Wie denkt dat proefdieren een nobele dood sterven ten behoeve van de mens is eraan voor de moeite. Maar liefst 430.000 proefdieren worden jaarlijks gedood als ‘overtollig’. Ze bleken uiteindelijk niet nodig voor het experiment. Het gaat voornamelijk om muizen, ratten en vissen, maar ook om dieren als honden, katten, konijnen, paarden en geiten. Dat aantal is ongeveer gelijk aan het aantal dieren dat wel effectief in een experiment wordt gebruikt.
De meeste van deze dieren zijn het gevolg van genetische modificatie: tijdens pogingen om een bepaald gen in een dier ‘in te bouwen’ komen veel jongen ter wereld die niet de gewenste genen bevatten. Maar liefst 80% voldoet niet aan de eisen en wordt afgemaakt. Herplaatsing van genetisch gemanipuleerde dieren is wettelijk verboden.
Andere oorzaken van ‘gedood in voorraad’ zijn: te oud, het verkeerde geslacht, leeggefokt, te ziek of te zwak. Ten slotte is er ook nog het simpele feit dat er nog steeds onvoldoende proefdiervrije alternatieven worden gebruikt. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu stelde in 2018 een ‘agenda proefdiervrije innovaties’ op. Een stappenplan om al die honden, katten, muizen, apen, en zo veel meer in experimenten gebruikte dieren te vervangen door dierproefvrije technieken. Helaas pakte minister Schouten de handschoen niet op en worden de meeste aanbevelingen tot op de dag van vandaag genegeerd.
Het snel en vergaand terugdringen van het overschot aan proefdieren is een sterke wens van de Tweede Kamer; zowel in 2013 als in 2018 en 2019 werden moties aangenomen om hier beleid op te maken en snel tot uitvoering te brengen. Tot dusver zonder resultaat. Het aanpakken van het fokoverschot werd doorgeschoven naar de proefdiernemers zelf. Er zit een enorme vrijblijvendheid in met als gevolg dat men ter plaatse blijft trappelen. Teleurstellend, omdat daarmee niet enkel de proefdieren, maar ook de wetenschap en geneeskunde niet zijn gebaat.
Deze belabberde aanpak heeft immers ook gevolgen voor de mens. We hebben de keuze tussen het verder ontwikkelen van moderne technieken, zoals organoïden, microdosering, organ on a chip en computermodellen. Technieken die leiden tot betere resultaten en betere geneeskunde. Toch blijft men vasthouden aan de gekende modellen, hoewel de resultaten ondermaats zijn.
De zelfregulering van de sector faalt dus hopeloos. Het is nu tijd dat de minister de regie in handen neemt. Animal Rights schreef daarom een stevig rapport met een oproep aan de politiek en aan de proefdiersector om wél stappen te zetten dat ze overhandigde aan kamerlid Tjeerd De Groot, samen met 10.000 handtekeningen voor een verbod op genetische modificatie van dieren en nog eens 5.000 handtekeningen om de fokoverschot van proefdieren aan te pakken.
Terwijl het wachten blijft op een politiek wonder, blijft Animal Rights niet bij de pakken zitten. Samen met de Universiteit Utrecht, een koploper in proefdiervrije innovatie, zetten wij ons in voor herplaatsing van proefdieren. Concreet is er in 2019 na overleg tussen de Universiteit Utrecht, Animal Rights, Stichting Hulp en Herplaatsing Huisdieren en de Dierenbescherming begonnen met een pilot om muisjes te herplaatsen bij adoptanten met als doel een structureel herplaatsingsbeleid te voeren. Meer dan duizend knaagdieren konden een tweede leven krijgen. Inmiddels is ook de Radboud Universiteit met een pilot begonnen voor het herplaatsen van kleinere proefdieren.
Proefdieren herplaatsen blijft achter de feiten aanlopen, wat we echt nodig hebben is minder of beter nog geen proefdieren. Vanuit de maatschappij klinkt een duidelijke roep om een nieuwe weg in te slaan, eentje zonder proefdierenleed. Op 21 april volgt er een overleg in de kamer rond het gebruik van proefdieren. Wij roepen politici op om dit niet de zoveelste gemiste kans te laten zijn. Spring op de kar van dierproefvrije innovatie, bouw het fokoverschot af en kom met een verbod op proeven met genetisch gemanipuleerde dieren.


















