In een [recent opiniestuk op website ‘Boerderij](https://www.boerderij.nl/Home/Blogs/2019/3/Media-optreden-belangenbehartigers-vaak-kansloos-398909E/)’ concludeert de schrijver dat de belangenbehartigers uit de veehouderij het bij media-optredens vaak afleggen tegen “goed gebekte politici en activisten.”
Hij haalt onder andere het optreden aan van eendenhouder Maarsingh bij
[Kassa](https://www.animalrights.nl/kassa-onthult-nieuwe-animal-rights-beelden-van-het-lijden-van-eenden-nederlandse-schuren). De LTO voorman gaf in de uitzending een reactie op beelden van Animal
Rights gemaakt in eendenschuren in Flevoland.
Het opiniestuk noemt het een verloren strijd: “De beelden waren
confronterend. Hij probeerde manmoedig de retorische vragen van de
presentatrice genuanceerd te beantwoorden en de sector te verdedigen. Het
lukte hem niet. Het was vechten tegen de bierkaai.”
De schrijver haalt een belangrijk punt aan: “Het is jammer dat hij de getoonde
behandeling van de dieren niet afkeurde. Daardoor stond hij bij de gemiddelde
kijker gelijk op achterstand. Zijn argumenten deden er niet meer toe. In de
ogen van de kijker werden de problemen ontkend en zijn argumenten waren
voor dovemansoren.”
Het is bijna standaard dat de veeboeren, hun overkoepelende organisaties en
de politici van de christelijke partijen en de VVD weigeren in te gaan op de
inhoud van de beelden van Animal Rights. Net als Maarsingh in de Kassa
uitzending even probeerde, focussen ze zich liever op de wijze waarop de
beelden verkregen zijn of de doelstelling van Animal Rights om de uitbuiting
van dieren helemaal te beëindigen.
Het schieten op de boodschapper en daarbij de boodschap negeren is
inderdaad een van de redenen voor het ongeloofwaardig en onoprecht
overkomen van veehouderijvertegenwoordigers in de media.
[vimeo:https://vimeo.com/314979595]
Een belangrijker reden voor hun falen is echter dat het de veeindustrie aan
argumenten ontbreekt. Voor ieder objectieve kijker of lezer is het volstrekt
duidelijk dat dieren in de intensieve veehouderij geen natuurlijk gedrag kunnen
vertonen, worden aangepast aan de dierhouderij in plaats van andersom, dat
iedere afweging die wordt gemaakt door veeboeren in de eerste plaats een
economische is, en dat dit alles een dieronwaardig bestaan oplevert voor de
slachtoffers van uitbuiting voor vlees, zuivel en eieren.
Eerder al gaf ‘Boerderij’ Maarsingh de mogelijkheid om zijn argumenten bij
Kassa te verduidelijken: ”… [onze loopeend is geen zwemeend](https://www.boerderij.nl/Pluimveehouderij/Blogs/2019/2/Onze-loopeend-is-geen-badeend-394860E/) die de
consument met zijn kinderen voert in de vijver in een park. Zeker als kuiken is
water geen basisvoorwaarde, omdat in de natuur het dons gepoetst en vet
gehouden wordt door de ouderdieren. Met strobaden voelt onze eend zich
helemaal ‘happy’ en wordt zo voorzien in zijn natuurlijke behoefte.”
Dit zijn pertinente leugens. Natuurlijk houdt ook de pekingeend van zwemmen.
Dat weten we ook uit de praktijk via de eenden die Animal Rights in het
verleden uit deze industrie gered heeft.
De moeder houdt het kuikendons vet juist als bescherming tegen het
binnendringen van water tijdens het zwemmen. Dat deze eendenkuikens hun
ouders nooit ontmoeten komt precies door dit eendenfoksysteem.
Verder scharrelen eenden niet als kippen en ‘baden’ niet in stro. Het stro wordt
integendeel samen met de uitwerpselen platgetrapt tot een zompige
ondergrond, een van de oorzaken van de vele gezondheidsproblemen bij
eenden in de houderij.
Ook in ‘Nieuwe Oogst’ hangt Maarsingh het verhaal op dat[ zwemwater eigenlijkheel ongezond is ](https://www.nieuweoogst.nu/nieuws/2019/02/21/maarsingh-eendenhouderij-vormt-stabiele-markt)voor eenden: “Bij open water krijg je meer kans op ziekte
door slechte hygiëne, natter strooisel, meer mest en slechtere
voetzoolkwaliteit.”
Het klopt dat zwemwater zorgt voor gezondheidsproblemen in dit
houderijsysteem. Maar niet het zwemwater is ongezond voor de eenden, maar
het eendenhouderijsysteem.
Als alternatief komt Maarsingh opnieuw op de proppen met het Pekino-
drinkwatersysteem dat het live-publiek bij Kassa al schokte: “Daarbij kunnen
eenden hun hele kop in speciaal gevormde waterbakjes steken, waar ze zowel
uit kunnen drinken als hun verenkleed mee kunnen poetsen.”
Een bakje om hun snavel in te dompelen als alternatief voor het kunnen
zwemmen? Daarom dus falen veehouderijvertegenwoordigers in de media als
ze hun dagelijkse praktijken moeten verdedigen. Het is geen gebrek aan
mediatraining maar een gebrek aan argumenten. De veesectoren zijn het
contact volledig verloren met wat in de rest van de maatschappij nog als
fatsoenlijk en aanvaardbaar wordt geaccepteerd.
Een ander probleem voor de veehouderij is verder dat dieren in Nederland
worden misbruikt voor een exportindustrie. Maarsingh in ‘Nieuwe Oogst’: “Een
groot deel van onze pekingeenden gaat naar het buitenland. Daar wordt meer
eend gegeten en betalen ze voor kwaliteit.”
In ‘Boerderij’ concludeert Maarsingh naar aanleiding van het door AviConsult
samen met Wageningen Livestock Research opgestelde rapport ‘Inventarisatie
alternatieve watervoorziening in Nederlandse eendenstallen’: “Samengevat
wordt aangetoond dat uitloop niet is toegestaan en open water ín de stal leidt
tot vernatting, meer mest , ziekterisico’s met daardoor meer medicijngebruik
en een verminderd dierenwelzijn. Die kant moeten we niet op willen.”
Animal Rights concludeert hieruit dat de behoeften en belangen van eenden
niet samengaan met het houderijsysteem en dat het fokken en houden van
eenden dus moet worden verboden.
Erwin Vermeulen
Campagneleider Animal Rights
Een belangrijker reden voor hun falen is echter dat het de veeindustrie aan argumenten ontbreekt.
Niet het zwemwater is ongezond voor de eenden, maar het eendenhouderijsysteem.


















