Levend ter destructie aanbieden van dieren: dwangsom, eventueel politie-inzet, maar nog altijd geen bestraffing

mrt 17, 2026 | Slacht

In november 2025 vond er een internetconsultatie plaats over het ‘Voorstel tot wijziging van het Besluit en de Regeling dierlijke producten in verband met de verwerking van kadavers’. 1 Dit was voor Animal Rights een uitgelezen kans om aandacht te vragen voor levend aan destructiebedrijf Rendac aangeboden dieren tussen de kadavers:

“Het komt met enige regelmaat voor dat levende dieren ter destructie worden aangeboden. Zie:

En: 

Dit zei toenmalig landbouwminister Staghouwer erover in een verzamelbrief dierenwelzijn in april 2022: “Het OM heeft aangegeven dat de schriftelijke notificatie die de Rendac naar de dierhouder stuurt en de melding aan de NVWA onvoldoende basis biedt voor strafrechtelijke vervolging.” 

En: ”Ook wanneer sprake is van onbewuste onbekwaamheid is hier sprake van het onthouden van de nodige zorg voor een dier, met ernstige welzijnsaantasting tot gevolg.” 

Nu er nieuwe wetgeving wordt opgesteld moet hierin worden geborgd dat strafrechtelijke vervolging volgt op de constatering van het aanbieden van een levend dier ter destructie. Verder moet worden vastgelegd hoe een chauffeur dient te handelen wanneer dit geconstateerd wordt, op een wijze die recht doet aan de wettelijke zorgplicht.”

De eerste reactie vanuit het landbouwministerie in februari 2026 hierop was:

“Het levend aanbieden van dieren is al verboden onder de Wet Dieren. De NVWA handhaaft reeds bestuursrechtelijk op overtredingen op dit verbod. Bij het aantreffen van een nog levend dier door Rendac (de aangewezen partij voor het ophalen en verwerken van kadavers) legt de NVWA een last onder dwangsom op. Indien binnen één jaar een tweede melding volgt voor dezelfde locatie, wordt de last ingevorderd en volgt een fysieke inspectie door de NVWA. In de huidige werkwijze is ook omschreven welke vervolgstappen de chauffeur van Rendac dient te nemen bij het aantreffen van een nog levend dier. Volgens de NVWA is het sinds het werken met deze aangepaste handhavingsstrategie (gecommuniceerd in Kamerstuk 28286, nr. 1255) nog niet voorgekomen dat één houder twee keer in één jaar tijd een levend dier heeft aangeboden. Gelet hierop zien we geen noodzaak om de bestaande bestuursrechtelijke aanpak aan te passen.”

Animal Rights vond dat onvoldoende en reageerde met:

“Aan een last onder dwangsom kleeft hetzelfde bezwaar als aan een waarschuwing. De kans om opnieuw betrapt te worden, zeker binnen een jaar, is minimaal en er vindt geen bestraffing plaats voor het onvoorstelbare leed dat al is aangericht.

U zegt: “In de huidige werkwijze is ook omschreven welke vervolgstappen de chauffeur van Rendac dient te nemen bij het aantreffen van een nog levend dier.” Wat is dat protocol dan? In de praktijk kijkt de chauffeur of er iemand op het bedrijf is; wanneer dat niet het geval is, informeert hij Rendac. Rendac belt het bedrijf; bij geen gehoor sturen ze een brief. Dit houdt in dat er geen adequate zorg wordt geleverd aan het lijdende dier. Dit is in strijd met de wettelijke zorgplicht. Als LVVN dit niet borgt, zal Animal Rights dat mogelijk afdwingen via juridische wegen.”

Begin maart 2026, na intern beraad, paste het landbouwministerie haar positie aan:

“Ter aanvulling op de eerdere omschrijving: Bij aantreffen van een nog levend dier neemt de chauffeur het dier niet mee in de kadaverstroom. De chauffeur meldt de situatie direct en Rendac neemt onmiddellijk contact op met de houder met de instructie om per direct de nodige hulp te verlenen aan het dier. Indien de houder niet bereikbaar is, wordt zonder uitstel de politie ingeschakeld. Hiermee wordt door Rendac invulling gegeven aan de wettelijke zorgplicht op basis van wat redelijkerwijs van de chauffeur en Rendac kan worden verwacht.”

Dat is op zich positief: het lijden van de slachtoffers wordt hiermee waarschijnlijk bekort en bij afwezigheid van de veehouder wordt de politie ingeschakeld. Hiermee vindt echter nog steeds geen directe bestraffing plaats van de verantwoordelijke veehouder. Animal Rights:

“Dan blijft nog het punt over van bestraffing. Ik denk niet dat ter discussie staat dat het hier gaat om een overtreding met (mogelijke) ernstige gevolgen voor de diergezondheid en dierenwelzijn (overtredingsklasse zwaar). Ook de schuldvraag, of het nu gaat om opzettelijk of onbekwaam handelen, lijkt eenvoudig te beantwoorden. Waarom gaat de NVWA dan niet direct over tot het opleggen van een bestraffende sanctie? Bij een zware overtreding is er immers geen noodzaak dat die ook nog eens herhaald wordt. Het eerst opleggen van een dwangsom lijkt in strijd met het interventiebeleid van de NVWA.”

Het antwoord:

“Voor vragen over handhaving moeten wij u echter verwijzen naar de NVWA. De bevoegdheid daarvoor ligt bij hen; vanuit onze rol als beleidsafdeling is het niet aan ons om hierover uitspraken te doen.”

Animal Rights zal hierop bij de NVWA en de nieuwe landbouwminister blijven aandringen.

  1. Voorstel tot wijziging van het Besluit en de Regeling dierlijke producten in verband met de verwerking van kadavers ↩︎

JIJ KAN DE DIEREN REDDEN

Word ambassadeur van de dieren en red ze met jouw bijdrage. Jouw hulp zet het belangrijke werk voor de dieren voort.

Elke bijdrage maakt een verschil! 🧡