelfde problemen: “In de afdeling genaamd “oude voedsterstal” lag de CO2-waarde onder de 2000 ppm, maar de NH3- waarde lag er op maximaal 39 ppm. in deze afdeling waren 210 opfokkonijnen en 210 voedsters gehuisvest. In de afdelingen “oude varkensstal” en “oude voedsterstal” waren in totaal 610 konijnen, opfok en voedster, gehuisvest. In deze beide laatste afdelingen was er vrijwel geen knaagmateriaal aanwezig.”
Op 6 februari 2017 zijn de ammoniakwaarden bij een konijnenfokker in Zevenhuizen (Groningen) tussen 35 en 48 – de grenswaarde is 20. In de hokken zijn geen matjes en geen knaagmateriaal aanwezig.
Op 8 maart 2017 blijkt een konijnenfokker uit Holten (Overijssel) dat de opfokkonijnen niet allemaal afleidingsmateriaal hebben.
Bij een konijnenfokker in Vragender (Gelderland) zijn op 26 januari 2017 de ammoniakwaarden in enkele stallen te hoog.
Datzelfde geldt op 7 februari 2017 bij een konijnenfokker uit Gilze (Noord-Brabant). De hoogste waarde is 52 ppm.
25 januari 2017 in Sint-Oedenrode (Noord-Brabant): “Geen knaagmateriaal in een aantal welzijnskooien voedsters, opfokkonijnen en vleeskonijnen. Het ruwvoer ontbreekt in een aantal parkhuisvestingskooien.”
De inspecties uit 2017 hadden een “inventariserend” karakter en er wordt alleen mondeling opgetreden.
Bij een konijnenfokker uit het Limburgse Helden heerst coccidiose, een parasitaire darminfectie, voor jonge konijntjes vaak dodelijk. Uit inspectie van het formulier Voedselketeninformatie (VKI) blijkt het aantal behandelde dieren niet te kloppen. Er worden behandelingen toegeschreven aan dieren die niet behandeld zijn.
De eigenaar krijgt slechts een waarschuwing.
Na een inspectie op 15 februari 2022 krijgt het bedrijf een schriftelijke waarschuwing omdat de matjes niet voldoende groot zijn in de huisvesting van de voedsters.
Op een bedrijf uit Diepenheim (Overijssel) lijden de konijnen aan ‘dikkebuikenziekte’. De dodelijke konijnenziekte Epizootic Rabbit Enteropathy (ERE) veroorzaakt vermagering en een opgezette buik door gasvorming in de ingewanden. Aangezien de aandoening pijnlijk is, zullen zieke dieren knarsetanden. Voornamelijk jonge konijnen van zes tot acht weken oud worden hier slachtoffer van. Hoe de ziekte precies ontstaat, weet men nog steeds niet. “Abcessen, ontstaan via de teentjes en verspreiden zich door rest konijn. Teentjes worden aangevreten door andere konijnen,” noteert de inspecteur.
Ook dit bedrijf krijgt een waarschuwing: uit de inspectie is gebleken dat met antibiotica behandelde konijnen niet identificeerbaar zijn.
Na een inspectie op 11 februari 2022 krijgt het bedrijf een schriftelijke waarschuwing omdat in een aantal van de stallen geen dag- en nachtritme wordt gehanteerd.
In Notter, ook in Overijssel, lijden de konijnen aan coccidiose, met veel ‘uitval’, oftewel dieren die al dood zijn vóór ze het slachthuis bereiken. De konijnen zijn resistent voor veel anticoxmiddelen. Verder lijden ze nog aan dikkebuikenziekte en abcessen.
De drinkwaterlijnen zijn, na verstrekking aan de konijnen van diergeneesmiddelen met antimicrobiële werking, kennelijk onvoldoende gereinigd. In drinkwatermonsters zijn na analyse op het laboratorium residuen aangetroffen van diergeneesmiddelen met antimicrobiële werking die eerder op het bedrijf zijn verstrekt aan de konijnen.
Er is geen volledige administratie gevoerd ten aanzien van de verstrekking van diergeneesmiddelen. In ten minste vijf gevallen is het verstrekken van diergeneesmiddelen met antimicrobiële werking niet en/of niet volledig geregistreerd in de bedrijfsadministratie.
In ten minste twee gevallen zijn diergeneesmiddelen met antimicrobiële werking aan de konijnen verstrekt zonder voorafgaande aantoonbare klinische inspectie door een dierenarts.
In ten minste vier gevallen zijn diergeneesmiddelen met antimicrobiële werking aan de konijnen verstrekt zonder dat dit vermeld is op het formulier Voedselketeninformatie.
Ook op dit bedrijf is dus veel mis, maar er volgt alleen een waarschuwing.
Bij een konijnenfokker in het Overijsselse Oosterwolde lijden de vleeskonijnen aan dikkebuikenziekte en de voedsters aan pasteurella. Pasteurella is een van de meest voorkomende en meest verspreide ziekten bij konijnen en wordt veroorzaakt door de bacterie pasteurella multocida die men in de luchtwegen van, veelal slecht gehuisveste, konijnen kan vinden. Het meest voorkomende, herkenbare symptoom is een conditie die ‘snot’ genoemd wordt, met niezen, natte neus, en vieze voorpootjes van het steeds schoonmaken van de rommel die zich op/rond de neus ophoopt.
Ook hier wordt medicatie als snoepgoed uitgedeeld. De inspecteur: “Vrijwel iedere keer wordt er bij het spenen Bacivet [een antibioticum in poedervorm voor gebruik in drinkwater tegen dikkebuikenziekte] ingezet. 1 keer per 6 weken gebeurt dit dus zonder klinische inspectie van de dierenarts. In 2019 is in ieder geval 8 keer geen klinische inspectie uitgevoerd door de dierenarts. […] Er wordt tijdens bezoek voor meer dan 1 behandeling Bacivet door de dierenarts geleverd. […] Bacivet wordt door houder niet volgens bijsluiter en voorschrift dierenarts toegepast.”
Het lijkt erop dat de konijnenhouder in april 2020 gestopt is met houden van konijnen, zoals hij tijdens inspectiebezoek op 2 december 2019 had aangegeven. Mogelijk ontbreekt daarom hier de waarschuwing.
In december 2021 krijgt een geanonimiseerde konijnenfokker een waarschuwing voor het feit dat niet alle voedsters in de voedsterafdelingen de beschikking hadden over een plateau, omdat in een deel van de kooien de plateaus niet naar beneden geklapt waren. De geïnspecteerde begint zelf over ziekte en dood: “Het uitval in 2020 was te hoog. Dit komt door VHD in de eerste 3 maanden, daarna nog E.coli [een bacterie die voedselinfecties kan veroorzaken]. Omdat er door VHD in sommige hokken veel minder konijnen zaten, kregen deze meer voer en raakte de vertering van slag met Coli als gevolg. We hebben ook nog problemen met coccidiose gehad. […] Nu gaat het goed, we zitten nu sommige rondes maar op anderhalf procent uitval.”
In februari 2022 krijgt een geanonimiseerde konijnenfokker een waarschuwing omdat het uitvalpercentage niet maandelijks en/of niet juist berekend is.
Ook hier is het een ellende voor de dieren. Een opmerking van de geïnspecteerde:
“We hebben in begin 2020 VHD gehad. Het was sluimerend, waardoor we lang problemen hebben gehouden met te hoog uitval. Daarnaast hebben we ook problemen met coccidiose.”
VHD (Viral Haemorrhagic Disease) is een snel verlopende ziekte die vrijwel altijd dodelijk is. Het virus veroorzaakt een leverinfectie met als gevolg inwendige bloedingen, vooral in de longen, lever en darmen. Binnen 1 tot 2 dagen na infectie wordt het konijn stilletjes en stopt met eten. Het dier kan benauwd worden, diarree of verstopping krijgen en het krijgt soms koorts. Al snel overlijdt het konijn, soms krijgt het daarbij epileptische aanvallen of een bloedneus en schreeuwt het. Soms zijn er geen symptomen te zien en is het konijn ineens dood. 6
Op een bedrijf in het Brabantse Elsendorp lijden de konijnen volgens het inspectierapport aan speenproblemen (diarree).
Op een bedrijf in Mariahout, ook in Noord-Brabant, lijden de dieren aan dikkebuikenziekte.
Een konijnenfokker in Reusel, wederom in Noord-Brabant, meldt in november 2019 dat door infectie met VHD het bedrijf dat voorjaar helemaal geruimd is en opnieuw opgestart met nieuwe dieren. Hierdoor is het aantal voedsters nu slechts 650. Mogelijk zijn er, gezien de vergunning van deze voormalige LTO-woordvoerder, meer dan 5.500 konijnen geruimd.
Een geanonimiseerde konijnenfokker vertelt in augustus 2021: “Ik heb in februari en maart 2020 VHD in stal 2 gehad onder de gespeende konijnen, hierdoor hebben we uitval van rond de 30% gehad. Voor onze ogen gingen de jonge konijnen dood, hier was zelfs door de dierenarts niets tegen te doen.”
Een bedrijf in het Brabantse Ulicoten doet mee aan een onderzoek tegen coccidiose. De helft van de vleeskonijnen krijgt voer met sacox (coccidiostatica) en de andere helft van de vleeskonijnen krijgt voer met robenidine. Beide zijn antibiotica.
Enkele jaren geleden heeft Huvepharma, de producent van salinomycine (sacox), de registratie van deze antibiotica als toevoegingsmiddel aan voeder laten verlopen. Op verzoek van de Nederlandse konijnensector heeft Huvepharma de procedure voor een nieuwe toelating in 2019 weer opgestart. De benodigde proeven werden op drie bedrijven uitgevoerd waarvan twee in Nederland en één in België.
DIERENWELZIJN IS IN DEZE INDUSTRIE EEN ILLUSIE
Naar aanleiding van maatschappelijke kritiek in de afgelopen jaren heeft de konijnensector ingezet op ‘betere huisvestingssystemen’. Sinds 2016 zijn de zogeheten welzijnskooien verplicht, grotere kooien met een verhoging waar voedsters op kunnen springen als ze even niet gezoogd willen worden. De kooien hebben een kunststoffen bodem of matje. 7 Ook deze systemen beantwoorden in de verste verte niet aan de natuurlijke behoeften en gedragingen van konijnen en ze brengen de massale sterfte van konijnen in dit systeem niet naar beneden.
Nog steeds kunnen de konijnen niet naar buiten, zien ze geen daglicht en kunnen ze niet graven en grazen. Nog steeds leven ze niet in natuurlijke groepssamenstellingen en kunnen ze niet of nauwelijks schuilen. Konijnen zijn vluchtdieren en schrikken snel. Het is belangrijk voor ze dat ze zich kunnen terugtrekken.
Geen dier dat zo ongeschikt is voor de vee-industrie als het konijn. We moeten daarom stoppen met de zoektocht naar steeds weer kleine, vaak denkbeeldige, verbeteringen in de leefomstandigheden in deze industrie. ’Dierenwelzijn’ is in deze sector een illusie.
HEF DE SECTOR OP
Er kan geen twijfel over bestaan: de vleeskonijnenindustrie is ziekmakend, verbruikt absurde hoeveelheden antibiotica, is debet aan honderdduizenden vroegtijdige doden en kan de dieren op geen enkele wijze een waardig bestaan bieden. Animal Rights doet een dringend beroep op minister Adema van LNV om een einde te maken aan de konijnenindustrie: “De konijnenindustrie is verwerpelijk en vertegenwoordigt nul maatschappelijke waarde. Niemand heeft konijnenvlees nodig. Hef deze sector op.”
Het besluit op het Woo-verzoek van Animal Rights is gepubliceerd op de website van de Rijksoverheid. 8
UPDATE 2025
Ondanks de gruwelijke beelden uit de Nederlandse konijnenindustrie die Animal Rights in 2019 en 2023 publiceerde en het vreselijke beeld van deze sector dat naar voren komt uit eerdere inspectierapporten, vonden er in 2024 en 2025 geen NVWA-controles plaats bij konijnenhouderijen. Dit is onacceptabel, maar Animal Rights is allang niet meer verbaasd.
Op 1 april 2025 waren er nog 32 locaties waar konijnen werden gehouden voor de productie van konijnenvlees.
Het antibiotica gebruik is wat gedaald, maar blijft extreem hoog en ligt nu op 22,6 DDDANAT.
Animal Rights vroeg opnieuw de inspectierapporten op. Er zijn na 2022 alleen inspecties gedaan naar aanleiding van een Animal Rights’ handhavingsverzoek en herinspecties na eerdere overtredingen.
De hercontroles Op 29-06-2023 wordt een konijnenfokker in Hallum hercontroleerd. De behuizing is niet toereikend of is onvoldoende hygiënisch. ” Ten opzichte van de inspectie in 2022 ongeveer evenveel konijnen aanwezig bij houder, zo rond de 90 stuks. Houder had er voor gekozen om veel grotere flessen met drinkwater aan te schaffen en op te hangen. Maar ook bij deze inspectie waren er meerdere leeg.”
“Er waren meerdere hokken aan verschoning toe. In die hokken was veel mest aanwezig. Houder gaf aan elke zondag een paar hokken uit te kiezen en deze dan uit te mesten en te verschonen.”
” Al met al blijft het een ‘zooitje’ op het erf, maar de dierenverblijven en vooral de conditie van de dieren was een stuk beter dan vorig jaar.”
De totale inspectie wordt afgedaan met een mondelinge waarschuwing en herinspectie vindt digitaal plaats: de konijnenfokker stuurt twee filmpjes op van schoongemaakte hokken.
zie:
Een konijnenfokker uit Gilze bouwt de konijnenhouderij af, zegt hij bij een hercontrole op 31-01-2023: ”We hebben al geen vleeskonijnen meer, maar verkopen de speenkonijnen nu aan een vleeskonijnenhouder. Ook het aantal voedsters laten we geleidelijk afnemen. De administratie wordt nu beter bijgehouden dan toen jullie hier de vorige keer waren. Zoals je ziet is het uitvalspercentage van de vleeskonijnen die we in 2022 nog gehouden hebben duidelijk verbeterd.”
Een konijnenfokker uit Wijchen geeft tijdens een hercontrole op 20-11-2022 aan de plateaus eigenlijk maar onzin te vinden: ”Ik doe de plateaus naar beneden, maar sommige voedsters mesten op de plateaus, dat is niet echt hygiënisch en geeft meer werk.”
Een konijnenfokker uit Helden heeft bij een hercontrole op 28-10-2022 de ”matjes die niet aan de wettelijke afmetingen voldeden vervangen.” Hij zegt verder: ”Dit is in ieder geval voorlopig de laatste ronde, ik ga tijdelijk leeg staan. Door de hoge voerprijzen verdien ik nu niets.”
Op een bedrijf in Nieuwleusen waar naast 42 runderen, 10 paarden, 3 varkens, 9 honden, ca. 100 kippen, 16 ganzen, 14 schapen, 29 geiten, 6 kalkoenen, 26 duiven, 2 cavias, ook 32 konijnen werden gehouden, vond op 30 mei 2022 in opdracht van de Officier van Justitie en het Openbaar Ministerie een controle plaats, waarbij diverse overtredingen werden vastgesteld. Het gaat daarbij onder andere om dierenmishandeling en het onthouden van de nodige zorg. Er wordt proces-verbaal opgemaakt en op 1 juni worden alle dieren alsnog in beslag genomen en afgevoerd van het bedrijf.
Een konijnenfokker in Annerveenschekanaal is gestopt met de konijnenhouderij in verband met klachten.
Ondanks dat er niet of nauwelijks gecontroleerd wordt bij konijnenfokkers, blijft het beeld overeind dat het een verderfelijke industrie is, die zo snel mogelijk moet worden beëindigd.
In september 2025 vraagt Animal Rights de NVWA om de inspectierapporten van 2024 en 2025. Er is alleen een inspectierapport uit augustus 2025 van een konijnenfokker uit Gilze: “Bedrijf is gestopt met het houden van vee (konijnen) en heeft enkel nog 6 hectare grasland.” Dat er nog vele mogen volgen!
Animal Rights, Fauna4Life en de Marterstichting dienden bezwaar in tegen de ontheffing voor het doden van 429 steenmarters in Friesland. De rechter besloot vorige week dat 200 dieren gedood mogen worden.
De afgelopen weken is Animal Rights druk bezig geweest met de rechtszaak omtrent het vangen en doden van steenmarters in Friesland. Dit moest volgens de provincie gebeuren om de weidevogelpopulatie in stand te houden. Samen met Fauna4Life en de Marterstichting [diende Animal Rights bezwaar in tegen de verleende ontheffing voor het doden van 429 steenmarters.](https://www.animalrights.nl/bezwaar-tegen-afschot-van-steenmarters-friesland) Op 2 februari waren wij aanwezig bij de zitting van de rechtbank in Groningen waar ons schorsingsverzoek werd behandeld.
Afgelopen donderdag, op 9 februari, heeft de rechter besloten dat er ‘slechts’ 200 steenmarters mogen worden gedood in plaats van 429 steenmarters. Hoe de rechter op dit getal is gekomen en op welke feitelijke onderbouwingen dit getal gebaseerd is, is onduidelijk. Tegen deze uitspraak kunnen we niet in beroep. De volgende stap is de hoorzitting in de bezwaarfase: die zal waarschijnlijk pas eind maart plaatsvinden. Wordt vervolgd!
Hoewel de rapporten die door Gedeputeerde Staten werden aangedragen moesten aantonen dat de gunstige staat van instandhouding van steenmarters niet in gevaar is, zijn de aantallen in de rapporten bijzonder discutabel. De populaties zijn niet geteld, maar er zijn simpelweg aannames gemaakt over hoeveel dieren er zouden voorkomen in een bepaald type landschap. Er is gerekend met een hoeveelheid van 10.000 steenmarters, terwijl er in het eerste rapport geconcludeerd wordt dat er zo’n 2600 steenmarters in Friesland zijn. Ook zijn de rapporten niet naast elkaar gelegd om na te gaan waarom er zo’n groot verschil in de tellingen zit.
Omdat na 9 jaar(!) de populatie weer op peil zou zijn komt de provincie Friesland tot een conclusie dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de staat van instandhouding bij een ontheffing voor het doden van 429 steenmarters.
In plaats van dat er gekeken wordt naar een duurzame, en vooral minder gewelddadige, oplossing voor de achteruitgang van de weidevogels, wordt er volgens Animal Rights, Fauna4Life en de Marterstichting te snel ingezet op het doden van steenmarters. Het is eerder al gebleken dat het afschieten van predatoren zoals de vos en de kraai op geen enkele manier heeft bijgedragen aan het verbeteren van het broedsucces van de weidevogels.
De intensieve veehouderij zorgt niet alleen voor ontzettend veel leed bij dieren zoals koeien, kippen en varkens, maar tast ook onze natuur aan en de leefomgeving van wilde dieren. Het is al lange tijd bekend dat de grootste oorzaak van de achteruitgang van de weidevogels de intensieve landbouwpraktijk is. Hierdoor groeien er geen kruiden of bloemen meer in de weilanden en groeit er alleen nog Engels raaigras. Op grasland komen minder insecten af en weidevogels kunnen daardoor moeilijker aan voedsel komen.1
Campagnecoördinator Aysis Plet: “Animal Rights pleit voor een diervriendelijke manier om zowel de populatie van de weidevogels als van de steenmarters in stand te houden.”
Op vrijdag 3 februari 2023 raakt bekend dat slachthuis Verbist veroordeeld werd in de rechtbank van Ieper voor fraude met vervallen vlees. Het slachthuis en de zaakvoerder moeten samen een boete van 400.000 euro betalen: het slachthuis moet 280.000 euro ophoesten en de zaakvoerder nog eens 120.000 euro. Er werd naar believen gefraudeerd met houdbaarheidsdata en lotnummers. Slachthuis Izegem probeerde onder meer 90.000 kilo vervallen vlees te verkopen aan supermarktketen Colruyt.1
Lees ook: [Laatste blik in slachthuis Izegem voor het gesloopt wordt](https://www.animalrights.be/laatste-blik-slachthuis-izegem-voor-het-gesloopt-wordt)
In de rechtbank werden twee verschillende dossiers behandeld: “In het eerste dossier ging het niet om één biefstuk, maar om 90.000 kg vervallen vlees dat ze nog aan Colruyt probeerden te verkopen,” werd in de rechtbank gesteld. Er werd gesjoemeld met houdbaarheidsdata en lotnummers van 140 paletten vlees.
Daarnaast ging het in een tweede dossier om vlees dat aan Nederland verkocht werd. Er werd opnieuw gesjoemeld met documenten en het vlees werd vanuit Nederland teruggestuurd naar België. Het vlees werd vernietigd.
Slachthuis Verbist werd eerder al veroordeeld voor inbreuken op hygiëne. De inbreuken kwamen aan het licht dankzij het onderzoek van Animal Rights, wat de bal aan het rollen bracht om het hele slachthuis onder de loep te nemen.
Lees ook: [Slachthuis Izegem: de tijdlijn](https://www.animalrights.be/campagne-slachthuis-izegem-de-tijdlijn)
In 2017 kon Animal Rights [gruwelijke undercoverbeelden](https://www.animalrights.be/schokkende-beelden-uit-slachthuis-izegem) maken van hoe runderen [systematisch mishandeld werden met de elektrische prikkelaar, stokslagen kregen en één stier werd zelfs anaal gepenetreerd.](https://www.animalrights.be/schokkende-beelden-uit-slachthuis-izegem)
Angstige dieren moesten toekijken hoe lotgenoten opgetakeld werden aan de slachtlijn en sommige dieren werden [bij bewustzijn gekeeld](https://www.animalrights.be/schokkende-beelden-uit-slachthuis-izegem)
Animal Rights spande een rechtszaak aan in 2017, waarvan de uitspraak uiteindelijk volgde in het voorjaar van 2021. De rechter verklaarde Animal Rights eerder ontvankelijk als burgerlijke partij in de rechtszaak. De rechtbank in Ieper weigerde echter de Animal Rights undercoverbeelden uit het slachthuis van Izegem als bewijs te accepteren omdat ze verkregen zijn zonder toestemming. Dat verandert niets aan de dierenmishandeling die in de beelden te zien is. Het is niet alleen een onrechtvaardige, maar vooral een volstrekt absurde uitspraak en Animal Rights ging hiertegen dan ook in beroep.
Van Campenhout: “Wij aanvaarden niet dat onze beelden zomaar uit het dossier gegooid worden. Deze mishandelingen vonden plaats op onbewaakte momenten. De beelden spreken voor zich: deze gruwelijkheden mogen niet ongestraft blijven!”
De pleidooien zullen doorgaan in juni 2023 in het Hof van Beroep in Gent.