Animal Rights vraagt om handhavend optreden en het intrekken van de vergunning voor de kalkoenenmesterij waar meer dieren werden ‘geruimd’ dan er gehouden mochten worden

Op 14 januari 2026 werd er op een kalkoenenmesterij in Oisterwijk, Noord-Brabant, vogelgriep vastgesteld. Onder leiding van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) werden de 24.000 aanwezige kalkoenen afgemaakt.

Het gaat om het bedrijf Melis / Turkeys Hill BV aan de Rosepdreef 9 te Oisterwijk. Het bedrijf heeft op 5 juni 2018 van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant een vergunning gekregen in het kader van de Wet natuurbescherming voor het houden van 17.345 kalkoenen. 

Door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Oisterwijk werd op 19 juli 2022 een vergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) afgegeven. Bij deze vergunning zijn voorschriften opgenomen, onder andere over het maximaal aantal te houden dieren: 17.400 (Voorschrift 1.1.1).

Te veel dieren gehouden

Er werden ten tijde van de ‘ruiming’ dus ongeveer 38%, ofwel ~6.600 kalkoenen te veel gehouden. Dat is niet alleen een economisch delict, het heeft ook milieugevolgen. De aanzienlijk verhoogde veebezetting kan significante gevolgen hebben voor onder meer het direct naastgelegen Natura 2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’, welk gebied zeer stikstofgevoelig en reeds zwaar stikstofoverbelast is.

Het gaat hier om een toename van de ammoniakemissie van meer dan 2.000 kg/jaar (38% van de vergunde 6087,21 kg). Deze extra emissie is te kwalificeren als een niet-vergunde en dus illegale Natura 2000-activiteit. Daarmee is sprake van een overtreding (van artikel 5.1, lid 1, onder e) van de Omgevingswet.

Handhavingsverzoeken

Hoe vaak deze overtreding eerder heeft plaatsgevonden en of deze overtreding nog voortduurt is aan de provincie en gemeente om te onderzoeken. Via handhavingsverzoeken verzekert Animal Rights dat dit ook gebeurt.

Animal Rights vraagt zowel de provincie als de gemeente om handhavend op te treden tegen het bedrijf op een drietal wijzen:

a. Bestraffend ten aanzien van de geconstateerde overtreding van januari 2026 en eventuele eerdere overtredingen;

b. Bestraffend / herstellend ten aanzien van de mogelijk nog altijd voortdurende overtreding, zodat de illegale situatie wordt beëindigd;

c. Preventief t.a.v. de dreigende toekomstige overtreding, zodat de illegale situatie beëindigd blijft.

Intrekkingsverzoek

Op ongeveer 600 meter afstand van het kalkoenenbedrijf is het Natura 2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ gelegen. Het bedrijf veroorzaakt aanzienlijke stikstofbelasting op dit reeds te zwaar belaste Natura 2000-gebieden. Blijkens de natuurvergunning heeft het bedrijf namelijk een maximale stikstofdepositie van 11,36 mol/ha/jaar op voor verzuring gevoelige habitattypen binnen dit Natura 2000-gebied. Animal Rights acht het dan ook geboden dat de natuurvergunningen van dit bedrijf worden ingetrokken in het belang van de bescherming van het milieu en de natuur.

Volgens artikel 6, lid 2 van de Habitatrichtlijn dienen lidstaten passende maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert en er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen.

Artikel 8.103, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) luidt: “Het bevoegd gezag trekt een omgevingsvergunning voor een Natura 2000- activiteit in ieder geval in of wijzigt een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit in ieder geval, als dat nodig is ter uitvoering van artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn.”

De Ecologische Autoriteit concludeert over dit gebied dat niet uitgesloten is dat al verslechtering is opgetreden. Aannemelijk is dat de bestaande maatregelen een positieve bijdrage leveren, maar niet voldoende zullen zijn voor het voorkomen van verdere verslechtering in de toekomst. Het is wettelijk niet toegestaan om te wachten met het treffen van maatregelen als blijkt dat verslechtering heeft opgetreden of als verslechtering dreigt op te treden. 

Stikstofdepositie wordt ook als groot knelpunt genoemd in de natuurdoelanalyse van dit gebied: “De stikstofdepositie is jarenlang te hoog geweest voor de aanwezige natuur en zal dat deels voorlopig nog blijven. De effecten zijn cumulatief: de stikstofdepositie uit het verleden zal nog jarenlang doorwerken op de bodem en vegetatie. De effecten zijn in het gebied te zien door onder andere de sterfte van eiken, grootschalige vergrassing op de heide en de aanwezigheid van stikstof minnende vegetaties in en langs de vennen. De lage diversiteit van de flora heeft ook negatieve effecten op de fauna. Totdat de stikstofdepositie verlaagd wordt, blijven de negatieve effecten bestaan of toenemen, en zal de natuur nog verder verslechteren.”

Het gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen bevat daarbij ook veel habitats die op de zogenoemde ‘Urgente Lijst’ zijn opgenomen waar over de rechter in de zaak van Greenpeace tegen de Nederlandse Staat (ECLI:NL:RBDHA:2025:578) oordeelde: “De rechtbank concludeert dan ook dat – in ieder geval ten aanzien van de habitats op de Urgente Lijst – stikstofreductie een noodzakelijke voorwaarde is voor het tegengaan van verdere verslechtering en voor het herstellen van de reeds opgetreden verslechtering sinds de referentiedata.”

“Het nalaten aan een noodzakelijke voorwaarde voor herstel te voldoen is in strijd met het verslechteringsverbod.”

Voor habitattypen en leefgebieden op de urgente lijst die er het slechts aan toe zijn en/of moeilijk herstellen “is het van belang dat op zeer korte termijn maatregelen genomen worden om de stikstofdepositie te reduceren tot onder het niveau van de KDW” zo blijkt uit het rapport ‘Herstelbaarheid van door stikstofdepositie aangetaste Natura 2000-habitattypen’ van onderzoeksbureau B-Ware uit februari 2024. Voor Kampina & Oisterwijkse vennen gaat het om 8 habitattypen en 1 leefgebied die tot deze zwaarste (rode) categorie horen, Voor deze habitats kan niet (nog) langer gewacht worden met het nemen van passende maatregelen.

Noord-Brabant moet de (totale) stikstofbelasting, zo ver als in redelijkheid haalbaar is, terugdringen. Het is de verantwoordelijkheid van Noord-Brabant als bevoegd gezag om alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat de huidige veel te hoge stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden, zoals Kampina & Oisterwijkse Vennen afneemt tot onder de KDW ((ECLI:NL:RVS:2021:71). 

Omdat het provinciale beleid wat betreft stikstofreductie nog steeds te kort schiet (ECLI:NL:RBOBR:2025:2330 waar specifiek wordt ingegaan op Kampina & Oisterwijkse Vennen), ziet Animal Rights zich genoodzaakt dit intrekkingsverzoek in te dienen.

Naar de mening van Animal Rights is er geen zicht op andere oplossingen voor de met stikstof overbelaste habitats op onder meer, maar niet uitsluitend, Kampina & Oisterwijkse Vennen waarop het bedrijf deposities veroorzaakt. Dit terwijl er wel sprake is van een verslechteringsverbod op grond van artikel 6 lid 2 van de Habitatrichtlijn. Er dienen maatregelen te worden genomen die leiden tot een relevante verbetering van de natuurconditie in het betreffende Natura 2000-gebied. Een passende en noodzakelijke maatregel is het intrekken van de natuurvergunning van het bedrijf.

Winst voor Utrechtse knobbelzwanen en alle dieren die door jagers vermoord worden vanwege schade aan gewassen!

In 2020 en 2022 wonnen Animal Rights en Fauna4Life een belangrijke zaak tegen de provincie Utrecht en hun jagersvriendjes van de Faunabeheereenheid. Utrecht verleende op 31 augustus 2020 een ontheffing aan de jagers om knobbelzwanen af te schieten vanwege de schade die ze zouden aanrichten aan gewassen.

De voorzieningenrechter schorste dat besluit op 30 november 2020. In beroep oordeelde de rechtbank dat “[o]m van belangrijke schade te kunnen spreken is vereist dat de schade een zekere omvang heeft die het economisch belang van een bedrijf raakt.” Daarmee acht de rechter “het uitgangspunt van verweerder [Utrecht] om in alle gevallen een bedrag van € 250,— per geval per bedrijf per jaar te hanteren ter invulling van het begrip belangrijke schade ontoereikend.”

Ook oordeelde de rechter “dat in het bestreden besluit onvoldoende is onderbouwd dat de ontheffing nodig is om belangrijke schade aan grasland te voorkomen. Het bestreden besluit berust niet op een nauwkeurige en treffende motivering zoals is vereist. Op dit punt is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig voorbereid.”

De rechter verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit. De zwanen waren voorlopig gered. Lees daar alles over in het artikel:

De provincie Utrecht, vastbesloten een slachting onder dieren te blijven aanrichten, ging hiertegen in de eerste helft van 2022 in hoger beroep. De zitting was uiteindelijk op 19 mei 2025. De Raad van State heeft de uitspraak verschillende keren uitgesteld, maar publiceerde deze uiteindelijk op 1 april 2026. 1

Binnen de Wet kunnen beschermde knobbelzwanen en andere dieren worden gedood ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen. Het Europese Hof heeft wel bepaald dat de afwijkingen (van de beschermplicht) tot het strikt noodzakelijke beperkt dienen te worden. De Raad van State maakt hieruit op dat deze uitzondering op de beschermplicht restrictief moet worden uitgelegd.

Schade hoeft niet al te hebben plaatsgevonden, een ontheffing mag ook worden afgegeven om ernstige schade te voorkomen. Deze mag echter niet louter hypothetisch zijn, maar moet met bewijsmateriaal worden aangetoond, bijvoorbeeld met cijfers over geleden schade in het verleden.

De tijd dat de provincies eenvoudigweg konden zeggen dat iedere schade boven 250,- onder het begrip ‘ernstige schade’ valt, lijkt nu voorbij. De Raad van State nam bovendien ons argument over dat dat bedrag nooit geïndexeerd is (in de laatste twintig jaar): “Naar het oordeel van de Afdeling mag het college bij de inventarisatie van deze schade kijken naar een drempelbedrag, zoals het eerder in de jurisprudentie geaccepteerde drempelbedrag van € 250,00 per geval, per jaar, per bedrijf. De Afdeling neemt evenwel in aanmerking dat dit bedrag nooit is geïndexeerd. Bovendien moet niet uit het oog worden verloren dat afwijkingen van het verbod om vogels te doden tot het strikt noodzakelijke moeten worden beperkt […] Daarom is de Afdeling van oordeel dat er een aanvullende onderbouwing van het college nodig is om aannemelijk te maken dat sprake is van belangrijke schade. Het moet immers gaan om schade die meer is dan ongemak en het normale bedrijfsrisico overtreft.”

Belangrijk is eveneens dat onze claim dat je niet kan zeggen dat schade ‘ernstig’ is zonder het ergens aan te relateren, gehoord is: “De stichtingen hebben in dit kader als alternatief gewezen op de mogelijkheid de schadedrempelbedragen te relateren aan andere gegevens, zoals de gemiddelde opbrengst van een bepaald gewas per hectare.”

De Raad van State oordeelt vervolgens “dat de totale schadecijfers die mede ter onderbouwing van het besluit zijn overgelegd te algemeen en niet inzichtelijk zijn en geen informatie bevatten over de bedrijfstak of de gewassen waarbij de schade optreedt. De schadecijfers per geval, per bedrijf of per wildbeheereenheid moeten samen met de daarbij gegeven onderbouwing ten aanzien van de bedrijfstak of het gewas waarbij de schade optreedt aannemelijk maken dat sprake is van belangrijke schade die meer is dan ongemak en het normale bedrijfsrisico overtreft.”

Het hoger beroep van de provincie is daarmee ongegrond. Animal Rights en Fauna4Life bereikten met deze lange juridische procedure dat er al meer dan 5 jaar geen knobbelzwanen zijn afgeschoten in Utrecht. Maar ook voor andere vervolgde vogels en zoogdieren is deze uitspraak van groot belang. Deze uitspraak gaat doorwerken in alle zaken waarin dieren, vooral vogels, worden gedood vanwege schade aan gewassen. Daar is Animal Rights blij mee. We gaan ervan uit dat dit gaat leiden tot minder vergunningen en minder slachtoffers.


  1. Uitspraak 202202196/1/A3 ECLI:NL:RVS:2026:1827 ↩︎

Winst voor wilde dieren op Veluwe: Ecoduct Oud-Reemst open!

Bijna een jaar nadat Animal Rights en Faunabescherming van Gelderland eisten dat de provincie op zou treden tegen de afsluiting van het ecoduct Oud-Reemst door het Park Hoge Veluwe is het ecoduct open. Winst voor de wilde dieren op de Veluwe en de biodiversiteit in het algemeen.

Lees ook:

Een tijdlijn

Ecoduct Oud-Reemst is onderdeel van het streven naar ontsnippering van de Veluwe en werd in 2013 geopend om de Hoge Veluwe te verbinden met Planken Wambuis. In 2019 sloot het Park Hoge Veluwe de met belastinggeld gefinancierde doorgangen die het park met de rest van de Veluwe verbinden op eigen initiatief af met een hekwerk.

Donderdagochtend 26 september 2024 werden drie wolvenwelpen doodgereden op de N310 vlakbij het afgesloten ecoduct Oud-Reemst.

Op 7 april 2025 verzochten Animal Rights en Faunabescherming het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland om handhavend op te treden tegen het Park. Dat wijst de provincie op 11 augustus af, waarna de natuurbeschermingsorganisaties op 22 september bezwaar maken tegen dat besluit. Een hoorzitting van de Commissie Rechtsbescherming vond plaats op 2 december 2025. Op 17 maart 2026 ontvingen Faunabescherming en Animal Rights de beslissing op het bezwaarschrift.

Het advies van de onafhankelijke commissie Rechtsbescherming

De onafhankelijke commissie Rechtsbescherming heeft op 5 januari 2026 advies uitgebracht. De Commissie adviseerde de provincie dat het besluit niet ongewijzigd in stand kon blijven en dat Gelderland met inachtneming van het advies opnieuw op het verzoek om handhaving moest  beslissen. 

In het advies krijgt Gelderland enkele vegen uit de pan:

“Naar het oordeel van de Commissie zijn het plaatsen of sluiten van een hekwerk en het verhogen van een hekwerk op een ecoduct dat bedoeld is voor een vrije doorgang van al dan niet beschermde soorten van het ene naar het andere gebied, werkzaamheden die gevolgen kunnen hebben voor beschermde plant- en diersoorten.”

“De Commissie is van oordeel dat, gelet op vorenstaande, de afwijzing van het verzoek om handhaving voor wat betreft de afsluiting van het ecoduct en verhoging van het hekwerk in relatie tot de wolf op onjuiste wettelijke basis is gestoeld en onvoldoende ecologisch is onderbouwd.”

“Verder stelt de Commissie vast dat GS in het bestreden besluit niet alle door bezwaarmakers in het verzoek om handhaving genoemde soorten hebben betrokken in de afweging van het verzoek om handhaving. Het handhavingsverzoek van bezwaarmakers ziet niet alleen op de verstoring van het leefgebied van de wolf maar ook op het negatieve effect op andere populaties in en rond de Hoge Veluwe, waaronder edelherten en wilde zwijnen.”

“Tot slot zijn GS naar het oordeel van de Commissie in het bestreden besluit niet in gegaan op het standpunt  van bezwaarmakers dat het afgesloten houden van het ecoduct op gespannen voet staat met de taak van het provinciebestuur om actieve soortenbeschermingsmaatregelen te nemen om de gunstige staat van instandhouding te herstellen.”

Om al deze redenen is de Commissie van oordeel dat het bestreden besluit niet ongewijzigd in stand kan blijven en de bezwaren wat dat betreft slagen.

Sesam, open u!

Park Hoge Veluwe wachtte de onvermijdelijke terechtwijzing niet af. Een toezichthouder van de provincie is op 6 en 11 maart 2026 op controle geweest bij het ecoduct Oud-Reemst en heeft geconstateerd dat het hekwerk is verlaagd tot 1 meter en voorzien is van twee openingen van 70 centimeter breed, waardoor het ecoduct toegankelijk is voor onder meer wolven, wilde zwijnen, grote hoefdieren en marterachtigen. 

Dit betekent dat er geen grond meer is om te handhaven, zegt de provincie, doordat de eerder vastgestelde belemmering voor het ecoduct is opgeheven.  

Faunapassage Delenseweg eveneens open

Ook bij de gelijkvloerse faunapassage Delenseweg (N804) is over een lengte van ongeveer 40 meter het raster verlaagd naar een hoogte van ongeveer 100 centimeter en zijn twee poorten aangebracht, ook deze zijn ongeveer 70 centimeter breed.

Er blijven vragen over

Er blijven natuurlijk vragen over. Eén daarvan is vanzelfsprekend waarom het hek niet helemaal is weggehaald. De reden dat er nu nog steeds een laag raster aanwezig is, is volgens Park Hoge Veluwe “dat zij de situatie nu terug gebracht hadden naar de situatie van voor de afsluiting in 2018.” 

Verder willen de organisaties bewijs zien dat bijvoorbeeld wilde zwijnen en wolvenwelpen daadwerkelijk gebruik maken van de openingen in het raster.

Een andere belangrijke vraag is op welke wijze eventuele toekomstige verhogingen van de hekken en/of het afsluiten van doorgangen door het Park voorkomen worden.

Animal Rights overlegt met haar advocaat over deze uitkomst en beraadt zich op nadere stappen om volledige openstelling te bewerkstelligen. 

Met dank aan Stichting Behoud Veluwsch Landschap voor advies en rondleiding door het gebied en de Partij voor de Dieren Gelderland voor de Statenvragen.

Zie ook:

Update – Statenvragen

Op 29 maart 2026 stelt de Partij voor de Dieren Gelderland schriftelijke vragen aan de voorzitter van Provinciale Staten van Gelderland. 1

“Op de website van Animal Rights lezen we dat Park de Hoge Veluwe (hierna: ‘het Park’) eindelijk stappen zet om de eigenstandig geplaatste hekken bij het Ecoduct Oud Reemst en de faunapassage Delenseweg te verwijderen. Het Park houdt de met miljoenen aan belastinggeld aangelegde wilddoorgangen al sinds 2019 gesloten om herten en wolven uit het Park te weren.
De provincie Gelderland is het bevoegd gezag, maar weigert al jaren om tegen de afsluiting op te treden. Dat er nu schot in de zaak zit, is te danken aan Animal Rights en de Faunabescherming, die vorig jaar bezwaar maakten tegen de weigering van de provincie om te handhaven.
De Commissie Rechtsbescherming stelde de bezwaarmakers op 5 januari 2026 in het gelijk en oordeelde dat de provincie haar besluit om niet te handhaven moet herzien.
Het Park besloot handhaving niet af te wachten en verlaagde de hekken bij beide wilddoorgangen van 2 naar 1 meter. Ook bracht het in beide hekken twee openingen van 70 cm breed aan voor o.a. wilde zwijnen en dassen.
Voor de provincie Gelderland zijn deze halve maatregelen voldoende en is er nu geen reden meer om handhavend op te treden tegen het Park.
De Partij voor de Dieren heeft hierover de volgende vragen
Volgens de Commissie Rechtsbescherming zijn het plaatsen of sluiten van een hekwerk en het verhogen van een hekwerk op een ecoduct dat bedoeld is voor een vrije doorgang van al dan niet beschermde soorten van het ene naar het andere gebied, werkzaamheden die gevolgen kunnen hebben voor beschermde plant- en diersoorten. Het College van GS heeft volgens de Commissie zonder ecologische onderbouwing beweerd dat de hekken op het ecoduct geen gevolgen hebben voor de lokale wolvenpopulatie. De gevolgen voor andere diersoorten, zoals edelherten en zwijnen, zijn door het College buiten beschouwing gelaten. Daarnaast heeft de Commissie Rechtsbescherming geen grondslag kunnen vinden in de Omgevingswet voor de hoogte van een hekwerk en het al dan niet vergunningsplichtig zijn van het plaatsen van een hek.

1. Kunt u uitleggen waarom u de afsluiting van het ecoduct Oud Reemst en de faunapassage bij de Delenseweg al zeven jaar door de vingers ziet, en natuurorganisaties de kastanjes uit het vuur laat halen? Vindt u dit een bestuurlijk en rechtsstatelijk passende opstelling voor een bevoegd gezag voor de natuur? Graag een toelichting.

2. Kunt u uitleggen waarom u in uw verweer in deze zaak heeft aangegeven dat u het “niet noodzakelijk [vindt] om een ecologische verbindingsroute ofwel migratienetwerk van de [wolf] tot stand te brengen dan wel te behouden bij Oud-Reemst”? Is dit ecoduct, dat miljoenen heeft gekost, volgens u overbodig, en bent u van mening dat wolven veilig de drukke provinciale weg kunnen oversteken? Hoe rijmt u dit met de wolven die bij het afgesloten ecoduct zijn doodgereden? Graag een toelichting.

3. Bent u het met ons eens dat het afgesloten houden van het ecoduct op gespannen voet staat met uw taak om actieve soortenbeschermingsmaatregelen te nemen om de gunstige staat van instandhouding van dieren zoals de wolf te herstellen? Zo nee, waarom niet?


4. Kunt u uitleggen waarom u akkoord gaat met de halve maatregelen die Park de Hoge Veluwe heeft genomen bij het ecoduct Oud Reemst en de faunapassage bij de Delenseweg? Kunt u aantonen dat het afsluiten van een wilddoorgang met een hek van 1 meter hoog volgens u niet vergunningsplichtig is? Kunnen negatieve gevolgen voor beschermde diersoorten volgens u worden uitgesloten? Waaruit blijkt dit? Graag een onderbouwing.


5. Het hek op het ecoduct is verlaagd naar 1 meter, maar de palen van het hek zijn nog zeker anderhalve meter hoog. Dat houdt in dat hertachtigen en wolven hier tussendoor moeten springen, wat kan afschrikken. Wat gaat de provincie hiertegen doen? Waarom zijn deze palen niet ingekort of verwijderd?


6. Gaat de provincie Gelderland controleren en vastleggen dat álle dieren de twee betreffende wilddoorgangen nu ongestoord kunnen passeren? Zo ja, hoe gaat de provincie dit controleren? Zo nee, waarom niet?


Het Park heeft tijdens de hoorzitting bij de Commissie Rechtsbescherming aangegeven de hekken eventueel “tijdelijk” en plaatselijk te zullen verlagen “mits verenigbaar met de instandhoudingsdoelstellingen en op basis van solide afspraken met de provincie Gelderland en (…) beheerders van naastgelegen gebieden.”

7. Wat is de reden dat Park de Hoge Veluwe de hekken deels laat staan? Waarom is dit noodzakelijk?

8. Hoe gaat u voorkomen dat Park de Hoge Veluwe de wilddoorgangen opnieuw gaat afsluiten, door de openingen van 70 cm breed af te sluiten en/of de hekken opnieuw te verhogen?

9. Welke “solide” afspraken heeft de provincie Gelderland inmiddels met het Park gemaakt?

10. Bent u het met ons eens dat het Park niet zijn eigen voorwaarden kan stellen aan de naleving van de natuurbeschermingsregels, en niet bevoegd is om te bepalen of soorten zich al dan niet in een gunstige staat van instandhouding bevinden?

11. Wat is de status van de verbinding tussen Park de Hoge Veluwe en het Infanterie Schietkamp (ISK) van Defensie? Kunt u bevestigen dat deze verbinding open is? Zo nee, waarom niet?


De Commissie Rechtsbescherming heeft het College geadviseerd om de resultaten van het politieonderzoek naar de dood van de drie wolvenwelpen die op 26 september 2024 zijn aangereden op de N310 nabij het ecoduct Oud Reemst, te betrekken bij de heroverweging van het besluit om niet te handhaven.

12. Is het politieonderzoek al afgerond? Zo ja, wat is de uitkomst en welke stappen gaat u ondernemen? Zo nee, waarom heeft u het advies van de Commissie Rechtsbescherming om de uitkomst van dit onderzoek bij uw nieuwe besluit te betrekken, genegeerd?

13. Kunt u garanderen dat de huidige afsluiting van de wilddoorgangen (met hekken van 1 meter en poortjes) niet zal leiden tot meer verkeersongevallen met dieren? Zo nee, waarom verplicht u het Park niet tot een natuuronderzoek om dit uit te sluiten?

14. Hoeveel wolven zijn er sinds de terugkeer van de wolf in 2018 aangereden in Gelderland?
Wat zijn de gevolgen van deze aanrijdingen voor de staat van instandhouding van de wolf?”

Update – Park Hoge Veluwe sluit ecoduct gedeeltelijk opnieuw af – Animal Rights in beroep

Animal Rights is in beroep gegaan tegen het besluit van de provincie Gelderland om niet te handhaven tegen de door het park Hoge Veluwe opgeworpen versperringen op ecoduct Oud-Reemst. De miljoenen aan belastinggeld kostende natuurbrug, die park Hoge Veluwe verbindt met Planken Wambuis, werd jarenlang door park Hoge Veluwe geblokkeerd. Op 17 maart oordeelde Gelderland, na een handhavingsverzoek van o.a. Animal Rights, “dat er geen grond is om te handhaven, doordat de eerder vastgestelde belemmering voor het ecoduct is opgeheven”.

Op 6 en 11 maart 2026 had een toezichthouder van de provincie bij een controle “geconstateerd dat het hekwerk is verlaagd tot 1 meter en voorzien is van twee openingen van 70 centimeter breed, waardoor het ecoduct toegankelijk is voor onder meer wolven, wilde zwijnen, grote hoefdieren en marterachtigen.” Winst dus voor de dieren, maar wel met kanttekeningen, want waarom werd het hek niet in zijn geheel verwijderd?

Uit een recente controle door Animal Rights blijkt dat er van doorgangen van 70 cm breed geen sprake meer is. Park Hoge Veluwe heeft de flappen, die begin maart verdwenen waren, weer teruggehangen in de twee openingen in het hek. Deze flappen vormen een fysieke en psychologische barrière voor bijvoorbeeld wolvenwelpen en zwijnen, die niet snel over het hek zullen springen of klimmen.

Daar waar het hek verlaagd is, zijn de originele hoge palen blijven staan. Deze kunnen afschrikkend werken voor de dieren die geacht worden wel over het nu 1 meter hoge hek te kunnen springen, zoals hertachtigen.

Bovendien heeft het park een soort van jachthut geplaatst vlak naast het ecoduct.

De vraag die onmiddellijk bij Animal Rights opkwam na het provinciaal besluit van maart: op welke wijze eventuele toekomstige verhogingen van de hekken en/of het afsluiten van doorgangen door het park voorkomen worden, is daarmee beantwoord. Zolang er geen handhaving plaatsvindt door Gelderland, bijvoorbeeld door middel van een dwangsom, heeft het park vrij spel. Er blijft een continue dreiging van overtredingen door het park zonder een formeel besluit van Gelderland over wat het park wel en vooral niet mag doen.

Animal Rights heeft genoeg van de kwaadaardige, obstructieve houding van park Hoge Veluwe en de bestuurlijke onwil van Gelderland. Dan maar naar de rechter.

Update – Antwoord op Statenvragen

Op 26 mei 2026 vindt de beantwoording plaats van de schriftelijke Statenvragen van Statenlid Danielle van de Weerd van de Partij voor de Dieren over het onderwerp ‘Provincie gedoogt halfslachtige “opening” van wilddoorgangen door Park de Hoge Veluwe’. 2 Uit de antwoorden blijkt geen enkele intentie van Gelderland om verantwoordelijkheid te nemen voor het functioneren van het ecoduct zoals het ooit bedoeld was. Gelderland laat vooral zien dat ze park Hoge Veluwe geen strobreed in de weg wil en zal leggen en het park nergens toe wil en zal verplichten. Er is dus geen enkele belemmering voor het park om de hekken weer te verhogen en passages weer af te sluiten wanneer ze dat uitkomt.

Vraag 1:
Kunt u uitleggen waarom u de afsluiting van het ecoduct Oud Reemst en de faunapassage bij de Deelenseweg al zeven jaar door de vingers ziet, en natuurorganisaties de kastanjes uit het vuur laat halen? Vindt u dit een bestuurlijk en rechtsstatelijk passende opstelling voor een bevoegd gezag voor de natuur? Graag een toelichting.
Antwoord:
Wij hebben in de afgelopen jaren actief en voortdurend met de Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe overlegd over de afsluiting van de ecopassages. Wij zijn daarin consistent geweest over de noodzaak tot heropening. De sluiting in 2019 was ingegeven als een tijdelijke maatregel, en door de jaren heen zijn omstandigheden gewijzigd. Van gedogen is geen sprake.


Vraag 2:
Kunt u uitleggen waarom u in uw verweer in deze zaak heeft aangegeven dat u het “niet noodzakelijk [vindt] om een ecologische verbindingsroute ofwel migratienetwerk van de [wolf] tot stand te brengen dan wel te behouden bij Oud-Reemst”? Is dit ecoduct, dat miljoenen heeft gekost, volgens u overbodig, en bent u van mening dat wolven veilig de drukke provinciale weg kunnen oversteken? Hoe rijmt u dit met de wolven die bij het afgesloten ecoduct zijn doodgereden? Graag een toelichting.
Antwoord:
De aangehaalde passage is ontleend aan een verweerdocument in het kader van een specifiek juridisch toetsingskader, de vraag is of het in stand houden van een migratieroute voor de wolf op deze locatie noodzakelijk is voor het bereiken van een gunstige staat van instandhouding van de soort op populatieniveau. Die juridische weging is wezenlijk anders dan een beleidsmatig oordeel over het belang van het ecoduct. Daarbij achten wij het ecoduct allerminst overbodig. Er is veelvuldig bewijs dat wolven het ecoduct gebruiken voor migratie, ondanks de rasters. Wij zijn niet bekend met een causaal verband tussen in de omgeving aangereden wolven op de provinciale weg en het voor edelherten afgesloten ecoduct.

Vraag 3:
Bent u het met ons eens dat het afgesloten houden van het ecoduct op gespannen voet staat met uw taak om actieve soortenbeschermingsmaatregelen te nemen om de gunstige staat van instandhouding van dieren zoals de wolf te herstellen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
De afsluiting van de ecopassages door het Park is gebaseerd op een grote toename van rood wild van buiten het Park. Als dieren beperkt worden in migratie door afsluiting van het ecoduct en dit een bewezen effect op de staat van instandhouding van de betreffende soort heeft, dan achten wij dat kwalijk. Voor de wolf is dat niet aan de orde, omdat uit beeldmateriaal blijkt dat de rasters niet als obstakels gelden. Voor andere kleinere zoogdieren geldt dit ook niet omdat er poorten/ kleppen zijn aangebracht zodat zij kunnen migreren.


Vraag 4:
Kunt u uitleggen waarom u akkoord gaat met de halve maatregelen die Park de Hoge Veluwe heeft genomen bij het ecoduct Oud Reemst en de faunapassage bij de Deelenseweg? Kunt u aantonen dat het afsluiten van een wilddoorgang met een hek van 1 meter hoog volgens u niet vergunningplichtig is? Kunnen negatieve gevolgen voor beschermde diersoorten volgens u worden uitgesloten? Waaruit blijkt dit? Graag een onderbouwing.
Antwoord:
De Omgevingswet stelt geen norm aan hekhoogte en er zijn geen negatieve effecten voor beschermde soorten vastgesteld. Omdat deze soorten kunnen passeren achten wij een flora- en fauna-omgevingsvergunning niet vereist. Bij nieuwe feiten of signalen die zouden wijzen op onvoldoende doorgang voor bepaalde soorten, zal een hernieuwd oordeel worden geveld.
Indien nieuwe feiten of signalen zouden wijzen op onvoldoende doorgang voor bepaalde soorten, zullen wij dit opnieuw bekijken. De hoogte van 1 meter sluit aan bij de norm voor wilde zwijnenwerende rasters. Hiermee is decennialange ervaring.


Vraag 5:
Het hek op het ecoduct is verlaagd naar 1 meter, maar de palen van het hek zijn nog zeker anderhalve meter hoog. Dat houdt in dat hertachtigen en wolven hier tussendoor moeten springen, wat kan afschrikken. Wat gaat de provincie hiertegen doen? Waarom zijn deze palen niet ingekort of verwijderd?
Antwoord:
De palen zijn statisch en zullen door de onderlinge afstand geen directe belemmering vormen voor dieren die er tussendoor kunnen. Hierdoor hoeven deze niet verwijderd te worden.

Vraag 6:
Gaat de provincie Gelderland controleren en vastleggen dat álle dieren de twee betreffende wilddoorgangen nu ongestoord kunnen passeren? Zo ja, hoe gaat de provincie dit controleren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Controle op de werking van de ecopassages is onderdeel van het toezicht dat wij als bevoegd gezag uitoefenen. Er hebben reeds inspecties plaatsgevonden op 6 en 11 maart 2026, daarbij is de feitelijke staat van de passages vastgelegd. Het is ecologisch en praktisch niet mogelijk om voor elk individueel dier vast te stellen dat het de passage ongehinderd gebruikt. Dat geldt voor iedere wildpassage in Nederland. We volgen de situatie actief door middel van toezicht en overleg met het Park. Wanneer signalen binnenkomen dat bepaalde soorten de passages niet of nauwelijks benutten door de huidige inrichting, dan zullen wij beoordelen of aanvullende maatregelen, of een verplichting tot nader onderzoek, aan de orde zijn.


Vraag 7:
Wat is de reden dat Park de Hoge Veluwe de hekken deels laat staan? Waarom is dit noodzakelijk?
Antwoord:
Het deels laten staan van de hekken is gebaseerd op de situatie voor de aanleg van de ecopassage zodat de koeien en paarden uit de aangrenzende natuurgebieden het Park niet kunnen betreden. Het is aan het Park inzichtelijk te maken dat het deels laten staan van de hekken geen obstakel vormt voor migrerende dieren.


Vraag 8:
Hoe gaat u voorkomen dat Park de Hoge Veluwe de wilddoorgangen opnieuw gaat afsluiten, door de openingen van 70 cm breed af te sluiten en/of de hekken opnieuw te verhogen?
Antwoord:
Wij zijn in gesprek met de directie van Stichting Nationaal Park de Hoge Veluwe gericht op het maken van heldere afspraken over de migratie van alle dieren, met uitzondering van grof wild. Daarbij willen wij ook afspraken maken over de hoogte van de hekken en een eventuele sluiting van de ecopassages. Deze afspraken sluiten aan bij de afspraken die het Park met de eigenaar van naastgelegen terreinen heeft gemaakt.


Vraag 9:
Welke “solide” afspraken heeft de provincie Gelderland inmiddels met het Park gemaakt?
Antwoord:
De gesprekken met het Park zijn nog niet afgerond.


Vraag 10:
Bent u het met ons eens dat het Park niet zijn eigen voorwaarden kan stellen aan de naleving van de natuurbeschermingsregels, en niet bevoegd is om te bepalen of soorten zich al dan niet in een gunstige staat van instandhouding bevinden?
Antwoord:
Het Park kan geen eigen voorwaarden stellen aan de naleving van natuurbeschermingsregels en is evenmin bevoegd te bepalen of soorten zich al dan niet in een gunstige staat van instandhouding bevinden.


Vraag 11:
Wat is de status van de verbinding tussen Park de Hoge Veluwe en het Infanterie Schietkamp (ISK) van Defensie? Kunt u bevestigen dat deze verbinding open is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
De verbinding tussen Park de Hoge Veluwe en het Infanterie Schietkamp (ISK) van Defensie is na overleg tussen partijen niet aangelegd omdat hiervoor geen middelen in de provinciale begroting beschikbaar waren.


Vraag 12:
Is het politieonderzoek al afgerond? Zo ja, wat is de uitkomst en welke stappen gaat u ondernemen? Zo nee, waarom heeft u het advies van de Commissie Rechtsbescherming om de uitkomst van dit onderzoek bij uw nieuwe besluit te betrekken, genegeerd?
Antwoord:
Wij hebben op dit moment geen melding ontvangen dat het lopende politieonderzoek is afgerond. Dit onderzoek ziet toe op de vraag of mogelijk sprake is van een strafbaar feit en valt daarmee volledig buiten de bevoegdheidssfeer en het toezicht van ons college als bestuursorgaan. Het is aan het Openbaar Ministerie en de politie om over de voortgang en uitkomst van dit onderzoek te berichten. Wij wachten de uitkomst af en zullen, zodra die beschikbaar is, kijken in hoeverre de bevindingen relevant zijn voor enige bestuurlijke besluitvorming. Het ontbreken van een afgerond politieonderzoek heeft ons niet belet een besluit te nemen, nu de feitelijke situatie wezenlijk is gewijzigd ten opzichte van het moment waarop de Commissie Rechtsbescherming haar advies uitbracht.


Vraag 13:
Kunt u garanderen dat de huidige afsluiting van de wilddoorgangen (met hekken van 1 meter en poortjes) niet zal leiden tot meer verkeersongevallen met dieren? Zo nee, waarom verplicht u het Park niet tot een natuuronderzoek om dit uit te sluiten?
Antwoord:
Wij zien op dit moment geen oorzakelijk verband tussen de aanwezigheid van de huidige rasters op het ecoduct en het risico op wildaanrijdingen op de N310. Het raster dat voorheen aanwezig was, had een edelhert-kerende werking. Andere, kleinere zoogdieren hadden al de mogelijkheid om de ecopassage te passeren. De huidige inrichting met een hek van één meter hoogte met twee openingen van 70 centimeter laat bovendien ook grotere soorten zoals edelherten toe. De passage vervult daarmee weer zijn functie als veilige oversteek voor fauna, wat het risico op aanrijdingen met migrerend wild op de N310 verlaagt.
Wij zien op dit moment geen aanleiding om het Park te verplichten een apart natuuronderzoek uit te voeren naar het verkeersongevallenrisico. Indien nieuw feiten of inzichten daartoe aanleiding geven, zullen wij de situatie opnieuw beoordelen.


Vraag 14:
Hoeveel wolven zijn er sinds de terugkeer van de wolf in 2018 aangereden in Gelderland? Wat zijn de gevolgen van deze aanrijdingen voor de staat van instandhouding van de wolf?
Antwoord:
Uit de openbare data van BIJ12 (Dode wolven – BIJ12.) blijkt dat er sinds 2018 tot en met eind 2025 in totaal 38 wolven zijn aangereden in Gelderland door een auto of trein. Naar de mogelijke aanrijdingen in 2026 loopt nog onderzoek en is derhalve weergegeven als onbekend/ nog niet bekend. Het is ons niet bekend wat de gevolgen van aanrijdingen zijn op de staat van instandhouding van de wolf. De staat van instandhouding van de wolf is nog niet vastgesteld in Nederland, dat is een verantwoordelijkheid van het Rijk.

Update – Overeenkomst over ecopassages

Provincie Gelderland maakt op 30 juni 2026 bekend dat ze een nieuwe overeenkomst heeft afgesloten met Park Hoge Veluwe over het gebruik en beheer van twee ecopassages. “In de overeenkomst is onder meer vastgelegd onder welke voorwaarden de ecopassages in de toekomst eventueel tijdelijk kunnen worden gesloten. Daarbij is ook vastgelegd langs welk proces dit onderling wordt afgestemd. De nieuwe overeenkomst is een actualisering van een bestaande overeenkomst uit 2012.” 3

De provincie beweert: “Aanleiding voor de afspraken is de tijdelijke afsluiting van de ecoducten Oud Reemst en Deelenseweg. Deze passages zijn inmiddels weer geopend.” Die afspraken had Gelderland dan al jaren geleden kunnen maken. De werkelijke reden ligt vanzelfsprekend in de door Animal Rights en Faunabescherming aangespannen juridische procedure om die afsluiting op te heffen. De opening is maar gedeeltelijk; er staat nog steeds een raster, nu van een meter hoog en in de openingen zitten flappen. Recent gepubliceerde beelden laten zien dat wolven over de hekken springen, maar daar toch enige reserve bij hebben.

De provincie vervolgt met: “De ecopassages zijn zo ingericht dat alle wilde diersoorten zoals reeën, everzwijnen, wolven, edelherten en reptielen kunnen passeren. Graasdieren die worden ingezet voor natuurbeheer en moeflons kunnen er niet langs. De ecopassages liggen op het terrein van Nationaal Park de Hoge Veluwe, en zijn niet in het bezit van de provincie. Met de overeenkomst zorgen we ervoor dat op een zorgvuldige manier wordt afgewogen en besloten of de passages tijdelijk moeten worden afgesloten. Dit kan in duidelijk omschreven situaties zoals uitbraken van dierziekten, veiligheidsrisico’s of ernstige schade door dieren.” De overeenkomst zelf is niet gepubliceerd.


  1. Statenvragen: Provincie gedoogt halfslachtige ‘opening’ van wilddoorgangen door Park de Hoge Veluwe ↩︎
  2. Antwoord op Statenvragen PS 2026-327 ↩︎
  3. Ambitie 2 | Vitaal platteland Thema Biodiversiteit en natuur ↩︎

Levend ter destructie aanbieden van dieren: dwangsom, eventueel politie-inzet, maar nog altijd geen bestraffing

In november 2025 vond er een internetconsultatie plaats over het ‘Voorstel tot wijziging van het Besluit en de Regeling dierlijke producten in verband met de verwerking van kadavers’. 1 Dit was voor Animal Rights een uitgelezen kans om aandacht te vragen voor levend aan destructiebedrijf Rendac aangeboden dieren tussen de kadavers:

“Het komt met enige regelmaat voor dat levende dieren ter destructie worden aangeboden. Zie:

En: 

Dit zei toenmalig landbouwminister Staghouwer erover in een verzamelbrief dierenwelzijn in april 2022: “Het OM heeft aangegeven dat de schriftelijke notificatie die de Rendac naar de dierhouder stuurt en de melding aan de NVWA onvoldoende basis biedt voor strafrechtelijke vervolging.” 

En: ”Ook wanneer sprake is van onbewuste onbekwaamheid is hier sprake van het onthouden van de nodige zorg voor een dier, met ernstige welzijnsaantasting tot gevolg.” 

Nu er nieuwe wetgeving wordt opgesteld moet hierin worden geborgd dat strafrechtelijke vervolging volgt op de constatering van het aanbieden van een levend dier ter destructie. Verder moet worden vastgelegd hoe een chauffeur dient te handelen wanneer dit geconstateerd wordt, op een wijze die recht doet aan de wettelijke zorgplicht.”

De eerste reactie vanuit het landbouwministerie in februari 2026 hierop was:

“Het levend aanbieden van dieren is al verboden onder de Wet Dieren. De NVWA handhaaft reeds bestuursrechtelijk op overtredingen op dit verbod. Bij het aantreffen van een nog levend dier door Rendac (de aangewezen partij voor het ophalen en verwerken van kadavers) legt de NVWA een last onder dwangsom op. Indien binnen één jaar een tweede melding volgt voor dezelfde locatie, wordt de last ingevorderd en volgt een fysieke inspectie door de NVWA. In de huidige werkwijze is ook omschreven welke vervolgstappen de chauffeur van Rendac dient te nemen bij het aantreffen van een nog levend dier. Volgens de NVWA is het sinds het werken met deze aangepaste handhavingsstrategie (gecommuniceerd in Kamerstuk 28286, nr. 1255) nog niet voorgekomen dat één houder twee keer in één jaar tijd een levend dier heeft aangeboden. Gelet hierop zien we geen noodzaak om de bestaande bestuursrechtelijke aanpak aan te passen.”

Animal Rights vond dat onvoldoende en reageerde met:

“Aan een last onder dwangsom kleeft hetzelfde bezwaar als aan een waarschuwing. De kans om opnieuw betrapt te worden, zeker binnen een jaar, is minimaal en er vindt geen bestraffing plaats voor het onvoorstelbare leed dat al is aangericht.

U zegt: “In de huidige werkwijze is ook omschreven welke vervolgstappen de chauffeur van Rendac dient te nemen bij het aantreffen van een nog levend dier.” Wat is dat protocol dan? In de praktijk kijkt de chauffeur of er iemand op het bedrijf is; wanneer dat niet het geval is, informeert hij Rendac. Rendac belt het bedrijf; bij geen gehoor sturen ze een brief. Dit houdt in dat er geen adequate zorg wordt geleverd aan het lijdende dier. Dit is in strijd met de wettelijke zorgplicht. Als LVVN dit niet borgt, zal Animal Rights dat mogelijk afdwingen via juridische wegen.”

Begin maart 2026, na intern beraad, paste het landbouwministerie haar positie aan:

“Ter aanvulling op de eerdere omschrijving: Bij aantreffen van een nog levend dier neemt de chauffeur het dier niet mee in de kadaverstroom. De chauffeur meldt de situatie direct en Rendac neemt onmiddellijk contact op met de houder met de instructie om per direct de nodige hulp te verlenen aan het dier. Indien de houder niet bereikbaar is, wordt zonder uitstel de politie ingeschakeld. Hiermee wordt door Rendac invulling gegeven aan de wettelijke zorgplicht op basis van wat redelijkerwijs van de chauffeur en Rendac kan worden verwacht.”

Dat is op zich positief: het lijden van de slachtoffers wordt hiermee waarschijnlijk bekort en bij afwezigheid van de veehouder wordt de politie ingeschakeld. Hiermee vindt echter nog steeds geen directe bestraffing plaats van de verantwoordelijke veehouder. Animal Rights:

“Dan blijft nog het punt over van bestraffing. Ik denk niet dat ter discussie staat dat het hier gaat om een overtreding met (mogelijke) ernstige gevolgen voor de diergezondheid en dierenwelzijn (overtredingsklasse zwaar). Ook de schuldvraag, of het nu gaat om opzettelijk of onbekwaam handelen, lijkt eenvoudig te beantwoorden. Waarom gaat de NVWA dan niet direct over tot het opleggen van een bestraffende sanctie? Bij een zware overtreding is er immers geen noodzaak dat die ook nog eens herhaald wordt. Het eerst opleggen van een dwangsom lijkt in strijd met het interventiebeleid van de NVWA.”

Het antwoord:

“Voor vragen over handhaving moeten wij u echter verwijzen naar de NVWA. De bevoegdheid daarvoor ligt bij hen; vanuit onze rol als beleidsafdeling is het niet aan ons om hierover uitspraken te doen.”

Animal Rights zal hierop bij de NVWA en de nieuwe landbouwminister blijven aandringen.

  1. Voorstel tot wijziging van het Besluit en de Regeling dierlijke producten in verband met de verwerking van kadavers ↩︎

Apenhandelaar Hartelust wil nu zelf penseelaapjes gaan fokken voor dierproeven

Animal Rights ontdekte enkele maanden geleden dat zich op de Kapelmeesterlaan 114 in Tilburg een bedrijf heeft gevestigd dat zich Callibree B.V. (KvK-nummer: 98061658, Vestigingsnummer: 000063248808) noemt. Het adres trok onze aandacht omdat bij de buren op 112 al jarenlang apenhandelaar Hartelust zit.

Op nummer 114 was voorheen het magazijn van ‘Peerke Meubelen’ gevestigd. In april 2024 kondigde ‘Peerke’ aan na 41 jaar te stoppen met de meubelzaak. In datzelfde interview liet hij weten dat het magazijn verkocht was en per 1 juli leeg moest zijn. 1

Animal Rights vermoedde toen al dat deze ondernemer, die regelmatig klaagde over de demonstraties tegen Hartelust voor zijn deur, het 2000 m2 magazijn had overgedaan aan Hartelust.

In januari 2025 werd voor dit adres een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verzwaren van de staalconstructie van de verdiepingsvloer. 2 Deze werd op 11 april 2025 verleend. 3

Animal Rights vroeg bij de Kamer van Koophandel de akte van oprichting op voor het nieuwe bedrijf. Callibree B.V. werd opgericht op 8 augustus 2025 door Roberto Hartelust in zijn functie als algemeen directeur van Rodero Beheer B.V., statutair gevestigd in Tilburg en kantoorhoudend aan de Kapelmeesterlaan 112b, het adres van de apenhandel. De akte zegt niet veel meer dan dat het doel van de vennootschap is: “het fokken van dieren”. Dat is al alarmerend genoeg.

Het cluster aan BV-tjes is bij Hartelust nog vrij overzichtelijk. Aan het hoofd staat de Stichting Administratiekantoor Rodera Beheer (KvK: 64643425 in Oss), enig aandeelhouder is Rodera Beheer B.V. (KvK: 17236047 in Tilburg).
Deze BV is vervolgens weer enig aandeelhouder van drie andere BVs:
In de eerste plaats van R.C. Hartelust B.V. (KvK: 18029565 Kapelmeesterlaan 112b in Tilburg) – de apenhandelaar.
Daarnaast van BDT Brabant Dieren Transport B.V. (KvK: 82548935 Kapelmeesterlaan 116 in Tilburg) – de witte busjes die de apen ophalen van en wegbrengen naar vliegvelden en naar Europese laboratoria en andere onderzoekscentra, maar ook zijn in te huren door particulieren, fokkers en dierentuinen voor transport.
En als laatste het relatief nieuwe Callibree B.V. (Kvk: 98061658 Kapelmeesterlaan 114 in Tilburg).

Het bedrijf werd op 18 augustus 2025 ingeschreven in het handelsregister met als Standaard Bedrijfsindeling (SBI)-code: 01489 – Fokken en houden van overige dieren, “meer specifiek penseelapen bestemd voor wetenschappelijk onderzoek”.

Om penseelaapjes te mogen houden is meer nodig dan de officiële oprichting van een bedrijf, het bezit van een pand en de intentie om dieren te gaan fokken. Voor soorten die vallen onder de CITES-verordening, Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Verdragen van Bonn en Bern, Wildklemverordening en Bijlage IX van het Besluit activiteiten leefomgeving, geldt een bezitsverbod. Ook als het om gefokte in plaats van wilde primaten gaat, is een maatwerkvoorschrift van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) nodig.
Daarom vroeg Animal Rights bij de RVO om de bezitsontheffingen die zijn verleend aan Callibree B.V..

De RVO liet Animal Rights op 19 februari 2026 weten dat Callibree B.V. niet bekend is als relatie van RVO en dus ook geen bezitsontheffingen, maatwerkvoorschriften of omgevingsvergunningen heeft om penseelaapjes te mogen houden. 4

De timing van het opduiken van dit bedrijf is opvallend nu het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk juist haar fokprogramma voor penseelaapjes heeft beëindigd. 5 6

In samenwerking met Animal Rights werden in januari van dit jaar 18 van deze aapjes overgebracht naar een opvangcentrum in Spanje waar ze van hun ‘pensioen’ kunnen genieten.

Lees en kijk:

Animal Rights vroeg het BPRC of ze bekend waren met de plannen van Hartelust. Dat waren ze, maar BPRC verzekerde Animal Rights tegelijkertijd dat ze daar geen bemoeienis mee hebben en het niet de bedoeling is en was dat BPRC penseelaapjes daar heen gaan.

Nederland moet, conform de motie Kostic, een voorlopersrol blijven spelen in de ontwikkeling en versnelling van proefdiervrije innovaties. 7 11 april 2025 had toenmalig minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Bruins, het in de Kamerbrief Dierproeven over “onze nationale ambitie om volledig zonder proeven op NHP’s af te kunnen”. 8 NHP’s zijn niet-humane primaten, aapjes dus. Deze ambities vallen onmogelijk te rijmen met het opzetten van een nieuw apenfokbedrijf voor de dierproevenindustrie.

Hoe dan ook zal Animal Rights haarscherp in de gaten houden hoe deze weerzinwekkende plannen van Hartelust zich verder ontwikkelen en actie ondernemen indien nodig en mogelijk.


  1. Een einde na 41 jaar – Peerke Meubelen stopt: “Het was een groot avontuur” ↩︎
  2. Aanvraag omgevingsvergunning, Kapelmeesterlaan 114, 5049NL Tilburg ↩︎
  3. Besluit omgevingsvergunning Kapelmeesterlaan 114 ↩︎
  4. Besluit op Beslissing op Woo-verzoek Woo/2026/025 over informatie huidige bezitsontheffingen Callibree ↩︎
  5. Reactie op het onderzoek naar de mogelijkheid tot verlaging van het aantal proeven met niet-humane primaten ↩︎
  6. Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden ↩︎
  7. Motie van het lid Kostić, voorgesteld 20 februari 2025 ↩︎
  8. Reactie op het onderzoek naar de mogelijkheid tot verlaging van het aantal proeven met niet-humane primaten ↩︎