Plannen voor een nieuwe Vietnamese apenfokkerij moeten in de prullenbak

Op 16 april 2026 verscheen er in de locale pers van de Vietnamese provincie Lang Son, in het noorden van Vietnam, niet ver van de Chinese grens, een artikel over investeringen in industriële ontwikkelingen in de regio. 1 Een van de projecten behelst de ‘Van Thanh Export Monkey Farm Project’, uitgevoerd door de ‘Van Thanh Vietnam Investment Joint Stock Company’. Deze apenfokkerij zou gevestigd worden in het dorpje Ban Pat. Het project wil apen fokken op ongeveer 4 hectaren en deze vervolgens exporteren. Het plan behelst een investering van 46.2 miljard Vietnamese Dong, ongeveer anderhalf miljoen euro.

In navolging van onze collega’s van Peta en Abolición Vivisección stuurde Animal Rights een brief aan de Vietnamese autoriteiten met het verzoek om dit project niet door te laten gaan. Het directe belang voor Animal Rights hierbij is dat apenhandelaar Hartelust uit Tilburg apen afkomstig uit Vietnam verhandelt en dat vliegveld Zaventem in Brussel fungeert als de toegangspoort en doorvoerhaven voor Vietnamese apen in Europa.

Zie hieronder de brief voor de argumenten:

May 14, 2026 

Nguyễn Hữu Chiến 
Director 
Department of Agriculture and Environment of Lạng Sơn Province 

Via e-mail

Subject: Request for non-approval of proposed Vạn Thành monkey farm project 

Dear Director Nguyễn Hữu Chiến,

I write on behalf of Animal Rights Netherlands & Belgium to request that your office withhold approval for the proposed construction and operation of a new long-tailed macaque breeding and export facility, Vạn Thành, in Lạng Sơn Province. 

As the Netherlands key animal rights organization, we respectfully submit the following considerations for your review. Taken together, they indicate that the development of an additional macaque breeding and export facility in Lạng Sơn Province would be ill-advised and contrary to public health, wildlife conservation, and longer-term socioeconomic interests.

Public Health and Zoonotic Disease Risk 
Long-tailed macaques (Macaca fascicularis) are known reservoirs of multiple zoonotic pathogens capable of causing severe and sometimes fatal disease in humans, including tuberculosis, Herpes B virus, melioidosis, and others. Facilities such as the proposed Vạn Thành farm—where hundreds, if not thousands, of macaques would be housed under poor hygiene and limited biosecurity—would substantially increase the risk of disease spillover and regional outbreaks, threatening local public health. 

This is not just a theory. On February 3, 2023, a flight departed from Ho Chi Minh City, Vietnam, with 480 Macaca fascicularis from the Vina Mekong Group facility on board in small wooden crates. The 480 macaques land a day later at Maastricht Airport in the Netherlands and are transported by van to the town of Tilburg, the home base of Dutch monkey trader Hartelust.

After a quarantine periode, Hartelust starts distributing these macaques across Europe. March 15, 32 macaques depart for Germany and 100 for Spain. On March 20, another 60 go to Spain. From the original group of 480 macaques at Hartelust in Tilburg, monkeys are thus delivered to ‘recognized animal testing centers’ in France, Germany, Spain, Hungary, and Italy. The final transport is on April 13.

April 28, French health authorities report to their Dutch counterparts that one of these primates tested positive for tuberculosis. Hartelust’s exports were blocked immediately. May 3rd the disease is confirmed as Mycobacterium caprae. More positive tests from several EU countries follow. All surviving macaques were killed. At least one laboratory worker in Spain became infected, underscoring the direct risk to human health the ‘monkey trade’ represents.

It’s not just one incident. Macaques imported into the United States from the Thành Công facility were infected with Mycobacterium orygis, a tuberculosis strain that had never before been identified in macaques imported into the U.S. This pathogen, which is increasingly associated with human tuberculosis cases worldwide, raises serious concerns about cross-species transmission. 

Animal Welfare and Wildlife Conservation Concerns
Since 2022, the long-tailed macaque has been classified as endangered by the International Union for the Conservation of Nature. Ongoing capture and international trade to supply the animal-testing industry are among the primary drivers of its decline. 

Recent independent investigations into Vietnam’s macaque trade have raised serious concerns about the sustainability and credibility of captive-breeding practices, contributing to growing international scrutiny of breeding and export practices in the region, including issues related to transparency, traceability, and population sustainability. Approval of an additional facility, such as Vạn Thành, would further intensify pressure on already vulnerable populations and undermine conservation efforts. 

In addition to these conservation impacts, these highly intelligent and socially complex primates endure severe suffering throughout the supply chain, from capture to prolonged confinement, stressful long-distance transport in cramped crates, and invasive laboratory experiments. These conservation and welfare concerns further reinforce the need to deny approval of additional macaque breeding and export facilities.

Socioeconomic Impact 
The international scientific community is increasingly shifting toward modern, non-animal research methods—particularly for experiments involving primates. Since 2016 there has been a political agreement in the Netherlands to eventually reduce primate use in research to zero. As a result, continued investment in primate breeding, export, and testing infrastructure will become economically and scientifically unsustainable. While the animal-testing industry may promise short-term economic benefits, these operations routinely externalize their true costs—placing the burden on public health systems, wildlife populations, and local communities rather than delivering lasting benefits. 

Conclusion
Taken together, the public-health risks, animal welfare concerns, and environmental harms described above, along with growing public awareness of the ethical and scientific limitations of animal experimentation, create significant reputational risks that could undermine strategic sectors such as tourism and international collaboration.

For these reasons, we respectfully urge you to withhold approval of the proposed Vạn Thành farm and instead support alternatives that are consistent with protecting public health, ethical scientific progress, and biodiversity conservation. 

We thank you for your time and consideration and remain available to provide any further information you may require. 

Sincerely, 
Susan Hartland
Director of Stichting Animal Rights Netherlands & Belgium

  1. Focus on public awareness campaigns, dialogue, and accelerating land clearance for projects ↩︎

Hengelen moet verboden worden, voor de vissen én verstrikte dieren

Bovenstaande beelden werden op 27 april 2026 gemaakt in Hageveld in Heemstede. Het is hartverscheurend om te zien hoe deze nijlgans met beide poten verstrikt zit in een achtergelaten visdraad. De rechterpoot lijkt al aan het afsterven te zijn. Tijdens de lijdensweg van deze nijlgans bleef zijn partner trouw in zijn nabijheid. De dierenambulance meldde een ‘invasieve exoot’ als de nijlgans niet te mogen helpen. Een dag later kon het paar niet meer worden teruggevonden.

Hengelen – vissen – is een weerzinwekkende hobby – nee, geen sport! – van mensen die geen enkel moreel besef hebben van wat het betekent om voor hun plezier een ander dier aan de haak te slaan. En alsof het terroriseren van levende, voelende wezens – en dat zijn vissen – als tijdverdrijf nog niet erg genoeg is, maken veel vissers zich ook nog eens schuldig aan het achterlaten van gebroken visdraden en bijbehorend kunstaas, lood en haken. Vissers martelen op deze wijze niet alleen vissen, maar ook de dieren – veelal watervogels – die verstrikt raken in de door hen achtergelaten rotzooi. 

Als je gericht op zoek gaat naar dit soort berichten in de media en in zoekmachines termen als ‘verstrikt’ en ‘visdraad’ invoert, schrik je van het enorme aantal nieuwsitems die dat oplevert. Animal Rights heeft een selectie van dit jaar en 2025 hieronder verzameld. Als je op sociale media zoekt naar bijvoorbeeld ‘vogelopvang’ en ‘vishaak’ of ‘visdraad’ dan krijg je een vergelijkbaar beeld. 

Dit moet ook nog eens het tipje van de ijsberg zijn. De meeste mensen die een dier bevrijden zullen niet de media inschakelen, dat doet ook de dierenambulance of brandweer niet altijd. Een ander soort mensen zal dieren in nood niet eens melden.

In een artikel van 28 augustus 2024 van rijnmond.nl beschrijft een woordvoerder van Zwanengroep Zuid-Holland de alarmerende regelmaat waarmee deze ellende voorkomt: “We hebben recent een bizarre week gehad. In één week tijd moesten we meer dan twaalf zwanen ophalen, allemaal verwond door vishaken. Twee weken geleden haalden we zelfs op één dag vier zwanen op, allemaal op de pier van Hoek van Holland.” 1

Ook Vogelzorgcentrum De Houtsnip uit Hoek van Holland ziet dat jaar een zorgwekkende toename van gewonde vogels door verstrikking in vislijnen en vishaken: “Elk jaar komen er gewonde vogels binnen die in aanraking zijn gekomen met visgerei. Maar dit jaar spant echt de kroon.”

Het is, echter, niets nieuws. In januari 2019 meldden vrijwilligers van de Alphense Dierenambulance dat in drie weken tijd zeker zeven vogels verstrikt raakten in visdraad. Het ging om duiven, meeuwen, eenden, zwanen en reigers. Een reiger raakte dusdanig gewond, dat het dier moest worden afgemaakt. Ook een eend overleefde het niet. 2

De pijn, de angst, de stress die de verstrikte vogels ervaren zijn nauwelijks voorstelbaar, maar wel voorkoombaar.

Naast het verschrikkelijke leed is van secundair belang de enorme werkdruk (en kosten) die het uitrukken van dierenambulances, brandweer en andere hulpdiensten bij deze noodsituaties met zich meebrengt.

Als de gevolgen van de verknipte hobby van hun leden weer eens negatief in het nieuws komen, zijn hengelsportverenigingen snel bereid om nog maar eens op te roepen om geen afval achter te laten, al jaren, en al jaren zonder resultaat. 

De reden waarom dat niet werkt, is voor Animal Rights niet meer dan logisch: het heeft geen zin om een moreel appèl te doen op het geweten, de waarden, het gedrag of de verantwoordelijkheid van mensen die voor hun hobby dieren martelen.

De oproep aan de verantwoordelijke minister en staatssecretaris is dan ook niet om in gesprek te gaan met de overkoepelende organisaties van de daders, of een uitstellend onderzoekje op te starten onder de hulpverleners, maar om de enige passende, noodzakelijke maatregel te nemen: verbied het hengelen! Voor alle slachtoffers: de vissen en de dieren die verstrikt raken.

Een brandbrief naar de verantwoordelijke bewindslieden volgt.

Een greep uit berichtgeving in de media van dit en vorig jaar:

Zondagavond 28 april 2026 werd een zwaan door de brandweer en dierenambulance bevrijd na verstrikt te zijn in visdraad op Eiland van Maurik. 3

Een eend is maandagmiddag 6 april 2026 in het water aan de Tussen De Dijken in Breda verstrikt geraakt in visdraad. Medewerkers van de dierenambulance zagen dat het om een duikeend ging, maar konden de watervogel zelf niet bevrijden. De hulp van de brandweer werd ingeroepen. De brandweermannen hebben de vislijn geheel verwijderd, maar konden de eend niet vinden. 4

Op zaterdag 4 april 2026 hing een gewonde duif verstrengeld in een stuk visdraad in een boom bij de Arsenaalbrug in Breda. Omdat medewerkers van de dierenambulance niet bij de duif konden komen, werd de hulp van de brandweer met een hoogwerker ingeschakeld. 5

Een nijlgans zat zaterdagochtend 28 maart 2026 verstrikt in een visdraad in Emmeloord in een vijver aan de Beijerland. Buurtbewoners zagen het dier spartelen en belden de dierenambulance. Bij aankomst bleek dat de medewerkers van de dierenambulance niet bij de nijlgans in de buurt konden komen door de diepte van de vijver. Daarom werd de hulp van de brandweer ingeschakeld. Deze bevrijdde het dier. 6

Ook bij onze zuiderburen speelt dit. 19 februari 2026 werd bij Vogelopvangcentrum Neteland in Herenthout een blauwe reiger binnengebracht die verstrikt was in visdraad en een vislood. De brandweer van Scherpenheuvel-Zichem had de gewonde vogel gered langs de waterkant. De verzorgers haalden meters visdraad uit de pluimen van de reiger. Een vislood zat helemaal rond de vleugel van het dier gedraaid. 7

16 januari 2026 redt de Hengelose brandweer een in visdraad verstrikt geraakte duif. 8

28 december 2025 werd in Harderwijk na twee dagen een zwaan succesvol gered die verstrikt was geraakt in visdraad. 9

27 september 2025 rukte de brandweer van Assen uit voor een aalscholver verstrikt in visdraad. 10

Zaterdag 30 augustus 2025 kwamen aan de Kajuit in de wijk Lewenborg in Groningen de dierenambulance en duikers van de brandweer in actie voor een nijlgans die verstrikt was geraakt in een visdraad. Er werden meerdere pogingen gedaan om het dier te vangen, maar tevergeefs. 11

Op maandag 19 mei 2025 kreeg Ecomare een melding van een verstrikte grijze zeehond op het strand bij Paal 21. Slechts enkele nylon visdraden die in een lus waren geknoopt, waren genoeg om de zeehond levensbedreigend te verwonden. 12

20 februari 2025 bericht de dierenambulance Den Haag over een meerkoet die verstrikt zat in kunstaas en visdraad dat weer vast zat om een houten aanlegpaal. Het draad zat helemaal gedraaid om zijn poot, en het lukte de meerkoet niet om op eigen kracht los te komen. 13

Update – Reactie van de staatssecretaris

Op 11 juni 2026 reageert de staatssecretaris door middel van een brief op de ingestuurde brandbrief. 14 Vanzelfsprekend stelt Erkens voorop “dat de in de brief omschreven incidenten betreurenswaardig zijn en dat alle inzet erop gericht moet zijn om dergelijke incidenten te voorkomen.” Helaas, is de stas ook van mening dat, als maar genoeg mensen, lang genoeg, hobbymatig dieren martelen, dat op zichzelf voldoende reden is om daar tot het einde der tijden mee door te gaan: “Ik vind het echter niet nodig en zal er niet toe over gaan om in reactie hierop een verbod op sportvisserij in te stellen. Sportvisserij vindt binnen de kaders van de Visserijwet al meer dan 100 jaar plaats en wordt door meer dan een miljoen Nederlanders beoefend.” Tot een morele afweging tussen de directe- en nevenschade van deze hobby, enerzijds, en de noodzaak tot het voortbestaan van dit weerzinwekkende, immorele tijdverdrijf, anderzijds, lijkt de stas niet in staat. Teleurstellend, maar niet onverwacht.

De stas lijkt eerst te redeneren dat het opstellen van een “gedragscode” het hobbymatig martelen van dieren “zorgvuldig en respectvol” maakt, maar vervolgt met: “Er vinden op jaarbasis miljoenen sportvisactiviteiten plaats. Hierbij kan niet in alle gevallen voorkomen worden dat af en toe lijnen en haken verloren gaan. Incidenteel treedt verlies van haken en lijnen op en kan dit leiden tot incidenten zoals omschreven in de brief … Vervolgens verbindt hij daar geen conclusies aan: “Dit is voor mij echter geen aanleiding om daarmee over te gaan tot een algeheel verbod op sportvisserij” en vindt hij “het van belang dat deze vorm van recreatie voor zo’n grote groep Nederlanders kan blijven plaatsvinden.” De stas vindt dit blijkbaar zo vanzelfsprekend, dat hij geen poging doet om te onderbouwen waarom het voortbestaan van de hobby van deze “grote groep Nederlanders” zwaarder zou moeten wegen dan de de pijn, angst, stress en dood van de vissen en vogels die van deze hobby de voornaamste slachtoffers zijn.

Er volgen nog wel de gebruikelijke beloften als doekje voor het bloeden: “Wel zal ik naar aanleiding van de in de brief omschreven incidenten in gesprek gaan met de Sportvisunie. Ik zal bespreken of de huidige gedragscode nog steeds voldoende is of dat op punten nog aanscherping en verbetering nodig is. Ook zal ik benadrukken dat het van groot belang is dat de punten uit de gedragscode nadrukkelijk en structureel onder de aandacht gebracht blijven worden van de mensen die sportvissen, zodat hun visserij zorgvuldig plaatsvindt en incidenten zoveel mogelijk worden voorkomen.”


  1. Zwanen massaal gewond door achtergelaten rotzooi van vissers ↩︎
  2. Steeds meer vogels verstrikt in visdraad ↩︎
  3. Zwaan bevrijd na verstrikt te zijn in visdraad op Eiland van Maurik ↩︎
  4. Eend raakt verstrikt in visdraad, duikers brandweer schieten te hulp ↩︎
  5. Duif hangt vast in boom in Breda door visdraad ↩︎
  6. Nijlgans verstrikt in visdraad, brandweer en dierenambulance schieten te hulp ↩︎
  7. “Vissers, ruim jullie materiaal op”: VOC Neteland helpt blauwe reiger verstrikt in vislijnen en lood ↩︎
  8. Hengelose brandweer bevrijdt in visdraad verstrikt geraakt duif ↩︎
  9. In Harderwijk is na twee dagen een zwaan succesvol gered die verstrikt was geraakt in visdraad ↩︎
  10. RTV Drenthe Aalscholver raakt verstrikt in visdraad, brandweer schiet te hulp ↩︎
  11. Hulpdiensten in actie voor nijlgans die verstrikt is geraakt in visdraad ↩︎
  12. Zeehond ernstig verwond door nylon visdraad ↩︎
  13. Meerkoet verstrikt in visdraad en kunstaas ↩︎
  14. Brandbrief dierenorganisaties m.b.t. oproep om verbod op recreatief hengelen na ernstig dierenleed in Heemstede ↩︎

Bezwaar tegen duivenjacht in Noord-Holland

31 maart 2026 hebben Fauna4Life en Animal Rights bezwaar gemaakt tegen het voornemen van de provincie Noord-Holland en hun jagersvriendjes om houtduiven af te schieten op percelen met kwetsbare gewassen. Van 1 maart tot 15 oktober mogen per verjaagactie 4 duiven worden gedood en jaarlijks mogen er maximaal 16.500 (!) worden geschoten. Genoemde periode sluit bijna geheel aan op de jachtperiode. Dat betekent dat met deze vergunning de vogels het hele jaar door, met uitzondering van de maand februari, mogen worden geterroriseerd, inclusief het gehele broedseizoen.

Bevredigende oplossing
Dat er veel meer schade tegemoetkomingen zijn uitgekeerd in de jaren dat niet geschoten mocht worden, vormt geen bewijs voor de stelling dat preventieve middelen op zichzelf onvoldoende zijn. Om in aanmerking te komen voor een schade tegemoetkoming moeten weliswaar twee typen preventieve middelen zijn toegepast, maar het is niet bekend welke middelen zijn ingezet op de percelen waar schade is geclaimd en op welke manier. De schade tegemoetkomingen vormen dan ook geen bewijs voor de stelling dat de inzet van alternatieven niet als bevredigend kunnen worden beschouwd.

Effectiviteit
De effectiviteit van ondersteunend afschot is niet aangetoond en een schadehistorie ontbreekt. Zolang de houtduif op basis van de vrijstellingsregeling jaarrond kon worden geschoten, werden geen schade tegemoetkomingen uitgekeerd. Pas op het moment dat er niet geschoten mocht worden, kon schade worden geclaimd. De periode met schade-uitkeringen kan dus niet worden vergeleken met de periode, waarin het hele jaar mocht worden geschoten. De omvang van de schade de afgelopen jaren zegt niets over de effectiviteit van het afschot van houtduiven.

Verder is er geen enkele onderbouwing gegeven voor de toestemming om per verjaagactie 4 duiven te schieten.

Belangrijke schade
Om van belangrijke schade te kunnen spreken, moet het gaan om meer dan het normale bedrijfsrisico. Een bedrag op zich is onvoldoende om te beoordelen of er sprake is van belangrijke schade. Daarvoor moet het bedrag aan iets anders worden gerelateerd, bijvoorbeeld de opbrengst van het betreffende gewas. De vermelding van een getaxeerd totaalbedrag vormt dan ook geen bewijs voor de stelling dat houtduiven belangrijke schade hebben veroorzaakt en dan ook nog in de hele provincie.

Staat van Instandhouding
De Staat van Instandhouding van de houtduif als broedvogel in Nederland is matig ongunstig en als niet-broedvogel zeer ongunstig. Gelet op de Vogelrichtlijn dient een uitzondering op de bescherming te worden beperkt tot het strikt noodzakelijke. Niet is aangetoond dat het afschot van dit grote aantal houtduiven – 16.500 – noodzakelijk is ten behoeve van de schadebestrijding. Vanwege het ontbreken van een schadehistorie kan niet worden geconcludeerd dat het afschot van zoveel duiven noodzakelijk is of zelfs maar bijdraagt aan het beperken van schade. Bovendien is niet aangetoond dat dit grote aantal dode houtduiven geen afbreuk zal doen aan de toch al zeer tot matig ongunstige staat van instandhouding.

Afgezien van het voorgaande, is het volstrekt oncontroleerbaar hoeveel duiven er daadwerkelijk worden gedood. De jagers moeten het aantal, dat ze hebben geschoten, zelf doorgeven. Het is voor niemand, en dus ook niet voor handhavers, na te gaan of de doorgegeven aantallen juist zijn.

Conclusie
Het besluit is in strijd met de wet verleend.
De noodzaak is niet onderbouwd.
Op geen enkele manier is aangetoond dat preventieve maatregelen niet als bevredigende kunnen worden beschouwd.
Niet is aangetoond dat het ondersteunend afschot leidt tot een significante beperking van de omvang van de schade.
De onderbouwing voor het schieten van 4 duiven per actie ontbreekt.
Niet is aangetoond dat in de hele provincie op alle gewassen waarvoor deze vergunning mag worden gebruikt, sprake is van belangrijke schade.
Niet is aangetoond dat het doden van 16.500 houtduiven noodzakelijk is.
Niet is aannemelijk gemaakt dat het jaarlijks doden van 16.500 houtduiven geen significant effect heeft op de gunstige staat van instandhouding.

Fauna4Life en Animal Rights verzoeken Noord-Holland met klem de omgevingsvergunning per direct in te trekken.

Een dierwaardige veehouderij bestaat niet, een dierwaardige toekomst wel!

Tot 26 mei 2026 kan iedereen reageren op de de internetconsultatie ‘Dierwaardige vleesveehouderij’. Het is onderdeel van het project ‘AMvB dierwaardige veehouderij’ waarmee het landbouwministerie en de vee-industrie gezamenlijk een iets fatsoenlijkere Wet dieren torpedeerden.

Lees hier de geschiedenis:

Het eerste probleem zit al in het bijvoeglijke naamwoord ‘dierwaardige’. De “bedrijfsmatige productie van vlees (vleesvee), inclusief kalveren,” waar deze consultatie over gaat, is in de basis een systeem van slavernij en massamoord. De intrinsieke waarde van het dier wordt daarbij per definitie en zeer letterlijk geweld aangedaan. Zoals er geen ‘menswaardige’ slavernij of genocide bestaat, zo bestaat er geen ‘dierwaardige’ veehouderij.

De plannen zijn grotendeels door de sector gedicteerd. Minimale welzijnsverbeteringen worden ver vooruit – vaak naar 2040 – geschoven en wat we zien is vooral business as usual. Enkele voorbeelden:

Kalveren kunnen gewoon bij de geboorte gescheiden worden van hun moeder. Kalveren – de eerste 14 dagen – en stieren – levenslang – kunnen gewoon individueel worden gehuisvest. Verplichte groepshuisvesting voor kalveren komt er na 2030 vanaf een leeftijd van 14 dagen, de leeftijd waarop ze toch al naar verzamelcentra en mesterijen gingen. Voor kalveren moet het bloedarmoede-dieet vanaf 2030 aangepast worden van een hemoglobinegehalte van 4.5 mmol/l naar ten minste 5.3 mmol/l, nog altijd een bloedarmoede-gehalte. Kalveren krijgen 2 m2 stalruimte bij een leeftijd van 0 tot 8 maanden, of 2,2 m2 ouder dan 8 maanden (dat was 1,8) en de eerste 6 weken recht op een kunstspeen. Er komt geen verbod op onthoornen en routinematige keizersnedes voor 2040. Er komt geen daglicht verplichting voor kalverstallen. Er komt geen verplichte weidegang.

Vleesrunderen kunnen tot 2035 nog altijd aangebonden worden gehouden en tot 2028 kunnen zelfs aanbindstallen worden bijgebouwd. Ook een ligplek en vreetplek per ‘vleesrund’ worden niet verplicht voor 2040. Er komen geen drempelwaarden voor schadelijke gasconcentraties in de stallen. De ingrepen castratie, het verwijderen van bijspenen en het aanbrengen van een neusring blijven ondanks een inbreuk op de intrinsieke waarde gewoon toegestaan. Er komt geen minimumnorm voor beschikbare vierkante meters en geen eisen aan vachtverzorgingsmogelijkheden voor vleesrunderen. Er worden geen eisen gesteld aan een ziekenboeg, alleen dat deze er moet zijn. 

Onder grote druk van de Kamer wordt er één echte wijziging doorgevoerd. Het voorschrift, dat stelt dat de minimale transportleeftijd van kalveren 28 dagen is, zal per 2028 in werking treden. Deze geldt alleen binnen Nederland en alleen voor commerciële transporten.

Deze voorstellen ‘dierwaardig’ noemen en beweren dat hiermee wordt tegemoet gekomen aan de ‘gedragsbehoeften’ van deze runderen is absurd en leugenachtig.

Wat we nodig hebben voor de dieren, het klimaat, de natuur, de biodiversiteit en de volksgezondheid is een snelle transitie naar een plantaardig dieet. Hierbij hoort vanuit het landbouwministerie een stevig ontmoedigingsbeleid voor het uitbuiten van dieren en een al even stevige aansporing om veehouderijen te beëindigen. Een dierwaardige veehouderij bestaat niet, een dierwaardige toekomst wel!

Geef je mening hier!

September 2026

De ministerraad heeft 11 september 2026 de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) ‘Dierwaardige veehouderij’ vastgesteld en die is door staatssecretaris Erkens naar het parlement gestuurd. Het enige wat Erkens begrepen lijkt te hebben is: “Hoe we met dieren omgaan, zegt iets over de beschaving van onze samenleving.” Dat zijn slechts woorden, waar het bij de ‘daden’ van Erkens omdraait, geeft hij in de openingsparagraaf aan: “Daarbij kijken we nadrukkelijk naar wat haalbaar is voor boeren, met oog voor een goed verdienmodel en de mogelijkheden binnen vergunningen.” 1

Het voorspelbare verraad aan de dieren van Erkens

Op 11 september 2026 bood staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Silvio Erkens, zijn ontwerp-Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Dierwaardige veehouderij aan het parlement aan. Het ontwerpbesluit stelt een wijziging voor van het Besluit houders van dieren, het Besluit diergeneeskundigen en enkele andere besluiten. Het doel is het aanwijzen van gedragsbehoeften van in de veehouderij gehouden varkens, runderen, kalveren en pluimvee en schrijft de daarmee samenhangende houdvoorschriften en het verbieden van enkele lichamelijke ingrepen voor. Deze wettelijke verplichting geeft de Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit.

Na afronding van deze voorhangprocedure in het parlement, zal de ontwerp-AMvB genotificeerd worden bij de Europese Commissie, mogelijk voor einde van dit jaar. Deze notificatie duurt ten minste drie maanden. Ook wordt de ontwerp-AMvB ter advisering naar de Afdeling advisering van de Raad van State gestuurd. Daarnaast zal er een wijzigingsregeling (Regeling dierwaardige veehouderij) worden voorbereid om een, beperkt, aantal wijzigingen in de relevante ministeriële regelingen door te voeren vanwege de wijzigingen in de ontwerp-AMvB. 

Het plan van Erkens kenmerkt zich door uitstel en afstel: “Dat betekent dat niet alle maatregelen direct of in hun meest vergaande vorm zijn opgenomen. In sommige gevallen is gekozen voor een minder vergaande norm dan op basis van de wetenschappelijke inzichten vanuit dierenwelzijn wenselijk zou zijn. In andere gevallen is gekozen voor een latere inwerkingtreding of om een maatregel vooralsnog niet op te nemen.”
Bovendien zijn er nog evaluatiemomenten ingebouwd, zodat verder uitstel mogelijk – lees: gegarandeerd – is.

En het gebruikelijke smoesje: “Een verschuiving van de productie naar het buitenland, waar vaak lagere dierenwelzijnsstandaarden gelden, is niet in het belang van dieren, veehouders of de samenleving. Het is evenmin de bedoeling dat producten die geproduceerd worden tegen lagere dierenwelzijnsstandaarden dan in de EU gelden de Nederlandse afzetkanalen gaan domineren.”

Een voorbeeld: “Hoewel ik van mening ben, dat het houden van reguliere vleeskuikenouderdieren, die als gevolg van de toegepaste voerbeperking een langdurig hongergevoel ervaren, niet past in een dierwaardige veehouderij, heb ik ervoor gekozen hiervoor geen maatregel op te nemen. De reden hiervoor is het grote internationale karakter van deze sector. Met name in derde landen zal de vraag naar kuikens met een hoger groeiniveau voorlopig blijven bestaan. Een verbod op reguliere vleeskuikenouderdieren in Nederland zal deze vraag niet veranderen. Een verbod op het houden van vleeskuikenouderdieren in Nederland vind ik niet behulpzaam, vanwege het risico op verplaatsing naar het buitenland van deze bedrijven.”

Nog een voorbeeld: “Als laatste is in de ontwerp-AMvB het vereiste opgenomen dat het hemoglobinegehalte (Hb) van kalveren ten minste 5.3 mmol/L dient te zijn […]. Ik wil voorkomen dat het onbedoelde effect zou zijn dat bedrijven hun kalveren om deze reden naar het buitenland verplaatsen hetgeen zou kunnen leiden tot meer en langer vervoer. Om dit risico weg te nemen sta ik open voor een alternatieve, wettelijke norm […].”

Of: “Wettelijke regulering op weidegang kan het maatwerk, de stimulering, innovatie en de beloning voor weidegang tenietdoen. Daarom heb ik ervoor gekozen de gedragsbehoefte grazen niet apart aan te wijzen in de AMvB en daar dus ook geen maatregel aan te koppelen.”

Dit voorspelbaar-teleurstellende plan gaat enkel nog over vier grote veehouderijsectoren (varkens, kippen, melk- en vleesrunderen). Daarna worden deze gevolgd door een viertal andere sectoren, namelijk geiten, konijnen, eenden en kalkoenen. Zodra de voorhang in het parlement van de ontwerp-AMvB voor de eerstgenoemde diersectoren is afgerond, is het voornemen te starten met de ontwerp-AMvB voor de andere diersectoren.

Na het alsnog wegstemmen van het derde amendement Vestering door politiek rechts, nadat minister Adema via het ‘convenant dierwaardige veehouderij’ de regie in handen gaf van de agro-lobby en na twee jaar verdere afbraak door een landbouwministerie in handen van de BBB, voltooit VVD-er Erkens nu het verraad aan de ‘landbouwdieren’. Wie nu verbaast reageert, heeft jarenlang niet opgelet.

  1. Dierenwelzijn in de veehouderij naar een hoger niveau ↩︎

‘Afvalkalveren’, kalvermoordenaars en de zuivelconsument

Ierse kalveren in een Nederlandse stal

Animal Rights komt al jaren in het geweer tegen het ‘upcyclen’ van ‘afvalkalveren’ uit de zuivelindustrie tot blank en rosé kalfsvlees, dat vervolgens grotendeels weer winstgevend wordt geëxporteerd naar het buitenland door gewetenloze partijen als VanDrie, Pali en Denkavit.

Grof weg de helft van deze kalveren wordt geïmporteerd uit andere Europese landen, waaronder Ierland. Hierbij komt naast de gruwelen van wegtransport en verzamelcentra ook nog eens zeetransport kijken. Lees daarvoor:

En:

In haar jaarverslag Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) uit 2020 sprak de VanDrie Group – ’s lands en ‘s werelds grootste kalvermoordenaar – het voornemen uit om voor 2026 te stoppen met de import van kalveren uit Oost-Europa en Ierland naar Nederland.

Op 17 en 20 april 2026 beantwoorde staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) vragen van D66 Kamerlid Anne-Marijke Podt, 1 VVD-er Renate den Hollander en Esther Ouwehand van de PvdD 2 over het niet nakomen van deze belofte. Erkens zegt daarover: “Uit oogpunt van dierenwelzijn vind ik het onwenselijk dat VanDrie Group de eerder getoonde ambitie los heeft gelaten.” En: “Het is duidelijk dat de maatschappij en Tweede Kamer deze transporten niet meer willen vanwege het effect op het dierenwelzijn onderweg. Maar zolang de Europese wet- en regelgeving toestaat dat ongespeende kalveren over lange afstanden vervoerd mogen worden, volgen deze dierstromen de route van vraag en aanbod.”

We hebben dit natuurlijk al vaker gehoord van bewindslieden. In mei 2022 liet toenmalig landbouwminister Henk Staghouwer weten “onaangenaam verrast” te zijn door het feit dat er dat jaar meer kalveren vanuit Ierland naar Nederland kwamen dan andere jaren. 

Zijn opvolger Adema zei in 2024 dat de sector blijkbaar stappen wilde zetten in de afbouw van lange afstandstransporten, maar dat hij deze stappen “niet ambitieus genoeg” vond.

Net als Staghouwer en Adema belooft Erkens in de antwoorden op de Kamervragen om zich in te zetten “voor een verbod op langtransport voor ongespeende dieren én duidelijke regels omtrent voederen en drenken onderweg bij de herziening van de Transportverordening.” We weten inmiddels wat die beloften waard zijn.

Erkens dekt zich in en verschuilt zich achter de Europese Transportverordening, “die maar zeer beperkt (alleen nationaal) strengere regelgeving toestaat” en “het vrij verkeer van goederen in Europa, waar diertransporten onder vallen.” Het is, echter, heel goed mogelijk om deze restricties te omzeilen met een beroep op ethische gronden (publieke moraal / openbare zedelijkheid).

Aan de sector zelf kan je het vanzelfsprekend niet overlaten. Het kalverhouderijsectorplan ‘Veal Forward’, waarin stappen zijn opgenomen tot 2040 voor een ‘dierwaardige’ kalverhouderij, staan geen plannen met betrekking tot de import van kalveren uit Ierland. “Het zal naar verwachting geen effect hebben als een individueel bedrijf of handelaar stopt met importeren”, zegt een woordvoerder van VanDrie tegen de NOS. 3 Als Nederlandse bedrijven stoppen met importeren, gaan de dieren wel ergens anders heen, stelt ook de brancheorganisatie van de kalversector. Dat klopt, maar dat is geen reden om niet je eigen moreel kompas te volgen.

Erkens zet alleen in op veranderen van het Europese beleid waarvan hij zelf constateert dat “een meerderheid van de lidstaten […] dergelijke strengere regels niet ziet zitten”. Is je ‘inzet’ dan niet alleen voor de bühne?

De gemiddelde tijd tussen het laden in Ierland en het lossen in Nederland van de dieren ligt, volgens de staatssecretaris, rond de 36 uur. De transportduur wordt, echter, niet door de NVWA gecontroleerd. Die verantwoording ligt bij de Ierse autoriteit.

De NVWA controleert wel sporadisch wanneer deze transporten Nederland binnenkomen. In 2024 en 2025 waren ongeveer de helft van de gecontroleerde transporten niet akkoord. De meest voorkomende overtreding is het niet op orde hebben van de watervoorziening. “Er waren bijvoorbeeld te weinig spenen aanwezig of ze waren niet geïnstalleerd/bevestigd.” In 2024 werden 8 van de 9 overtredingen afgedaan met een waarschuwing, in 2025 14 van de 17. Dat is vanzelfsprekend niet afschrikwekkend genoeg om deze structurele overtredingen te doen verdwijnen.

In 2022 werden 93.524 kalveren uit Ierland in Nederland geïmporteerd. In 2023 waren dat er 107.489, 78.517 in 2024 en 85.428 in 2025. De import vanuit Ierland is dit jaar tot en met week 17 met 11,2% gedaald, 49.032 Ierse kalveren in plaats van 55.190 over dezelfde periode in 2025. 4 Import vanuit Ierland vindt vooral plaats in het voorjaar vanwege de seizoensgebonden melkveehouderij in Ierland. Ierland blijft wat het aantal door Nederland geïmporteerde kalveren betreft op de tweede plaats staan na Duitsland. In totaal werden vanuit Duitsland vorig jaar 471.669 kalveren geïmporteerd, 70% van het totaal. Na Ierland volgen Denemarken, België, Luxemburg en Estland.

Update juni 2026
Half mei 2026 is Nederland weer veruit de grootste buitenlandse afnemer van Ierse kalveren, zo bericht Boerderij, 5 en het is ook een stijging ten opzichte van vorig jaar: “Nederlandse handelaren namen volgens het overzicht van exportorganisatie Bord Bia tot half mei ruim 72.000 kalveren af van de Ieren. Daar kwamen ook nog een kleine 400 andere runderen bij. In totaal ging het om 72.476 dieren, 0,9% meer dan in dezelfde periode vorig jaar. De Ierse export naar Spanje daalde echter met 16,5% naar 63.533 stuks, waardoor Nederland nu weer koploper is. Italië blijft de derde afnemer met 23.492 runderen, een toename van 5,1%.”

Het aantal importkalveren over de eerste vijf maanden is de laatste tien jaar nog nooit zo laag geweest, blijkt uit cijfers van RVO. 6 Dit jaar zijn er tot en met week 22 304.000 kalveren geïmporteerd, 10.000 minder dan in 2025 en ruim 80.000 minder dan in 2019. In coronajaren 2020 en 2021 kwamen er ook duidelijk minder kalveren naar Nederland, maar meer dan in 2025. De daling zet in vanaf 2022. Dit is in lijn met de krimp van de kalverhouderij onder andere door de landelijke opkoopregeling van 2025 en 2026.

Update augustus 2026
Van de bijna een kwart miljoen kalveren die Ierland tot augustus op transport zette naar andere landen gingen opnieuw de meeste naar Nederland, zo’n 93.00. Spanje nam er 86.000 af, een daling van 14%, en Italië stabiel 30.000. 7

Die Ierse kalveren worden vrijwel allemaal per vrachtwagens naar het zuiden van Ierland vervoerd waar ze de veerboot nemen naar Cherbourg en vervolgens verder rijden naar, onder andere, de klaverconcentratiekampen van VanDrie.
Nu Brittany Ferries heeft besloten vanaf eind september geen kalveren meer te vervoeren – vanwege “operationele redenen”, zegt men, maar de maatschappelijke weerstand zal ongetwijfeld meespelen – zal de capaciteit op die route nagenoeg halveren; Irish Ferries blijft over.

Update September 2026
Op 10 september kondigt de NVWA aan dat ze een last onder dwangsom oplegt aan vier Ierse vervoerders vanwege het overtreden van de voorschriften bij het vervoer van kalveren. Kalveren krijgen pas na ongeveer een dag, na aankomst met de veerboot in Frankrijk, te drinken en dat is in strijd met de regels. De totale reis (vrachtwagen in Ierland – ferry van Ierland naar Frankrijk – Frans verzamelcentrum – vrachtwagen naar Nederland) duurt ongeveer 2 dagen, maar dat kan oplopen tot 4 dagen. Niet alleen zijn er op de vrachtwagens geen drinksystemen die geschikt zijn voor melk, ook moeten de jonge kalveren worden geholpen bij het drinken. Dat is in de praktijk onuitvoerbaar.
De vervoerders hebben nu een jaar de tijd om hun werkwijze aan te passen. Pas daarna is er eventueel sprake van dwangsommen betalen. Of de NVWA überhaupt in staat zal blijken dwangsommen te innen bij Ierse bedrijven is de vraag, omdat de overtredingen grotendeels niet op Nederlands grondgebied plaatsvinden, maar er is in ieder geval weer een signaal.
Het gaat om de import van kalveren tot twee maanden. Volgens de NOS gaat het daarbij om 98,9 procent van de uit Ierland in Nederland ingevoerde kalveren. 8
Volgens de Europese regels moeten kalveren worden gevoed als het “noodzakelijk” is tijdens het transport. De Europese Commissie en de NVWA houden een wetenschappelijk onderbouwde termijn van 12 uur als “noodzakelijk” aan, maar de Ierse overheid deelt die ‘interpretatie’ niet en handhaaft daarom ook niet.

Wees niet medeplichtig, wees geen monster!
Er is maar één manier om het onrecht en leed dat kalveren wordt aangedaan – en de import, waar dan ook vandaan, is daar slechts één facet van – te stoppen en dat is het beëindigen van de zuivelindustrie. Het consumeren van melk van een andere diersoort en dan ook nog na de baby-fase is een volstrekt absurde gewoonte. Het vereist de slavernij en genadeloze uitbuiting van andere diersoorten, voornamelijk vrouwelijke runderen en geiten, en de gewetenloze massamoord op hun kinderen. Wees niet medeplichtig, wees geen monster!


  1. Antwoord op vragen van het lid Podt over het MVO rapport van de VanDrie Group en maatregelen rond de import van kalveren uit Ierland ↩︎
  2. Antwoord op vragen van de leden Den Hollander en Ouwehand over het bericht dat VanDrie zijn belofte over de import van Ierse kalveren verbreekt ↩︎
  3. Jonge Ierse kalfjes nog steeds op de boot naar Nederland, ondanks misstanden ↩︎
  4. Kalverimport daalt terwijl kritiek op import uit Ierland aanhoudt ↩︎
  5. Nederland weer grootste afnemer Ierse kalveren ↩︎
  6. Aantal importkalveren op laagste niveau in tien jaar ↩︎
  7. Wegvallen veerdienst bedreigt export Ierse kalveren ↩︎
  8. NVWA treedt op tegen transport kalfjes uit Ierland: te lang onderweg zonder melk ↩︎