Het aantal levende dieren dat de chauffeurs van destructiebedrijf Rendac uit Son tussen de ter destructie aangeboden kadavers aantreffen, neemt niet af. Dit ondanks de krimpende veestapel en stoppende veehouderijen, en ondanks de voor deze overtreding opgelegde dwangsommen door de NVWA. Het beleid van het landbouwministerie werkt dus niet en moet aangepast worden om deze ernstige vorm van dierenmishandeling te beëindigen.
Animal Rights vraagt al jaren via informatieverzoeken onder de Wet open overheid (Woo) de meldingen door Rendac en de reactie daarop van de NVWA op voor deze extreme vorm van verwaarlozing van de zorgplicht.
2016 – 2023
In 2016 waren er tenminste 24 meldingen (11 varkens, 9 runderen en 4 kippen) van levend ter destructie aangeboden dieren en in 2017 zeker 21 (9 varkens, 4 runderen, 5 kippen, 1 geit, 1 schaap en 1 konijn). De gegevens van 2018 (8) en 2023 (9) zijn niet compleet, maar in 2019 ging het om zeker 12 gevallen, waaronder 2 schapen, drie kalveren en 3 biggen. In 2020 betrof het minimaal 15 levend bij Rendac aangeboden dieren, waaronder een pony, een vis en “4 a 5 eenden”. In 2021 werden zeker 18 levende dieren als kadavers aan de weg gezet: 7 kippen, 4 runderen, 6 varkens en een schaap. In 2022 werden zeker 16 dieren levend ter destructie aangeboden: 6 kippen, 3 varkens, 5 kalveren/runderen en 2 schapen.
2024
Uit deze maand ontvangen documenten blijkt dat er bij 18 meldingen in 2024 ten minste 21 levende dieren werden gevonden tussen de kadavers: een kip in Grollo, een big in Terwolde, een zeug in Lunteren, een eend in Hierden, een kip in Linde, een big in Notter, een kip in Sint-Annaland, een kalf in Egmond aan den Hoef, 2 kippen in Eibergen, een schaap in Oudkarspel, een schaap in Zoetermeer, een onbekend aantal rivierkreeften in Houten, een rund in Stokkum, een kuiken in Lichtenvoorde, een kuiken in Uitgeest, een varken in Daarle, twee kippen in Mastenbroek en twee biggen in Deurne.
2025
In 2025 ging het in ieder geval om 21 meldingen (een aantal documenten is nog niet vrijgegeven, omdat er bezwaren lopen): een geit in Landhorst, een geit in Rhenoy, een kalf in Wijk en Aalburg, een big in Alphen aan de Rijn, een rund in Oploo, een varken in Mierlo, een kip in Bornerbroek, een big in Winterswijk Kotten, een rund in Staphorst, een kip in Maashees, een varken in Streefkerk, een kip in Heeswijk-Dinther, een kalf in Voorst Oude IJsselstreek, een kip in Varsselder, een rund in Dalen, een kip in Someren, een kip in Nederweert, een schaap in Dirksland, een kalf in Balkbrug, een kalf in Voorthuizen en twee kippen in Alteveer.
2026
Tijdens een debat over de Wet open overheid en transparantie over de vee-industrie op 1 september 2026 stelde Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren) een vraag over het aantal levende dieren dat tussen kadavers wordt aangetroffen.
Silvio Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, antwoordde daarop op 8 september 2026: 1
“De NVWA heeft niet zelfstandig toegang tot cijfers betreft het aantal levende dieren tussen kadavers en is hierin afhankelijk van meldingen van Rendac.
In 2026 heeft de NVWA tot nu toe 16 meldingen gekregen van Rendac over nog levende dieren bij het ophalen van kadavers. Hiervan zijn 10 meldingen gedaan tussen 1 januari en 30 april en 6 meldingen tussen 1 mei en 31 augustus. Het betrof onder meer een geit, pluimvee, paling, kreeften en varkens. In een melding wordt niet altijd het aantal dieren genoemd, waardoor geen zicht is op precieze aantallen.”
In de eerste 8 maanden van 2026 werden dus al 16 meldingen gedaan van een onbekend aantal levende dieren tussen ter destructie aangeboden kadavers. Dit geeft opnieuw aan dat dit aantal niet daalt terwijl er sprake is van een krimpende veestapel en uitkoop van veebedrijven.
Op 10 september laat de griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur weten dat een afschrift van de brief van Animal Rights aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, getiteld ‘Aantal levende dieren tussen ter destructie aangeboden kadavers daalt niet!’, ontvangen en besproken is: “De commissie heeft besloten de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur / minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur een reactie te vragen op uw brief. Zodra de commissie deze reactie heeft ontvangen, neemt zij een besluit over de eventuele verdere behandeling van uw brief. Ik zal de reactie van de minister/staatssecretaris aan u toesturen en u informeren over het besluit van de commissie.
Namens de commissie dank ik u voor de toezending van uw brief.”
Topje van de ijsberg
Animal Rights gaat er vanuit dat deze door de NVWA verstrekte gegevens slechts het topje van de ijsberg zijn. De Rendac-chauffeurs houden natuurlijk geen uitgebreide controles, keren de kadavertonnen met biggen, konijnen en pluimvee niet om om ieder individueel dier te inspecteren en zijn ook geen experts op dat gebied. Menig geval zal eenvoudigweg niet gemeld worden en veel van de dieren die levend aan de weg worden gezet, zullen overlijden tussen dat moment in de avond en het arriveren van de Rendac-vrachtwagen de volgende ochtend.

De politiek
In 2016 antwoordde staatssecretaris Van Dam op vragen van SP Kamerlid Van Gerven dat sinds 2009 het aantal meldingen per jaar van voor destructie aangeboden levende dieren van Rendac was gedaald van 35 naar 18 in 2015 en concludeerde daaruit dat de getroffen maatregelen hun uitwerking leken te hebben. Naar nu blijkt is er sindsdien sprake van 10 jaar stagnatie. Net als bij bijvoorbeeld stalbranden lijken de veehouders niet bij te leren. Dat ze het “niet expres doen”, doet daar niets aan af.
Oktober 2020, schreef toenmalig landbouwminister Schouten in een Kamerbrief inzake slachthuizen over “signalen die de NVWA heeft dat er zeer incidenteel tussen kadavers die aan Rendac worden aangeboden nog een levend dier wordt aangetroffen.” Ze voegde er ten overvloede aan toe dat ze dit “niet acceptabel” vindt, maar kwam wel meteen met excuses voor de veeboeren: “Ik ben me er ook bewust van dat er in dit kader ook sprake kan zijn van onbewuste onbekwaamheid.“ Het kan natuurlijk ook volstrekte desinteresse zijn in het leven en lijden van andere individuen. Gelukkig voegde Schouten eraan toe: “De dierhouder is er echter wel verantwoordelijk voor dat er geen levende dieren bij de kadavers worden aangeboden.” Ze deed er verder beleidsmatig niets mee.
Dit zei toenmalig landbouwminister Staghouwer erover in een verzamelbrief dierenwelzijn in april 2022: “Het OM heeft aangegeven dat de schriftelijke notificatie die de Rendac naar de dierhouder stuurt en de melding aan de NVWA onvoldoende basis biedt voor strafrechtelijke vervolging. Nu strafrechtelijke vervolging niet mogelijk blijkt, heeft de NVWA haar handhavingsstrategie aangepast. Vanaf dit najaar wordt bij een eerste melding van een levend aangetroffen dier door Rendac een last onder dwangsom opgelegd, omdat de houder het dier de nodige verzorging heeft onthouden.”
De conclusie van de minister was incorrect. Het OM zegt niet dat strafvervolging niet mogelijk is, maar dat de huidige documentatie van deze misdaden niet voldoet. De NVWA (en Rendac) moeten er dus voor zorgen dat ze hun zaken beter voor elkaar brengen.
In november 2025 vond er een internetconsultatie plaats over het ‘Voorstel tot wijziging van het Besluit en de Regeling dierlijke producten in verband met de verwerking van kadavers’. Dit was voor Animal Rights een uitgelezen kans om aandacht te vragen voor levend aan destructiebedrijf Rendac aangeboden dieren tussen de kadavers. De reactie was echter: “Voor vragen over handhaving moeten wij u echter verwijzen naar de NVWA. De bevoegdheid daarvoor ligt bij hen; vanuit onze rol als beleidsafdeling is het niet aan ons om hierover uitspraken te doen.”
Waarschuwingen en dwangsommen doen niets
Dat er geen vooruitgang geboekt wordt, is niet verwonderlijk, want, zover Animal Rights uit de documenten kan opmaken, is er nog nooit een boete opgelegd voor het veroorzaken van dit vreselijke lijden. Vóór 2024 werd volstaan met een officiële waarschuwing en sinds 2024 wordt een dwangsom opgelegd van 1500 euro, maximaal oplopend tot 4500 euro, met een looptijd van slechts één jaar. De conclusie van twee jaar werken met dwangsommen is dat het net als een schriftelijke waarschuwing niet werkt. Het aantal levend ter destructie aangeboden dieren neemt niet af.
Recidive
Dat het huidige beleid niet werkt, spreekt niet alleen uit de cijfers, maar wordt extra benadrukt door het feit dat Animal Rights in de recent verkregen documenten voor het eerst recidivisten aantreft. Drie bedrijven die eerder een levend dier als afval tussen de kadavers gooiden, werden opnieuw betrapt.
Bij varkenshouderij Hovawin B.V. uit Winterswijk Kotten constateerde een Rendac-chauffeur op 2 juli 2025 dat een aangeboden big niet dood was. Op 15 november 2023 werd daar al eerder een levende big aangetroffen tussen de kadavers.
Bij pluimveebedrijf Jofra Poultry uit Someren werd bij het ophalen van de door hen gemelde kadavers op 19 november 2025 geconstateerd dat een aangeboden kip niet dood was. Op 29 november 2023 gebeurde daar al exact hetzelfde.
Kuikenbroederij Schotman en Zonen uit Lichtenvoorde had op 25 oktober 2024 een levend kuiken tussen de kadavers zitten. Daar werd het bedrijf eerder op betrapt op 1 augustus 2023.
Geen van deze bedrijven werd voor deze herhaling beboet, omdat er in 2023 nog gewerkt werd met waarschuwingen in plaats van dwangsommen en er in alle gevallen meer dan een jaar is verstreken tussen de twee overtredingen. De kuikenbroederij ontloopt zelfs een (nieuwe) dwangsom want “op het moment van de constatering door de medewerker van Rendac was nog geen sprake van een overdracht van het afval naar Rendac …”. Deze formaliteit neemt niet weg dat er gewoon een levend kuiken tussen de kadavers in de afvalbak lag, maar de NVWA ziet af van haar voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom.
Opdracht aan de landbouwminister
Het gaat om een relatief kleine aantal individuen in verhouding tot het immense aantal dieren dat in Nederland opgesloten zit, maar het veroorzaakte leed is onbeschrijfelijk en onacceptabel, zelfs als het één individu per jaar betreft. Veehouders die niet in staat zijn om dit te voorkomen, horen geen dieren te houden. Zoals toenmalig landbouwminister Staghouwer in april 2022 al zei: “Ook wanneer sprake is van onbewuste onbekwaamheid is hier sprake van het onthouden van de nodige zorg voor een dier, met ernstige welzijnsaantasting tot gevolg.”
Animal Rights wil dat de NVWA bij een melding overgaat tot daadwerkelijke, afschrikkend-werkende bestraffing. Bij een zware overtreding is er immers geen noodzaak dat die ook nog eens herhaald wordt. Het eerst opleggen van een dwangsom lijkt in strijd met het interventiebeleid van de NVWA.
De opdracht aan de nieuwe minister van landbouw lijkt duidelijk. Er is sprake van een ernstig probleem en de huidige aanpak werkt niet. Het is tijd voor strengere maatregelen die een einde maken aan deze misstand. Animal Rights zal dit opnieuw onder de aandacht van de minister brengen.
Achtergronden
Woo-besluiten
Wob-besluit 18-0867 2
Wob-besluit 20-0819 3
Woo-besluit 23-0616 4
Woo-besluit 24-0694 5
Woo-besluit 26-0006 6
- Appreciatie motie van het lid Ouwehand over toezicht- en handhavingsinformatie over leven en lijden van dieren in de bio-industrie actief openbaar maken (Kamerstuk 32802-153) ↩︎
- Besluit op Wob-verzoek 18-0867 ↩︎
- Besluit op Woo-verzoek 20-0819 ↩︎
- Besluit op Woo-verzoek 23-0616 ↩︎
- Besluit op Woo-verzoek 24-0694 ↩︎
- Nog niet gepubliceerd ↩︎


















