Op 22 januari 2025 verleende de provincie Overijssel een omgevingsvergunning voor het vermoorden van vossen met het geweer (met nachtzichtapparatuur) tussen 1 december en 15 juli en tussen zonsondergang en zonsopgang tot 1 september 2029, ter voorkoming van schade aan fauna, specifiek weidevogels en korhoenders.
Het gebied waar de vergunning voor wordt aangevraagd betreft aangewezen weidevogel- en korhoendergebieden in Overijssel en een bufferzone van vijf kilometer daaromheen.
Op 5 maart 2025 hebben Fauna4Life en Animal Rights bezwaar gemaakt tegen deze omgevingsvergunning. Op 21 augustus besluit Overijssel het besluit in stand te laten. Animal Rights en Fauna4Life gaan in beroep bij de Rechtbank Overijssel en dienen op 4 november de beroepsgronden in.
Predatie van boerenlandvogel(legsel)s door vossen is niet de oorzaak van de achteruitgang van boerenlandvogels. De oorzaak is het verdwijnen van geschikt leefgebied door de intensivering van de landbouw en de daarmee, onder meer, gepaard gaande lage voedselbeschikbaarheid: zelfs zonder predatoren is er te weinig voedsel voor kuikens om op groeien tot volwassen vogels. Dit betekent dat het doden van vossen het probleem niet oplost. Het realiseren van voldoende geschikt leefgebied (zoals uitgelegd door Sovon, de Vogelbescherming en het Actieplan Grutto) is daarentegen wél een oplossing die bescherming biedt aan boerenlandvogels.
Animal Rights en Fauna4Life hebben in bezwaar uitgebreid onderbouwd waarom het doden van predatoren (volgens deskundigen) geen nut heeft voordat de leefgebieden op orde zijn en de provincie heeft dit niet onderbouwd weerlegd. Overijssel negeert ook dat eerst alle andere bevredigende oplossingen moeten zijn uitgevoerd en beoordeeld moet zijn of er daarna nog een probleem resteert dat doden rechtvaardigt. Dit geldt ook voor maatregelen die slechts gedeeltelijk bevredigend zouden zijn.
De eis dat eerst gekeken moet worden naar ‘andere bevredigende oplossingen’ komt uit de Habitatrichtlijn en de daarbij behorende ‘richtsnoeren’. Overijssel is van mening dat het strikte beschermingsregime van de Habitatrichtlijn niet van toepassing is op nationale soorten, zoals de vos en dat de daarbij behorende richtsnoeren daarom ook niet relevant zijn. Die redenering is al eerder door een rechtbank van tafel geveegd.
Animal Rights en Fauna4Life staan op het standpunt dat een geschikt leefgebied een andere bevredigende oplossing is en dat als een beheergebied onvoldoende geschikt is als leefgebied voor weidevogels – en dus niet voldoet aan de criteria uit het Aanvalsplan Grutto – geen vergunning verleend kan worden voor het doden van beschermde diersoorten.
In het besluit waar het hierover gaat en op haar website verwijst Overijssel naar het Actieplan Weide- en Akkervogels Overijssel 2024-2028, maar deze is niet openbaar beschikbaar en maakt geen onderdeel uit van het dossier. Omdat Animal Rights en Fauna4Life daar verder op willen reageren, vroegen ze het document op bij de provincie. De reactie van de provincie: “Het actieplan voor 2024-2028 is niet bij ons bekend.” Animal Rights en Fauna4Life vroegen om opheldering en een uur later is het actieplan er toch. Zo gaat dat.
De Animal Rights hunt saboteurs waren zaterdag met negen saboteurs verdeeld over vier auto’s weer actief in de Hoeksche Waard. Een mooie diverse groep met een aantal nieuwe gezichten. Enthousiaste en fanatieke hunt saboteurs die vaak een eind moeten reizen om dieren te redden. Animal Rights hunt sabotage blijft zo groeien. Dank jullie wel!
We vonden een drijfjacht op hazen en ook de politie verblijdde ons, na gebeld te zijn door de jagers, weer met een bezoek. Na een kort gesprek met ons, de politie wilde naar eigen zeggen niet in discussie, en een onderhoud met de jagers vertrokken ze weer. Maar niet nadat ze al onze kentekens hadden gefotografeerd en gecontroleerd om onze identiteit te achterhalen.
Maar veel belangrijker, onze aanwezigheid heeft dieren gered! De drijfjacht ging gewoon door, maar er werd amper nog een schot gelost. Minimaal tien hazen renden alle kanten op. Maar met al die camera’s en mobiele telefoons op hun gericht bedachten de jagers zich wel twee keer om een schot te wagen, waar dit anders zeker gebeurd zou zijn. Uiteindelijk stopten de jagers er mee. Dieren redden door direct action!
Op 30 oktober komt een voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland (opnieuw) tot het oordeel dat door Animal Rights opgevraagd informatie via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), sinds 1 mei 2022 de Wet open overheid (Woo), gewoon openbaar moet worden gemaakt.
Animal Rights vroeg op 24 maart 2022, inmiddels ruim drie-en-een-half jaar geleden, bij de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) – en dus de landbouwminister – om documenten die betrekking hebben op uitgevoerde inspecties bij konijnenhouderijen.
De NVWA had wat moeite met zoeken. Op 6 januari 2023 kwam ze in een besluit op het informatieverzoek tot 29 documenten. Na bezwaar van Animal Rights, werden daar in een aanvullend besluit op 8 juni 2023 nog 7 documenten aan toegevoegd. Op 22 oktober 2024 (!) nam de minister/NVWA een beslissing op bezwaar om 87 (!) documenten (gedeeltelijk) openbaar te maken.
Anoniem procederende konijnenhouders, gesteund door een advocaat van Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO), hebben beroep ingesteld tegen dat besluit en verzochten om een voorlopige voorziening. Dat verzoek werd op 16 oktober 2025 op zitting behandeld. Na afloop van de zitting besloot de voorzieningenrechter dat ”nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak” en besliste hij ook meteen op het beroep.
Oordeel
De rechter oordeelt dat er geen sprake is van bedrijfs- en fabricagegegevens, dat bedrijfsnamen met een familienaam niet hoeven te worden geanonimiseerd, dat het beroep op de EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden) en AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) niet slaagt, en dat er geen bijzondere omstandigheden naar voren zijn gebracht, waaruit onevenredige benadeling van de konijnenhouder volgt.
De voorzieningenrechter concludeert dat de minister op goede gronden heeft besloten om de gevraagde informatie gedeeltelijk openbaar te gaan maken. De voorzieningenrechter verklaart het beroep ongegrond.
Omdat op het beroep is beslist, is er geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. De konijnenhouder heeft zes weken de tijd om in hoger beroep te gaan, wat even zinloos is als het beroep, maar de minister/NVWA zal slechts twee weken wachten met openbaarmaking van de documenten.
Enkele relevante citaten
”Een onderscheid tussen bedrijven die een familienaam voeren en andere bedrijven is niet gerechtvaardigd. Hetzelfde geldt ten aanzien van het bedrijfsadres dat bij bedrijven hetzelfde is als een woonadres. Ook dan geldt dat openbaarmaking van het bedrijfsadres niet mag afhangen van of iemand zijn woonadres als bedrijfsadres gebruikt.”
”De Woo dient het algemeen belang en biedt met artikel 5.1 en 5.2 een afgewogen stelsel van uitzonderingsgronden. Dat eisers zelf vinden dat de openbaarmaking van hun gegevens geen democratisch belang dient, neemt niet weg dat in de Woo is bepaald dat bij de toepassing wordt uitgegaan van het algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving.”
”Het is vaste rechtspraak dat de vrees alleen voor onevenredige gevolgen door openbaarmaking onvoldoende is om openbaarmaking te weigeren. De enkele algemene veronderstelling van wat dierenrechtenactivisten zouden kunnen doen indien de naar eisers herleidbare gegevens openbaar worden gemaakt is daarvoor onvoldoende. Er moeten concrete, actuele aanknopingspunten zijn, aan de hand waarvan aannemelijk is dat sprake is van dreiging jegens eisers. Eisers hebben geen concrete, actuele dreiging richting hun bedrijven aannemelijk gemaakt. De verwijzingen naar verschillende acties van dierenactivisten zijn onvoldoende om concrete dreiging jegens eisers aan te nemen. De stelling dat in de sector van eisers sprake is van een constant, verhoogd risico op ongewenste benadering hebben zij ook niet onderbouwd met actuele stukken.”
Update – konijnenfokkers in hoger beroep
Op 12 november 2025 dient de LTO-advocaat van de konijnenfokkers pro-forma hoger beroep in tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland en een pro-forma verzoek tot een voorlopige voorziening tot schorsing van de uitspraak. De konijnenfokkers hebben duidelijk wat te verbergen.
Vervolgens belde de Raad van State of Animal Rights bezwaar heeft om het hoger beroep af te wachten. Daar heeft Animal Rights bezwaar tegen gemaakt. De konijnenhouders hebben hoger beroep ingesteld tegen de glasheldere uitspraak van de rechtbank van 30 oktober. Instemmen met wachten op het hoger beroep levert zo 2 jaar vertraging op terwijl het hogere beroep van de konijnenhouders kansloos is.
De zitting voor de voorlopige voorziening vindt op 23 januari 2026 plaats bij de Raad van State in Den Haag.
Op 16 februari 2022 sprak de rechtbank Midden-Nederland uit dat de noodzaak van het doden van de vos ter bescherming van weidevogels niet is aangetoond. Gedeputeerde Staten van Utrecht hadden onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat (i) een toename van het aantal gedode vossen een hoger percentage uitgekomen legsels tot gevolg heeft en dat (ii) het evident is dat de vos één van de oorzaken van de slechte weidevogelstand is (ECLI:NL:RBMNE:2022:552).
Het vermoorden van vossen lag stil tot 11 mei 2023 toen Utrecht een voorzieningenrechter vond die bereid was het bloedbad onder vossen te laten hervatten (ECLI:NL:RVS:2023:1868). 1
Animal Rights en Fauna4Life blijven bij het standpunt dat het schieten op vossen in gebieden die niet geschikt zijn gemaakt voor weidevogels volstrekt zinloos is. Andere roofdieren nemen de plek van de vos eenvoudigweg over: ”Bij het wegvallen van de vos, bijvoorbeeld door intensieve afschot, kunnen kleinere roofdieren de rol van de vos overnemen, de zogenoemde ‘meso-predator release’. In Friesland en Groningen zijn aanwijzingen dat de steenmarter profiteert van het intensieve beheer van de vos.”
Rapport
In de hoger beroep zaak komen provincie en jagers nu met het rapport ‘Effect van vossen(beheer) op vestiging en verspreiding van grutto’s in de provincie Utrecht’. De provincie, jagers en ingehuurde ‘ecologen’ zijn geen onafhankelijke partijen. De zogenoemde ‘faunabeheerplannen zijn in de praktijk altijd afschotplannen die de ‘plezierjacht’ legitimeren.
De centrale stelling van het rapport is dat door de schorsing van het primaire besluit op bezwaar en dus het stilleggen van de vossenvervolging, veel meer nesten van weidevogels zijn mislukt dan anders.
Er bestaat geen verschil van mening over de oorzaak van de teloorgang van de weidevogels. Dat zijn niet predatoren zoals vossen, marterachtigen, katten, ratten, zwarte kraaien, kauwen, eksters, reigers, ooievaars, buizerds, meeuwen etc.
Iedere serieuze wetenschapper weet dat niet predatoren, maar het verdwijnen van geschikt leefgebied de belangrijkste oorzaak is van de teloorgang van de weidevogels. Niet het schieten van vossen, maar alleen een fundamentele verandering van het grondgebruik kan de weidevogels redden. Halfgare schijnoplossingen als het schieten van predatoren in en rondom ongeschikte weidevogelgebieden belemmeren juist het zicht op hetgeen daadwerkelijk nodig is om de grutto, kievit en andere weidevogels te redden van uitsterven. Niet voor niets is de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Nederland gestart.
Dan de inhoud van het rapport. Animal Rights en Fauna4Life bestrijden dat het rapport op wetenschappelijke wijze tot stand is gekomen, reeds omdat volstrekt onhelder is hoe de tellingen hebben plaatsgevonden.
Volgens het rapport is de scherpe daling van het aantal grutto legsels in 2022 het gevolg van de schorsing van de ontheffing op 16 februari 2022, ondanks dat er tot vlak voor het grutto broedseizoen op vossen gejaagd kon worden. Je zou juist verwachten dat de gevolgen van de schorsing zich het daarop volgend broedseizoen – nadat er een vol jaar niet op vossen kon worden gejaagd – lieten voelen, maar niets daarvan?! Na het jaar dat niet werd geschoten op vossen nam het aantal legsels juist flink toe! Dat weerspreekt de theorie dat de uitspraak een daling van het aantal legsels heeft veroorzaakt.
Actieplan
Uit het Utrechts Actieplan Weidevogels blijkt onmiskenbaar dat de inrichting en het beheer van de aangewezen weidevogelgebieden in de provincie Utrecht nog onvoldoende op orde zijn.
Het Actieplan erkent ook dat de hydrologische randvoorwaarden nog ontbreken: “Op veel locaties in het agrarisch gebied is de waterstand te laag voor goed weidevogelbeheer. Om het peil op te zetten of plasdrassen aan te leggen, zijn investeringen noodzakelijk.”
Met andere woorden: zonder herstel van de grondwaterstanden en natte graslanden is het leefgebied van weidevogels structureel ongeschikt, wat rechtstreeks bijdraagt aan lage broedsuccessen ongeacht de predatiedruk.
Kernachtig en juridisch relevant is de passage, waar de provincie expliciet aangeeft dat bestrijding van predatoren pas zinnig is als de leefgebieden ecologisch op orde zijn: “Pas wanneer bovengenoemde maatregelen genomen zijn/aanwezig zijn en de bescherming tegen predatoren op landschapsschaal op orde is, is het zinvol om aanvullende anti-predatie-maatregelen te nemen.”
Deze formulering impliceert dat het huidige beleid – waarin het schieten van vossen wordt toegestaan terwijl inrichting en bescherming nog onvoldoende zijn – strijdig is met het eigen actieplan en wetenschappelijke inzichten waarop dat plan berust.
Precedent
In een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2025:4167) werd dit bevestigd: ”De rechtbank is allereerst van oordeel dat optimaal weidevogelbeheer aangemerkt kan worden als een “andere bevredigende oplossing”. […] Landschapsbeheer is daarmee niet alleen noodzakelijk voor het verbeteren en uitbreiden van de habitat van de weidevogels, maar vormt ook een alternatief beschermingsmiddel tegen aanvallen van steenmarters. […]
Uit bovenstaande concludeert de rechtbank dat het college de keuze voor de ontheffingsgebieden onvoldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank is van oordeel dat het college hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat het weidevogelbeheer in de ontheffingsgebieden daadwerkelijk op orde is. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet aannemelijk gemaakt dat optimaal weidebeheer geen andere bevredigende oplossing zou bieden. De rechtbank stelt vast dat in de voorbije jaren niet voldoende resultaat is geboekt in creëren van een geschikte leefomgeving voor de weidevogels. Dat kan echter niet tot de conclusie leiden dat er geen andere bevredigende oplossing bestáát.”
Het hoger beroep werd op zitting behandeld op 12 november 2025 bij de Raad van State in Den Haag. De rechters trokken in de eerste plaats de conclusie dat er van hen geen uitspraak meer komt, voordat de ontheffing eind dit jaar afloopt. De vraag die daarop vanzelfsprekend volgde was wat het hoger beroep dan nog voor zin heeft. De uitkomst is dat de Raad van State alleen gaat beoordelen – aan de hand van de ingebrachte argumenten van de provincie aan de ene kant en Animal Rights en Fauna4Life en Faunabescherming aan de andere – of er wel een noodzaak is tot het afschieten van vossen ter bescherming van weidevogels en of de maatstaf die de rechtbank die het besluit van de provincie Utrecht vernietigde, hanteerde, juist was.
Er komt geen uitspraak voor de Kerst. Faunabeheereenheid Utrecht zal eind 2025, begin 2026 een nieuw faunabeheerplan presenteren en op basis daarvan volgend jaar ongetwijfeld opnieuw vragen om een vergunning om vossen te vermoorden.
21 januari 2026 stelt de Raad van State het doen van een uitspraak verder uit.
Uitspraak
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deed op 2 september 2026 eindelijk uitspraak in deze zaak. 2 De Afdeling is altijd sterk in het herbevestigen van eigen, eerdere ‘bagger’-uitspraken. Zo verwijst ze hier naar haar uitspraak van 3 september 2023: ECLI:NL:RVS:2023:3471. 3 Het gaat hierin over het verschil tussen iets aantonen en een bewering aannemelijk maken. Het lijkt de stichtingen vanzelfsprekend dat, als de provincie grijpt naar het uiterste, moorddadige middel, namelijk afschot, ze dan ten minste moet aantonen dat dat naast noodzakelijk ook effectief is. In die uitspraak uit 2023 overwoog de Afdeling “dat het niet vereist is dat het college aantoont wat het precieze aandeel van de vos is in de predatie van weidevogels, of wat het effect van een groter afschot van vossen op de stand van deze vogels is. Het college moetvoldoende aannemelijk makendat de ontheffing bijdraagt aan het belang van de bescherming van weidevogels.” Absurd en onacceptabel, maar de Afdeling is regelmatig vasthoudend onverbeterlijk.
De Afdeling gebruikt daarnaast een hoop tekst om te zeggen dat ze geen zin heeft om een inhoudelijk oordeel te geven over of Utrecht wel of geen goede onderbouwing heeft gegeven om vossen te doden ter bescherming van weidevogels. De ontheffing, het faunabeheerplan en de Wet natuurbescherming zijn er niet meer en toekomstige onderbouwingen en argumenten onder de Omgevingswet over het afschieten van vossen ter bescherming van weidevogels zullen vanwege de verstreken tijd waarschijnlijk geëvolueerd zijn: “De Afdeling stelt vast dat het doel van het beroep van de Stichtingen is dat geen ontheffing wordt verleend voor het doden van de vos in de provincie Utrecht – althans, dat de verleende ontheffing wordt vernietigd – omdat zij menen dat de ontheffing niet noodzakelijk is ter bescherming van de weidevogels. De Afdeling is van oordeel dat de Stichtingen in dit geval geen belang meer hebben bij de inhoudelijke beantwoording van deze vraag. De bij de besluiten van 21 maart 2023 in stand gelaten ontheffing is inmiddels niet meer van kracht. De wet op grond waarvan de in stand gelaten ontheffing is gebaseerd, de Wnb, is ingetrokken. Hetzelfde geldt voor de op deze wet gebaseerde regelingen, die eveneens aan de besluiten van 21 maart 2023 ten grondslag zijn gelegd. Ook het Faunabeheerplan 2019-2025 dat mede aan dit besluit ten grondslag lag, is niet meer van kracht. De Afdeling acht het niet aannemelijk dat beantwoording van de vraag of het college in dit geval, ten tijde van belang, aannemelijk mocht achten dat het doden van de vos noodzakelijk is ter bescherming van de weidevogels, in relevante mate van betekenis zal zijn voor toekomstige besluitvorming en de beoordeling daarvan. Daarbij neemt de Afdeling niet alleen in aanmerking dat op eventuele toekomstige aanvragen een ander wettelijk regime en een ander Faunabeheerplan van toepassing zullen zijn, maar ook dat aannemelijk is dat de concrete inhoud van eventuele toekomstige aanvragen strekkende tot het verkrijgen van toestemming voor het doden van de vos, anders zal zijn dan de aanvraag die aan de besluiten van 21 maart 2023 ten grondslag lag. Daarbij is ook aannemelijk dat, vanwege het tijdsverloop sinds maart 2023, de relevante feiten en omstandigheden in belangrijke mate gewijzigd zijn. De Stichtingen hebben daarom onvoldoende belang bij de inhoudelijke beoordeling van hun beroepen tegen de besluiten van 21 maart 2023.”
Voor deze vrijwel inhoudsloze uitspraak trok de Afdeling bijna 10 maanden uit (de zitting was op 12 november 2025).
Eind vorig jaar kwam er, voorlopig, weer een einde aan het schieten op de vos. De provincie Utrecht besloot de landelijke vrijstelling voor het bejagen van vossen niet op te nemen in het nieuwe Faunabeheerplan voor 2026-2031. 4
Bij een verwoestende brand in een varkensstal aan de Beuningerstraat in het buitengebied ten noorden van Dieteren, gemeente Echt-Susteren (Limburg), kwamen (volgens de autoriteiten) 700 varkens op verschrikkelijke wijze om het leven.
De brandmelding kwam rond half zes ’s avonds op 28 oktober 2025 binnen binnen. Het vuur zou, volgens een woordvoerder, door nog onbekende oorzaak in een kantoorruimte op de bovenverdieping, aan de voorkant van de stal ontstaan zijn. Het vuur breidde zich binnen een uur naar de stal zelf uit en de honderden dieren crepeerde in de vlammen en rookontwikkeling.
Animal Rights filmde de dag na de brand hoe de lijken van de slachtoffers als afval tussen de verbrande resten van de stal liggen.
Wees hier niet medeplichtig aan.
Update 29-10
Limburg 1 Nieuws bericht woensdagmiddag 1 dat er ook nog 300 varkens levend in het gebouw zijn gevonden. In welke toestand en waar deze dieren nu zijn, werd niet vermeld. Het is onwaarschijnlijk dat ze na deze ongetwijfeld traumatische ervaring van een rustige oude dag mogen genieten.