Op 18 april 2024 kreeg Roel Binnendijk, medewerker van Animal Rights, die voor Varkens in Nood undercover ging bij horror-slachthuis Gosschalk, te horen van het Openbaar Ministerie dat hij verder niet vervolgd zou worden. Die beslissing is inmiddels onherroepelijk geworden.
Vanzelfsprekend, zou je zeggen, Roel deed dat werk immers om aan de buitenwacht te tonen welke misstanden zich achter de ondoorzichtige muren van dit slachthuis afspeelden. En met succes: het slachthuis werd tijdelijk gesloten en ging uiteindelijk failliet.
Naar mening van het Openbaar Ministerie, echter, was dat helemaal niet zo vanzelfsprekend, zo bleek bij een recente zaak over Roels kosten voor rechtsbijstand. Volgens het Openbaar Ministerie zou Roel “bij vervolging zeker zijn veroordeeld, in aanmerking genomen dat ook hij zich heeft schuldig gemaakt aan de vormen van dierenmishandeling die hij nu juist wilde filmen en aan de kaak stellen. Het sepot is in die optiek al een voldoende vorm van billijkheid naar verzoeker.”
Gelukkig dacht de rechtbank daar volstrekt anders over en dat mooie stukje jurisprudentie van de uitspraak van 4 september 2024 willen we je niet onthouden:
“De enige manier om aandacht te vragen voor deze structurele dierenmishandeling tegenwoordig is het maken van – soms schokkende – beeldopnames teneinde de verantwoordelijke autoriteiten zover te krijgen eindelijk in actie te komen. Dat kan vaak alleen via ‘undercover-operaties’ en in dat verband is het welhaast onontkoombaar zelf in zekere mate deel te nemen aan de bewuste handelingen. Verzoeker heeft dat gedaan, maar is er zelf ook van geschrokken achteraf. Bij vervolging is het bepaald niet denkbeeldig dat verzoeker met succes een beroep zou kunnen doen op de rechtvaardigingsgrond noodtoestand, die overmacht kan opleveren als verdachte bij een conflict van maatschappelijke plichten de gerechtvaardigde keuze maakt de wet te overtreden om een ander, zwaarwegend belang te dienen. In zekere heeft verzoeker het onderzoek gedaan dat de controlerende overheidsinstellingen voortdurend laten liggen (of niet aan toe komen door structurele onderbezetting).” 1
Amen!
Update
Nadat de beelden uit Gosschalk naar buiten kwamen, werd het slachthuis op 28 juni 2021 onder verscherpt toezicht gesteld en kreeg het een dwangsom opgelegd. Met een besluit van 2 juli 2021 heeft de minister de slachthuiserkenning van de onderneming met ingang van zaterdag 3 juli 2021 geschorst. De minister heeft de onderneming met de brieven van 15 en 23 juli 2021 en van 13 augustus 2021 medegedeeld dat de eerste vier plannen van aanpak niet voldeden aan de eisen.
Gosschalk, nu Exportslachterij Family Beef B.V, kende zo weinig schaamte dat ze tegen al deze besluiten en brieven bezwaar maakte en toen de minister deze afwees, ging ze daartegen in beroep. Het horror slachthuis vond dat de schorsing buitenproportioneel was en dat de minister uitsluitend vanwege druk vanuit de Tweede Kamer tot schorsing van de erkenning was overgegaan.
Gelukkig rekent het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) daar op 18 november 2025 mee af: 2
“Het CBb oordeelt dat de situatie in het slachthuis ernstig genoeg was om de slachthuis-erkenning te schorsen. De eerder genomen maatregelen van verscherpt toezicht en beperkingen aan het aanvoeren en lossen van de dieren bleken namelijk niet effectief. Het CBb ziet geen aanwijzingen dat de minister zich heeft laten leiden door de maatschappelijke en politieke onrust die door de uitzending van de videobeelden was ontstaan. Het CBb ziet ook geen reden om de videobeelden niet betrouwbaar te achten. Verder oordeelt het CBb dat de betrokkenheid van de undercover-medewerker bij de overtredingen niet afdoet aan de verantwoordelijkheid van het bedrijf om dierenwelzijnsovertredingen te voorkomen. Bovendien waren er naast de undercover-medewerker nog andere medewerkers betrokken bij de overtredingen.” 3


















