Animal Rights dient klacht in tegen slachthuis dat koe liet ontsnappen, resulterend in gruwelijke dood door politiekogels

De politie en dieren, wat moet je er nog over zeggen? Gestreste honden en ontsnapte landbouwdieren worden met enige regelmaat als levende schietschijf gebruikt. Bij honden is agressie vaak het excuus voor dodelijk geweld, bij landbouwhuisdieren de verkeersveiligheid.

Zo ook op 20 april 2026 in Groningen. 1 Een koe die nog niet dood wilde, was losgebroken bij slachthuis Kroon Vlees 2 aan de Gotenburgerweg op bedrijventerrein Euvelgunne. De politie bleek niet in staat om het dier te vangen, of weg te houden van grote wegen en dus werd het dier met 5 of 6 kogels vermoord. De dader een ‘scherpschutter’ noemen, is absurd als je de gruwelijke beelden bekijkt.

Bovendien, volgens de pers, was de koe ‘gevangen gezet’ op een stuk grond tussen de Kieler Bocht en de A7 in en was het verkeer op de snelweg stilgelegd. Met deze lezing lijkt het besluit van de politie om het dier te executeren er vooral een van gemakzucht en ongeduld. De koe zou immers toch geslacht worden en dat kunnen wij van de politie ook wel, moet de gedachtegang geweest zijn.

Een klacht indienen tegen de politie is vrijwel zinloos. Zo lang geen mens beschoten werd, houdt het Openbaar Ministerie de rijen met de politie gesloten.

Animal Rights heeft wel een klacht ingediend bij de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) tegen het slachthuis. Het laten ontsnappen van een dier uit een slachthuis is een overtreding van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 5.8 van de Regeling houders van dieren, gelezen in samenhang met artikel 3, eerste lid, en artikel 15, eerste lid, gelet op bijlage III, onder punt 2.2, van de Europese Verordening inzake de bescherming van dieren bij het doden. 3

Korter en minder juridisch wil dat zeggen dat Kroon Vlees verplicht is zich aan de Europese Verordening te houden. Artikel 3 uit die Verordening schrijft voor dat bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten ervoor wordt gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard. Een van de voorschriften (2.2) uit bijlage III specificeert dat als: “Dieren worden op een veilige locatie ondergebracht en er wordt voor gezorgd dat zij niet kunnen ontsnappen …”

Kroon Vlees is verantwoordelijk voor het ontsnappen van deze koe en daarmee indirect voor haar vreselijke dood. Zelfs zonder die gruwelijke uitkomst is het slachthuis strafbaar. Animal Rights verwacht van de NVWA dat zij optreedt.

Update – Slachthuis wordt vervolgd

In juni kreeg Animal Rights een terugkoppeling van de NVWA: er wordt opgetreden tegen het betreffende slachthuis. Er wordt een rapport van bevindingen opgemaakt met als ten laste legging het laten ontsnappen van een rund vanaf het slachthuis.

Lees ook:

  1. Politie schiet losgebroken koe in Groningen met vijf kogels dood ↩︎
  2. Kroon Vlees ↩︎
  3. Verordening (EG) nr. 1099/2009 van 24 september 2009 ↩︎

Brandbrief ondermijning van de Wet open overheid door de NVWA 

Uit artikel 4.4, vijfde lid, van de Woo volgt dat de verstrekking van opgevraagde documenten na bekendmaking van een besluit tot openbaarmaking hoogstens twee weken kan worden opgeschort. Nadere opschorting is uitsluitend mogelijk indien binnen die termijn een verzoek om een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter wordt ingediend. 

Nadat het landbouwministerie werd bezet door BBB-fundamentalisten negeerde de NVWA die verplichting en schorste de verstrekking van documenten reeds op wanneer derde-belanghebbenden (veeboeren, slachthuizen) (pro forma) bezwaar instelden. Zonder dat een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend, is dat echter wettelijk niet toegestaan, want in strijd met artikel 4.4, vijfde lid, van de Woo. 

Lees ook:

De NVWA is meermaals op haar illegaal handelen gewezen, maar weigert dat te staken. Vandaar deze brandbrief aan de minister:

Aan Zijne Excellentie, de Minister, De heer J. van Essen 
Betreft: ondermijning van de Wet open overheid door de NVWA 

Hooggeachte heer Van Essen, 

De stichting Animal Rights vraagt met klem uw aandacht voor inmiddels langslepende misstanden bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Deze organisatie neemt op jaarbasis honderden besluiten in uw naam, maar door haar handelen brokkelt het aanzien van de overheid en het vertrouwen daarin in rap tempo af. Animal Rights ondervindt deze benadeling aan den lijve en maakt zich grote zorgen over het uitblijven van verbetering, ondanks onthullingen in de media en ophef in de Kamer. 1 2

Dat dit alles niet reeds tot een onmiddellijke koerswijziging heeft geleid, getuigt ervan dat uw ingrijpen noodzakelijk is. In de kern komt deze problematiek erop neer dat de NVWA de wettelijke systematiek van de Wet open overheid (Woo) heeft losgelaten door openbaarmaking van informatie op te schorten zodra de vee-industrie daartegen bezwaar maakt, terwijl uitsluitend de voorzieningenrechter bevoegd is een dergelijke opschorting te treffen. 

Maatschappelijke organisaties zoals Animal Rights zijn afhankelijk van informatievoorziening op grond van de Woo om, in het belang van een goede en democratische bestuursvoering, de uitoefening van inspectie- en toezichtstaken van de NVWA te controleren. Dit levert een belangrijke bijdrage aan het maatschappelijk debat en vergroot de transparantie van het toezicht door de NVWA. Niet zelden zijn door Woo-verzoeken van onder meer Animal Rights misstanden in de vee-industrie aan het licht gekomen. Misstanden die maatschappelijk breed worden verafschuwd en waarmee het aan het licht komen ervan het fundamentele belang van transparantie en dus de Wet open overheid onderstreept. 

Dat het aan het licht komen van misstanden in de praktijk wordt gefrustreerd, is geen geheim. De vee-industrie heeft geen baat bij transparantie en werkt die dan ook actief tegen. Het is evenmin een geheim dat de vee-industrie met uw voorganger een belangenbehartiger in het centrum van de macht had. Des te zorgwekkender is het dat deze lijn onder uw ministerschap feitelijk wordt voortgezet en dat in uw naam tal van besluiten worden genomen die in strijd zijn met de wet. 

Dat de NVWA na de onthullingen in de media en de ophef in de Kamer niet tot een onmiddellijke koerswijziging is overgegaan, bevestigt dat sprake is van een structureel probleem dat om ingrijpen vraagt. 

Wanneer een burger of bedrijf over de schreef gaat, volgt een sanctie. Wanneer de overheid, oftewel de NVWA, de wet negeert, blijft ingrijpen echter uit. Uit openbaar gemaakte stukken volgt dat de onrechtmatige werkwijze binnen de NVWA op zowel laag als hoog niveau oogluikend is aanvaard. 3

Dat meerdere ambtenaren op verschillende niveaus bij dit handelen betrokken zijn geweest dan wel dit hebben geaccordeerd, wijst erop dat het overtreden van de wet binnen de NVWA-organisatiebreed als acceptabel werd beschouwd. Voor de maatschappij is het niet uitlegbaar als dit zonder gevolgen blijft. De betrokken ambtenaren dienen ter verantwoording te worden geroepen en hun aanstelling lijkt bovendien onhoudbaar geworden. 

De misstanden betreffen geen incidenten, maar structurele werkwijzen die zich inmiddels al geruime tijd in nagenoeg alle Woo-dossiers voordoen. De belangrijkste misstanden laten zich als volgt samenvatten: 

  • Documenten worden voor onbepaalde tijd onrechtmatig opgeschort, waarbij de voorzieningenrechter feitelijk buiten spel wordt gezet. 
  • De NVWA maakt vervolgens misbruik van de ontstane situatie door in bezwaar de termijn voor het aanvullen van gronden niet te koppelen aan de verstrekking van de stukken, zodat van effectieve rechtsbescherming aan de zijde van Woo-verzoekers geen sprake meer is. 
  • Bij beslissingen op bezwaar geeft de NVWA zogenoemde derde-belanghebbenden zes weken de tijd om een voorlopige voorziening te verzoeken teneinde openbaarmaking op te schorten, en schort zij gedurende die zes weken ook op, terwijl de Woo uitgaat van twee weken. Door deze keten van onrechtmatige opschortingen kunnen Woo-verzoekers jarenlang verstoken blijven van opgevraagde informatie. 
  • Onder uw voorganger is de zogenoemde parafenroute verlengd, met als gevolg onvoorspelbaar lange (buitenwettelijke) doorlooptijden bij de behandeling van Woo-verzoeken. 
  • In het kader van de behandeling van Woo-verzoeken worden bij het vragen van zienswijzen aan derde-belanghebbenden naast hen ook belangenorganisaties zoals LTO Nederland structureel en proactief geïnformeerd, waardoor bezwaar- en beroepsprocedures actief worden aangejaagd en de openbaarmaking van informatie verder wordt vertraagd. 

Deze werkwijzen komen erop neer dat de NVWA de vee-industrie faciliteert bij het traineren van openbaarmaking van informatie die op grond van de Woo rechtmatig dient te worden verstrekt. Geen enkele andere sector in Nederland wordt op vergelijkbare wijze door de overheid in staat gesteld om bezwaar- en beroepsprocedures tegen diezelfde overheid te organiseren en te intensiveren. 

Uw partij, D66, heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van de Woo en hecht groot belang aan rechtsstatelijkheid. Tegen die achtergrond is het onder uw ministerschap voortzetten van (BBB-)beleid dat evident in strijd is met de wet, niet te rijmen met de door uw partij uitgedragen beginselen. Bovendien lijkt dit onuitlegbaar aan uw kiezers. 

Wij verzoeken u met klem om direct in te grijpen, het handelen van de NVWA weer in overeenstemming te brengen met zowel de letter als de geest van de wet en de verantwoordelijken voor dit beleid ter verantwoording te roepen. 

Deze brief wordt in kopie verzonden aan de staatssecretaris van LVVN, gelet op diens portefeuille dierenwelzijn, en aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in verband met diens stelselverantwoordelijkheid voor de Woo. 

Indien u naar aanleiding van deze brief vragen heeft, behoefte heeft aan praktijkvoorbeelden of op andere wijze overleg wenst, staan wij vanzelfsprekend tot uw dienst. 

Wij kijken uit naar uw reactie. 

Hoogachtend, 
S.F. Hartland 
Directeur Stichting Animal Rights 

Update – Het antwoord

In de ‘Reactie brandbrief ondermijning van de Wet open overheid door de NVWA’ van 12 juni, door Animal Rights per email ontvangen op 16 juni 2026, geeft Silvio Erkens, staatssecretaris van LVVN, het antwoord dat al werd aangekondigd op 10 juni bij de beantwoording van de vragen die zijn gesteld tijdens het schriftelijk overleg van 18 mei over de brief van 15 april 2026 ‘Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens’.

Zie:

Geachte mevrouw Hartland,


Dank voor uw brief en de daarin geuite zorgen over de uitvoering van de Wet Open Overheid (Woo) door de NVWA. U benoemt in uw brief dat de NVWA de wettelijke systematiek van de Woo heeft losgelaten door openbaarmaking van informatie op te schorten zodra een derde-belanghebbende daartegen bezwaar maakt.


Openbaarmaking van overheidsinformatie is een groot goed en vergroot ook de effectiviteit van toezicht en handhaving. Het is belangrijk dat burgers, journalisten en wetenschappers toegang hebben tot overheidsinformatie, zodat zij goed geïnformeerd zijn en van daaruit de overheid kritisch kunnen volgen, kunnen participeren en onderzoek kunnen uitvoeren.


De werkwijze van de NVWA betrof een pilot die was ingezet vanuit het oogpunt van doeltreffendheid en doelmatigheid. Met die werkwijze beoogde de NVWA zoveel mogelijk recht te doen aan de procesrechtvaardigheid van zowel verzoeker als bezwaarmaker en tegelijkertijd de publieke middelen voor het afhandelen van Woo-verzoeken efficiënt en effectief in te zetten. De NVWA past haar werkwijze aan nu de Landsadvocaat, naar aanleiding van een adviesaanvraag door de NVWA, heeft bevestigd dat opschorting van openbaarmaking uitsluitend mogelijk is op basis van een rechterlijke uitspraak van de voorzieningenrechter. Ook als daarvoor goede uitvoeringsredenen bestaan, kan een bestuursorgaan dit niet zelfstandig en op structurele wijze doen. Concreet betekent dit dat de NVWA niet langer de openbaarmaking van documenten opschort enkel op grond van bezwaar van derde-belanghebbenden.

De komende tijd ga ik in gesprek om te verkennen wat mogelijke oplossingen zijn ten aanzien van deze casuïstiek.

Hoogachtend,
Silvio P.A. Erkens
Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

  1. Inspectie zet rechter buitenspel en overtreedt wet onder druk van boerenlobby ↩︎
  2. Het buitenspel zetten van de rechter en het overtreden van de wet door de NVWA bij de behandeling van Woo-verzoeken ↩︎
  3. Besluit op Woo-verzoek 25-0428 ↩︎

Nieuwe noodslacht regels bevorderen nog brutere exploitatie van de dieren

Per half april 2026 past de Europese Commissie de regels voor noodslacht aan. 1 Op dit moment geldt dat als een dier na een ongeval niet meer transportwaardig is, maar nog wel slachtwaardig, het dier in aanmerking kan komen voor een noodslachting – slachting op locatie in plaats van op het slachthuis. Door de wetswijziging wordt het straks mogelijk om een dier dat wel geschikt is voor de slacht, maar niet vervoerd mag worden, toch in aanmerking te laten komen voor een noodslachting. Het is na de wetswijziging niet langer een eis dat het dier een ongeval heeft gehad.

Dit is rampzalig voor de in slavernij gehouden dieren. Tot nu toe moest een veeboer er voor zorgen dat een uitgemolken melkkoe of uitgebigde zeug nog in staat was om zelfstandig een vrachtwagen of trailer in te lopen. Onder deze nieuwe regels kan een dier worden uitgebuit tot het van ellende door de poten zakt en kan vervolgens na de ‘noodslacht’ alsnog naar het slachthuis worden gebracht. 

Het is dan wel van belang dat de veehouder het creperende dier ook medicatie onthoudt, want het dierenleed mag wel bij de consument op het bord, antibiotica en dergelijke niet.

Praktiserende dierenartsen mogen voorlopig alleen een ante mortem (AM – levende) keuring uitvoeren bij een verder gezond dier dat een ongeval heeft gehad en om redenen van dierenwelzijn niet levend naar het slachthuis kan worden vervoerd. Officiële dierenartsen in dienst van de NVWA nemen de keuringen bij de ‘nieuwe categorie’ noodslachtingen voor hun rekening. 

Maar ook dat verandert later. Het is de bedoeling dat straks de eigen veearts van de veeboer, diens ‘partner in crime’, deze keuring voor zijn of haar rekening neemt, waarschijnlijk na een cursusje dat de voedselveiligheid moet borgen. De sociale en financiële band tussen veeboer en veearts staat consideratie met de belangen van het dier waarschijnlijk regelmatig in de weg.

Verder wordt de groep dieren die in aanmerking komt voor noodslacht uitgebreid.

LVVN en NVWA verdedigen deze wijziging via de drogreden: “Dit is beter voor het dierenwelzijn van deze categorie dieren. Zij hoeven niet meer noodgedwongen op de veehouderij te verblijven, in de hoop dat hun toestand verbetert. Ook is de wetswijziging positief in het kader van duurzaamheid, omdat meer dieren beschikbaar komen voor de voedselketen.” Want minstens 20.000 niet-transportwaardige runderen zijn wel “consumptiewaardig”. 2

Over de implementatie van de nieuwe werkwijze volgt meer informatie in de loop van 2026.

  1. Wetswijziging noodslacht: huidige werkwijze blijft voorlopig gelden ↩︎
  2. Minimaal 20.000 niet-transportwaardige runderen zijn wel consumptiewaardig ↩︎

Uitspraak Raad van State: Eendenslachter Tomassen moet eindelijk dwangsommen gaan betalen, of drastisch afschalen, of sluiten

De uitspraak van 15 april 2026 van de Raad van State bevestigt eindelijk dat de door de gemeente Ermelo aan eendenslachter Tomassen Duck-To opgelegde lasten onder dwangsom grotendeels terecht waren. 1 Dat het zolang heeft geduurd lag niet alleen aan het juridische verzet van Tomassen en de traagheid van de Raad van State, maar ook aan het geklungel van de gemeente.

De tijdlijn

Op 4 april 2018 legde Ermelo aan Tomassen een last onder dwangsom op wegens verschillende overtredingen en kende op 13 april 2018 het handhavingsverzoek van een omwonende toe. Maar op 23 december 2019 draaide de gemeente, trekt het besluit van april 2018 in en wijst handhaving alsnog af. De omwonende krijgt op 31 maart 2022 van de rechtbank in beroep gelijk. De gemeente moet een nieuw besluit nemen en legt op 4 mei 2022 aan de eendenslachter zes nieuwe lasten onder dwangsom op. Daartegen werd hoger beroep ingesteld.

De zaak werd op zitting behandeld op 21 mei 2025 en de uitspraak volgde bijna een jaar later op 15 april 2026.

De lasten

Op 4 mei 2022 wordt Tomassen Duck-To gelast om:

1. het gebruik van de achterzijde van het perceel Fokko Kortlanglaan 112 voor de slachterij te beëindigen en beëindigd te houden; de dwangsom bedraagt € 50.000 per week met een maximum van € 250.000, 

2. het gebruik van het perceel Fokko Kortlanglaan 122 voor de slachterij te beëindigen en beëindigd te houden, met uitzondering van de vergunde opslaghal; de dwangsom bedraagt € 50.000 per week met een maximum van € 250.000, 

3. een houtsingel aan te leggen en in stand te houden op het gedeelte van het perceel Fokko Kortlanglaan 122 dat de bestemming “Groen” heeft; de dwangsom bedraagt € 2.000 per week met een maximum van € 6.000, 

4. de geluidsproductie van het bedrijf in overeenstemming te brengen met de milieuvergunning van 8 oktober 2002, herzien op 31 juli 2006; de dwangsom bedraagt € 50.000 per week met een maximum van € 250.000, 

5. de werktijden uit de milieuvergunning uit 2002, herzien in 2006, na te leven; de dwangsom bedraagt € 5.000 per keer dat geconstateerd wordt dat de overtreding voortduurt met een maximum van € 25.000, 

6. de verkeersbewegingen uit de milieuvergunning uit 2002, herzien in 2006, na te leven; de dwangsom bedraagt € 5.000 per keer per dag met een maximum van € 25.000. 

De uitspraak

De Raad van State is het met de rechtbank eens dat het gebruik van het achterste deel van het perceel Fokko Kortlanglaan 112 en het perceel Fokko Kortlanglaan 122 voor de eendenslachterij in strijd is met het bestemmingsplan. Ermelo was daarom bevoegd om daartegen handhavend op te treden. 

Dat geldt ook voor de lasten met betrekking tot de houtsingel, de geluidsproductie, de werktijden en de vrachtwagenbewegingen.

Bovendien oordeelt de Raad van State ten aanzien van de illegaal geplaatste luchtwasser, schoorsteen, verenlaadplaats en bloed- en slibtank dat Ermelo zich in het besluit van 4 mei 2022 ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het gebruik van die bouwwerken ten behoeve van de eendenslachterij wordt gedekt door de ontwerp-omgevingsvergunning die op 30 oktober 2019 ter inzage is gelegd en er dus zicht was op legalisatie.

De gevolgen

Tomassen krijgt nu (opnieuw) 8 weken de tijd om aan de opgelegde lasten te voldoen. Als zij dat niet binnen die acht weken doet, worden de dwangsommen verbeurd.

Het is voor Tomassen relatief eenvoudig om zich aan de werktijden en verkeersbewegingen te houden en de houtsingel aan te leggen. Het enige wat daarbij in de weg staat is de arrogantie van het bedrijf. Dit zijn ook de laagste dwangsommen.

Het niet meer gebruiken van de percelen op nummer 112 en 122, echter, maakt het opereren van het slachthuis erg lastig. Deze dwangsommen kunnen samen oplopen tot een half miljoen euro. Ook het verlagen van de geluidsproductie zal een probleem zijn. Deze dwangsom kan oplopen tot 250.000 euro.

Ook zal Ermelo er via handhaving voor moeten zorgen dat de illegale bouwwerken alsnog worden afgebroken. Tegen de door Ermelo opgelegde dwangsommen van februari 2026 staan nog juridische opties open, maar tegen deze uitspraak niet.

  1. Uitspraak 202202911/1/R4 ECLI:NL:RVS:2026:2081 ↩︎

Paasveemarkten zijn barbaars en niet meer van deze tijd

Er zijn in Nederland (gelukkig) nog maar enkele Paasveemarkten over, één in Schagen en één in Rhenen. De gemene deler is stress bij de dieren omdat enerzijds boeren ze naar dit evenement toe slepen om ze tentoon te stellen en anderzijds bezoekers komen kijken alsof deze levende, voelende wezens een soort kermisattractie zijn. 

Het gebeuren heeft ook wel wat weg van een ouderwetse ‘freakshow’ omdat de meeste rond-geparadeerde runderen van het ‘dikbil’ soort zijn. De beelden zijn van 16 maart 2026 en komen uit Rhenen.

“Inmiddels is de inschrijving gesloten en mogen wij bekendmaken dat er dit jaar maar liefst 130 stuks vee zijn opgegeven voor de paasveetentoonstelling,” verkondigde de organisatie eind februari. 1 De markt trok zo’n 500 toeschouwers. 2

Dieren worden voor dag en dauw in dorpen, verspreid over het land, in vrachtwagens gedreven, en tussen zeven en negen uur ‘s ochtends aan de Stokweg in Rhenen uitgeladen. Vervolgens worden de dieren in een opvangstal gezet, waar ze strak tegen elkaar vastgebonden staan en met een touw aan hun halster. Vaak is het touw zo kort dat de dieren niet kunnen gaan liggen. Veel van de kalfjes staan er zonder hun moeder.

Er was nauwelijks water. Alleen in het middenpad stonden er een paar (bevuilde) emmers, waar de dieren helemaal niet bij konden. De dieren die aan de muurzijden stonden, hadden hier al helemaal geen toegang toe.

Tussen de dieren werd door de boeren alcohol genuttigd en gerookt.

In de showstal worden de dieren per categorie getoond. Keurmeesters betasten de dieren en bepalen welk dier het sterkste, het grootste en het beste gebouwd is. De dieren moeten in de bak – met overduidelijke tegenzin – rondjes lopen om getoond te worden aan het publiek en een dagvoorzitter roept via een (zeer luide) microfoon om wat de bevindingen van de keurmeesters zijn. De runderen werden vaak pervers aangeduid als ‘slachtvee’. Er worden prijzen uitgedeeld per categorie.

Wanneer de dieren van de opvangstal naar de showstal werden gedreven om geshowd te worden, ging dat met veel stress gepaard; de dieren moesten zo snel mogelijk lopen en werden opgejaagd.

Meerdere boeren liepen rond met stokken of PVC pijpen waarmee ze de runderen ‘aansturen’. Eén boer was daar vooral enthousiast in en verzocht ook een andere boer om het dier op de neus te petsen met de buis. Zijn dieren werden gemept op de neus en/of zijkant van het hoofd.

Een van de activiteiten voor de jeugd (4-12 jaar) bestaat uit het in de keuringsring brengen van babykalfjes. Dat betekent dus dat die kinderen de babykalfjes rondleiden en in de gewenste positie dwingen en ook dat ging niet zachtzinnig. Een jury bepaalt de uiteindelijke winnaars, die een beker in ontvangst kunnen nemen.

Verder is er in de showstal een ‘kinderhoekje’. Hier zat er één klein lammetje in een kleine kooi, die  daar te pas en te onpas uit werd gehaald om geaaid en geknuffeld te worden door jonge kinderen. Het dier was gescheiden van zijn of haar moeder en had geen (permanente) toegang tot water of voedsel. 

Daarnaast was er een klein podium ingericht met konijnen en cavia’s. Deze (vlucht)dieren konden geen kant op en waren volledig overgeleverd aan hoe kinderen met ze omgingen. Ook zij werden wederom veel geaaid, opgepakt en geknuffeld. Ook hier was in geen velden of wegen drinkwater te bekennen. 

Kleine kinderen hadden ook vrij toegang tot de runderen. Kalfjes werden geaaid, want schattig, en waren duidelijk gestrest.

Er stond in de showstal een moederkoe met een recente en enigszins uitstulpende gehechte wond van de keizersnede van de geboorte van haar kalf. Deze twee stonden wel samen, maar de moeder kon niet bewegen, want ze zat vast aan haar touw.

Paasveetentoonstellingen kennen een lange, christelijke traditie. Na de vastentijd kon er met Pasen weer geschranst worden. Voor sommige mensen kan dat nog altijd niet zonder het slachten van een ander dier.

Er is niets mis met tradities, maar tegelijkertijd is het argument “we hebben het altijd al zo gedaan” een van de allerdomste en kwaadaardigste, want het staat vooruitgang in de weg. Achterlijke tradities, bijvoorbeeld die waarin dieren worden misbruikt, moeten evolueren of verdwijnen.


  1. Paasveetentoonstelling Rhenen ↩︎
  2. Drukbezochte 92ste Paasveetentoonstelling trekt veel publiek in Rhenen ↩︎