Op 13 maart 2025 stelde het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland een ontwerp omgevingsvergunning populatiebeheer van damherten op. De provincie is voornemens damherten dood te schieten in de leefgebieden Manteling van Walcheren, Kop van Schouwen en Haringvreter. De vergunning zou geldig worden van 1 september 2025 tot en met 31 augustus 2031.
Fauna4Life en stichting Animal Rights dienden op 25 april een zienswijze in tegen dit plan.
In de tekst van het ontwerpbesluit staat dat de kwaliteit van de Natura 2000 gebieden Manteling van Walcheren en Kop van Schouwen achteruit is gegaan door onder andere effecten van stikstofdepositie, klimaatverandering, verlaging van de waterstand. Daardoor zijn deze gebieden verruigd en verzuurd. Vervolgens wordt aangegeven dat begrazing door onder andere damherten in dat geval een positieve invloed kan hebben, maar wordt daarnaast gesteld dat een hoge begrazingsdruk een negatief effect kan hebben. Daarbij wordt niet aangegeven bij welke hoeveelheden damherten het omslagpunt dan zou worden bereikt. Ook wordt niet aangegeven wanneer dan precies zou moeten worden ingegrepen om de vermeende schade aan flora- en fauna te voorkomen.
De natuur staat natuurlijk in het hele land onder grote druk, ook in gebieden waar geen sprake is van begrazing door grote hoefdieren. Op geen enkele manier is aangetoond dat de achteruitgang van verschillende planten- en diersoorten in de onderhavige gebieden het gevolg is van de aanwezigheid van de huidige aantallen damherten.
Dat betekent dat de noodzaak voor het afschot van damherten niet is aangetoond.
Bovendien is op geen enkele manier aangetoond dat het gebruik van de vergunning die de provincie voornemens is te gaan verlenen, tot een daadwerkelijke oplossing van de gesignaleerde problemen zal leiden.
Op grond van bovenstaande komen Fauna4Life en Animal Rights tot de conclusie dat de ontwerp-vergunning niet voldoet aan de eisen die de wet hieraan stelt en verzoeken de provincie Zeeland dan ook dringend om de vergunning niet te verlenen.
Update
Het college van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland negeert de zienswijzen en besluit op 10 juni 2025 een omgevingsvergunning te verlenen aan de Faunabeheereenheid Zeeland voor populatiebeheer van de soort ‘Damhert’ met het geweer in de leefgebieden Manteling van Walcheren, Kop van Schouwen en Haringvreter. De vergunning wordt verleend in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna en de instandhouding van natuurlijke habitats.
Op 22 juli gaan Animal Rights en Fauna4Life pro forma in beroep tegen dit besluit.
Op 23 juli 2025 maakt Zeeland bekend dat zij het voornemen hebben vergunning te verlenen aan de stichting Faunabeheer Eenheid Zeeland voor uitbreiding van de tijden waarop het beheer van damherten in het leefgebied Manteling van Walcheren mag plaatsvinden. Er mag nu ook ’s nachts geschoten worden met geluidsdemper.
Op 26 augustus leveren we de gronden van het beroep aan.
Volgens Animal Rights en Fauna4Life wordt in het bestreden besluit te eenzijdig gefocust op damhertenbegrazing, zonder een evenwichtige afweging van andere oorzaken en mogelijke oplossingen. Daarmee ontbreekt een zorgvuldige en draagkrachtige motivering.
Toetsingskader
Er moet in álle gevallen aan drie criteria worden voldaan, alvorens van een verbodsbepaling afgeweken kan worden, te weten:
- Er bestaat geen andere bevredigende oplossing dan het verrichten van de activiteit (doodschieten);
- Er moet sprake zij van één van de belangen voor afwijking van de verboden (noodzaak);
- De activiteit mag geen afbreuk doen aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
Vanuit dit toetsingskader voeren Animal Rights en Fauna4Life aan dat niet is voldaan aan deze cumulatieve vereisten en derhalve ten onrechte een vergunning is verleend. Samengevat komt dat neer op:
– Er bestaan andere bevredigende oplossingen;
– Afschot van damherten biedt geen bevredigende oplossing;
– Niet (voldoende) is aangetoond dat het afschot nodig is in het belang van de bescherming van de wilde flora- en fauna en van de instandhouding van natuurlijke habitats.
Noodzaak?
De aanwezigheid van een wettelijk belang is een voorwaarde waaraan moet worden voldaan om toestemming te kunnen verlenen voor een afwijking van een verbodsbepaling, zoals gedaan in het bestreden besluit. Uit het bestreden besluit blijkt dat de omgevingsvergunning gebaseerd is op “het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats”.
Fauna4Life en Animal Rights betwisten dat het college voldoende heeft aangetoond dat het afschot van damherten noodzakelijk en doeltreffend is in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna of de instandhouding van natuurlijke habitats.
Andere bevredigende oplossingen
Het wettelijk toetsingskader vereist ook dat voorafgaand aan het toestaan van het doden van dieren eerst zorgvuldig wordt onderzocht en onderbouwd in hoeverre andere maatregelen bevredigend kunnen zijn. Het is dus niet voldoende om te stellen dat bepaalde maatregelen zijn getroffen of overwogen; er moet sprake zijn van een volledige, concrete en objectieve motivering.
Ook wanneer dat slechts ‘ten dele’ is. Pas nadat is vastgesteld dat deze andere oplossingen ontoereikend zijn om het probleem volledig weg te nemen, kan – met een deugdelijke motivering – tot afschot worden overgegaan voor het resterende deel van het probleem.
Een dergelijke motivering ontbreekt in het bestreden besluit.
Afschot van damherten biedt geen bevredigende oplossing
Een nauwkeurige en wetenschappelijke onderbouwing over de geschiktheid van afschot, ter bescherming van de wilde flora- en fauna en de instandhouding van natuurlijke habitats, is door het college niet gegeven. Het Faunabeheerplan geeft juist aanleiding voor twijfel aan de effectiviteit van afschot:
“Vooral opvallend voor leefgebied Manteling van Walcheren is dat de populatie damherten niet af lijkt te nemen, terwijl het afschot jaarlijks wel gerealiseerd wordt.”
Animal Rights en Fauna4Life concluderen dat het college geen wetenschappelijk onderbouwde grondslag heeft aangereikt dat afschot een geschikt en effectief middel is om het nagestreefde doel te bereiken. Sterker nog: de gegevens wijzen in de richting van ineffectiviteit en vicieuze cirkels.
Slotsom
Animal Rights en Fauna4Life stellen dat Zeeland ten onrechte is overgegaan tot het verlenen van een vergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het afschot van damherten in een drietal Natura 2000-gebieden binnen de provincie Zeeland, zijnde Manteling van Walcheren, Kop van Schouwen en de Haringvreter.
De noodzaak van het afschot ten behoeve van het belang van de bescherming van de wilde flora- en fauna en de instandhouding van natuurlijke habitats is onvoldoende aangetoond.
Tevens ligt aan de bestreden vergunning ten onrechte geen deugdelijke afweging van andere bevredigende oplossingen ten grondslag en is niet aangetoond dat het afschot daadwerkelijk bijdraagt aan de beoogde doelstelling.
Update – Zitting bij de rechtbank
Op 9 juni 2026 vindt de beroepszitting plaats bij de rechtbank in Middelburg. Het verweerschrift van de provincie dateert van november 2025 en verandert niets aan de beroepsgronden van Animal Rights en Fauna4Life. Zeeland heeft niet voldaan aan de verplichting om zorgvuldig te onderzoeken of andere bevredigende oplossingen bestaan alvorens een dodelijke ingreep te rechtvaardigen. De stichtingen hebben daarvoor onder andere aangevoerd dat het plaatsen van (tijdelijke) hekken op strategische plekken, het planten van prikkelstruiken (zoals duindoorn) om kwetsbare plantensoorten heen, het (tijdelijk) inzetten van geurstoffen (zoals tupoleum) en het verbinden van de versnipperde natuur via ecoducten en tunnels, andere bevredigende oplossingen zijn, die Zeeland zonder degelijke onderbouwing afwijst.
Verder volharden de stichtingen in hun grond van beroep dat stelt dat afschot geen bevredigende oplossing is. Jarenlang intensief afschot heeft de populatie damherten niet teruggedrongen tot het door het Zeeland gewenste niveau. Dat geldt voor alle gebieden. Zeeland kan moeilijk volhouden dat afschot dé oplossing is, als de eigen cijfers laten zien dat het niet werkt.
Verder blijven Animal rights en Animal Rights van mening dat het ‘afschot van damherten’ zoals nu vergund, niet aantoonbaar het belang van ‘de bescherming van de wilde flora en fauna en van de instandhouding van natuurlijke habitats’ dient. Het zal ongetwijfeld zichtbaar zijn dat er grote planteneters in het gebied aanwezig zijn; dat is echter inherent aan een compleet ecosysteem. Planten kennen allerlei verdedigingstactieken om ook bij begrazing stand te houden. Bovendien zal deze invloed ook zichtbaar zijn bij een lager aantal damherten. De vegetatie heeft vooral te lijden door overmatige neerslag van stikstof, dat volgt ook uit de natuurdoelanalyses van de betrokken gebieden en bijbehorende adviezen van de Ecologische Autoriteit. Geenszins is aangetoond dat damherten schade toebrengen aan dit habitattype waardoor afschot is genoodzaakt.
Dus, de noodzaak van het afschot is onvoldoende onderbouwd. Tevens ligt aan de bestreden ontheffing ten onrechte geen deugdelijke afweging van andere bevredigende oplossingen ten grondslag. Ook in het verweerschrift is dit niet hersteld. De stichtingen achten dat voldoende is aangetoond dat met de verleende omgevingsvergunning niet zeker is gesteld dat daarmee niet in strijd met de Habitatrichtlijn en Omgevingswet wordt gehandeld en het besluit derhalve geen stand kan houden. De stichtingen verzoeken de rechtbank derhalve haar gronden van beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen.
Beroep gegrond – Zeeland is onvoldoende zorgvuldig tot vergunningverlening overgegaan
Op 13 maart 2025 stelde het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland een ontwerp omgevingsvergunning populatiebeheer van damherten op. De provincie is voornemens damherten dood te schieten in de leefgebieden Manteling van Walcheren, Kop van Schouwen en Haringvreter. De vergunning loopt van 1 september 2025 tot en met 31 augustus 2031.
Fauna4Life en stichting Animal Rights dienden op 25 april 2025 een zienswijze in tegen dit plan dat het college negeerde. Ze besloot op 10 juni 2025 een omgevingsvergunning te verlenen aan de Faunabeheereenheid Zeeland voor populatiebeheer.
Op 22 juli 2025 gingen Animal Rights en Fauna4Life in beroep tegen dit besluit.
Op 9 juni 2026 vond de beroepszitting plaats bij de rechtbank in Middelburg.
In een (tussen)uitspraak van 14 juli 2026 komt de rechtbank tot het oordeel dat het college onvoldoende zorgvuldig tot vergunningverlening is overgegaan. Animal Rights en Fauna4Life krijgen dus gelijk en het beroep is dus gegrond.
“De omgevingsvergunning is gebaseerd op het FBP [Faunabeheerplan]. De rechtbank is van oordeel dat het college onvoldoende heeft getoetst of de aannames die in het FBP zijn opgenomen correct zijn. […] De aannames uit het FBP komen regelmatig niet overeen met wat uit de natuurdoelanalyses lijkt te volgen.”
“In het FBP wordt gesteld dat het terugdringen van de begrazingsdruk een maatregel is die al genomen kan worden vooruitlopend op het terugdringen van de stikstofdepositie, terwijl in de natuurdoelanalyses voor de Natura 2000-gebieden de Manteling van Walcheren en de Kop van Schouwen staat dat het terugdringen van de begrazingsdruk pas zin heeft al de stikstofdepositie is teruggebracht, omdat het anders zal leiden tot een snelle verruiging van het open duin en een afname van dynamiek. Bij verschillende habitattypen staat in de natuurdoelanalyses dat het onduidelijk is of begrazing een positief of negatief effect heeft.
Deze conclusies zijn niet terug te vinden in het FBP, waarbij het FBP alleen uitgaat van een negatief effect van begrazing. Het college had in de afweging moeten laten zien dat getoetst is aan deze recente(re) natuurdoelanalyses en op welke wijze deze zijn meegewogen bij het besluit het FBP goed te keuren. Door deze omissie kan het FBP niet zonder meer ten grondslag worden gelegd aan het verlenen van de omgevingsvergunning.”
“Het college zal voor alle drie de gebieden aannemelijk moeten maken dat de omgevingsvergunning verleend moet worden in het belang van de bescherming van wilde flora en fauna en de instandhouding van natuurlijke habitats en hoe de belangen hiervan opwegen tegen de belangen van de damherten.”
Animal Rights en Fauna4Life stellen ook dat de doelstanden niet realistisch en te laag zijn. Deze zijn volgens het college gebaseerd op voedselaanbod. Zowel in de Manteling van Walcheren als de Kop van Schouwen zijn echter al veel meer damherten geteld dan de doelstanden, zonder dat er aanwijzingen waren dat er te weinig voedsel aanwezig was.
“Deze beroepsgrond slaagt. Voor alle drie de gebieden is de doelstand op een andere wijze tot stand gekomen, zonder uitleg waarom dit verschillend is bepaald.
In de Manteling van Walcheren is uitgegaan van het voedselaanbod en de optimale dichtheid voor soortendiversiteit. Daarbij wordt uitgegaan van 80-90 dieren. Partijen zijn het erover eens dat het daadwerkelijke aantal damherten al vele jaren hoger is.
Op de Kop van Schouwen is zonder nadere onderbouwing gekozen voor de minimale populatiegrootte voor een gunstige staat van instandhouding. Dat is 325. Er is niet gekeken of dit hoger kan op basis van voedselaanbod.
Bij de Haringvreter is juist het toeristische belang van de damherten en de publieke opinie over afschot meegewogen en wordt een doelstand van 150 dieren aangehouden, ondanks dat de minimale grootte op 40-50 dieren is bepaald en op basis van het voedselaanbod van 83 dieren uitgegaan zou kunnen worden. Het college heeft niet uitgelegd waarom er ondanks de streefstand van 150 damherten een afschotvergunning is afgegeven waarbij het aantal damherten teruggebracht mag worden tot 83.”
De rechtbank stelt het college in de gelegenheid om de gebreken te herstellen, hetzij met een aanvullende motivering, hetzij met een nieuw besluit. Ze moet wetenschappelijk onderbouwen waarom het verlenen van de omgevingsvergunning noodzakelijk is en de doelstanden goed onderbouwen. Het college krijgt daar drie maanden de tijd voor. Animal Rights en Fauna4Life krijgen vervolgens 4 weken om daar weer op te reageren.
Het college moet uiterlijk binnen twee weken laten weten of ze gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen. Zo niet, dan zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
Op andere punten gaat de rechtbank nogal gemakzuchtig mee met de argumenten van de jagers en provincie, zoals dat er geen andere bevredigende oplossingen zouden zijn, dat afschot bijdraagt aan populatiebeheer, en de onjuiste of onzorgvuldige manier van tellen van de jagers.
Animal Rights en Fauna4Life wachten af wat het college besluit binnen de termijn van twee weken. De organisaties verwachten wel van de provincie, nu het beroep gegrond is verklaard en de rechtbank oordeelt dat “Zeeland onvoldoende zorgvuldig tot vergunningverlening is overgegaan”, dat ze het afschieten van damherten onmiddellijk stillegt.
Update
Het schijnt dat Zeeland gaat proberen de tekortkomingen in haar vergunning te herstellen. Animal Rights heeft dat nog niet officieel vernomen. Ondertussen gaf Zeeland op 7 juli een nieuwe vergunning af om damherten ook in de nacht in en in de omgeving van de Manteling van Walcheren te mogen afschieten. Animal Rights en Fauna4Life maakten ook hiertegen bezwaar op 18 augustus 2026. Deze vergunning is immers even onzorgvuldig tot stand gekomen als de eerdere. Toch weigert Zeeland om de massamoord op damherten op te schorten. Er zal dus om een voorlopige voorziening en ordemaatregel gevraagd moeten worden bij de rechtbank.
Bezwaar tegen het besluit voor nachtelijk afschot in het gebied Manteling van Walcheren is op 18 augustus ingediend. Het verzoek om een voorlopige voorziening om het volledige afschot te schorsen op 28 augustus.




















