Hartelust is een internationale apenhandelaar voor de proefdierindustrie gevestigd in Tilburg. Na jarenlang primaten te hebben afgenomen uit China en Mauritius, zoekt Hartelust in 2021, vlak na de coronapandemie, contact met de Nederlandse ambassade in Vietnam:
“We import on a normal service from CHINA P.R.C. and Mauritius. However due to COVID-19 all exports have been on hold for export from origin. It has come to my attention that from Vietnam Export of Bred [primates] (Cynomolhus / Macaca Fascicularis) is permitted. My question is, that perhaps you can assist us and contact with following to open export to the EU as it is of great importance to the Scientific Research and Universities to obtain these Primates. As we have sent requests to Vietnam, but up to date no reply.”
Op 27 december 2021 krijgt Hartelust een CITES exportcertificaat van Vietnam voor 130 mannelijke en 110 vrouwelijke Java-apen (Macaca fascicularis). CITES staat voor Convention on International Trade in Endangered Species en is een internationaal verdrag dat de handel in bedreigde dier- en plantensoorten reguleert of verbiedt om uitsterven door (internationale) handel te voorkomen.
Op 29 december bedankt Hartelust de ambassade voor hun hulp: “This is highly appreciated here in the Netherlands and EU by all medical and scientific research community!”
In een communicatie met de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) op 4 februari 2022, dringt Hartelust aan op spoed bij het verlenen van het noodzakelijke, corresponderende importcertificaat van het Nederlandse CITES bureau dat onder de RVO valt: ”Ja inderdaad is er haast door een achterstand mbt alle wetenschappelijke onderzoeken in Nederland en de EU. De reden hiervoor is dat China sinds circa 2 jaar dicht is voor export van primaten uit hun fokkerijen. Daarom hebben wij een verzoek gedaan bij het NL AGRI TEAM in Hanoi, Vietnam voor erkende fokkerijen en bij het CITES bureau aldaar.”
Op 21 maart 2022 lijkt er een kink in de kabel te komen voor Hartelust. Op die datum geeft de Wetenschappelijke Autoriteit CITES Nederland, die de overheid adviseert over de impact van de handel op beschermde plant- en diersoorten, namelijk een negatief advies af voor de invoer van de 240 makaken:
“De WA kan, op basis van de beschikbare gegevens alsmede consultatie van de betreffende autoriteiten, niet vaststellen dat het hier gefokte exemplaren betreft en is derhalve van mening dat de invoer mogelijk nadelige effecten heeft op de wilde populaties.”
Slechts twee dagen later, op 23 maart 2022, herziet de Wetenschappelijke Autoriteit haar vorige advies en geeft een éénmalig positief advies: “De WA vindt het aannemelijk dat het hier gefokte exemplaren betreft en is derhalve van mening dat invoer van 240 levende exemplaren (130 mannelijke en 110 vrouwelijke) van de soort Macaca fascicularis, oorsprong C, afkomstig van Thanh Cong uit Hoang Thuy, Vietnam, geen nadelige effecten heeft op wilde populaties.” Deze draai lijkt Animal Rights nog altijd onverklaarbaar en onverdedigbaar en zou tot op de bodem moeten worden uitgezocht.
Op 29 maart 2022 krijgt Hartelust van de RVO het gewenste CITES importcertificaat en op 26 juni 2022 landt er op de luchthaven van Maastricht een vrachtvlucht van Easy Charter met de 240 Java-apen aan boord. Hartelust betaalde 4.000 dollar (3.942 euro) per dier aan de Vietnamese makakenfokkerij Thanh Cong.
Op 4 februari 2023 arriveren nog eens 480 Java-apen voor Hartelust in Maastricht. Opnieuw uit Vietnam, maar deze keer van makakenfokkerij Vina Mekong Group. Op 24 januari 2023 gaf de Wetenschappelijke Autoriteit hiervoor opnieuw een éénmalig, niet-onderbouwd, positief advies:
“De WA vindt het aannemelijk dat het hier gefokte exemplaren betreft en is derhalve van mening dat invoer van 480 levende exemplaren van de soort Macaca fascicularis, oorsprong C, afkomstig van Vina Mekong Group uit Tay Ninh, Vietnam, geen nadelige effecten heeft op de wilde populaties.”
De apen op deze laatste vlucht zijn besmet met TBC en alle dieren worden uiteindelijk afgemaakt bij Hartelust en zijn Europese klanten.
Dan stopt Hartelust’s directe import vanuit Vietnam. Een Vietnamese exportvergunning van 8 maart 2023 met bijbehorende RVO importvergunning van 4 april 2023 wordt niet gebruikt.
Toch blijft Hartelust handelen in deze apen. Op 27 februari 2025 vroeg Hartelust een ‘wederuitvoervergunning’ aan voor twee vrouwelijke Java-apen. Wederuitvoer – uitvoeren naar buiten de EU wat eerder is ingevoerd – omdat het gaat om makaken die, hoogstwaarschijnlijk, in september 2023 vanuit Vietnam zijn ingevoerd in Spanje. Hartelust heeft de dieren vanuit Spanje verkregen en wil ze nu weer uitvoeren naar het beruchte LabCorp in het Britse Huntingdon. Op 9 april 2025 geeft RVO hier toestemming voor.
Vietnamese makaken komen dus nog altijd Nederland binnen ondanks de twijfelachtige herkomst en status. Animal Rights is van mening dat dat moet stoppen en legt hieronder uit waarom. De dierenrechtenorganisatie zal de verantwoordelijke bewindslieden en autoriteiten hier opnieuw op wijzen.
Zaventem Zaventem Brussels Airport is de toegangspoort voor de import van proefapen in Europa vanuit Mauritius en Vietnam. Tussen juli 2023 en midden 2024, bijvoorbeeld, landden 46 vluchten met ten minste 4.056 Java- en resusapen op Zaventem. Zeker 8 van deze vluchten kwamen uit Vietnam.
Op 24 november en 19 december 2024 en op 22 januari, 5 maart, 1 april, 16 april, 11 juni, 2 juli en 27 augustus 2025 vertrokken er vluchten met apen vanuit Ho Chi Minh in Vietnam met bestemming of tussenstop Brussel.
Zowel Zaventem als de Belgische federale regering zouden op de hoogte moeten zijn van de twijfelachtige status en herkomst van Vietnamese makaken. Door de import van makaken uit Zuid-Oost Azië in de EU via Brussel toe te staan, zijn het vliegveld en de Belgische overheid mogelijk medeplichtig aan het witwassen van in het wild gevangen dieren en de verdere achteruitgang van deze bedreigde diersoort.
Bedreigde diersoort De International Union for Conservation of Nature (IUCN) beoordeelt de Java-aap/langstaartmakaak/Macaca fascicularis als een ‘bedreigde’ diersoort. 1 De achteruitgang van de soort wordt zelfs vergeleken met die van de nu uitgestorven trekduif. De vangst en handel voor de proefdierindustrie wordt aangewezen als een van de oorzaken van de achteruitgang van deze soort. Hoe lang wil Nederland hier nog medeplichtig aan zijn?
IUCN over de Java-aap:
“In 2008, an IUCN primate specialist proposed that Macaca fascicularis urgently needed to be considered more vulnerable to decline due to its heavy demand in trading, coupled with the rapid development in Southeast Asia (Eudey 2008). In this plea, M. fascicularis was likened to the passenger pigeon, Ectopistes migratorius, a highly populous North American bird species that in the mid-1800s was decimated to extinction in only 50 years during a cataclysmic surge of persecution and hunting (Weisman 2007).
Eudey (2008) had indicated this could occur to M. fascicularis, due to the high demand for the species in the national and international trade, and the levels of hunting and persecution they were experiencing. Sixteen years onwards, these threats have only increased.”
“Both price and demand for M. fascicularis as a trade commodity has skyrocketed during the Covid-19 pandemic, relative to the already regular and heavy pre-pandemic capture and trade (Hansen et al. 2021, 2022). This alone is alarming given that primate species are well-documented to be sensitive to heavy hunting pressures (Cowlishaw and Dunbar 2000).”
“Finally, it is worth noting that this species faces both national (within-country) and international
threats. For example, the demand for non-human primates in research is threatening the species. As such, the research industry needs to become accountable for the effects of their actions on wild nonhuman primate populations.”
“With the rationale above, we suspect the species has experienced a decline of at least 40% over the last three generations (approximately 40 years). We also suspect that the rates of decline are increasing as threats have increased and we suspect the species will experience at least a 50% decline in the coming three generations. Therefore, we assess the species as Endangered A3cd.”
Unveiling the Dark Side of the Research Monkey Trade De handel in makaken vanuit Vietnam is doorspekt met inconsistenties. Er zijn aanwijzingen dat in het wild gevangen makaken worden witgewassen tot in gevangenschap gefokte dieren om aan de wereldwijde vraag te voldoen.
De gegevens die hieronder volgen zijn afkomstig uit officiële documenten die door Vietnamese makakenfokkerijen zelf zijn voorgelegd aan CITES. Dit Animal Rights artikel baseert zich op onderzoek uitgevoerd door Sandy River Research, zoals gepubliceerd in ‘Unveiling the Dark Side of the Research Monkey Trade: A comprehensive Expose on Corruption and Illegality in Mainland Asia’ van 18 februari 2025. 2 Dit rapport werd in mei 2025 samengevat door Peta tot ‘Vietnam’s Macaque Trade, Inconsistencies, Manipulated Inventory, and Zoonotic Risks’. 3
Ondanks de beweringen over een gereguleerde makakenfokkerij, kloppen de aantallen die aan CITES zijn gerapporteerd niet. Het gaat met name ook om de twee belangrijkste Vietnamese exportfaciliteiten: Vina Mekong en Thanh Cong. Van beide makakenfokkerijen nam Hartelust Java-apen af.
Inconsistente inventariscijfers en exportgegevens wijzen op systematische illegale handel in wilde dieren, wat de dringende noodzaak onderstreept van een onafhankelijk onderzoek, strenger toezicht en een onmiddellijke opschorting van alle makakenimport uit Vietnam.
Verontrustend is dat deze feiten al jaren blijken uit de officiële Vietnamese cijfers maar dat de CITES autoriteiten internationaal en de Wetenschappelijke Autoriteit in Nederland deze al even lang negeren. Sterker nog: de Nederlandse ambassade in Vietnam zette zich actief in om Hartelust aan Vietnamese apen te helpen, de Wetenschappelijke Autoriteit maakte binnen 2 dagen een draai van een negatief naar een positief advies en de RVO stelde daar geen vragen bij, maar verleende het importcertificaat.
In het CITES-rapport van 2024 meldden Vietnamese exportbedrijven dat ze tussen 2019 en 2023 3.727 makaken hadden verworven, zonder te vermelden waar de makaken vandaan kwamen. Eind 2024 gaven bijgewerkte cijfers voor dezelfde periode 2019-2023 echter een aantal van 13.426 makaken aan, en in 2025 was dat aantal opnieuw gestegen tot 14.8767 – zonder enige verklaring of verifieerbare gegevens.
In 2014 meldde Vietnam slechts vier fokbedrijven die apen leverden voor de export. In haar reactie aan CITES in 2024 verklaarde de overheid van het land echter dat zij haar fokbestand sinds 2011 aanvulde met apen uit binnenlandse fokbedrijven. Vervolgens onthulde Vietnam in 2025 dat het 23 commerciële fokfaciliteiten heeft, waaronder primaire exportbedrijven en 11 grote satellietbedrijven.
Ondanks de bewering dat er al jaren 11 satellietbedrijven voor de fok van makaken in het land actief zijn, zijn er geen gegevens over de beginpopulatie, de fokpercentages of de sterftecijfers overlegd. Hoewel de Vietnamese overheid van deze bedrijven eist dat ze gegevens bijhouden, heeft zij alleen de eindcijfers van 2024 aan CITES verstrekt, terwijl alle andere belangrijke informatie is achtergehouden.
De Captive Wildlife Management Database meldde dat er eind 2021 44.123 makaken in 24 fokfaciliteiten werden gehouden. In haar rapportage aan CITES in januari 2025 meldde Vietnam dat er eind 2021 39.095 makaken in de vier belangrijkste exportfokkerijen werden gehouden. Dit laat een restant van 5.028 makaken over in commerciële faciliteiten die niet exporteren, de satellietboerderijen, aan het einde van 2021.
Tussen 2022 en 2023 kochten de vier belangrijkste exportfaciliteiten 7.865 makaken van satellietboerderijen. Ondanks een start met 5.028 makaken, huisvestten de satellietboerderijen naar verluidt meer dan 10.000 makaken eind 2024. Deze groei – bijna een verdubbeling van de populatie – in combinatie met de levering van duizenden dieren voor de export, overstijgt wat biologisch haalbaar is, gezien de gerapporteerde voortplantingspercentages in Vietnam.
Vina Mekong diende twee afzonderlijke rapporten in bij CITES, één in 2023 en één in 2024, beide over de geboorten van makaken tussen 2019 en 2022. Hoewel deze rapporten betrekking hebben op dezelfde periode van vier jaar, verschilt het aantal gerapporteerde geboorten aanzienlijk.
Thanh Cong diende eveneens twee afzonderlijke rapporten in bij CITES, één in juli 2023 en één in oktober 2024, beide over dezelfde rapportageperiode. Ondanks dat ze betrekking hebben op dezelfde periode, verschillen de gerapporteerde voortplantingspercentages in deze documenten aanzienlijk, met name voor de jaren 2019 en 2021.
Deze inconsistenties roepen vragen op over de nauwkeurigheid en transparantie van de door Vietnam bij CITES ingediende gegevens. Het wisselende aantal gerapporteerde geboorten voor dezelfde jaren suggereert dat de cijfers mogelijk niet gebaseerd zijn op betrouwbare of consistente gegevens. Het roept de vraag op of de gegevens met terugwerkende kracht zijn aangepast om inconsistenties te verhelpen en of dit wijst op bredere problemen met de traceerbaarheid en dus de legale herkomst van de makaken.
Vina Mekong en Thanh Cong hebben ook cijfers gerapporteerd die in tegenspraak zijn met hun eigen opgegeven exportcijfers en inventarissen. Dit geeft opnieuw aanleiding tot bezorgdheid over het mogelijk witwassen van in het wild gevangen makaken via de legale handel.
Eind 2022 meldde Thanh Cong een inventaris van 4.864 makaken. In 2023 werden er 1.663 geboorten geregistreerd en werden er 760 makaken aangekocht. Daarnaast werden er 3.062 exemplaren geëxporteerd en werden er 646 sterfgevallen gemeld. Op basis van deze cijfers zou de verwachte inventaris aan het einde van 2023 3.579 makaken bedragen. De faciliteit beweerde echter 4.449 makaken te huisvesten, een niet-verklaarbare toename van 870 individuen.
Uit gegevens van het CITES-rapport van 2025 blijkt dat Vina Mekong eind 2023 1.877 jonge makaken en 595 niet-geïdentificeerde makaken had geregistreerd, een totaal van 2.472 individuen die voor export beschikbaar waren. In 2024 exporteerde de faciliteit echter 3.406 makaken, 934 individuen boven de gerapporteerde voorraad.
Vina Mekong is verbonden aan een zusterfaciliteit in Laos, waarvoor CITES de export van Java-apen heeft opgeschort vanwege smokkel. Deze connectie, in combinatie met het onverklaarbare overschot aan makaken dat in 2024 werd geëxporteerd, geeft aanleiding tot ernstige zorgen over de nauwkeurigheid van de gerapporteerde voorraadcijfers en de mogelijkheid van grensoverschrijdende witwaspraktijken.
De makakenhandel in Vietnam heeft de ernstige verdenking op zich geladen van gemanipuleerde aantallen, vervalste fokgegevens en het witwassen van wilde dieren. Zonder onafhankelijk onderzoek, strengere regelgeving en internationale verantwoording zullen in het wild gevangen makaken onder het valse voorwendsel van fokprogramma’s in gevangenschap de wereldwijde handel in primaten blijven binnenkomen. En Nederland speelt daar via apenhandelaar Hartelust een belangrijke rol in en België via het vliegveld van Zaventem. Dit kunnen en mogen de Nederlandse en Belgische overheden niet langer negeren.
Animal Rights doet een dringende oproep aan de Nederlandse en Belgische regering om de directe en indirecte import van Java-apen uit Zuid-Oost Azië onmiddellijk op te schorten en onderzoek te laten verrichten naar de hier gerapporteerde inconsistenties én het functioneren van de Wetenschappelijke Autoriteiten.
Brandbrieven Animal Rights heeft in zowel België als Nederland brandbrieven gestuurd naar de verantwoordelijke bewindslieden met het verzoek om de import en doorvoer van makaken onmiddellijk stil te leggen.
Uit Nederland komt er al op 3 juni 2026 een reactie: “Uw bovengenoemde brief is door de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ontvangen en besproken. De commissie heeft besloten de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur een reactie te vragen op uw brief. Zodra de commissie deze reactie heeft ontvangen, neemt zij een besluit over de eventuele verdere behandeling van uw brief. Ik zal de reactie van de minister aan u toesturen en u informeren over het besluit van de commissie. Namens de commissie dank ik u voor de toezending van uw brief.”
Bronnen: – Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES). Review of Trade in Macaca fascicularis: AC33 Doc. 15.2.2. 33rd meeting of the Animals Committee; July 2024; Geneva, Switzerland. https://cites.org/sites/default/files/documents/E-AC33-15-02_2.pdf. Accessed March 21, 2025. – Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES). Annex 5d: Overview of the Use of Macaca fascicularis in Research and Testing. 78th meeting of the Standing Committee; October 2024; Geneva, Switzerland. https://cites.org/sites/default/files/documents/E-SC78-35-01-A5d.pdf. Accessed March 21, 2025. – Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES). SC78 Inf. 14: Information Submitted by the United States of America on the Use of Macaca fascicularis in Biomedical Research and Testing. 78th meeting of the Standing Committee; February 2025; Geneva, Switzerland. https://cites.org/sites/default/files/documents/E-SC78-Inf-14.pdf. Accessed March 21, 2025. – Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES). Annex Captive Breeding of Macaca fascicularis for Biomedical Research. 28th meeting of the Animals Committee; October 2014; Tel Aviv, Israel. https://cites.org/sites/default/files/eng/com/ac/28/E-AC28-09-03-A3.pdf. Accessed March 21, 2025. – Van Thu N, Newman S, Padungtod P. Captive wildlife management survey in Vietnam, 2015–2021. One Health. 2023;16:100543. doi:10.1016/j.onehlt.2023.100543 – Monkey Joint Stock Company. Introduction. Published 2012. https://web.archive.org/web/20120504114645/http://monkeyvn.com:80/introduction.aspx. Accessed March 21, 2025.
Dinsdag 24 augustus 2021 werden in een varkensstal aan de Broekhuizerdijk in het Limburgse Melderslo honderden dode varkens gevonden. De luchtwasser van de stal was uitgevallen waardoor de dieren stikten. In de stal zaten 700 varkens waarvan volgens de brandweer 95% van de dieren het niet overleefden. Hoe dit kon gebeuren, werd nooit bekendgemaakt.
Voor het bedrijf uit Melderslo was dat niet de eerste keer dat daar een ramp plaatsvond. Op 2 juni 2014 komen 1300 varkens om het leven als de stal waarin ze zitten opgesloten, uitbrandt.
Animal Rights wilde en wil graag weten welke conclusies de onderzoekers van dit staldrama hebben getrokken en trachtte dat in 2021 en opnieuw in 2023 via informatieverzoeken onder de Wet open Overheid (Woo) te achterhalen.
Uit de verstrekte informatie bleek dat deze zaak en nog vier andere vergelijkbare zaken, ergens tussen november 2022 en mei 2023 geseponeerd werden. Dit ondanks verhoren, processen verbaal en tenlasteleggingen.
Wjsg en Wpg Een groot deel van de gevraagde informatie werd geweigerd. Al bleef onduidelijk wat er nu precies geweigerd werd.
Gegevens uit strafdossiers en justitiële documentatie (zoals strafbladen en persoonsdossiers van het Openbaar Ministerie) vallen onder de Wet justitiële en strafvordelijke gegevens (Wjsg) en zijn uitgezonderd van het algemene openbaarmakingsregime van de Woo.
Hetzelfde geldt voor informatie die kwalificeert als een ‘politiegegeven’ – dat wil zeggen: een persoonsgegeven dat wordt verwerkt in het kader van de politietaak – dan is de Wet politiegegevens (Wpg) van toepassing.
De NVWA beroept zich op deze weigeringsgronden maar maakt niet duidelijk wat er dan geweigerd wordt.
Uitspraak 10 april 2026 Animal Rights ging hiertegen in beroep. In de uitspraak van 10 april 2026 “overweegt de rechtbank dat de Woo geen verplichting kent tot het vervaardigen van documenten zoals een inventarislijst, maar dat het zorgvuldigheidsbeginsel kan vereisen dat het bestuursorgaan toch een inventarislijst opstelt. De rechtbank stelt vast dat voor eiser niet inzichtelijk is van welke documenten de minister openbaarmaking geheel heeft geweigerd en dat de minister in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld om documenten die vallen onder de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) in zijn geheel niet op de inventarislijst te vermelden. Met de enkele vermelding van een documentnaam en de mededeling of dit valt onder Wpg of Wjsg wordt geen informatie uit dat document prijsgegeven. Zonodig kan de minister voor de documentnaam een algemene bewoording gebruiken.”
NVWA in hoger beroep / verzoek om een vovo De NVWA is het hier om onduidelijke redenen niet mee eens, of het moet zijn dat het Openbaar Ministerie achter de schermen aan de touwtjes trekt. Hoe dan ook is het een nieuwe poging om transparantie tegen te werken en de Wet open overheid te ondermijnen. Op 6 mei 2026 vraagt de NVWA om een voorlopige voorziening om deze uitspraak te schorsen omdat de NVWA van mening is dat de rechtbank Oost-Brabant in deze uitspraak “de bijzondere openbaarmakingsregelingen van de Wjsg en Wpg ondermijnt”. Op 26 mei gaat ook het OM in hoger beroep. De zitting is op donderdag 28 mei 2026 bij de Raad van State.
Voorzieningenrechter De voorzieningenrechter moet bij de vraag of aanleiding bestaat tot het treffen van een voorlopige voorziening beoordelen of het hoger beroep van de NVWA een redelijke kans van slagen heeft en daarnaast de betrokken belangen in de afweging betrekken. Indien het aangewende rechtsmiddel geen redelijke kans van slagen heeft, weegt het belang van openbaarheid zwaarder dan opschorting van de uitvoering van de uitspraak in afwachting van de bodemprocedure.
Reactie Animal Rights De NVWA miskent in het verzoekschrift tot een voorlopige voorziening het fundamentele onderscheid tussen enerzijds openbaarmaking van documentinhoud en anderzijds het enkel administratief vermelden van het bestaan van een document op een inventarislijst. De rechtbank heeft nadrukkelijk niet geoordeeld dat politiegegevens of strafvorderlijke gegevens openbaar gemaakt moeten worden. De rechtbank heeft uitsluitend overwogen dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke documenten onder de reikwijdte van het verzoek vallen, ook indien die documenten integraal worden geweigerd.
Het verzoekschrift bevat geen enkele concrete toelichting waarom reeds de enkele vermelding van het bestaan van een document op een inventarislijst strijdigheid zou opleveren met de bijzondere openbaarmakingsregelingen van de Wpg of Wjsg. De rechtbank heeft juist gewaarborgd dat eventuele door de Wpg en Wjsg beschermde belangen behouden blijven, terwijl Animal Rights wel inzicht verkrijgt in welke documenten onder de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen.
Zonder een overzicht in de vorm van een inventarislijst valt immers niet te controleren welke documenten precies onder de reikwijdte van het verzoek vallen en of de daarop toegepaste uitzonderingsgronden terecht zijn toegepast. Juist in Woo-zaken is dat essentieel voor effectieve rechtsbescherming en voor de mogelijkheid om in bezwaar en beroep de rechtmatigheid van een besluit te toetsen.
Het standpunt van de NVWA komt er feitelijk op neer dat bestuursorganen – zoals de NVWA – documenten volledig aan het zicht van een Woo-verzoeker – zoals Animal Rights – én rechter kunnen onttrekken door enkel te stellen dat sprake is van Wpg- of Wjsg-documenten. Dat zou leiden tot een oncontroleerbare situatie waarin niet meer toetsbaar is welke documenten daadwerkelijk onder de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen en of weigering daarvan terecht is. Woo-verzoekers en de rechter zouden het bestuursorgaan in dat geval feitelijk enkel op diens woord moeten geloven.
De uitspraak van de rechtbank sluit bovendien aan bij de ‘Rijksbrede instructie voor het behandelen van Woo-verzoeken’, waar de NVWA zich als onderdeel van de Rijksoverheid eveneens aan te houden heeft. Daarin staat expliciet vermeld: “Als niet alle documenten worden geïnventariseerd die vallen onder de reikwijdte van het Woo-verzoek, dan moet er in ieder geval wel een inventarislijst worden opgesteld van de integraal geweigerde documenten, zodat verzoeker en rechter hier goed zicht op hebben.”
Het vermelden van documenten op een inventarislijst, ook indien deze integraal worden geweigerd op grond van een bijzondere openbaarmakingsregeling, betreft bovendien reeds jarenlang vaste praktijk, óók bij de NVWA zelf. Des te opmerkelijker en tegenstrijdiger is het dan ook dat de NVWA zich daar in onderhavige procedure ineens tegen verzet.
Slotsom Animal Rights is van mening dat het hoger beroep geen redelijke kans van slagen heeft. Daarom weegt het belang van Animal Rights bij uitvoering van de uitspraak zwaarder dan het belang van de NVWA bij schorsing daarvan. Animal Rights verzoekt de voorzieningenrechter daarom het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen.
De Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) heeft in collaboratie met de vee-industrie weer een nieuwe truc verzonnen om de Wet open overheid (Woo) en transparantie over haar eigen functioneren te traineren.
De NVWA maakt nog altijd maar zeer sporadisch gebruik van de mogelijkheid tot ‘actieve openbaarmaking’ met betrekking tot haar wettelijke taak van toezicht op de slachthuizen. Actieve openbaarmaking houdt in dat de NVWA uit zichzelf, dus zonder dat iemand daarom vraagt, inspectieresultaten, de daarbij geconstateerde misstanden, de rapporten die daarover zijn opgesteld en de op basis daarvan opgelegde sancties, publiceert. De NVWA weet vanzelfsprekend dat deze gegevens door verschillende NGO’s of de pers toch opgevraagd zullen worden. Waarom ze dan niet als instantie op voorhand zelf verzamelen en publiceren?
Animal Rights is één van de organisaties die daarom met enige regelmaat de inspectieresultaten van het toezicht op slachthuizen opvraagt via een informatieverzoek onder de Woo. De kern van een dergelijk verzoek is een variatie op “Animal Rights verzoekt om openbaarmaking van alle informatie met betrekking tot het toezicht door de NVWA op slachthuis A.” Daarmee wordt gedoeld op inspectierapporten, rapporten van bevindingen, processen-verbaal, boeterapporten, overige handhavingsdocumenten etc. die voortkomen uit het toezicht van de NVWA op of bij het bedrijf. Dus niet uitsluitend op informatie die enkel betrekking heeft op het slachthuis zelf. Indien de NVWA tijdens toezicht op de locatie van het slachthuis zaken constateert die betrekking hebben op transporteurs, pluimveehouders of door hen ingeschakelde vangploegen die leveren aan het slachthuis dan valt dat vanzelfsprekend eveneens onder het verzoek. Voorbeelden daarvan zijn het transport van niet-transportwaardige dieren, vangletsel, hoge uitval of malversaties in de administratie. Hoewel dergelijke overtredingen mogelijk verwijtbaar zijn aan de veehouder, transporteur of vangploeg en niet aan het slachthuis zelf, worden deze door de NVWA in de regel juist op het slachthuis geconstateerd en vallen zij daarmee onder de reikwijdte van het Woo-verzoek. Dat was altijd de verstandhouding.
Het ‘team Openbaarmaking’ binnen de NVWA begrijpt dat en de documenten worden in de regel dan ook allemaal verstrekt. Echter, het ‘team Bezwaar en Beroep’ probeert dat nu te ondermijnen door een deel van de documenten als ‘buiten reikwijdte van het verzoek’ te classificeren. Dit is hetzelfde team dat besloot Caroline van der Plas’ natte droom, dat het indienen van een pro forma bezwaar voldoende is om openbaarmaking op te schorten, als beleid te implementeren. Volgens de wet is hiervoor een verzoek tot een voorlopige voorziening bij een rechtbank daartoe noodzakelijk. Lees over dit onderwerp:
Op 16 juni 2025, inmiddels bijna een jaar geleden, diende Animal Rights een tweetal Woo-verzoeken in. Qua formulering en reikwijdte identiek, maar betrekking hebbend op twee verschillende slachthuizen. Beide verzoeken zijn middels deelbesluiten afgehandeld, maar tegen de Woo-besluiten inzake beide slachthuizen is ook door meerdere derde-belanghebbenden bezwaar ingesteld. Door de illegale beleidswijziging van de NVWA, zoals hierboven beschreven, is de verstrekking van de documenten sindsdien geschorst.
Dan volgt de truc van de bezwaarbehandelaars van de NVWA: “Bij de herbeoordeling van de dossiers is mij gebleken dat de onderhavige documenten, zijnde een viertal rapporten van bevindingen, ten onrechte bij het primaire besluit zijn betrokken. De inhoud van deze rapporten ziet niet op ‘informatie met betrekking tot het toezicht door de NVWA op [het slachthuis]’, zoals in het Woo-verzoek staat. Deze documenten vallen daarmee buiten de reikwijdte van het verzoek. Wij zijn voornemens dit ambtshalve te corrigeren in de beslissing op bezwaar.”
‘Team Bezwaar en Beroep’, aangestuurd door de vee-industrie via de advocaten van bezwaar makende transporteurs, veehouders en het slachthuis zelf, kiest er dus voor om het oordeel van hun collega’s van ‘team Openbaarmaking’ en de jarenlange praktijk te saboteren. Ze doet dat door het woordje ‘op’ in de zin “toezicht door de NVWA op slachthuis A” te herinterpreteren van het toezicht dat plaatsvindt op de locatie van slachthuis A, naar toezicht enkel en alleen op het handelen van dat slachthuis zelf.
Als er twijfels zijn over de interpretatie van een Woo-verzoek is het gebruikelijk dat de NVWA om een nadere precisering vraagt. Had de NVWA dat gedaan dan had men bovenstaande uitleg gekregen. Maar men vroeg niet om precisering op dit vlak.
Verder, als de vrees bestaat dat verstrekte informatie verkeerd geïnterpreteerd zou kunnen worden, maakt de NVWA in een Woo-verzoek regelmatig gebruik van de mogelijkheid om contextinformatie toe te voegen. Dat is hier ook gebeurd in de deelbesluiten: “Hierbij maak ik u er op attent dat het slachthuis in diverse documenten slechts de plaats van constatering van de overtreding betreft. Het slachthuis zelf had geen rol als overtreder bij de geconstateerde overtredingen.” Deze disclaimer geeft opnieuw aan dat ‘team Openbaarmaking’ van mening is dat deze informatie over derden verstrekt moet worden.
De bezwaarschriften werden door ‘team Bezwaar en Beroep’ op 20 mei 2026 gegrond verklaard. Als gevolg hiervan wordt nu circa de helft van alle documenten waarvan ‘team Openbaring’ had geoordeeld dat die (gedeeltelijk) openbaar konden worden gemaakt, nu alsnog geweigerd. Animal Rights heeft kortom een jaar mogen wachten om uiteindelijk slechts een fractie van de gevraagde documenten te ontvangen, die bovendien door alle vertraging en het traineren verouderd zijn.
Animal Rights wil vanzelfsprekend de documenten onverkort ontvangen. De dierenrechtenorganisatie kan in al die zaken in beroep gaan tegen de besluiten op bezwaar, wetende dat een beroepsprocedure ook al gauw een jaar kan duren en vervolgens nog de mogelijkheid van hoger beroep openstaat. Animal Rights kan ook een nieuw Woo-verzoek indienen. Dat betekent echter wel dat door toedoen van ‘team Bezwaar en Beroep’ wederom alle informatie moet worden opgevraagd.
Op 22 mei 2026 diende Animal Rights een nieuw Woo-verzoek in met de volgende omschrijving: “De aangelegenheid waarop dit verzoek betrekking heeft betreft het toezicht, de controles, inspecties, handhaving en overige toezichtsactiviteiten van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op en bij [het slachthuis] waaronder mede begrepen alle bevindingen, overtredingen, constateringen en handhavingsmaatregelen die tijdens of naar aanleiding van toezicht bij dit bedrijf zijn vastgesteld, ongeacht of deze betrekking hebben op [het slachthuis] zelf dan wel op transporteurs, primaire bedrijven of andere betrokken partijen.”
Het saboteren van de Woo levert de NVWA naast schouderklopjes van de vee-industrie vooral meer werkdruk op.
De strijd voor dierenrechten is ook een juridische strijd voor transparantie over de vee-industrie.
Op 20 mei 2026 oordeelde de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State dat Flevoland de vergunningen van de Straathof varkensflat aan het Zuidermeerpad in Creil, Noordoostpolder terecht heeft ingetrokken. 1Animal Rights was samen met Mobilisation derde belanghebbende in deze zaak. Veel van wat tijdens de zittingen te berde werd gebracht was afkomstig uit langdurig Animal Rights onderzoek.
Tijdlijn Op 8 oktober 2020 diende Creil Exploitatie B.V., onderdeel van het Straathof varkensimperium, een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het bouwen bij en veranderen van de varkensfabriek aan het Zuidermeerpad 4 in Creil. In een besluit van 8 maart 2023 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Flevoland de gevraagde revisievergunning geweigerd en de in 2006 voor de varkenshouderij verleende omgevingsvergunningen milieu en de daarop gevolgde gewijzigde vergunningen ingetrokken, omdat volgens het college sprake is van een integriteitsrisico, zoals bedoeld in de Wet bibob. Animal Rights steunde dit besluit via een zienswijze.
Creil Exploitatie ging in beroep en de zitting vond plaats op 9 november 2023 waaraan Animal Rights als derde belanghebbende deelnam. De rechtbank oordeelde op 1 februari 2024 dat de juiste procedure is gevolgd, dat er een duidelijke band is tussen Straathof, Creil Exploitatie B.V. en bestuurder Maarten Verdoorn, dat Creil Exploitatie in relatie staat tot strafbare feiten op andere locaties, deze samenhangen met de activiteiten waarvoor de vergunning is aangevraagd en reeds vergunningen zijn verleend en het college deze strafbare feiten bij de beoordeling van het gevaar mocht betrekken, dat het college daarin terecht een ernstig gevaar zag voor nieuwe strafbare feiten, en dat het college in beginsel bevoegd is om de vergunningen te weigeren en in te trekken.
De zaak strandde op de evenredigheid van het genomen besluit: “De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit de evenredigheidstoets niet kan doorstaan, omdat de gevolgen van de permanente intrekking voor eisers zeer zwaar zijn. Er staan grote (eigendomsrechtelijke) belangen op het spel en die worden door de maatregelen op ernstige wijze aangetast. De rechtbank acht niet ondenkbaar dat het permanent intrekken van de vergunningen voor Creil Exploitatie een faillissement kan betekenen.”
Op 13 maart 2024 volgde een pro forma hoger beroep van het college van Gedeputeerde Staten van Flevoland en op 17 april werden de gronden aangevuld. Op 30 mei gaf Animal Rights haar ondersteunende reactie. Op 26 maart 2026 vond de zitting plaats.
Uitspraak De uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde uiteindelijk pas op 20 mei 2026, maar was het wachten wat Animal Rights betreft waard.
De Afdeling bevestigt opnieuw dat het varkensbedrijf in relatie staat tot de strafbare feiten die Straathof (vermoedelijk) heeft gepleegd. Dat Straathof geen zeggenschap en invloed meer zou hebben, omdat hij niet meer op de werkvloer komt, is, wat daar ook van zij, voor de beoordeling of sprake is van vermogensverschaffing geen relevant element. Ook de strafbare feiten gepleegd onder het bewind van bestuurder Verdoorn kunnen het bedrijf aangerekend worden.
Het Bibob advies weegt zwaar: “De Afdeling is van oordeel dat het college het standpunt mocht innemen dat een ernstig gevaar bestaat dat de vergunningen mede gebruikt zullen worden om strafbare feiten te plegen. De Afdeling komt tot dat oordeel op basis van de ernst van de strafbare feiten en overtredingen en de veelheid daarvan.”
Deze strafbare feiten en overtredingen laten een patroon van het handelen van Straathof zien. “Dit zijn bovendien ernstige strafbare feiten, omdat deze verband houden met het welzijn van dieren.” Dat volgens Creil Exploitatie geen strafbare feiten meer zouden zijn gepleegd nadat de bedrijfsstructuur in augustus 2020 is gewijzigd, is bovendien onjuist. “Zoals het college heeft beschreven in het besluit van 8 maart 2023, hebben zich sinds augustus 2020 verschillende overtredingen voorgedaan, die in ieder geval tot en met 2022 hebben voortgeduurd. Het tijdsverloop tussen de laatste overtreding en het besluit van 8 maart 2023 is te kort om te kunnen stellen dat, in tegenstelling tot wat het bedrijf betoogt, het gevaar is afgenomen.” Dat bij Creil Exploitatie geen overtredingen hebben plaatsgevonden is, wat daar ook van zij, geen aspect dat van belang is bij de beoordeling of sprake is van een ernstig gevaar. “Uit artikel 3 van de Wet Bibob volgt immers niet dat de overtredingen of strafbare feiten op de locatie zelf moeten zijn begaan, maar is van belang of die samenhangen met de activiteiten waarvoor de vergunning is aangevraagd. De rechtbank is terecht tot dezelfde conclusie gekomen.”
Het belangrijkste is vervolgens het oordeel van de Afdeling over de evenredigheid van het intrekken van de bestaande vergunningen: “De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit van 8 maart 2023 niet evenwichtig is.” De Afdeling volgt daarbij het college dat uitgebreid heeft gemotiveerd waarom de weigering en intrekking van de vergunningen evenwichtig is, mede vanwege de betrokkenheid van Straathof. Vast staat dat de financiële gevolgen voor Creil Exploitatie groot zijn. “Zij moet immers naar alle waarschijnlijkheid stoppen met de huidige manier van exploiteren van het bedrijf. Deze gevolgen zijn naar het oordeel van de Afdeling echter niet zo groot dat deze niet in verhouding staan tot de met het besluit te dienen doelen. De strafbare feiten en overtredingen die het college heeft betrokken zijn, zoals hiervoor besproken, zeer ernstig. De feiten zijn daarnaast over een zeer lange periode gepleegd.” Dat het besluit mogelijk tot het faillissement van het varkensbedrijf leidt, is gelet op de ernst van de strafbare feiten, veelal in het kader van het dierenwelzijn, en het structurele karakter daarvan evenredig.
Conclusie De conclusie van de Afdeling is dan ook dat Flevoland op juiste gronden de aangevraagde revisievergunning heeft geweigerd en de al verleende omgevingsvergunningen heeft ingetrokken.
Flevoland had het bedrijf vorig jaar juli een tijdelijke vergunning van een jaar gegeven. Creil Exploitatie heeft dus nog ruim een maand de tijd om het bedrijf ‘leeg te draaien’. Animal Rights gaat er vanuit dat Flevoland daarna streng zal handhaven zodat het bedrijf alle veehouderij activiteiten staakt.
Straathof imperium Onmiddellijk nadat het Duitse beroepsverbod van Adriaan Straathof in 2016 definitief was geworden, had dat verbod, naar mening van Animal Rights, ook naar Nederland vertaald moeten worden. Echter, opeenvolgende bewindslieden als Sharon Dijksma, Martijn van Dam en Carola Schouten lieten dat na, met nog jarenlang dierenleed en milieuschade tot gevolg.
Dankzij uitgebreid onderzoek en lange juridische procedures van Animal rights en provincies als Flevoland (Creil) en Gelderland (Kapel-Avezaath) en gemeenten als Buren (Kapel-Avezaath) en Halderberge (Hoeven) die wel hun verantwoordelijkheid nemen, wordt het Straathof imperium nu langzaam alsnog ten grave gedragen.
Animal Rights heeft nog intrekkingsverzoeken lopen voor de vergunningen van Straathof locaties in het Limburgse Koningsbosch en Brabantse Lierop en is derde belanghebbende in de zaak waar de gemeente Halderberge een nieuwe vergunning weigerde voor de Straathof varkensfabriek in Hoeven, Noord-Brabant. Deze uitspraak zal in al deze zaken van pas komen.
De vee-industrie is in al zijn facetten, van geboorte tot dood van de dieren, een weerzinwekkende aaneensluiting van uitbuiting en mishandeling. Kleine welzijnsverbeteringen rechtvaardigen op geen enkele wijze de geïnstitutionaliseerde slavernij van en massamoord op de in gevangenschap gefokte en gehouden dieren.
Minimale welzijnsaanpassingen zijn hoogstens een schoorvoetende erkenning van een ‘over het hoofd gezien’ gebruik dat de tand des tijds niet niet geheel ongeschonden heeft doorstaan. Zo worden argeloze consumenten van vlees, zuivel en eieren gewillig terug in slaap gesust, kunnen politici de kop weer ferm terug in het zand steken en kan de industrie verder op de oude weg. Want niet het barbaarse systeem is aangeklaagd, maar een randverschijnsel ervan gemoderniseerd.
Dit zijn geen stappen op weg naar dierenrechten of naar het respecteren van de intrinsieke waarde van individuele dieren. Maatregelen als cameratoezicht, kalf-bij-koe, weidegang en welzijnscertificeringen zijn bedoeld om de vee-industrie maatschappelijk aanvaardbaar en dus in stand te houden.
Wetten en regels, die in de eerste plaats bedoeld zijn om het exploiteren van dieren te legitimeren, kunnen door de dierenrechtenbeweging wel worden gebruikt als handvaten om de vee-industrie mee te slaan. Want veeboeren, transporteurs en slachthuizen blijken steeds opnieuw niet in staat om zelfs maar de summierste voorschriften na te leven.
Ook kunnen landen aan de hand van deze welzijnsstapjes met elkaar worden vergeleken op het gebied van (hoe minimaal ook) morele vooruitgang.
Zo is het in Nederland sinds 1 januari 2018 verboden om varkens handmatig te merken. 1 Met een ‘klopmerk’ kregen varkens die op transport gingen naar het slachthuis een tatoeage in de schouder geslagen. Deze tatoeage werd aangebracht door middel van een in inkt gedoopte tatoeëerhamer. Wel bestond er een vrijstelling voor ‘slachtvarkens’ met een gewicht van ten minste 50 kg die rechtstreeks van een Nederlands bedrijf, niet zijnde een verzamelcentrum, naar een slachthuis in Duitsland werden afgevoerd. Sinds 1 januari 2024 is het in Nederland volledig verboden om varkens een ‘klopmerk’ te geven. 2
Hoewel bij de noorderburen verboden, is deze barbaarse praktijk in België nog altijd algemeen in gebruik, zoals de beelden laten zien. Net ten zuiden van de Nederlandse grens in het Oost-Vlaamse Sint-Jan-in-Eremo worden varkens met plastic rammelaars en borden uit hun vernederende, maar vertrouwde stalomgeving gedreven en het laadplatform opgejaagd van de camions van veetransporteurs D. Blauwblomme en David Vervaecke.
De varkens zijn al gestrest. Ze ervaren waarschijnlijk voor het eerst open lucht en daglicht en worden in een voor hen vreemde, beangstigende situatie en omgeving gebracht. Zelfs als de dieren zich niet realiseren dat ze slechts uren verwijderd zijn van hun voortijdige dood dan nog laten ze duidelijk blijken dat ze niet op transport willen. Om de varkens vervolgens nog een keer te slaan met een stalen of aluminium stuk gereedschap dat via scherpe punten inkt hun huid indrijft, is overduidelijk een vorm van mishandeling. Bovendien wordt de hamer niet alleen gebruikt om de varkens te merken; er wordt ook mee geslagen en gepookt om de dieren de menselijke wil op te leggen en voort te drijven de laadruimte in. Deze behandeling is een paar kilometer noordelijker niet voor niets illegaal.
Let ook even op de kreupele runderen die voor in beeld voorbij lopen.
Zelfs in Vlaanderen illegaal, lijkt de overbelading van vooral de bovenste laag van de Vervaecke camion. Je ziet in de beelden de varkens op elkaar kruipen om aan de drukte te ontsnappen en hoe de chauffeur de varkens moet schoppen en slaan om ze in de compartimenten te proppen.
In België is het tot op vandaag nog steeds wettelijk toegestaan om een klophamer te gebruiken ter identificatie van varkens die naar een binnenlands slachthuis vervoerd worden. Daarbij is de regel dat de varkens minstens 70kg moeten wegen én er mogen maximaal 2 klophamerstempels aangebracht worden op één varken.3
Animal Rights zal de beelden doorsturen aan de Afdeling Dierenwelzijn.
Nee, de afschaffing van het ‘klopmerk’ zal niets veranderen aan het onrecht dat varkens wordt aangedaan in de vee-industrie. Maar bestuurders die de schijn van moreel fatsoen hoog willen houden, zijn tegelijkertijd wel gedwongen om een verbod in te stellen. Animal Rights blijft pleiten voor een transitie naar plantaardige voeding.
Update – De vee-industrie reageert
In een artikel van 22 mei 2026 op de website van het Vlaams Infocentrum voor Land- en Tuinbouw (VILT) getiteld ‘Slachthuizen willen elektronische oormerken als alternatief voor omstreden klophamer’ 3 reageert Michael Gore, gedelegeerd bestuurder van de Federatie van het Belgische Vlees (FEBEV), op de beelden van het inmiddels beruchte ‘klophameren’ die Animal Rights op 19 mei verspreidde. 456
Volgens het artikel zijn de slachthuizen vragende partij om de identificatie van varkens op een andere manier aan te pakken dan de huidige praktijk met de klophamer. “Met de technologie van vandaag moet het mogelijk zijn om over te stappen naar elektronische oormerken. Die klophamer is een archaïsche praktijk die moet stoppen,” zegt Gore, en pleit ervoor om dit debat binnen de keten op te nemen.
Ondanks dat Gore vindt dat de transporteur niets te verwijten valt, “Hij volgt gewoon de wet”, is ook hij van mening dat deze praktijk niet meer van deze tijd is. “Anno 2026 zijn er andere technische oplossingen, zoals elektronische oormerken, die traceerbaarheid kunnen garanderen. De slachthuizen zijn alvast vragende partij. In feite zitten we hier op dezelfde lijn als Animal Rights.”
Dat het filmen van hoe dieren binnen de vee-industrie behandeld worden – en dat kan iedereen! – een belangrijke signalerende functie heeft, blijkt ook hier: “In de tien jaar dat ik voor de slachthuissector werk, is dit nog niet op de tafel van het ketenoverleg gekomen. Ik denk dat we van dit momentum gebruik moeten maken om door te pakken. Want op vlak van dierenwelzijn zou het overstappen naar elektronische oormerken zeker een stap vooruit zijn”.
Het is vooral aan de overheden in België om dit te ondersteunen om te voorkomen dat het niet bij woorden blijft. “De leden van FEBEV staan er in elk geval voor open om het gesprek aan te gaan. Door de klophamer te vervangen door elektronische oormerken kunnen we op vlak van dierenwelzijn een mooie stap vooruit zetten. Laat ons dit dan ook aanpakken”
Hoe Animal rights hierin staat, valt te lezen in de de eerste vier alinea’s van dit artikel.
Update – De politiek reageert
Naar aanleiding van de beelden die Animal Rights publiceerde en de reactie daarop vanuit de sector, stelde Sofie Joosen schriftelijke vragen aan N-VA-partijgenoot en Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts: “Uit recente berichtgeving blijkt dat de slachthuissector zelf vragende partij is om af te stappen van de klophamer. Volgens de Federatie van het Belgisch Vlees (FEBEV) is de praktijk met de klophamer archaïsch en zou de overstap naar elektronische oormerken een belangrijke stap vooruit betekenen op vlak van dierenwelzijn. Tegelijk geven betrokken actoren aan dat alternatieven technisch steeds haalbaarder worden, al blijven er nog uitdagingen in verband met de kostprijs en betrouwbaarheid van het systeem. In Nederland is de klophamer al verboden sinds 2024”. 7
Minister Weyts geeft aan dat hij hierover zal overleggen met het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), maar lijkt verder weinig actie te willen ondernemen: “Op lange termijn is een overgang naar elektronische oormerken mogelijk, maar op korte termijn is dat volgens mijn laatste informatie nog niet mogelijk”. Hij schuift de verantwoordelijkheid af op de sector en de FAVV: “Het aanpassen van de regelgeving over de identificatie van varkens valt onder de federale bevoegdheid van het FAVV. Als de slachthuissector vragende partij is om alternatieven voor de identificatie van slachtvarkens te bekijken, kunnen zij dit best rechtstreeks bij het FAVV aankaarten”.
Minister Weyts zegt eigenlijk dat de mate waarin dieren mishandeld mogen worden een economische en praktische afweging is, geen ethische: “De kostprijs van elektronische oormerken is op dit moment nog beduidend hoger dan de bestaande systemen. Maar het vraagt ook een andere manier van werken waarrond de hele keten zich zal moeten organiseren. De varkenshouder zal bij een overschakeling moeten investeren in apparatuur om de oormerken uit te lezen en de data te capteren. Op elk moment zal immers elk diernummer gelinkt moeten kunnen worden aan het beslag waar het verblijft. De vervoerder moet dan bij het laden ook alle identificatienummers digitaal capteren en uiteindelijk moeten alle gegevens digitaal overgedragen worden aan het slachthuis, waar de oormerken ook zullen moeten uitgelezen kunnen worden”.
Animal Rights vindt deze reactie onvoldoende en zal verder aandringen.