De juridische strijd voor transparantie over de dierproevenindustrie

okt 4, 2026 | Dierproeven

Sinds midden 2024 dient Animal Rights via haar advocaten iedere zes weken een Woo-verzoek in bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) voor de in de zes weken daarvoor aangevraagde, verleende of geweigerde CITES-certificaten die betrekking hebben op de import van Macaca fascicularis (Java-aap, krabbenetende makaak, langstaartmakaak) door apenhandelaar R.C. Hartelust BV uit Tilburg.

Het Woo-verzoek gaat vergezeld van een pro forma bezwaar: Indien in die 6 weken een besluit is genomen tot toewijzing van een CITES-importcertificaat, dan dient RVO Animal Rights als derde-belanghebbende te beschouwen en maakt Animal Rights pro forma bezwaar tegen dat betreffende besluit.

Zes weken, omdat dat de standaard bezwaartermijn is bij een overheidsbesluit. Animal Rights heeft RVO meermaals verzocht om Animal Rights bij afgifte van een dergelijk importcertificaat te informeren, zodat Animal Rights in de gelegenheid is om als derde-belanghebbende bezwaar te maken. Dan zou een Woo-verzoek/pro forma bezwaar iedere zes weken niet nodig zijn, maar de RVO is halsstarrig weigerachtig op dit gebied, ondanks dat dit in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Door de consequente weigering is Animal Rights genoodzaakt om op deze wijze pro forma bezwaar te blijven maken.

Animal Rights maakt bezwaar tegen de import van makaken uit Zuidoost Azië, omdat er heel veel mis is met de handel in deze bedreigde diersoort, waaronder het sterke vermoeden van wildvang. Lees hiervoor:

De RVO gaat nog een stap verder in haar criminele medeplichtigheid aan deze apenhandel. Eerst weigert ze importbesluiten te publiceren of te delen, om vervolgens aan te geven bezwaar tegen dergelijk besluiten niet te kunnen behandelen, omdat niet is aangegeven om welk besluit het gaat. Zolang de RVO, echter, weigert aanvullende informatie te verstrekken, kan Animal Rights het bezwaar niet verder preciseren naar bijvoorbeeld afgiftedatum, certificaatnummer of het aantal betrokken makaken.

Op een dergelijk Woo-verzoek  van 19 maart 2026 besliste de RVO pas op 12 juni, drie maanden later. Er werden acht documenten aangetroffen. De RVO was echter niet van plan die documenten meteen te verstrekken, dat stelde ze “twee tot drie weken” uit, zodat Hartelust de mogelijkheid kreeg “om openbaarmaking van de informatie tegen te houden. Dit kan door bezwaar te maken en de rechter te vragen om een voorlopige voorziening.” 

Diezelfde dag nog, vrijdag 12 juni 2026, verzocht Animal Rights de RVO om dan in ieder geval aan te geven op welke datum het besluit was genomen, om een (geredigeerd) afschrift te sturen van het besluit en om te laten weten of bij de RVO bekend is of gebruik is gemaakt van de vergunning. Daar komt nooit antwoord op. 

Er is in deze zaken een duidelijk patroon van tegenwerking door de RVO te herkennen. De band tussen Hartelust en de RVO is innig. De RVO vertraagt en dat geeft Hartelust de mogelijkheid om een importvergunning die, gezien de datum van Animal Rights’ Woo-verzoek, reeds tussen tussen 5 februari 2026 en 19 maart 2026 verleend zou kunnen zijn, te gebruiken, voordat Animal Rights de apenimport kan tegenhouden.

Op 15 juni 2026 verklaarde de RVO het bezwaar  van Animal Rights niet-ontvankelijk, omdat niet duidelijk zou zijn tegen welk besluit bezwaar werd gemaakt. Op 7 juli ging Animal Rights hiertegen in beroep. 

Op 15 juni diende Animal Rights dan maar een verzoek om een voorlopige voorziening (vovo) in om het besluit te schorsen “waarbij toestemming is verleend aan Hartelust voor de import van apen van het soort Macaca fascicularis van buiten de EU naar binnen de EU.”

Dankzij het verzoek om een vovo kreeg Animal Rights op 29 juni 2026 dan eindelijk via de rechtbank de documenten in handen. De RVO zelf verstrekte deze pas op 6 juli. Animal Rights maakte hiertegen op 22 juli bezwaar bij de RVO omdat ze onvolledig zijn.

Uit de verstrekte documenten blijkt dat Hartelust op 9 februari 2026 een aanvraag indiende bij het ‘Team Handel beschermde soorten’ van de RVO voor een invoervergunning voor 240 Macaca fascicularis uit Vietnam. De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan de Wetenschappelijke Autoriteit van CITES in Nederland (WA-NL), omdat er voor deze soort uit Vietnam geen geldig advies is. Om een invoervergunning te kunnen geven, heeft de RVO een positief advies van de WA-NL nodig.

Op 10 maart 2026 e-mailde de ‘Beoordelaar CITES’ aan Hartelust: “Via Klantcontact hebben wij uw vraag doorgekregen omtrent aanvraag 4890028926238. U gaf hierbij aan dat u voor deze dieren vorig jaar een aanvraag had ingediend, welke destijds is afgewezen. U bent hiertegen in bezwaar gegaan, waarna u is vermeld dat u de aanvraag opnieuw mocht indienen.”

Op het aanvraagformulier van 9 februari vermelde Hartelust echter: “Ik verklaar dat mijn aanvraag voor het dier of het product niet eerder afgekeurd is.” Dat is valsheid in geschrifte.

Dit alles volgde op een email van het CITES Bureau aan CITES SA (Scientific Authority, Wetenschappelijke autoriteit) Netherlands van 4 maart: “Aanvrager heeft ons echter bericht dat hij afgelopen jaar een afwijzing van ons heeft ontvangen, naar aanleiding van een negatief WA advies. Hij is hierover in bezwaar gegaan en heeft op 8 januari 2026 van JZ [juridische zaken] te horen gekregen dat hij de aanvraag opnieuw mag indienen. In CTS en onze mailbox zie ik staan dat het advies bij die afgewezen aanvraag (4890028514778, CC25/109) op 7 januari 2026 is gewijzigd naar een eenmalig positief advies. Echter was de aanvraag toen al een tijdje afgewezen.
Vraag is nu of dit oude advies inderdaad is aangepast van positief naar negatief en of ik deze bij de huidige, nieuwe aanvraag mag gebruiken. Betreft opnieuw 240 dieren van uitvoerder Vina Mekong Group. Uit de melding van aanvrager maak ik op dat hij de vorige aanvraag nu dus opnieuw heeft ingediend.”

Vervolgens gaf de Wetenschappelijke Autoriteit op 16 maart 2026 een ‘Eenmalig positief advies over de invoer van levende exemplaren van de soort Macaca fascicularis, …’ af. De enige motivering daarvoor bestaat uit de zin: “De WA kan op basis van de aanvullende informatie aannemen dat de monsters afkomstig zijn van gekweekte exemplaren.” Wat die aanvullende informatie inhoudt, wordt niet vermeld en blijkt ook niet uit de documenten die via de Woo werden verstrekt.

Op 18 maart geeft RVO vervolgens de importvergunning af.

De rechtbank treuzelt en op 7 juli 2026 verzocht Animal Rights de Rechtbank Den Haag (opnieuw) tot het plannen van de zitting op zeer korte termijn en/of het treffen van een orde-maatregel. Immers, zodra de apen zijn vervoerd is het besluit geëffectueerd en zijn de gevolgen onomkeerbaar.

De rechtbank treuzelt verder en vraagt op 28 juli 2026 om het spoedeisend belang nader te onderbouwen. Die spreekt voor zich: Zodra de apen vanuit Vietnam zijn vervoerd naar Nederland, is gebruik gemaakt van de importvergunning en zijn de gevolgen van de vergunning feitelijk niet meer terug te draaien.

Hoewel Animal Rights al op 19 maart 2026 pro-forma bezwaar heeft gemaakt, is pas op vrijdag 12 juni 2026 door een Woo-beslissing duidelijk geworden dat er in de periode tussen 5 februari 2026 en 19 maart 2026 een CITES vergunning was verleend aan Hartelust voor de import van Macaca fascicularis. Dit ondanks tussentijdse navraag bij de RVO. Na de Woo-beslissing is opnieuw direct navraag gedaan bij de RVO over de vergunning. Daarop is geen enkele reactie gekomen. Op maandag 15 juni 2026 heeft Animal Rights daarom een voorlopige voorziening ingediend. Animal Rights heeft dus zo snel als mogelijk gehandeld, nadat zij bekend was geworden met het bestaan van de vergunning. In het kader van die voorlopige voorziening is op 29 juni 2026 aan Animal Rights de inhoud van de vergunning bekend geworden.

Op 9 september liet de rechtbank uiteindelijk weten dat de zitting op 29 september zou plaatsvinden. Het Vietnamese exportcertificaat was slechts geldig tot 3 augustus en het Hartelust importcertificaat tot 18 september 2026. Hoe dan ook zou de zitting te laat komen: of de makaken waren al ingevoerd en daar valt weinig meer aan te veranderen, of de makaken zijn niet ingevoerd en dat kan ook niet meer op basis van deze certificaten.

De RVO en Hartelust gaven hier geen duidelijkheid over tot op de zitting zelf. De uitspraak luidde uiteindelijk: “Op zitting  op 29 september is gebleken dat de vergunning inmiddels uitgewerkt is. In de periode dat de vergunning geldig was is deze verder ook nooit geëffectueerd. Er zijn dus nooit apen ingevoerd en dat kan ook niet meer.” Goed voor de makaken.

Animal Rights heeft op 2 september haar volgende Woo-verzoek/pro forma bezwaar ingediend bij de RVO. Hoe onwillig en achterbaks de RVO zich ook opstelt, ook zij zullen weten dat Animal Rights uiteindelijk aan het langste eind zal trekken. Tot die tijd blijven de RVO en haar Wetenschappelijke Autoriteit medeplichtig aan de wrede apenhandel en de achteruitgang van deze diersoort in het wild. Er kleeft bloed aan hun handen!

Overeind blijft dus, dat Hartelust sinds februari 2023 – de beruchte TBC-vlucht – onder eigen naam geen makaken meer heeft geïmporteerd. Makaken komen wel nog steeds in Tilburg terecht door import via het vliegveld van Brussels en onder de naam van, bijvoorbeeld, het Britse Labcorp. Ook handelt Hartelust in makaken afkomstig van de Spaanse apenfokkerij en -importeur Camarney. Lees hiervoor:

Klacht tegen RVO

Op 21 oktober 2026 heeft Animal Rights via haar advocaat een klacht ingediend bij de Afdeling Juridische Zaken van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) over het handelen van RVO ten aanzien van CITES vergunningen.

Het eerste onderdeel van de klacht ziet op de omstandigheid dat Animal Rights niet wordt geïnformeerd over de besluitvorming bij CITES vergunningen die worden verleend aan R.C. Hartelust voor de import van Macaca fascicularis, terwijl zij als (derde-)belanghebbende wel over genomen besluiten – waar zij zich ook nog expliciet sinds juni 2024 heeft gemeld als belanghebbende – geïnformeerd moet worden. Animal Rights verzoekt RVO om haar werkwijze aan te passen en Animal Rights actief te informeren. 

Het tweede onderdeel van de klacht ziet op de omstandigheid dat zelfs na het indienen van een bezwaarschrift, RVO niet heeft aangegeven dat er een besluit is genomen waartegen het bezwaar zich richt. Animal Rights verzoekt RVO haar werkwijze aan te passen en in ieder geval binnen een redelijke termijn – van maximaal één week na het ingediende bezwaar – Animal Rights te informeren indien er sprake is van een besluit waartegen het bezwaar zich richt, en daarbij een afschrift van het besluit te sturen. 

In april 2025 werd naar aanleiding van het bezwaarschrift d.d. 14 april 2025 op 17 april 2025 in ieder geval nog bevestigd dat er een besluit was genomen (tot verstrekking van een import-vergunning onder CITES), zodat toegang tot de rechter gewaarborgd was. 
Echter, deze werkwijze heeft RVO verlaten. Op 19 maart 2026 is opnieuw een pro-forma bezwaar en woo-verzoek ingediend. De omvang van het bezwaar is duidelijk en er kan geen twijfel bestaan over de vraag tot welk(e) besluit(en) het bezwaar zich richt. RVO heeft toen niet aangegeven dat er een besluit genomen was. 
Pas op 12 juni 2026 – dus bijna 3 maanden na de vergunningverlening – is door de inventarislijst bij het Woo-besluit duidelijk geworden dat er op 18 maart 2026 een CITES-vergunning was verleend die viel onder de reikwijdte van het bezwaar. 

Het derde onderdeel van de klacht ziet op de algehele onmogelijkheden om op laagdrempelige wijze (zinvol) contact op te nemen over o.a. de afstemming van besluitvorming, het herstel van evidente fouten of de huidige stand van zaken. Animal Rights verzoekt RVO om in overleg te treden over de mogelijkheden om dit te verbeteren, bijvoorbeeld via een vast contactpersoon. Daarnaast verzoekt Animal Rights RVO om de evident onjuiste besluitvorming over de niet-ontvankelijkheid nogmaals onder de loep te nemen en de besluitvorming te herroepen. 

Op 15 juni 2026 is een voorlopige voorziening aangevraagd door Animal Rights in verband met de vergunningverlening. Door RVO is op diezelfde dag (uitsluitend verzonden per post) het op 19 maart 2026 ingediende bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat onduidelijk zou zijn tegen welk besluit het bezwaar zich richt. Aangezien uit de inventarislijst bij het Woo-besluit nu juist bleek dat er een vergunning was verleend, en er geen serieuze twijfel over de omvang van het bezwaar kan bestaan, is er weer contact gezocht met RVO. Het bleek vervolgens echter onmogelijk om enig inhoudelijk contact over deze (evident foutieve) beslissing op bezwaar te krijgen. Via telefonisch contact kwam de advocaat Animal Rights (na terugbelverzoeken) niet verder dan “er is geen besluit genomen” en “we kijken het nog eens na”. 

Op 29 september 2026 was er bij de rechtbank Den Haag een zitting over de voorlopige voorziening, die gericht was op de inhoud van de vergunning. Tijdens de zitting bleek dat de vergunning niet is gebruikt en niet is verlengd. Hierdoor was er geen belang meer bij de behandeling van de voorlopige voorziening. RVO weigerde ook akkoord te gaan met de behandeling van het beroep zelf, dat dus uitsluitend zag op de niet-ontvankelijkheid. 
Deze gang naar de rechtbank had uiteraard voorkomen kunnen worden als RVO Animal Rights of in ieder geval de rechtbank zelf had geïnformeerd over het feit dat de vergunning niet was verlengd. En bovendien had het een hoop tijd kunnen besparen als RVO op de zitting akkoord was gegaan met de behandeling in de hoofdzaak waarin de niet-ontvankelijkheid kon worden besproken; nu zullen we daarvoor nog een keer naar de rechtbank moeten (tenzij RVO voor die tijd de beslissing herroept). 

Verbazingwekkend is daarbij nog dat op de zitting d.d. 29 september 2026 duidelijk werd dat de gemachtigde namens RVO/LVVN met de gemachtigde van Hartelust en de rechtbank heeft gebeld over stukken in de beroepsprocedure over de niet-ontvankelijkheid die schijnbaar niet waren doorgestuurd door de rechtbank, maar dat de gemachtigde namens RVO/LVVN geen enkele poging heeft gedaan om de advocaat van Animal Rights als indiener van de stukken te bereiken. 

Samenvattend 
De situatie die de RVO creëert is onwerkbaar. RVO frustreert op deze manier de toegang tot de rechter en de mogelijkheid voor Animal Rights om de rechtmatigheid van de besluitvorming tijdig te laten toetsen. 
Animal Rights wenst in overleg te treden met RVO over het verbeteren van de toegang tot informatie en de werkwijze, zodat de toegang tot onafhankelijke toetsing door de rechter gewaarborgd wordt. 

JIJ KAN DE DIEREN REDDEN

Word ambassadeur van de dieren en red ze met jouw bijdrage. Jouw hulp zet het belangrijke werk voor de dieren voort.

Elke bijdrage maakt een verschil! 🧡