Uit artikel 4.4, vijfde lid, van de Woo volgt dat de verstrekking van opgevraagde documenten na bekendmaking van een besluit tot openbaarmaking hoogstens twee weken kan worden opgeschort. Nadere opschorting is uitsluitend mogelijk indien binnen die termijn een verzoek om een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter wordt ingediend.
Nadat het landbouwministerie werd bezet door BBB-fundamentalisten negeerde de NVWA die verplichting en schorste de verstrekking van documenten reeds op wanneer derde-belanghebbenden (veeboeren, slachthuizen) (pro forma) bezwaar instelden. Zonder dat een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend, is dat echter wettelijk niet toegestaan, want in strijd met artikel 4.4, vijfde lid, van de Woo.
Lees ook:
De NVWA is meermaals op haar illegaal handelen gewezen, maar weigert dat te staken. Vandaar deze brandbrief aan de minister:
Aan Zijne Excellentie, de Minister, De heer J. van Essen
Betreft: ondermijning van de Wet open overheid door de NVWA
Hooggeachte heer Van Essen,
De stichting Animal Rights vraagt met klem uw aandacht voor inmiddels langslepende misstanden bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Deze organisatie neemt op jaarbasis honderden besluiten in uw naam, maar door haar handelen brokkelt het aanzien van de overheid en het vertrouwen daarin in rap tempo af. Animal Rights ondervindt deze benadeling aan den lijve en maakt zich grote zorgen over het uitblijven van verbetering, ondanks onthullingen in de media en ophef in de Kamer. 1 2
Dat dit alles niet reeds tot een onmiddellijke koerswijziging heeft geleid, getuigt ervan dat uw ingrijpen noodzakelijk is. In de kern komt deze problematiek erop neer dat de NVWA de wettelijke systematiek van de Wet open overheid (Woo) heeft losgelaten door openbaarmaking van informatie op te schorten zodra de vee-industrie daartegen bezwaar maakt, terwijl uitsluitend de voorzieningenrechter bevoegd is een dergelijke opschorting te treffen.
Maatschappelijke organisaties zoals Animal Rights zijn afhankelijk van informatievoorziening op grond van de Woo om, in het belang van een goede en democratische bestuursvoering, de uitoefening van inspectie- en toezichtstaken van de NVWA te controleren. Dit levert een belangrijke bijdrage aan het maatschappelijk debat en vergroot de transparantie van het toezicht door de NVWA. Niet zelden zijn door Woo-verzoeken van onder meer Animal Rights misstanden in de vee-industrie aan het licht gekomen. Misstanden die maatschappelijk breed worden verafschuwd en waarmee het aan het licht komen ervan het fundamentele belang van transparantie en dus de Wet open overheid onderstreept.
Dat het aan het licht komen van misstanden in de praktijk wordt gefrustreerd, is geen geheim. De vee-industrie heeft geen baat bij transparantie en werkt die dan ook actief tegen. Het is evenmin een geheim dat de vee-industrie met uw voorganger een belangenbehartiger in het centrum van de macht had. Des te zorgwekkender is het dat deze lijn onder uw ministerschap feitelijk wordt voortgezet en dat in uw naam tal van besluiten worden genomen die in strijd zijn met de wet.
Dat de NVWA na de onthullingen in de media en de ophef in de Kamer niet tot een onmiddellijke koerswijziging is overgegaan, bevestigt dat sprake is van een structureel probleem dat om ingrijpen vraagt.
Wanneer een burger of bedrijf over de schreef gaat, volgt een sanctie. Wanneer de overheid, oftewel de NVWA, de wet negeert, blijft ingrijpen echter uit. Uit openbaar gemaakte stukken volgt dat de onrechtmatige werkwijze binnen de NVWA op zowel laag als hoog niveau oogluikend is aanvaard. 3
Dat meerdere ambtenaren op verschillende niveaus bij dit handelen betrokken zijn geweest dan wel dit hebben geaccordeerd, wijst erop dat het overtreden van de wet binnen de NVWA-organisatiebreed als acceptabel werd beschouwd. Voor de maatschappij is het niet uitlegbaar als dit zonder gevolgen blijft. De betrokken ambtenaren dienen ter verantwoording te worden geroepen en hun aanstelling lijkt bovendien onhoudbaar geworden.
De misstanden betreffen geen incidenten, maar structurele werkwijzen die zich inmiddels al geruime tijd in nagenoeg alle Woo-dossiers voordoen. De belangrijkste misstanden laten zich als volgt samenvatten:
- Documenten worden voor onbepaalde tijd onrechtmatig opgeschort, waarbij de voorzieningenrechter feitelijk buiten spel wordt gezet.
- De NVWA maakt vervolgens misbruik van de ontstane situatie door in bezwaar de termijn voor het aanvullen van gronden niet te koppelen aan de verstrekking van de stukken, zodat van effectieve rechtsbescherming aan de zijde van Woo-verzoekers geen sprake meer is.
- Bij beslissingen op bezwaar geeft de NVWA zogenoemde derde-belanghebbenden zes weken de tijd om een voorlopige voorziening te verzoeken teneinde openbaarmaking op te schorten, en schort zij gedurende die zes weken ook op, terwijl de Woo uitgaat van twee weken. Door deze keten van onrechtmatige opschortingen kunnen Woo-verzoekers jarenlang verstoken blijven van opgevraagde informatie.
- Onder uw voorganger is de zogenoemde parafenroute verlengd, met als gevolg onvoorspelbaar lange (buitenwettelijke) doorlooptijden bij de behandeling van Woo-verzoeken.
- In het kader van de behandeling van Woo-verzoeken worden bij het vragen van zienswijzen aan derde-belanghebbenden naast hen ook belangenorganisaties zoals LTO Nederland structureel en proactief geïnformeerd, waardoor bezwaar- en beroepsprocedures actief worden aangejaagd en de openbaarmaking van informatie verder wordt vertraagd.
Deze werkwijzen komen erop neer dat de NVWA de vee-industrie faciliteert bij het traineren van openbaarmaking van informatie die op grond van de Woo rechtmatig dient te worden verstrekt. Geen enkele andere sector in Nederland wordt op vergelijkbare wijze door de overheid in staat gesteld om bezwaar- en beroepsprocedures tegen diezelfde overheid te organiseren en te intensiveren.
Uw partij, D66, heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van de Woo en hecht groot belang aan rechtsstatelijkheid. Tegen die achtergrond is het onder uw ministerschap voortzetten van (BBB-)beleid dat evident in strijd is met de wet, niet te rijmen met de door uw partij uitgedragen beginselen. Bovendien lijkt dit onuitlegbaar aan uw kiezers.
Wij verzoeken u met klem om direct in te grijpen, het handelen van de NVWA weer in overeenstemming te brengen met zowel de letter als de geest van de wet en de verantwoordelijken voor dit beleid ter verantwoording te roepen.
Deze brief wordt in kopie verzonden aan de staatssecretaris van LVVN, gelet op diens portefeuille dierenwelzijn, en aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in verband met diens stelselverantwoordelijkheid voor de Woo.
Indien u naar aanleiding van deze brief vragen heeft, behoefte heeft aan praktijkvoorbeelden of op andere wijze overleg wenst, staan wij vanzelfsprekend tot uw dienst.
Wij kijken uit naar uw reactie.
Hoogachtend,
S.F. Hartland
Directeur Stichting Animal Rights
Update – Het antwoord
In de ‘Reactie brandbrief ondermijning van de Wet open overheid door de NVWA’ van 12 juni, door Animal Rights per email ontvangen op 16 juni 2026, geeft Silvio Erkens, staatssecretaris van LVVN, het antwoord dat al werd aangekondigd op 10 juni bij de beantwoording van de vragen die zijn gesteld tijdens het schriftelijk overleg van 18 mei over de brief van 15 april 2026 ‘Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens’.
Zie:
Geachte mevrouw Hartland,
Dank voor uw brief en de daarin geuite zorgen over de uitvoering van de Wet Open Overheid (Woo) door de NVWA. U benoemt in uw brief dat de NVWA de wettelijke systematiek van de Woo heeft losgelaten door openbaarmaking van informatie op te schorten zodra een derde-belanghebbende daartegen bezwaar maakt.
Openbaarmaking van overheidsinformatie is een groot goed en vergroot ook de effectiviteit van toezicht en handhaving. Het is belangrijk dat burgers, journalisten en wetenschappers toegang hebben tot overheidsinformatie, zodat zij goed geïnformeerd zijn en van daaruit de overheid kritisch kunnen volgen, kunnen participeren en onderzoek kunnen uitvoeren.
De werkwijze van de NVWA betrof een pilot die was ingezet vanuit het oogpunt van doeltreffendheid en doelmatigheid. Met die werkwijze beoogde de NVWA zoveel mogelijk recht te doen aan de procesrechtvaardigheid van zowel verzoeker als bezwaarmaker en tegelijkertijd de publieke middelen voor het afhandelen van Woo-verzoeken efficiënt en effectief in te zetten. De NVWA past haar werkwijze aan nu de Landsadvocaat, naar aanleiding van een adviesaanvraag door de NVWA, heeft bevestigd dat opschorting van openbaarmaking uitsluitend mogelijk is op basis van een rechterlijke uitspraak van de voorzieningenrechter. Ook als daarvoor goede uitvoeringsredenen bestaan, kan een bestuursorgaan dit niet zelfstandig en op structurele wijze doen. Concreet betekent dit dat de NVWA niet langer de openbaarmaking van documenten opschort enkel op grond van bezwaar van derde-belanghebbenden.
De komende tijd ga ik in gesprek om te verkennen wat mogelijke oplossingen zijn ten aanzien van deze casuïstiek.
Hoogachtend,
Silvio P.A. Erkens
Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur


















