Winst! – Provincie gaat niet in hoger beroep; damherten blijven behouden voor de Hoeksche Waard
De deadline voor hoger beroep verliep 20 augustus 2026, maar de provincie respecteerde de uitspraak en ging niet in hoger beroep. 1 Dat houdt in dat de damherten definitief voor de Hoeksche Waard behouden blijven. Ongetwijfeld komt Zuid-Holland nog met ‘beheerplannen’, maar dat zien we dan wel weer.
Eerder: Populatie damherten Hoeksche Waard mag niet worden teruggebracht naar nul
Het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland heeft onvoldoende onderbouwd waarom de populatie damherten in de Hoeksche Waard moet worden teruggebracht naar nul. Dat volgt uit de uitspraak van 9 juli 2026 in de bodemprocedure bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaart het beroep van Fauna4Life en Animal Rights, die deze zaak hebben aangespannen, gegrond en vernietigt het besluit, waarbij de opdracht is gegeven.
De rechtbank oordeelt verder dat dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat de populatie damherten in de Hoeksche Waard uitsluitend uit verwilderde dieren bestaat. Het doden van beschermde inheemse soorten zoals damherten is alleen toegestaan na zorgvuldig (ecologisch) onderzoek en een toereikende motivering.
Helaas oordeelt de rechtbank wel dat het college voldoende heeft onderbouwd dat door de grote voedselbehoefte van damherten en het gegeven dat de populatie bij niet ingrijpen in 2028 uit 1.300 dieren zal bestaan, er ernstige schade aan landbouwgewassen kan ontstaan. Dit betekent echter niet dat het noodzakelijk is om het aantal damherten terug te brengen naar nul.
Tot slot heeft het college ook niet deugdelijk gemotiveerd waarom het met het oog op de verkeersveiligheid noodzakelijk is dat de gehele populatie damherten moet verdwijnen.
Nog eerder
Op 14 april 2025 sprak de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag zich uit over het walgelijke plan van het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland om de volledige populatie damherten in de Hoeksche Waard uit te roeien.
De voorlopige voorziening werd toegewezen, maar toch zijn Animal Rights en Fauna4Life teleurgesteld in het uiteindelijk oordeel van de rechter.
Voorlopige voorziening toegewezen, maar toch afschot
Positief is dat de rechter oordeelt dat het college (1) niet aannemelijk heeft gemaakt dat de populatie damherten in de Hoeksche Waard uitsluitend bestaat uit verwilderde dieren, (2) niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het met het oog op de verkeersveiligheid noodzakelijk is dat de populatie damherten in omvang moet worden teruggebracht en (3) niet deugdelijk gemotiveerd heeft waarom het doden van de gehele populatie noodzakelijk is om ernstige schade aan gewassen te voorkomen.
Teleurstellend en verbijsterend is vervolgens dat ”[a]ls voorlopige voorziening wordt getroffen dat de populatie damherten in de Hoeksche Waard tot aan de uitspraak in de bodemprocedure tot 40 exemplaren mag worden teruggebracht.”
Geen verwilderde dieren
Het college heeft naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter ”niet aannemelijk gemaakt dat de populatie damherten in de Hoeksche Waard uitsluitend bestaat uit verwilderde dieren. Dat betekent dat het college – naast de noodzaak van de opdracht in het belang van de openbare (verkeers)veiligheid en ter voorkoming van ernstige schade aan gewassen – ook aannemelijk dient te maken dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat en dat de beheermaatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van het damhert.”
De rechter volgt hiermee het begrippenkader uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn – noodzaak/wettelijk belang, andere bevredigende oplossing en gunstige staat van instandhouding – en gaat voorbij aan de discussie hierover, die werd opgeroepen door de uitspraak in de zaak van het afschot van reeën in de provincie Flevoland.
De kans dat de populatie damherten kan worden uitgeroeid, is hiermee kleiner geworden.
Verkeersveiligheid
Het college stelt dat door de toename van het aantal damherten in het gebied de kans op aanrijdingen groter wordt. In de periode 2016 tot en met 2022 zijn echter slechts vier aanrijdingen geregistreerd. In de periode 2015 tot en met 2020 waren dat er zeven. ”De conclusie van het college dat de huidige populatie damherten in de Hoeksche Waard een bedreiging van de verkeersveiligheid vormt, wordt naar voorlopig oordeel dan ook niet door de cijfers van het aantal aanrijdingen ondersteund,” oordeelt de voorzieningenrechter.
”Naar voorlopig oordeel heeft het college daarom niet deugdelijk gemotiveerd waarom het met het oog op de verkeersveiligheid noodzakelijk is dat de gehele populatie damherten moet verdwijnen of moet worden teruggebracht tot een kleiner aantal damherten.”
Schade
Onverteerbaar is dat de rechter blijft vasthouden aan oude rechtspraak dat er sprake is van ‘belangrijke schade’ bij een bedrag boven de 250 euro.
Gelukkig is het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter dat ”het college echter niet deugdelijk gemotiveerd [heeft] waarom het doden van de gehele populatie noodzakelijk is om ernstige schade aan gewassen te voorkomen. Het college heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom niet kan worden volstaan met het beperken van de omvang van de damhertenpopulatie in plaats van deze geheel te doden. Van belang is dat de opdracht tot het doden van de damhertenpopulatie is gegeven ter voorkoming van ernstige schade, en niet alle schade.”
Gelet daarop betwijfeld de voorzieningenrechter of het bestreden besluit in de bodemprocedure stand zal houden. ”De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.”
Helaas voegt hij daaraan toe: ”Bij het treffen van deze voorziening betrekt de voorzieningenrechter dat in de huidige situatie reeds sprake is van ernstige schade aan gewassen en dat het college zich naar voorlopig oordeel daarom wel op het standpunt heeft mogen stellen dat ingrijpen in de populatie nodig is ter voorkoming van die schade.”
Het is eveneens teleurstellend met welk gemak de rechter meegaat in het schade-aan-gewassen-verhaal en andere effectieve, bevredigende oplossingen wegwuift. De intrinsieke waarde van een levend, voelend wezen als een damhert kan blijkbaar nonchalant weggestreept worden tegen de financiële belangen van een handjevol boeren.
40 damherten mogen blijven leven?
Het getal van 40 damherten die mogen blijven leven, lijkt volledig uit de lucht geplukt en de redenering van de rechter is onbegrijpelijk: ”De voorzieningenrechter overweegt dat er, gelet op de tellingen, in de periode van 2021 tot en met 2023 in het benuttingsgebied circa 40 damherten aanwezig waren. Bij dit aantal damherten treedt dus, gelet op de taxaties in deze periode, reeds ernstige schade aan gewassen op. De voorzieningenrechter ziet daarin aanleiding om de voorlopige voorziening te treffen dat de populatie damherten in de Hoeksche Waard tot aan de uitspraak in de bodemprocedure tot 40 exemplaren mag worden teruggebracht.”
”Er is geen aanleiding om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de populatie teruggebracht mag worden tot een lager aantal dan 40 damherten, omdat de voorzieningenrechter op basis van de stukken niet kan vaststellen bij welk lager aantal damherten ernstige schade aan gewassen voorkomen kan worden.”
Update
Donderdag 28 mei 2026 vindt in de Rechtbank Den Haag de zitting plaats die het lot moet bepalen van de damherten in de Hoeksche Waard. Omgevingsdienst Haaglanden stuurt, namens gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland, nog altijd aan op de volledige uitroeiing van deze populatie. Animal Rights en Fauna4Life gingen hiertegen in beroep.
Zuid-Holland blijft, om een Endlösung te rechtvaardigen, er opportunistisch op hameren dat het om ontsnapte dieren gaat. Alle damhertenpopulaties in Noordwest Europa hebben uiteindelijk hun oorsprong in gehouden situaties, maar de oorsprong is niet beslissend voor de huidige juridische status. Reeds op grond van het voorzorgsbeginsel dienen deze damherten te worden beschouwd als wilde dieren in de zin van de Wet natuurbescherming, omdat hun herkomst niet is aangetoond.
Gewasschade, taxaties en andere bevredigende oplossingen
Er zijn recent geen aanrijdingen geweest met deze damherten dus de provincie gebruikt vooral gewasschade als excuus voor de gewenste afslachting. Aan het dossier zijn in totaal 13 taxaties toegevoegd. Acht daarvan hebben betrekking op hetzelfde bedrijf dat overduidelijk niets leert van eerdere schadegevallen. De schadegevallen vinden daar plaats op telkens dezelfde percelen. Twee taxaties maken melding van de inzet van “preventieve maatregelen”, elf van de 13 niet. De twee taxaties die dat wel doen noemen echter geen maatregelen die BIJ12 in de PreventieKit
Hertachtigen noemt. In de preventiekit kent BIJ12 aan het gaasraster, de elektrische afwering en manchetten een hoge ecologische effectiviteit toe. De stichtingen achten deze preventieve maatregelen “andere bevredigende oplossingen”. Niet één daarvan is ingezet op de schadelocaties. De inzet van andere (gedeeltelijk) bevredigende oplossingen is verplicht alvorens eventueel voor het “restprobleem” een afwijking van de verbodsbepalingen op het doden van beschermde dieren kan worden toegestaan.
Bovendien bestrijden Fauna4Life en Animal Rights dat het voor een taxateur mogelijk is om te bepalen welk deel van het gewas is aangevreten door reeën of damherten. Het valt niet in te zien hoe tot een verdeling als “Brandgans 10%, Grauwe gans 75%, Damhert 10% en Ree 5%” kan worden gekomen anders dan door de verdeling van schadeoorzaken te gissen, en dat giswerk kan leiden tot sociaal of commercieel wenselijke antwoorden. Het lijkt er bovendien op dat de schadeveroorzakende diersoorten niet door de taxateur zelf zijn vastgesteld, maar dat het percentage schade dat aan bepaalde soorten wordt toegekend, gebaseerd is op de verklaringen van agrariërs die niets liever willen dan dat de damherten worden uitgeroeid.
Belangrijke schade
Voor wat betreft het begrip “belangrijke schade” (aan gewassen) wijzen Fauna4Life en Animal Rights op de uitspraak van de Raad van State van 1 april 2026. Daarin volgt de Afdeling de kritiek van de stichtingen dat gedeputeerde staten van Utrecht niet hebben aangetoond dat sprake is van belangrijke schade in de zin van de Vogelrichtlijn. De Afdeling overweegt dat het drempelbedrag van € 250,00 nooit is geïndexeerd en volgt de Afdeling het betoog van de stichtingen dat schadecijfers dienen te worden gerelateerd aan andere bedrijfsgegevens of bedrijfstakgegevens om aannemelijk te maken dat de schade het normale bedrijfsrisico overtreft. Animal Rights en Fauna4Life constateren dat Zuid-Holland in het bestreden besluit geen poging doet om aannemelijk te maken dat de schade belangrijke schade is.
Verkeersveiligheid?
Zuid-Holland beweert dat de aanwezigheid van damherten in de Hoeksche Waard een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert. Uit het eigen verweerschrift blijkt echter dat in de meest recente periode (1 april 2025 tot en met 31 maart 2026) in het registratiesysteem Dora nul aanrijdingen met damherten in het betreffende gebied zijn geregistreerd.
Update september 2026
Op 1 september 2026 beantwoordde Gedeputeerde Staten (GS) van Zuid-Holland vragen over het op 9 juli 2026 door de rechtbank Den Haag in de bodemprocedure vernietigde besluit van Gedeputeerde Staten van 9 oktober 2024, waarin was bepaald dat de populatie damherten in de Hoeksche Waard volledig moest worden teruggebracht naar nul. 2
Die overwinning van Animal Rights en Fauna4Life werd in ieder geval niet gevolgd door een hoger beroep van de provincie. GS verwachten in het najaar van 2026 Provinciale Staten te kunnen informeren over de uitspraak en de vervolgaanpak en de uitkomsten van de lopende monitoring. De populatiereductie conform het plan van aanpak is stilgelegd op basis van de uitspraak. Op dit moment vindt er geen afschot meer plaats. Er zijn geen andere aanvragen ingediend of anderszins besluiten in procedure met betrekking tot de damherten in de Hoeksche Waard.
GS zijn echter nog niet definitief afgestapt van hun uitroeiingsplan. Op de vraag of partijen als Team Damherten Hoeksche Waard, Fauna4Life en Animal Rights betrokken zullen worden bij nieuwe besluiten komt geen antwoord. Ook wat de hele affaire Zuid-Holland gekost heeft, wordt niet duidelijk. Wel dat voor het advies opgesteld door ‘damhertspecialisten’, € 11.200,- exclusief 21% btw in rekening is gebracht.
Ondertussen wil Team Damherten Hoeksche Waard volledige openheid over de manier waarop de damhertenpopulatie in de Hoeksche Waard is teruggebracht van zo’n zeventig naar circa veertig dieren. De huidige samenstelling van de roedel en waarnemingen in het veld roepen ernstige vragen op over de wijze waarop het afschot is uitgevoerd. 3
De toenmalig gedeputeerde gaf tijdens de juridische procedure aan dat er geen onomkeerbare situatie mocht ontstaan en dat er een gezonde roedel moest overblijven zolang de rechter zich nog over de zaak moest uitspreken.
Volgens waarnemingen van het team lopen er momenteel relatief veel bokken en spitsers, terwijl de hindes op één hand zijn te tellen. Ook zijn de kalfjes die zijn overgebleven bijna allemaal mannetjes. Team Damherten wil daarom dat de officiële cijfers openbaar worden gemaakt, zodat objectief kan worden vastgesteld hoe de populatie vóór en na het afschot was samengesteld. Ze wil weten: wie gaf opdracht voor het beheer? Wie bepaalde welke dieren mochten worden geschoten? Welke selectiecriteria golden daarbij? Wie hield toezicht op de uitvoering? Is tijdens het beheer bijgehouden welke dieren naar leeftijd en geslacht werden geschoten? En is na afloop gecontroleerd welke samenstelling van de roedel daadwerkelijk was overgebleven?
Lees ook:




















