Op 30 oktober komt een voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland (opnieuw) tot het oordeel dat door Animal Rights opgevraagd informatie via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), sinds 1 mei 2022 de Wet open overheid (Woo), gewoon openbaar moet worden gemaakt.
Lees ook: De juridische strijd voor transparantie over de vee-industrie
En: De juridische strijd voor transparantie over de vee-industrie II
Tijdlijn
Animal Rights vroeg op 24 maart 2022, inmiddels ruim drie-en-een-half jaar geleden, bij de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) – en dus de landbouwminister – om documenten die betrekking hebben op uitgevoerde inspecties bij konijnenhouderijen.
De NVWA had wat moeite met zoeken. Op 6 januari 2023 kwam ze in een besluit op het informatieverzoek tot 29 documenten. Na bezwaar van Animal Rights, werden daar in een aanvullend besluit op 8 juni 2023 nog 7 documenten aan toegevoegd. Op 22 oktober 2024 (!) nam de minister/NVWA een beslissing op bezwaar om 87 (!) documenten (gedeeltelijk) openbaar te maken.
Anoniem procederende konijnenhouders, gesteund door een advocaat van Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO), hebben beroep ingesteld tegen dat besluit en verzochten om een voorlopige voorziening. Dat verzoek werd op 16 oktober 2025 op zitting behandeld. Na afloop van de zitting besloot de voorzieningenrechter dat ”nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak” en besliste hij ook meteen op het beroep.
Oordeel
De rechter oordeelt dat er geen sprake is van bedrijfs- en fabricagegegevens, dat bedrijfsnamen met een familienaam niet hoeven te worden geanonimiseerd, dat het beroep op de EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden) en AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) niet slaagt, en dat er geen bijzondere omstandigheden naar voren zijn gebracht, waaruit onevenredige benadeling van de konijnenhouder volgt.
De voorzieningenrechter concludeert dat de minister op goede gronden heeft besloten om de gevraagde informatie gedeeltelijk openbaar te gaan maken. De voorzieningenrechter verklaart het beroep ongegrond.
Omdat op het beroep is beslist, is er geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. De konijnenhouder heeft zes weken de tijd om in hoger beroep te gaan, wat even zinloos is als het beroep, maar de minister/NVWA zal slechts twee weken wachten met openbaarmaking van de documenten.
Enkele relevante citaten
”Een onderscheid tussen bedrijven die een familienaam voeren en andere bedrijven is niet gerechtvaardigd. Hetzelfde geldt ten aanzien van het bedrijfsadres dat bij bedrijven hetzelfde is als een woonadres. Ook dan geldt dat openbaarmaking van het bedrijfsadres niet mag afhangen van of iemand zijn woonadres als bedrijfsadres gebruikt.”
”De Woo dient het algemeen belang en biedt met artikel 5.1 en 5.2 een afgewogen stelsel van uitzonderingsgronden. Dat eisers zelf vinden dat de openbaarmaking van hun gegevens geen democratisch belang dient, neemt niet weg dat in de Woo is bepaald dat bij de toepassing wordt uitgegaan van het algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving.”
”Het is vaste rechtspraak dat de vrees alleen voor onevenredige gevolgen door openbaarmaking onvoldoende is om openbaarmaking te weigeren. De enkele algemene veronderstelling van wat dierenrechtenactivisten zouden kunnen doen indien de naar eisers herleidbare gegevens openbaar worden gemaakt is daarvoor onvoldoende. Er moeten concrete, actuele aanknopingspunten zijn, aan de hand waarvan aannemelijk is dat sprake is van dreiging jegens eisers. Eisers hebben geen concrete, actuele dreiging richting hun bedrijven aannemelijk gemaakt. De verwijzingen naar verschillende acties van dierenactivisten zijn onvoldoende om concrete dreiging jegens eisers aan te nemen. De stelling dat in de sector van eisers sprake is van een constant, verhoogd risico op ongewenste benadering hebben zij ook niet onderbouwd met actuele stukken.”
Update – konijnenfokkers in hoger beroep
Op 12 november 2025 dient de LTO-advocaat van de konijnenfokkers pro-forma hoger beroep in tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland en een pro-forma verzoek tot een voorlopige voorziening tot schorsing van de uitspraak. De konijnenfokkers hebben duidelijk wat te verbergen.
Vervolgens belde de Raad van State of Animal Rights bezwaar heeft om het hoger beroep af te wachten. Daar heeft Animal Rights bezwaar tegen gemaakt. De konijnenhouders hebben hoger beroep ingesteld tegen de glasheldere uitspraak van de rechtbank van 30 oktober. Instemmen met wachten op het hoger beroep levert zo 2 jaar vertraging op terwijl het hogere beroep van de konijnenhouders kansloos is.
De zitting voor de voorlopige voorziening vindt op 23 januari 2026 plaats bij de Raad van State in Den Haag.


















