Op 1 juli 2025 verzocht Animal Rights (opnieuw) om openbaarmaking van documenten en overige informatie die betrekking hebben op de inspecties, controles en andere toezichtsactiviteiten van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bij varkensslachter Vion te Groenlo. De NVWA deed er ruim een jaar over om een deel van de documenten te verstrekken.
Lees ook:
Dit slachthuis slacht ongeveer 3800 varkens en 700 zeugen per dag. Wat in de nu verstrekte, maar onvolledige, set documenten opvalt, is dat varkenshouders en transporteurs nog altijd, volstrekt gewetenloos, dieren in vrachtwagens proppen die overduidelijk ongeschikt zijn voor transport. Dit geeft aan dat de pakkans te klein is en/of de boetes te laag.
Lees ook:
Enkele voorbeelden:
Op 30 april 2025 wordt een varken van een veehouder in Boxtel gelost bij Vion Groenlo. De afgedankte zeug had een snijwond aan de rechter ventrale zijde van de borstkas. Bij aanraking – palpatieonderzoek – van het gebied rondom de wond, reageerde de zeug pijnlijk door terugtrekking van de borstkas. De huid rond de wond voelde warmer aan dan de rest van het lichaam, wat duidt op een lokale ontstekingsreactie. De zeug had een versnelde ademhaling met een frequentie van circa 52 ademhalingen per minuut, wat duidelijk verhoogd is ten opzichte van de normaalwaarden (13–20/min) en duidt op stress en ongemak.
De NVWA dierenarts rook een penetrante, stinkende geur die vergelijkbaar is met rottingsgeur veroorzaakt door een bacteriële infectie. In de diepte van de wond zag ik een wit-geelachtige, etterige vloeistof (pus), wat wijst op een purulente ontsteking (ettervorming).
De zeug vertoonde terughoudend gedrag en vermijdingsreacties, typerend voor dieren die pijn ervaren. Vanwege het duidelijke lijden van de zeug en in het kader van dierenwelzijn werd besloten de zeug met spoed te laten bedwelmen en doden.
De vervoersomstandigheden waren van dien aard dat er onnodig extra lijden aan de zeug is berokkend. De zeug had een ernstige open wond en werd in een groep vervoerd, wat heeft geleid tot extra stress en ongemak tijdens het transport, omdat tijdens het transport niet voorkomen kan worden dat andere varkens tegen de wond aan komen.
De houder op de plaats van vertrek liet een zeug vervoeren die niet geschikt was voor het voorgenomen transport, omdat de zeug een ernstige open wond vertoonde.
Later werd vastgesteld dat de slachtbliknummers – het merk dat varkens in hun oor krijgen als ze naar de slacht gaan – op het vervoersdocument niet overeenkwamen met de slachtbliknummers vermeld op de slachtblikken. Het slachthuis heeft aangegeven dat zij een klacht hebben ingediend bij de veehouder, met de volgende toelichting: “14 zeugen geleverd, maar de nummers op het aanvoerdocument kwamen niet overeen met de geleverde nummers.
Hoe kwetsbaar vooral de afgedankte zeugen zijn, blijkt op 16 januari 2025. Bij het lossen van 85 zeugen uit een vrachtwagen met oplegger van een veevervoerder uit Bennekom, hoorde de NVWA dierenarts die de varkens controleert bij aankomst – ante-mortemkeuring – veel lawaai, gegil en gekrijs van de zeugen, in de oplegger.
Het was snel duidelijk wat de oorzaak van het gekrijs en gegil van de zeugen was. De tussenschotten waren veel te laag, waardoor de zeugen eroverheen probeerden te klauteren. Het gevolg was dat de zeugen zichzelf op hun buik en uier hadden opgehangen over het hekwerk en er niet meer vanaf konden komen.
De zeugen konden niet voor- of achteruit en bleven vastgeklemd zo hangen. Een moederdier van ongeveer 230 kg met een zwaar uier bleef op de buik balanceren. De NVWA dierenarts: “Voor de zeugen moet dit een verschrikking geweest zijn om zo te hangen tijdens het transport van veehouderijbedrijf naar slachthuis.”
Voor de zeugen die vastgeklemd hingen over een tussenschot, was een zeer benauwde positie ontstaan. Het gegil van de zeugen kwam door de paniek, pijn, angst en benauwdheid door slecht te kunnen ademen doordat de borstkas ook geklemd zit en de longen niet kunnen uitzetten, omdat het middenrif afgeplat is. Door de benauwdheid hadden de zeugen een versnelde ademhaling en de bek wijd open. Dit is een zeer ernstige aantasting van het welzijn van de zeugen.
Op beide vloeren was dezelfde situatie aanwezig. Minimaal 7 zeugen zaten bij aankomst op het slachthuis in Groenlo beklemd in een dergelijke situatie. De beklemde zeugen op de onderste vloer konden niet, zoals op 21 november 2024 – want dit was niet de eerste keer – door medewerkers van het slachthuis met de bedwelmingstang worden gedood, omdat het verlengsnoer van deze tang te kort was. Met het schietmasker naar voren in de wagen wilden de medewerkers van het slachthuis niet doen gezien hun eigen veiligheid door de paniek van de zeugen op deze vloeren een bovenste nog volgeladen vloer met minimaal 8.000 kg aan onrustige zeugen.
Op 26 september 2024 loste een vervoerder uit Harkema 58 zeugen bij Vion Groenlo. 40 van de 58 zeugen waren afkomstig van een veehouder uit Lippenhuizen. Een van deze zeugen had een groot gezwel onder de buik wat over de grond sleepte. Het kon zijn dat dit een zeer grote breuk was of een melkkliertumor of een combinatie van beide.
De zeug bleef achter bij de andere zeugen en kon moeilijk lopen door het grote gezwel, omdat dit het lopen van de achterpoten in de weg zat. De zeug maakte herhaaldelijk een trappende beweging naar het gezwel.
De zeug werd op aanwijzing van de NVWA dierenarts terstond door het stalpersoneel door elektrocutie gedood, omdat de zeug ziek was, niet transportwaardig was en ook niet geschikt was voor menselijke consumptie.
Nadat de zeug gedood was, was een zeer grote open wond op de huid te zien. De wond was ca. 30 cm lang en ca. 20 cm breed. De huid was op deze plek niet meer intact, er was geen opperhuid meer aanwezig.
Het gezwel werd ingesneden en uit de snede vloeide een grote golf van een paar liter, bruine stinkende etter en rottend weefsel. Dat dit gezwel vol zat met deze rottende inhoud bewijst eens te meer dat dit dier ziek was en niet slachtwaardig. De gifstoffen vanuit de etter (endotoxinen) worden namelijk door het bloedcirculatie systeem van een dier opgenomen, waardoor algehele malaise optreedt.
De veehouder liet een dier vervoeren en de transporteur vervoerde een dier dat niet vervoerd hadden mogen worden, omdat zij niet geschikt was voor het (voorgenomen) transport. Het dier was niet geschikt voor het (voorgenomen) transport, omdat het dier een ernstige open wond vertoonde.
Ook met betrekking tot hittestress gaat het nog steeds mis. Zo bleek op 26 juni 2024. Na 3 uur ’s middags werd een vrachtwagen met zeugen van een transporteur uit Dreumel gelost. Er was op dat moment geen regulier NVWA-toezicht meer op het lossen, maar een NVWA dierenarts op weg naar zijn post-mortem taken hoorde veel onrust op de wagen, de dieren waren aan het schreeuwen, veel dieren ademden met open bekken en waren aan het hijgen. Er was duidelijk sprake van stress.
Op deze dag was het ‘Nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen’ in werking, vanwege een verwachte temperatuur in De Bilt van 27 ⁰C. Voor de sector geldt dan het ‘Protocol veetransport onder extreme temperaturen’. Hierin wordt o.a. beschreven: Vanaf het moment dat het protocol in werking is geldt tussen 12.00 en 19.00 uur voor alle veevervoermiddelen aanwezig op openbaar toegankelijke plaatsen een lagere beladingsgraad.
Voor varkens geldt een verlaging van belading van 10-20%. Op het moment van deze bevindingen was de temperatuur 31 ⁰C ter plekke.
Er lagen zeugen languit, staande zeugen stonden hier deels overheen, er zat een zeug bovenop een liggende zeug. Er was onvoldoende ruimte voor de zeugen om tegelijk te liggen of in een natuurlijke houding te staan.
Tijdens het lossen van het eerste compartiment kwamen veel zeugen met geopende bekken hijgend naar buiten, hetgeen duidt op een stressreactie en een poging om de lichaamstemperatuur te reguleren en het circulatieapparaat gaande te houden.
Er bleven één dode zeug en één liggende zeug achter. De nog levende zeug had een snelle, hijgende oppervlakkige ademhaling met een iets geopende bek. De zeug had een rode vlekkerige huid (verkleuring). De zeug was in stress en was niet goed in staat om op te staan.
Tijdens het lossen van het tweede compartiment kwamen de zeugen ook met open bek, hijgend, naar buiten. Er was sprake van veel onrust bij de dieren.
In het laatste compartiment zaten acht zeugen. Ook hier was er geen ruimte voor de zeugen om tegelijk te liggen en/of te staan. Er was duidelijk sprake van overbelading in dit compartiment. Tijdens het lossen bleek dat er één zeug dood op de laadvloer lag en een tweede zeug languit in het wagen-compartiment, zwaar hijgend, snel ademend met open bek en trillend over het lichaam. Deze zeug had een rode verkleuring van de huid, met vlekkerig aspect. Deze zeug was niet meer in staat de kop op te tillen en in de benen te komen. Dit is de laatste fase voorafgaande aan de dood. Deze zeug is door het slachthuis direct bedwelmd en gedood liggend in de wagen. De overige zeugen waren zeer onrustig, ademden veelal hijgend met open bek.
In totaal zijn er van de bakwagen twee zeugen dood aangevoerd en vijf zeugen met stress, die in de wagen, op de losbrug of op stal bedwelmd en gedood zijn. Voor deze zeugen gold dat de stress niet meer reversibel was en de zeugen niet meer konden herstellen binnen afzienbare tijd.
Niet alle varkens konden gelijktijdig gaan liggen en in hun natuurlijke houding staan. Er was derhalve sprake van overbelading. Deze overbelading geldt al bij normale transportomstandigheden, waarbij het ‘Nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen’ niet in werking is. Er komt dan dus nog bij dat deze chauffeur geen enkele rekening heeft gehouden met het verminderen van de belading met 10-20% gezien de weersomstandigheden en de geldende eisen aangaande veetransport bij extreme temperaturen. Het welzijn van de zeugen was hierdoor ernstig aangetast.
Bij al deze rapporten ontbreken de boetebeschikkingen. We weten dus niet of en hoe deze varkensboeren en veetransporteurs zijn gestraft voor het vervoeren van zwaargewonde varkens, de mishandeling van zeugen door ongeschikt transport, of het de dood injagen van dieren door hittestress. Animal Rights is van mening dat geen enkele boete voor deze gevallen hoog genoeg is. De verantwoordelijken moet verboden worden om ooit nog met dieren te werken of deze te bezitten.
Animal Rights ontving wel de boetebeschikking voor een varkensbedrijf in Wateren (€ 1.500) en de transporteur uit Nieuw-Balinge (€ 4.500, verhoogd vanwege recidive) voor het transport van een niet-transportwaardige zeug op 29 maart 2025. Tijdens het lossen kwam één van de varkens uit de vrachtwagen met een zichtbare navelbreuk (hernia umbilicalis) met aan de zijkant een necrotisch ogende (zwarte vorming), gescheurde laesie. Het varken vertoonde daarnaast een versnelde ademhalingsfrequentie (tachypnoe) als gevolg van pijn of ander onderliggend fysiologisch ongemak. Het dier vertoonde een acute en duidelijke reactie op aanraking van het aangedane gebied, hetgeen indicatief is voor een versterkte pijnrespons. Bij het benaderen van de wond werd tevens een penetrante, rottingsachtige geur waargenomen, passend bij de afbraak van necrotisch weefsel en opgedroogd bloed.
Gelet op de ernst van de verwondingen en het onmiskenbare lijden van het dier, heeft de NVWA dierenarts de slachthuismedewerkers geïnstrueerd het varken met spoed te bedwelmen en te doden. Deze maatregel werd getroffen om het lijden van het dier onmiddellijk te beëindigen.
Het transport van dit varken heeft extra pijn veroorzaakt, doordat de bewegingen en de stress van het transport de reeds bestaande ernstige open wond en ontstekingen hebben verergerd.
De houder op de plaats van vertrek liet een dier vervoeren en de transporteur vervoerde een dier dat niet vervoerd had mogen worden, dat niet geschikt was voor het voorgenomen transport, omdat het dier een ernstige open wond vertoonde.

Op 29 maart 2025, tijdens het omhokken van de zogenoemde ‘oranje dieren’ – dieren die volgens de praktische richtsnoeren geschiktheid vervoer van varkens alleen apart vervoerd mogen worden en waarbij het transport aan specifieke eisen moet voldoen – zag de NVWA dierenarts een varken dat een navelbreuk had, waarbij een zwarte verkleuring zichtbaar was, wat er op duidde dat er mogelijk sprake was van necrose of een beknelling van de breukinhoud. Het varken had een versneld en vooral pompend ademhalingspatroon, niet alleen sneller dan normaal, maar ook duidelijk geforceerd, met zichtbare bewegingen van de buik en borstkas. Een dergelijke ademhaling duidt op pijn of ernstig ongemak. Bij dieren met een navelbreuk kan dit veroorzaakt worden door inwendige druk, weefselbeknelling of ontsteking.
Bij aanraking van de navelbreuk reageerde het varken met een terugtrekkende beweging, het varken trok de buik terug, wat op pijnreactie wijst. De huid rond de navelbreuk was merkbaar warmer dan de rest van het lichaam, wat duidt op een lokale ontstekingsreactie. In combinatie met de zwarte verkleuring en de geforceerde ademhaling wijst dit op een mogelijk ernstige complicatie van de navelbreuk, zoals necrose of een geïnfecteerde breuk.
De stalmedewerkers van het slachthuis kregen opdracht om dit varken met spoed te bedwelmen en te doden, gelet op het dierenwelzijn en de ernst van de klinische verschijnselen.
Aangezien het varken als een ‘oranje dier’ werd aangeduid, was het de verantwoordelijkheid van de chauffeur om extra aandacht te schenken aan de staat van het varken tijdens het laden en transport. Het transport van een dergelijk dier afzonderlijk vereist een grondige inspectie van de gezondheidstoestand, inclusief het zorgvuldig controleren van de hernia (in dit geval een navelbreuk) op mogelijke open wonden. De chauffeur had dan ook moeten constateren of de hernia open was en of er complicaties aanwezig waren, zoals een open wond of infectie.
Gezien de aanwezigheid van een open wond met necrose en verergering van de aandoening door het transport, zoals het herhaaldelijke contact met harde oppervlakken in de transportwagen, heeft het transport de situatie van het varken verergerd. Het varken was al in pijn door de verwonding en het vervoer heeft extra stress en verergering veroorzaakt, wat heeft bijgedragen aan verder lijden.
De transporteur vervoerde een varken dat niet vervoerd had mogen worden, omdat het varken niet geschikt was voor het (voorgenomen) transport. Het varken was niet geschikt voor het (voorgenomen) transport, omdat het varken een ernstige open wond vertoonde.
De boetebeschikking voor deze overtreding ontbreekt, maar deze vervoerder uit Ysselsteyn kreeg in 2023 al een boete van € 6.000 na tenminste drie vergelijkbare overtredingen in 2021 en 2020. Daar lijkt dit bedrijf niet van te leren.

Op 7 november 2024 liep een varken tijdens het lossen zeer moeizaam de klep van de vrachtwagen af. Bij het lopen steunde het varken nauwelijks op de linker achterpoot, maar tipte daar slechts de grond mee aan. Nadat het varken de laadklep verlaten had wilde het varken niet verder lopen, en nadat de chauffeur en het stalpersoneel van VION Groenlo B.V. het varken probeerden op te drijven, gaf het varken duidelijke signalen van pijn af.
Het varken hield zijn linker achterpoot van de grond en steunde er niet op en maakte een jengelende bewegingen met de poot (dat wil zeggen licht heen en weer zwaaien van de poot). Daarnaast maakte het varken bij de eerste stappen een schreeuwend geluid als een uiting van pijn. De linker achterpoot was vanaf de teen tot aan de heup ernstig verdikt. Op het hakgewricht zat een open wond van circa 5 bij 6 cm. De wond was deels bedekt door een korst en deels open en bloedde uit dit open deel. Rondom de wond was een verheven rand van granulatieweefsel. Ook waren er enkele necrose plekken zichtbaar in de wond.
Ook boven de kroonrand van het linker klauwtje was een open wond aanwezig van circa 2 bij 2 cm, een kroonrandontsteking. Omdat het varken zichtbaar pijn had, werd besloten om het varken onmiddellijk te laten doden. Bij de wond op de kroonland bleek dat het klauwtje deels los was van het onderliggende weefsel waardoor er sprake was van partiele ‘ontschoening’. Gezien het feit dat de huid over de linker hak niet meer intact was met een diameter van 5 tot 6 cm, maakt dat er sprake was van een ernstige open wond.
Gezien de feiten dat er zichtbaar granulatieweefsel en necrose plekken aanwezig waren op de wond staat vast dat de wonden reeds bestonden voordat het varken getransporteerd werd.
Daarnaast was het varken niet in staat om op eigen kracht pijnloos te bewegen wat zichtbaar was doordat het varken niet op de linkerachterpoot wilde steunen en uitingen van pijn gaf bij aanraking van de gedeeltelijk ontschoende klauw.
De transporteur uit Scherpenzeel vervoerde een dier dat niet vervoerd had mogen worden, en de veehouder uit Zevenaar heeft een dier laten vervoeren dat niet vervoerd had mogen worden, omdat het dier niet geschikt was voor het voorgenomen transport. Het dier was niet geschikt voor het (voorgenomen) transport, omdat het dier een ernstige open wond vertoonde en omdat het dier niet in staat was zich op eigen kracht pijnloos te bewegen.
Op 24 september 2024 arriveerde bij slachthuis VION Groenlo B.V. een beladen veewagen met een grote bloedvlek op de zijkant van de laadbak. Bij nadere inspectie van deze veewagen bleken er meerdere slachtzeugen in vervoerd te worden met open wonden ter hoogte van de schouder.
Een slachtzeug had ter hoogte van de rechterschouder een open wond ter grootte van ongeveer 10 cm. Dat het hier om een ernstige open wond ging bleek uit het feit dat deze wond gedeeltelijk bedekt was met donkergekleurd granulatieweefsel, amper vochtig was, de wondranden donker van kleur waren en er was zwelling rondom aanwezig. Zwelling ontstaat als reactie op het ontstaan van een wond door trauma en blijft aanwezig indien dat trauma blijft bestaan. Het bloederige aspect ontstaat doordat deze plekken steeds weer in contact komen met een hard oppervlak, zoals de stalvloer, een ander dier, de wand van de vrachtauto of iets dergelijks. Wondranden worden donkerder naarmate de wond ouder is door het ontwikkelen van granulatieweefsel. Granulatieweefsel is nieuw weefsel en onderdeel van het genezingsproces van een wond. Normaal is dit (licht)rood gekleurd; dat het granulatieweefsel hier donker was, betekent dat dit weefsel weer aan het afsterven was. Granulatieweefsel ontstaat vanaf 3 dagen na het ontstaan van de wond.
Binnen de reguliere varkenshouderij is bekend dat dit soort schouderwonden ontstaan door de gehanteerde huisvesting op het primaire bedrijf.
Dit transport is een goed voorbeeld van hoe rot deze sector is. Veehouders en een verzamelcentrum uit Dalmsholte lieten deze varkens op transport zetten. Drie verschillende transportbedrijven uit Rouveen, Balkbrug en Lunteren waren bereid deze ernstig gewonde varkens te vervoeren.

Op 30 juli 2024 bleef op de losbrug van VION, waar de zeugen uit de vrachtwagen komen, één van de zeugen achter bij de andere zeugen in de transportwagen. Ze kwam na aandrijven van de chauffeur, hinkend en strompelend, in haar eentje op drie poten van de transportwagen af. De linker onder voorpoot was in het pols gewricht sterk verdikt en bengelde er los aan. De betreffende zeug kon niet op de linker voorpoot staan. De poot onder het sterk verdikte carpaal gewricht (polsgewricht) zat er los onder. De zeug liep met een kromme rug en trilde over het gehele lichaam. Ook had de zeug een versnelde ademhaling en een geopende bek met schuim erin. Dit zijn alle duidelijke kenmerken dat de zeug erge pijn en stress had. De linkervoorpoot kon zowel in stilstand als ook in lopende beweging niet meer worden gebruikt, en de onderpoot bengelde onder de poot. Ik zag dat de zeug niet meer kon lopen en staan op de linkervoorpoot, dit duidt erop dat het belasten van deze poot bij de zeug ernstige pijn gaf.
Het beeld, de vorm, de fluctuatie van de dikte en de vervorming van de polsgewricht duiden op een oude ontsteking met als gevolg een degeneratie (verdwijnen van het oorspronkelijke gewricht door bot-en kraakbeen verval) en abcesvorming (oud ontstekingsmateriaal en pus) op de plek van het oorspronkelijke gewricht. Hierdoor zal een breuk en misvorming van dit gewricht zijn opgetreden. Tevens had deze zeug op de linker achterpoot en op de rechter voorpoot een open wond.
De zeug werd direct nadat ze van de transportwagen kwam gedood door elektrocutie door het VION stalpersoneel om de zeug verder lijden te besparen.
Na de dood van de zeug kon dit linker polsgewricht manueel alle kanten worden gebogen; wat duidt op de beschrijving van volledige degeneratie van bot-en kraakbeen en gewricht inclusief breuk van het gewricht ten gevolge. Los van de erge pijn en leed voor deze zeug had deze poot geen functionaliteit meer. Dit chronische ontstekingsproces in het polsgewricht met abcesvorming en fisteling en een breuk van het gewricht ten gevolge waardoor de zeug zich niet op eigen kracht pijnloos kon bewegen, moet minstens langer dan een week aanwezig zijn geweest.
Deze zeug was afkomstig van hetzelfde verzamelcentrum uit Dalmsholte als hierboven en werd vervoerd door een bedrijf uit Ommen.
Op 15 januari 2024 werden vier slachtvarkens van een veehouder uit Ambt Delden met open wonden aan de onderkant van meer dan 20 centimeter grote navelbreuken gelost door een al eerder genoemde vervoerder uit Scherpenzeel.
Bij twee varkens betrof het grote breuken, die bij het rechtopstaande varken slechts enkele centimeters van de bodem waren verwijderd. De breuken van deze varkens waren meer bloederig dan de kleinere breuken, wat goed mogelijk is doordat bij de grote breuken beschadiging van de huid en onderliggend weefsel door contact met de bodem of op de breuk trappen gemakkelijk optreedt. Bij alle breuken was er minstens een zweer met verdikte wondranden en granulatie te zien, wat betekent dat de wonden al voor het transport aanwezig waren.
Bij één varken was de grootte van de wond ongeveer 40 vierkante centimeter en bij de andere drie varkens was de grootte van de wond ongeveer 60 tot 80 vierkante centimeter. Volgens ‘Praktische richtlijnen voor het bepalen van de geschiktheid voor het vervoer van varkens’ zijn deze varkens niet geschikt voor transport en worden de navelbreuken als ernstig beschouwd en is het algemeen welzijn van de varkens aangetast.
17 oktober 2023 was er bij Vion Groenlo een varken van een veehouder uit Bentelo op de losklep van de vrachtwagen van de vervoerder uit Scherpenzeel, dat heel moeilijk liep. Het varken kon zijn voorpoot (links) niet belasten en wreef zijn voorpoot over de vloer. De ademhaling van het varken was afwijkend, versneld en het varken zag er onrustig uit. Het varken had een afwijkende houding van kop en rug. De rug was krom, de buik was opgetrokken en de kop lag iets naar beneden. Deze verschijnselen duiden op pijn in het lichaam.
Pijn is een waarschuwingssignaal dat via de zenuwen wordt doorgegeven aan de hersenen. Deze reageren daarop met een aantal maatregelen: het terugtrekken van de voorpoot of het ontzien van het pijnlijke lichaamsdeel, maar ook het aansturen van lichaamsfuncties om de oorzaak van de pijn weg te nemen. Pijn wordt daarom beschouwd als een fysieke ervaring alsook een emotionele ervaring. De pijnprikkel wordt meestal veroorzaakt door weefselschade.
De slachthuismedewerkers kregen de instructies om dit varken met spoed te laten slachten.
Post mortem werden er nog meer bevindingen geconstateerd: een acuut infectieproces in de longen, een abces tussen het ribbenkast en het borstbeen en daarnaast een ontstoken borstvlies (pleuritis) die een verkleving van de organen aan de binnenzijde van de ribbenkast veroorzaakte, meerdere abcessen en ontstekingen in de carpale benen, ontstekingen van de gewricht met bloeding.
Dit dier had nooit op transport gemogen.
Lees ook:

























