Op 14 januari 2026 werd er op een kalkoenenmesterij in Oisterwijk, Noord-Brabant, vogelgriep vastgesteld. Onder leiding van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) werden de 24.000 aanwezige kalkoenen afgemaakt.
Het gaat om het bedrijf Melis / Turkeys Hill BV aan de Rosepdreef 9 te Oisterwijk. Het bedrijf heeft op 5 juni 2018 van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant een vergunning gekregen in het kader van de Wet natuurbescherming voor het houden van 17.345 kalkoenen.
Door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Oisterwijk werd op 19 juli 2022 een vergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) afgegeven. Bij deze vergunning zijn voorschriften opgenomen, onder andere over het maximaal aantal te houden dieren: 17.400 (Voorschrift 1.1.1).
Te veel dieren gehouden
Er werden ten tijde van de ‘ruiming’ dus ongeveer 38%, ofwel ~6.600 kalkoenen te veel gehouden. Dat is niet alleen een economisch delict, het heeft ook milieugevolgen. De aanzienlijk verhoogde veebezetting kan significante gevolgen hebben voor onder meer het direct naastgelegen Natura 2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’, welk gebied zeer stikstofgevoelig en reeds zwaar stikstofoverbelast is.
Het gaat hier om een toename van de ammoniakemissie van meer dan 2.000 kg/jaar (38% van de vergunde 6087,21 kg). Deze extra emissie is te kwalificeren als een niet-vergunde en dus illegale Natura 2000-activiteit. Daarmee is sprake van een overtreding (van artikel 5.1, lid 1, onder e) van de Omgevingswet.
Handhavingsverzoeken
Hoe vaak deze overtreding eerder heeft plaatsgevonden en of deze overtreding nog voortduurt is aan de provincie en gemeente om te onderzoeken. Via handhavingsverzoeken verzekert Animal Rights dat dit ook gebeurt.
Animal Rights vraagt zowel de provincie als de gemeente om handhavend op te treden tegen het bedrijf op een drietal wijzen:
a. Bestraffend ten aanzien van de geconstateerde overtreding van januari 2026 en eventuele eerdere overtredingen;
b. Bestraffend / herstellend ten aanzien van de mogelijk nog altijd voortdurende overtreding, zodat de illegale situatie wordt beëindigd;
c. Preventief t.a.v. de dreigende toekomstige overtreding, zodat de illegale situatie beëindigd blijft.
Intrekkingsverzoek
Op ongeveer 600 meter afstand van het kalkoenenbedrijf is het Natura 2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ gelegen. Het bedrijf veroorzaakt aanzienlijke stikstofbelasting op dit reeds te zwaar belaste Natura 2000-gebieden. Blijkens de natuurvergunning heeft het bedrijf namelijk een maximale stikstofdepositie van 11,36 mol/ha/jaar op voor verzuring gevoelige habitattypen binnen dit Natura 2000-gebied. Animal Rights acht het dan ook geboden dat de natuurvergunningen van dit bedrijf worden ingetrokken in het belang van de bescherming van het milieu en de natuur.
Volgens artikel 6, lid 2 van de Habitatrichtlijn dienen lidstaten passende maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert en er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen.
Artikel 8.103, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) luidt: “Het bevoegd gezag trekt een omgevingsvergunning voor een Natura 2000- activiteit in ieder geval in of wijzigt een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit in ieder geval, als dat nodig is ter uitvoering van artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn.”
De Ecologische Autoriteit concludeert over dit gebied dat niet uitgesloten is dat al verslechtering is opgetreden. Aannemelijk is dat de bestaande maatregelen een positieve bijdrage leveren, maar niet voldoende zullen zijn voor het voorkomen van verdere verslechtering in de toekomst. Het is wettelijk niet toegestaan om te wachten met het treffen van maatregelen als blijkt dat verslechtering heeft opgetreden of als verslechtering dreigt op te treden.
Stikstofdepositie wordt ook als groot knelpunt genoemd in de natuurdoelanalyse van dit gebied: “De stikstofdepositie is jarenlang te hoog geweest voor de aanwezige natuur en zal dat deels voorlopig nog blijven. De effecten zijn cumulatief: de stikstofdepositie uit het verleden zal nog jarenlang doorwerken op de bodem en vegetatie. De effecten zijn in het gebied te zien door onder andere de sterfte van eiken, grootschalige vergrassing op de heide en de aanwezigheid van stikstof minnende vegetaties in en langs de vennen. De lage diversiteit van de flora heeft ook negatieve effecten op de fauna. Totdat de stikstofdepositie verlaagd wordt, blijven de negatieve effecten bestaan of toenemen, en zal de natuur nog verder verslechteren.”
Het gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen bevat daarbij ook veel habitats die op de zogenoemde ‘Urgente Lijst’ zijn opgenomen waar over de rechter in de zaak van Greenpeace tegen de Nederlandse Staat (ECLI:NL:RBDHA:2025:578) oordeelde: “De rechtbank concludeert dan ook dat – in ieder geval ten aanzien van de habitats op de Urgente Lijst – stikstofreductie een noodzakelijke voorwaarde is voor het tegengaan van verdere verslechtering en voor het herstellen van de reeds opgetreden verslechtering sinds de referentiedata.”
“Het nalaten aan een noodzakelijke voorwaarde voor herstel te voldoen is in strijd met het verslechteringsverbod.”
Voor habitattypen en leefgebieden op de urgente lijst die er het slechts aan toe zijn en/of moeilijk herstellen “is het van belang dat op zeer korte termijn maatregelen genomen worden om de stikstofdepositie te reduceren tot onder het niveau van de KDW” zo blijkt uit het rapport ‘Herstelbaarheid van door stikstofdepositie aangetaste Natura 2000-habitattypen’ van onderzoeksbureau B-Ware uit februari 2024. Voor Kampina & Oisterwijkse vennen gaat het om 8 habitattypen en 1 leefgebied die tot deze zwaarste (rode) categorie horen, Voor deze habitats kan niet (nog) langer gewacht worden met het nemen van passende maatregelen.
Noord-Brabant moet de (totale) stikstofbelasting, zo ver als in redelijkheid haalbaar is, terugdringen. Het is de verantwoordelijkheid van Noord-Brabant als bevoegd gezag om alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat de huidige veel te hoge stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden, zoals Kampina & Oisterwijkse Vennen afneemt tot onder de KDW ((ECLI:NL:RVS:2021:71).
Omdat het provinciale beleid wat betreft stikstofreductie nog steeds te kort schiet (ECLI:NL:RBOBR:2025:2330 waar specifiek wordt ingegaan op Kampina & Oisterwijkse Vennen), ziet Animal Rights zich genoodzaakt dit intrekkingsverzoek in te dienen.
Naar de mening van Animal Rights is er geen zicht op andere oplossingen voor de met stikstof overbelaste habitats op onder meer, maar niet uitsluitend, Kampina & Oisterwijkse Vennen waarop het bedrijf deposities veroorzaakt. Dit terwijl er wel sprake is van een verslechteringsverbod op grond van artikel 6 lid 2 van de Habitatrichtlijn. Er dienen maatregelen te worden genomen die leiden tot een relevante verbetering van de natuurconditie in het betreffende Natura 2000-gebied. Een passende en noodzakelijke maatregel is het intrekken van de natuurvergunning van het bedrijf.


















