De vee-industrie maakt mensen ziek!

mei 1, 2020 | Slacht

Nederland en België zijn landen waar mens en ‘landbouw(huis)dier’ dicht op elkaar leven. In Nederland wonen bijvoorbeeld 1,7 miljoen mensen op minder dan 2 km afstand van een geitenhouderij. Er wordt discussie gevoerd over de intensieve veehouderij. De leefbaarheid op het platteland en de volksgezondheid zijn veelal opgeofferd aan het economisch belang van de veehouderij. Lange tijd kon de veehouderij haar gang gaan omdat burgers in het buiten gebied een zekere overlast in hun omgeving voor lief namen. Maar die tijd is voorbij, vooral omdat veel familiebedrijfjes plaats maakten voor megabedrijven met weinig draagvlak onder de bevolking. Technologische oplossingen voor de plaag van de intensieve veehouderij volstaan niet.

Het is bekend dat luchtverontreiniging in het algemeen kan leiden tot een verhoogd risico op ziekte en sterfte. Het Schone Lucht Akkoord (SLA) zou voor alle inwoners van Nederland de luchtkwaliteit moeten verbeteren zodat de gezondheidsschade door luchtverontreiniging minder wordt. Binnen het SLA wordt ingezet op de belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging voor de impact op gezondheid zoals verkeer, landbouw, houtstook en industrie.

Naar aanleiding van de uitbraak van Q-koorts, vogelgriepepidemieën en de coronacrisis is er een breed besef ontstaan dat de vee-industrie tot gezondheidsrisico’s leidt. GGD’en en huisartsen zochten de publiciteit omdat zij en/of hun patiënten een relatie zagen tussen het wonen bij een veehouderij en bepaalde aandoeningen, met name van de luchtwegen. Omdat hier slechts beperkt onderzoek naar was gedaan, zijn er in Nederland een aantal grote onderzoeken in elkaars verlengde uitgevoerd naar de mogelijke gezondheidseffecten bij omwonenden van veehouderijen.

Intensieve veehouderij en gezondheid

In het onderzoek ‘Intensieve Veehouderij en Gezondheid’ (Heederik en IJzermans, 2011) 1 werden door analyse van huisartsengegevens en omgevingsmetingen duidelijke aanwijzingen gevonden dat er inderdaad mogelijk gezondheidseffecten kunnen optreden bij mensen die in gebieden met veel veehouderijen wonen.

Veehouderij en gezondheid omwonenden

Dit was de directe aanleiding voor het vervolgonderzoek dat resulteerde in het RIVM-rapport ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden’ 2 uit 2016 dat werd uitgevoerd in het oostelijk deel van Noord-Brabant en in Noord-Limburg.

COPD-patiënten, lijders aan een chronische ziekte van de longen, die dichtbij of in de buurt van een of meer veehouderijen wonen, hebben een verhoogd risico op complicaties van hun ziekte. Ook gebruiken deze mensen vaker luchtweg-medicatie. Een verlaging van de longfunctie wordt gevonden bij mensen die veel veehouderijen in hun directe omgeving hebben en bij een verhoogde concentratie ammoniak in de lucht, afkomstig van de veehouderij.

In de huisartsengegevens is een relatie te zien tussen het wonen in de buurt van een pluimveehouderij en longontsteking voor de jaren 2009-2013. Op basis van de huisartsengegevens van 2010-2013 en woonafstand tot het dichtstbijzijnde geitenbedrijf wordt geen relatie gevonden tussen het wonen in de buurt van geitenbedrijven en longontsteking, maar onder de ongeveer 2.500 deelnemers van het medisch onderzoek binnen VGO wordt wel een verband gevonden tussen longontstekingen en het wonen in de buurt van geitenbedrijven, maar het betreft een zeer beperkt aantal gevallen. Het voorkomen van antilichaamresponsen tegen Coxiella burnetii, de veroorzaker van Q-koorts, was sterk geassocieerd met geitenhouderijen.

Veehouderij en gezondheid omwonenden (aanvullende studies)

In 2017 volgde de aanvullende studies ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies), Analyse van gezondheidseffecten, risicofactoren en uitstoot van bio-aerosolen’. 3 Hierin stelt men:

“Ook rondom geitenhouderijen hebben mensen een grotere kans op longontsteking. Eerder zijn hiervoor al aanwijzingen gevonden, die nu nader onderbouwd zijn over een langere periode. De onderzoekers zien deze toename over alle jaren van 2007 tot en met 2013, dus ook na de Q-koortsepidemie, die van 2007 tot en met 2010 plaatsvond. Het aantal extra gevallen van longontsteking in het onderzoeksgebied dat kan worden toegeschreven aan de aanwezigheid van geitenbedrijven is gemiddeld over de jaren 2009-2013 ongeveer 89 patiënten per 100.000 mensen per jaar. Dat komt neer op ongeveer 5,4% extra patiënten.”

Hoe dit verband nu precies wordt veroorzaakt blijft onduidelijk:

“Het blijft onduidelijk of de extra longontstekingen rondom geitenbedrijven worden veroorzaakt door specifieke ziekteverwekkers die van dieren afkomstig zijn (zoönoseverwekkers), micro-organismen uit de mest, of dat mensen gevoeliger voor longontsteking worden door de blootstelling aan stoffen die geitenhouderijen uitstoten, zoals fijnstof en endotoxinen.”

Het is dus ook niet mogelijk om te zeggen wat er aan gedaan kan worden.

Het onderzoek bevestigt ook de eerdere conclusie dat mensen met COPD, die in de buurt van veehouderijen wonen, vaker en ernstiger klachten hebben dan mensen die op grotere afstand van veehouderijen wonen.

Uit luchtmetingen in de woonomgeving blijkt dat de concentratie endotoxinen in de lucht toeneemt naarmate de afstand tot een veehouderij kleiner wordt of het aantal veehouderijen in een gebied (de dichtheid) groter wordt. Endotoxinen zijn kleine onderdelen van micro-organismen die luchtwegirritatie en ontstekingsreacties kunnen veroorzaken.

Kippen op elkaar gepropt in een donkere stal

Veehouderij en gezondheid omwonenden III

In september 2018 volgde het rapport ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III, Longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartspraktijken 2014-2016’. 4

“De resultaten van de programma’s IVG (Intensieve Veehouderij & Gezondheid, 2011) en VGO (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden, 2016 en 2017) wijzen op consistente associaties tussen het wonen in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen en een verhoogd risico op longontsteking.” “Het risico op longontsteking bleek verhoogd in een straal van 1 kilometer rondom pluimveehouderijen en twee kilometer rondom geitenbedrijven. Afhankelijk van het onderzoeksjaar ging het daarbij om 150-200 vermijdbare gevallen van longontsteking per 100.000 mensen.“

Het rapport zegt over mogelijke oorzaken:

“De associatie tussen het voorkomen van longontsteking en het wonen in de nabijheid van pluimveehouderijen kan mogelijk worden verklaard door de uitstoot van fijnstof en endotoxinen door deze bedrijven, mogelijk in combinatie met de al aanwezige achtergrondblootstelling. De oorzaak van de associatie tussen longontsteking en wonen in de nabijheid van geitenhouderijen is vooralsnog onbekend en een rol voor fijnstof en endotoxinen lijkt minder waarschijnlijk.”

Doel van de actualisering in dit rapport is om na te gaan of de associatie tussen het wonen in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen en het voorkomen van longontsteking nog steeds kan worden aangetoond voor de jaren 2014 t/m 2016:

“In de jaren 2014-2016 zien we dezelfde verhoging van het aantal longontstekingen bij omwonenden van geitenhouderijen als in de jaren ervoor. […] Het aantal gevallen van longontsteking is in het studiegebied jaarlijks gemiddeld circa 50% hoger. Er zijn duidelijke associaties gevonden tussen de afstand van een geitenbedrijf tot het woonadres. Deze associatie is in alle toegepaste analysemethoden aangetoond en daarmee is deze gevonden associatie robuust en niet sterk afhankelijk van de gedane aannames in de verschillende analysemethoden. […] Onder bewoners bij wie binnen twee kilometer rondom de woning één geitenhouderij ligt, treden 32%, 24% en 25% (resp. 2014, 2015, 2016) meer gevallen van longontsteking op vergeleken met bewoners zonder geitenhouderij binnen twee kilometer van de woning.”

De resultaten van de associatie tussen longontsteking en geitenhouderijen worden nauwelijks beïnvloed door de aanwezigheid van andere typen veehouderij in de omgeving en de associatie met longontsteking wordt in nagenoeg even grote mate gevonden voor beide grootste risicogroepen: ouderen en kinderen.

Uit een vergelijking met controlegebieden in delen van het platteland in Nederland met minder veehouderij bleek wederom dat in het studiegebied in Noord-Brabant en Limburg 50 à 60% vaker longontsteking wordt gediagnosticeerd. Het rapport concludeert:

“Het herhaalde resultaat maakt de associatie tussen longontsteking en de nabijheid van geitenhouderijen consistent en vraagt daarom om nader onderzoek dat dieper ingaat op de mogelijke causaliteit. Alles beschouwend is er op dit moment geen duidelijke causaliteit te vinden voor de gevonden associatie tussen longontsteking en geitenhouderijen in de omgeving. Een relatie met de Q-koorts epidemie van 2007-2009 is zeer onwaarschijnlijk. Meer zicht op de causaliteit is van belang voor de volksgezondheid in het gebied. Het gaat immers om circa 130 vermijdbare gevallen van longontsteking per 100.000 omwonenden per jaar.”

Longontsteking in de nabijheid van geitenhouderijen in Gelderland, Overijssel en Utrecht

Het plan was vervolgens om in verder onderzoek zo spoedig mogelijk de jaren 2017 en 2018 in de analyses te betrekken en er is een tweede project opgestart: VGO III (associatie pneumonie met geiten- en pluimveehouderijen in de nabijheid van de woning in de provincies Overijssel, Gelderland en Utrecht). In dit project zullen meer onderscheidende gegevens van pluimvee- en geitenhouderijen worden verzameld, zodat verdere differentiatie, bijvoorbeeld naar bedrijfsgrootte, aangebracht kan worden. De resultaten werden medio 2019 verwacht, maar het duurde tot april 2020 voordat het rapport ‘Longontsteking in de nabijheid van geitenhouderijen in Gelderland, Overijssel en Utrecht’ 5 naar de Tweede Kamer werd gestuurd.

Het rapport behelst onder andere een herhaling van het onderzoek gebaseerd op een epidemiologische analyse van huisartsengegevens in een ander gebied. Daarbij is gekozen voor een gebied dat delen van de provincies Gelderland, Overijssel en de oostkant van Utrecht omvat. Dit gebied heeft een hoge veehouderijdichtheid, maar een lagere achtergrondconcentratie fijnstof dan het VGO onderzoeksgebied in delen van Noord-Brabant en Limburg. Ook in dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat er in plattelandsgemeenten met veel intensieve veehouderij meer longontstekingen voorkomen. Dit heeft waarschijnlijk meerdere oorzaken, waarvan de nabijheid van veehouderijen er mogelijk één is.

Er kan uit dit onderzoek geconcludeerd worden dat de associatie tussen het wonen in nabijheid van een geitenhouderij en een verhoogd risico op longontsteking in Gelderland, Overijssel en Utrecht niet afwijkt van de eerder gevonden associatie in delen van Noord-Brabant en Limburg. Het is daarom redelijk te veronderstellen dat deze associaties zijn te vertalen naar andere gebieden in Nederland waar zich geitenhouderijen bevinden.

De eerder in delen van Noord-Brabant en Limburg gevonden associatie tussen het wonen in nabijheid van een pluimveehouderij en een verhoogd risico op longontsteking (2009 tot en met 2014) wordt niet gezien in het nieuwe onderzoeksgebied. De achtergrondconcentratie fijnstof in dit gebied is lager dan het VGO onderzoeksgebied in delen van Noord-Brabant en Limburg. Dit zou kunnen verklaren dat de associatie tussen pluimveehouderijen en longontsteking niet wordt gezien in het nieuwe onderzoeksgebied. Hoewel in VGO de aandacht op longontsteking is gericht, veroorzaakt fijnstof een breder spectrum gezondheidsrisico’s. Het recente advies van de Gezondheidsraad benadrukt dat ook en adviseert daarom reductie van fijnstof ter verbetering van de luchtkwaliteit.

Schouten in de Kamerbrief van september: “Ik verwacht op korte termijn het geconcretiseerde plan van de pluimveesector om de emissie van fijnstof te reduceren. Hierover zijn de Staatssecretaris van I&W en ik dan ook in overleg met de sector. Medio 2021 moet duidelijk zijn of het plan uitvoerbaar is en voldoende effect heeft op de reductie van fijnstof. Vanwege de uitgestelde datum van het inwerking treden van de Omgevingswet, kan nieuwe wetgeving voor fijnstofreductie in de pluimveesector op zijn vroegst per 1 januari 2022 ingaan. Mocht de komende periode blijken dat het plan van de sector niet uitvoerbaar is of onvoldoende effect heeft, dan zal generieke reductie wettelijk worden vastgelegd. De Staatssecretaris van I&W bereidt deze momenteel voor.”

In een van de analysemethoden wordt een associatie gevonden tussen wonen in de nabijheid van een schapenhouderij en een verhoogd risico op het oplopen van een longontsteking die eerder in delen van Noord-Brabant en Limburg niet consistent over de onderzochte jaren werd gezien. In de andere gehanteerde analysemethoden binnen dit onderzoek wordt deze associatie echter niet gevonden. De onderzoekers weten nog niet hoe ze deze resultaten moeten interpreteren en zullen hier in het verdere onderzoek aanvullend aandacht aan besteden.

Pas op 22 september komt minister Schouten met antwoorden op de vragen van verschillende fracties op dit rapport. 6 Ze geeft aan dat er nog drie vervolg onderzoeken gepland zijn:

  1. Microbiologisch onderzoek bij patiënten met longontsteking
    Bij enkele honderden patiënten die de huisarts consulteren wegens een longontsteking wordt nagegaan door welke ziekteverwekker de longontsteking is veroorzaakt. De huisartsen zijn geselecteerd op basis van afstand van geitenhouderijen. Ook wordt in een controlegroep met dezelfde methoden onderzoek gedaan.
  2. Onderzoek bij geitenhouders
    Bij circa 100 geitenhouders en hun medewerkers wordt onderzocht of zij worden blootgesteld aan bepaalde ziekteverwekkers die mogelijk longontsteking veroorzaken.
  3. Onderzoek op geitenbedrijven
    Op geitenbedrijven wordt onderzocht of ziekteverwekkers aanwezig zijn, die gerelateerd kunnen zijn aan de longontstekingen bij omwonenden. Niet alleen dieren, maar ook de mest, stof en de lucht worden onderzocht. Tevens worden de verschillende manieren van werken op geitenhouderijen in kaart gebracht, met name hoe een bedrijf omgaat met mest en of dit leidt tot meer emissie van fijnstof en mogelijke ziekteverwekkers.

Zodra een deelonderzoek is afgerond zal dit naar uw Kamer worden verstuurd. Vanwege de corona-crisis lopen de vervolgonderzoeken enkele maanden vertraging op. Naar verwachting wordt het totale VGO III onderzoek in plaats van eind 2021, nu medio 2022 afgerond.

Ze weigert een nationale ‘geitenstop’ af te kondigen, maar “wel heeft het kabinet begrip voor de maatregelen die provincies hebben ingesteld.” De provincies Zeeland, Groningen, Friesland en Drenthe hebben nog geen moratorium ingesteld om uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen (tijdelijk) tegen te gaan. Zelfs in provincies met een provinciale geitenstop nam het aantal geiten in 2019 verder toe. De geitenpopulatie is sinds 2000 in omvang verdrievoudigd. Zelfs een hevige gezondheidscrisis als de Q-koortsepidemie en het afkondigen van moratoria hebben aan deze intensieve groei geen halt weten toe te roepen. Schouten: “Wanneer er inzicht is in de uitkomst van de deelonderzoeken van het VGO-III programma, zal bepaald worden welke nadere maatregelen worden getroffen.”

Ze zegt verder dat al die jaren van onderzoek niets tastbaars hebben opgeleverd: “Omdat de oorzaak van de verhoogde kans op het oplopen van een longontsteking niet bekend is, zijn er geen aanknopingspunten voor beleid waarmee deze kans verlaagd kan worden.” Onzin natuurlijk. Minder vee en veehouderijen zou wel degelijk invloed moeten hebben.

De PvdD: “Gebrek aan sluitend wetenschappelijk bewijs wordt aangegrepen om onder het mom van meer onderzoek tijd te rekken; maatregelen uit voorzorg blijven uit om de belangen van de sector te beschermen en locaties van geitenhouderijen worden niet vrijgegeven waardoor omwonenden niet weten welk risico zij lopen. De commissie Van Dijk concludeerde tien jaar geleden al dat een combinatie van dergelijke argumenten tijdens de Q-koorts epidemie tot een gebrek aan daadkracht van de overheid leidde waardoor de volksgezondheid het onderspit moest delven.”

Varkens in kooien in een stal

Hoog aantal slachtoffers Corona in Brabant en Limburg

Ignas van Bebber, oncologisch chirurg van het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch, noemt de intensieve veehouderij ten oosten van de provinciehoofdstad de hoofdschuldige van het grote aantal coronadoden. Van Bebber houdt zich sinds vier jaar intensief bezig met de gevolgen van hoge concentraties fijnstof voor de volksgezondheid. Een belangrijke oorzaak van de fijnstof is de ammoniak uit de intensieve veeteelt. En Oostelijk Brabant is het epicentrum van de Nederlandse varkens-, geiten- en pluimveehouderij.

“Diverse onderzoeken bevestigen de heftige invloed van mest op onze gezondheid. Omwonenden krijgen een continue aanslag op hun longweefsel te verduren. Komt er iets overheen, zoals nu het coronavirus, dan heeft dat grotere gevolgen. Daarom zijn er binnen Noord-Brabant zulke verschillen. In Tilburg en Breda hebben de mensen net zo hard carnaval gevierd. Toch zijn daar relatief minder mensen overleden, want de lucht is er minder vervuild.” 7

Ook voormalig hoofd infectiebestrijdingen Jos van de Sande van de GGD Hart van Brabant vindt het erg toevallig dat nu hetzelfde gebied getroffen wordt waar eerder veel varkenspest en Q-koorts heerste.

“Mensen in het oosten van Brabant worden ook nu weer ernstiger ziek dan elders, net als bij de Q-koorts het geval was. Het is té toevallig, alles bij elkaar. Op de een of andere manier lijken de luchtwegen van mensen in deze gebieden meer aangetast.” 8

Ook in Noord-Limburg – met de gemeente Peel en Maas als uitschieter – zijn er volgens de GGD meer besmettingen en ziekenhuisopnames dan in de rest van Nederland. Dat er een indirecte relatie is tussen slechte luchtkwaliteit en sterfte door het coronavirus, stelde Christian Hoebe, hoofd infectieziekten bij de GGD Zuid vorige week ook al in De Limburger. 9

Onno van Schayck, hoogleraar preventieve geneeskunde aan de Universiteit Maastricht, denkt dat er een verband kan zijn tussen de veestapel en het aantal coronagevallen in die regio’s. Het gaat om de concentraties fijnstof, stikstof en ammoniak die juist in gebieden met veel besmettingen het hoogst zijn. In die gebieden loopt ook het meeste vee rond. In heel Brabant en Limburg leven bijna acht miljoen varkens, ongeveer twee derde van het Nederlandse totaal. De provincies herbergen samen ook 40% van de kippen- en geitenpopulatie.

“Als je ziet dat luchtvervuiling en veel besmettingen wereldwijd in meer gebieden samengaan, wordt zo’n verband wel waarschijnlijker. Er is in elk geval alle reden om dit te onderzoeken.” 10

De epidemiologische onderzoeken uit het VGO-III programma zijn uitgevoerd vóór de uitbraak van het coronavirus en staan dus los van de COVID-19 uitbraak. Wel heeft Schouten, zoals in de brief “COVID-19 en mogelijke relatie met dieren” van 22 april jongstleden (Kamerstuk 28 286, nr. 1088) aangegeven, het RIVM gevraagd een verkenning uit te voeren naar de onderzoeksmogelijkheden aangaande de relatie luchtkwaliteit, veehouderijen en COVID-19. De minister van VWS heeft tijdens het debat van 7 mei 2020 over COVID-19 aan de Kamer toegezegd dat er onderzoek gedaan zal worden naar de relatie tussen het hebben gehad van Q-koorts en extra vatbaarheid voor en hogere risico’s bij het krijgen van COVID-19.

Overgewicht en hart- en vaatziekten

Naast ouderdom zijn de risicofactoren bij corona vooral ook overgewicht en hart- en vaatziekten. 11 12 En laten die twee nu ook samenhangen met ‘onze’ vraatzucht naar dierlijke producten.

Ondanks de wisselende resultaten maken deze opeenvolgende rapporten en de vragen rondom corona overduidelijk dat de vee-industrie, naast dodelijk voor de opgesloten, misbruikte dieren, slecht is voor de volksgezondheid. ‘Jouw’ keuze om melk, eieren of vlees te eten, is schadelijk voor de geslachtofferde dieren en voor de bevolking.

De vee-industrie is een overbodige activiteit. Niemand heeft de ‘producten’ die deze bedrijfstak levert nodig. Hoe lang blijft onze overheid de belangen van de dieren, de natuur, het klimaat en de volksgezondheid nog opofferen aan de economische belangen van een relatief kleine groep veehouders, veetransporteurs, slachthuizen en veevoederfabrikanten?

Update 2021

Eind maart 2021 laat demissionair minister Schouten weten dat de realistische inschatting is dat het totale VGO-III-onderzoek pas eind 2024 afgerond is. 13 De voortdurende COVID-19-crisis heeft meer invloed op de planning van de vervolgonderzoeken dan werd verwacht. De vervolgonderzoeken binnen VGO-III moeten inzicht geven in de oorzaak van het verhoogde risico op het oplopen van een longontsteking voor mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, om uiteindelijk risicoreducerende maatregelen te kunnen nemen. De overheid heeft altijd geweigerd om het voorzorgsprincipe toe te passen en een moratorium in te stellen om uitbreidingen en/of nieuwvesting van geitenhouderijen tegen te gaan, laat staan de geitenhouderij te verbieden. Animal Rights pleit voor dat laatste. Enkele provincies hebben op eigen initiatief wel een stop ingevoerd.

Deze voortgangsbrief over het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden zegt in principe dat de overheid tot 2025 geen maatregelen zal nemen. Dit is crimineel!

Update 2025 – VGO III

Op 4 februari 2025 komt de RIVM dan eindelijk naar buiten met de resultaten van VGO-III. 14 15 16 Hier wordt opnieuw bevestigd wat we al sinds 2011 (‘Intensieve Veehouderij en Gezondheid’ (Heederik en IJzermans, 2011)) weten: ”Longontstekingen komen vaker voor bij mensen die in een gebied met veel veehouderijen wonen.”
Sinds 2016 (Veehouderij en gezondheid omwonenden (Maassen et al., 2016)) weten we ook dat één specifieke veehouderij extra gevaarlijk is: ”Het extra risico op een longontsteking is groter als mensen binnen 2000 meter van een geitenhouderij wonen.”

Er wordt nu ook een mogelijke oorzaak genoemd: ”Er werden in de stallucht van geitenhouderijen meer dan dertig verschillende bacteriën gevonden die bij mensen longontsteking kunnen veroorzaken. Van deze bacteriën kwamen 23 ook voor bij patiënten, omwonenden, geitenhouders en/of in de buitenlucht rondom geitenhouderijen.”
Maar hard bewijs is er niet: ”Het is moeilijk te bewijzen dat de bacteriën uit de geitenstallen de directe oorzaak zijn van de longontstekingen bij mensen rondom geitenhouderijen.”

Maar de oorzaak is eigenlijk niet zo van belang. Al bijna 10 jaar weten we dat geitenhouderijen voor omwonenden ziekmakend zijn en de opeenvolgende ministers van landbouw en volksgezondheid en de regeringen waartoe zij behoorden deden niets. De onwil en nalatigheid in het nemen van maatregelen komt voort uit de instinctieve drang van rechtse regeringen om de belangen van de vee-industrie boven die van de volksgezondheid te stellen.

”De onderzoekers hebben op verzoek berekend dat dit betekent dat onder de ca. 1,5 miljoen mensen die wonen binnen een straal van 2 km van geitenhouderijen naar schatting 1200-6600 extra longontstekingen per jaar voorkomen. Geschat wordt, op basis van voor Nederland bekende cijfers over longontstekingen, dat dit resulteert in ongeveer 100-600 extra ziekenhuisopnamen en 20-100 extra sterfgevallen per jaar.”
Dit staat in de aanbiedingsbrief bij onderzoeksrapport aan de Tweede Kamer. 17

De eerste berichten wijzen er op dat dat de discussie over het onderzoek hoog is opgelopen tussen minister Agema van Volksgezondheid en Wiersma van Landbouw. Agema (PVV) zou wel degelijk maatregelen willen treffen om omwonenden te beschermen, maar Wiersma (BBB) wil daar niet aan, aldus de NOS. 18

De regering stuurt opnieuw aan op meer vertraging: ”Voor het nemen van een besluit over een vervolgaanpak is verdere duiding nodig van het gezondheidseffect. Daarom vragen we de Gezondheidsraad (GR) om advies hierover. Tegelijk met het verzenden van deze brief wordt de adviesvraag aan de Gezondheidsraad voorgelegd.
[…]
Op basis van de resultaten van VGO-III en het advies van de Gezondheidsraad gaan wij ons beraden op verdere stappen.
[…]
Het Gezondheidsraadadvies verwachten wij eind van dit jaar. Op basis daarvan zullen wij uw Kamer informeren over het vervolg.”
 19

De vraag is waar ‘zorgvuldigheid’ ophoudt en ‘dood door schuld’ begint?
Er is een uiterst eenvoudige oplossing voor dit probleem: beëindig de ziekmakende geitenindustrie in Nederland! Voor de producten die voortkomen uit de uitbuiting van geiten bestaat geen enkele noodzaak. Het is een niche-product dat geen enkele consument nodig heeft.
Animal Rights roept de regering op om de volks- en diergezondheid voor op te stellen en te stoppen met de geitenhouderij!

Update 2025 – Advies Gezondheidsraad deel 1

De tijd van oproepen tot meer onderzoek lijkt nu toch bijna voorbij. De overheid heeft na publicatie van het ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) III’ rapport in februari 2025, dat opnieuw de relatie tussen wonen in de nabijheid van geitenhouderijen en longziekten aantoonde, nog een half jaar vertraging weten te realiseren. Dat tegen jaarlijks 1.200 tot 6.600 longontstekingen, twintig tot honderd sterfgevallen en honderd tot zeshonderd ziekenhuisopnamen extra.

Naar aanleiding van VGO III en als basis voor vervolgstappen werd de Gezondheidsraad gevraagd om te duiden of er sprake is van een oorzakelijk verband. Met publicatie van het rapport ‘Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen 2025: deel I’ 20 op 3 juli 2025 door de Gezondheidsraad, een onafhankelijke wetenschappelijke adviesraad, is die duiding er nu:
”De commissie komt tot de conclusie dat de bewijskracht voor een oorzakelijk verband sterker is dan in 2018, en concludeert nu dat het verband tussen wonen in de nabijheid van geitenhouderijen en longontstekingen waarschijnlijk oorzakelijk is.”
Verder acht ze ”het aannemelijk dat er een biologisch werkingsmechanisme is waarbij longontstekingen niet zo zeer het gevolg zijn van één specifieke ziekteverwekker maar eerder van een samenspel van factoren. Specifieke kenmerken van geitenhouderijen en gevoeligheid voor longontstekingen spelen daarin een rol.”

En het allerbelangrijkst:
”Een waarschijnlijk oorzakelijk verband vormt volgens de commissie voldoende aanleiding om op basis van het voorzorgsbeginsel maatregelen te nemen om de gezondheidsrisico’s voor omwonenden van geitenhouderijen te beperken.”

In het in het tweede deeladvies, dat naar verwachting in december 2025 verschijnt, zal dieper worden ingegaan op de aard en ernst van de gezondheidsrisico’s om te bepalen welk type maatregelen passend en effectief kan zijn. De Gezondheidsraad gaat echter niet zeggen welke maatregelen genomen moeten worden, dat is aan de minister. Tegen die tijd zijn er verkiezingen geweest en is het huidige kabinet hopelijk op weg naar de uitgang.

Update 2025 – niet bouwen bij geitenboerderijen

Na provinciale moratoria op het bouwen of uitbreiden van geitenhouderijen, ontwaakt langzaam het gezonde verstand op meer plaatsen en wordt het voorzorgsprincipe vaker toegepast.

In de gemeente Bernheze (Noord-Brabant) kunnen geen nieuwe zorginstellingen meer worden gebouwd binnen 500 meter van een geitenhouderij. De gemeente scherpt de regels aan om te voorkomen dat mensen met een kwetsbare gezondheid een longontsteking oplopen. Bernheze reageert hiermee op het rapport van de Gezondheidsraad uit juli. 21

De bouw van het nieuwe Justitieel Complex Vlissingen, vlakbij Ritthem, is afhankelijk van het wel of niet doorgaan van de bouw van een geitenhouderij met zeshonderd dieren op een paar honderd meter afstand. De overheid vreest voor de gezondheid van de gevangenen en het personeel. 22

Alleen onze regering en dan met name de ministeries die gaan over de veehouderij en volksgezondheid laten het nog altijd afweten!

Update 2025 – De ziekmakende veehouderij

De vee-industrie is vanwege zoönosen zo gevaarlijk voor de volksgezondheid dat in zowel België als Nederland diverse instanties varkens- en pluimveeboeren waarschuwen om een griepprik te gaan halen.

De Vlaamse Hoge Gezondheidsraad:
”Er is wereldwijd bezorgdheid dat dierlijke griepvirussen, zoals het huidige vogelgriepvirus (H5N1), zich mengen met menselijke griepvirussen. Als dat gebeurt, kan er een nieuwe variant ontstaan die makkelijk van mens tot mens verspreidt. De Hoge Gezondheidsraad raadt aan dat pluimvee- en varkenshouders zich laten vaccineren tegen seizoensgriep.” 23

De Gezondheidsraad en de Vlaamse Boerenbond citeren Prof. Dr. Jeroen Dewulf, hoogleraar veterinaire epidemiologie van de UGent:
“Griepvirussen kunnen zich met elkaar vermengen en elkaar versterken. We noemen dat reassortering. Dat kan gebeuren in een mens, wanneer iemand tegelijk besmet raakt met de gewone seizoensgriep en met een dierlijk griepvirus zoals vogelgriep en griep bij varkens. Ook in een varken kan zo’n mengvirus ontstaan, omdat varkens gevoelig zijn voor zowel menselijke als dierlijke griepvirussen. Mensen vaccineren tegen seizoensgriep verlaagt de kans dat zij besmet raken met de menselijke griepvariant. Dat verlaagt dus het risico om de menselijke seizoensgriep in contact te brengen met een dierlijke griep”

Een veeboer(in) moet bij opname in het ziekenhuis al melden dat die beroepsmatig contact heeft met levende varkens, vleeskuikens of vleeskalveren, omdat dit een risico kan zijn voor de overdracht van de MRSA-bacterie. 24

Verder maakte de RIVM onlangs bekend dat in 2024 in Nederland naar schatting bijna 2 miljoen mensen ziek werden door een voedselinfectie. Ruim 100.000 mensen meer dan in 2023. Dit blijkt uit het nieuwe jaarrapport over voedselinfecties. Vooral de bacterie salmonella enteritidis zorgde voor veel meer ziektegevallen. Tegelijkertijd nam ook het aantal pluimveebedrijven met salmonella toe. 25

Om het aantal salmonella-besmettingen bij kippen terug te dringen, adviseert het RIVM onder andere om kippenbedrijven vaker dan nu op salmonella (vaker dan elke acht weken) te testen.

Na uitbraken van vogelgriep op melkveebedrijven in de VS waarschuwen diverse influenza-experts dat ook de varkenshouderij er goed aan doet om er rekening mee te houden dat hoogpathogene vogelgriep gaat opduiken onder varkens. 26

Update 2025 – Advies Gezondheidsraad deel 2

Op 8 december 2025 bood de Gezondheidsraad de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de minister van Landbouw, Veehouderij, Visserij en Natuur (LVVN) het advies ‘Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen 2025: deel II’ aan. 27

Naar aanleiding van de resultaten van het recentste onderzoek naar Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO-III) had de minister van VWS, mede namens de minister van LVVN, de Gezondheidsraad gevraagd om het verband tussen wonen in de buurt van een geitenhouderij en longontstekingen te duiden, als basis voor vervolgstappen. 

Op 3 juli 2025 werd al het advies ‘Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen 2025: deel I’ gepubliceerd.

Het 2e deeladvies onderstreept de conclusie uit het 1e deeladvies dat er voldoende aanleiding is voor overheden om op basis van het voorzorgsbeginsel gezondheidsrisico’s voor omwonenden van geitenhouderijen te beperken.

De conclusies over de relatie tussen de kans op longontsteking en verblijfsafstand tot een of meerdere geitenhouderijen zijn ondubbelzinnig: “Binnen een woonafstand van 500 meter is dat risico gemiddeld 73% hoger, binnen een woonafstand van 1 kilometer 19%. Dat is aanzienlijk vergeleken met het gezondheidsrisico van blootstelling aan luchtverontreiniging en andere milieugezondheidsrisico’s.” 

Over het algemeen geldt dat milieufactoren als luchtverontreiniging het individueel risico op gezondheidseffecten niet meer dan zo’n 10% verhogen.

Naar schatting krijgen gemiddeld 841 extra mensen per jaar longontsteking door binnen 1 kilometer van een geitenstal te wonen, met een marge van 207 tot 1.815. Jonge kinderen, ouderen en mensen met onderliggend lijden lopen het grootste risico.

Het is aannemelijk dat longontstekingen in de buurt van geitenhouderijen worden veroorzaakt door een samenspel van factoren, bacteriën, fijnstof en endotoxinen: “De micro-organismen kunnen zich vanuit de hogere luchtwegen verspreiden naar de longen, en daar vervolgens ofwel zelf een infectie teweegbrengen ofwel via verstoring van het longmicrobioom de gevoeligheid voor infectie door andere micro-organismen verhogen. De gevoeligheid voor longontstekingen kan ook vergroot worden door inhalatie van fijnstof en endotoxinen uit geitenhouderijen. Dit kan eveneens van invloed zijn op het longmicrobioom en daarnaast ontstekingsreacties in de luchtwegen veroorzaken.”

Het stalsysteem en stalmanagement spelen mogelijk een rol in de emissies: “De meeste melkgeiten worden in Nederland gehouden in potstallen, waar de dieren de gehele dag verblijven. De mest wordt in de potstal opgehoopt en regelmatig bedekt met een nieuwe laag strooisel, meestal stro. De bedding en stalmest leverden in het VGO-III onderzoek de grootste relatieve bronbijdrage aan het gemeten stallucht-microbioom.”

De gemiddelde bijdrage van de landbouw aan de totale fijnstofconcentratie uitgestoten door alle Nederlandse bronnen samen bedraagt 25% tot 30%. De veehouderij is verantwoordelijk voor 90% van deze bijdrage.

Op basis van het voorzorgsbeginsel dient de overheid maatregelen te nemen: “Het voorzorgsbeginsel geeft immers een grondslag voor het treffen van maatregelen wanneer er op basis van de beschikbare wetenschappelijke kennis gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid, maar er nog enige onzekerheid bestaat over de exacte oorzaak en de aard en ernst van het gezondheidsrisico.”

Maar het uiteindelijke advies is slap: “Bij een voorgenomen nieuwvestiging van een geitenhouderij en bij een voorgenomen realisering van woningen en andere gevoelige bestemmingen adviseert de commissie uit voorzorg ten minste een afstand van 1 kilometer aan te houden. Voor bestaande situaties kan ingezet worden op emissiereductie om het risico op longontstekingen terug te dringen. Daarnaast kan bij wijziging van bestaande situaties een beperking van de omvang van geitenhouderijen mogelijk bijdragen aan het terugdringen van het gezondheidsrisico. Daarbij verdienen situaties waarbij meerdere geitenhouderijen aanwezig zijn binnen een afstand van 1 kilometer van gevoelige bestemmingen bijzondere aandacht.” 

Dit voldoet niet of slechts beperkt aan het voorzorgsbeginsel, want er is momenteel helemaal geen inzicht in de effectiviteit van maatregelen gericht op het stalsysteem en stalmanagement.

De commissie verschuilt zicht achter de politiek: “Welke invulling van het voorzorgsbeginsel proportioneel is, welk gezondheidsrisico daarbij als acceptabel wordt beschouwd en hoe belangen van alle betrokkenen daarbij worden meegewogen is een politiek-bestuurlijke afweging.”

In de allerlaatste regels weet de commissie nog net de belangen van de geiten zelf aan te stippen: “Het verdient daarnaast aanbeveling te streven naar een integrale aanpak waarmee tegelijkertijd de emissie van micro-organismen, fijnstof, endotoxinen, ammoniak, methaan en geur teruggedrongen worden, en naast volksgezondheid ook andere duurzaamheidsaspecten zoals milieu-gezondheid, diergezondheid en dierenwelzijn worden geadresseerd.”

Voor Animal Rights is het niet zo ingewikkeld. Het houden van geiten is slecht voor de geiten – ze eindigen allemaal in het slachthuis of bij een destructiebedrijf  en ook zij hebben te lijden onder de micro-organismen, fijnstof, endotoxinen, ammoniak, methaan en geur – én voor de volksgezondheid. Geitenmelk en -vlees zijn volstrekt overbodige ‘producten’ verkregen uit de uitbuiting – slavernij en moord – van deze dieren. Het beëindigen van deze industrie ligt niet alleen voor de hand maar is een morele plicht!

Update 2025 – ‘Merendeel geitenhouderijen zit te dicht op zorglocaties en basisscholen’

Uit een inventaris van het Financieele Dagblad (FD) blijkt dat meeste geitenhouderijen in Nederland zich bevinden op zo’n korte afstand van instellingen voor kinderen en ouderen, dat dit kan leiden tot gezondheidsklachten. 28 29 Bij 60 procent van de geitenhouderijen is de afstand van dergelijke instellingen minder dan een kilometer. Bij 20 procent is dat zelfs minder dan een halve kilometer.

Het FD verzamelde in samenwerking met Company.info de bedrijfsregistraties van 368 geitenhouderijen en een lijst met zogenoemde “gevoelige bestemmingen”. Het FD zegt dat de provincie Noord-Brabant de meeste geitenhouderijen in de buurt van kwetsbare instanties heeft. Volgens de krant zitten 145 gevoelige instellingen dicht op 62 geitenhouderijen. Bij 29 instellingen geldt dat ze binnen een straal van een halve kilometer van een geitenhouderij zitten.

Update 2026 – Demissionair BBB/VVD-kabinet vertraagt maatregelen verder

Het is de standaard methode van politieke misdadigers: als je maatregelen wil saboteren dan vraag je om meer onderzoek, zo nodig tot in het oneindige. Zo ook Wiersma (Landbouw, BBB) & Bruijn (Volksgezondheid, VVD) die om te komen tot een minimale afstandsnorm voor woningbouw bij geitenhouderijen het nemen van een besluit in januari uitstellen. De ministers willen dat eerst nog beter bekeken wordt vanaf welke afstand tussen de 500 en 1000 meter omwonenden nou echt meer risico lopen. 30

Ook een beslissing over welke maatregelen er precies genomen moeten worden voor woningen die al te dichtbij staan, stelt het kabinet uit. De twee demissionaire ministers willen daarvoor eerst nog verder onderzoek afwachten.

Diezelfde week maakte het CBS bekend dat Nederland in 2025 592 duizend geiten telden. Dat is bijna vijf keer zoveel als in 2000 toen er nog 126 duizend geiten waren. De afgelopen vijf jaar is dat ongeveer gelijk gebleven. 31

Update 2026 – Honderden woningen gebouwd in risicogebied, ondanks adviezen van de GGD

Eind februari 2026 blijkt uit onderzoek van Omroep Gelderland, Follow The Money en NRC dat er in Gelderland honderden woningen in de buurt van een geitenhouderij gebouwd zijn, terwijl er al jaren bekend is dat juist daar een verhoogde kans op een longontsteking is. 32

Gemeenten in Gelderland stonden de afgelopen jaren toe dat er 1800 woningen binnen een kilometer van een geitenhouderij werden gebouwd, 300 van die woningen stonden zelfs op een afstand van minder dan 500 meter. Uit het onderzoek blijkt dat het landelijk om 10.374 woningen gaat binnen een straal van 1 kilometer en 2.362 binnen een straal van 500 meter.

Behalve dat de overheid al jaren faalt in de regie op dit dossier, bijvoorbeeld via een landelijk moratorium op geitenhouderijen en woningbouw in de nabij omgeving, blijken nu ook de gemeenten zelf geen boodschap te hebben aan de gezondheid van hun bewoners.

In de gemeente Rossum, bijvoorbeeld, wil men naast 120 reguliere woningen ook een een zorglocatie voor 60 ouderen met dementie bouwen binnen 500 meter van een geitenhouderij. Volgens de GGD zijn er voor ouderen echter extra risico’s. Ze hebben niet alleen een verhoogde kans op een longontsteking, de ziekte heeft vaak ook een ernstiger verloop dan bij mensen met een goede gezondheid. De GGD liet daarom aan de gemeente weten de geplande locatie niet geschikt te vinden. Toch keurde de gemeente die plannen goed.


  1. https://www.nivel.nl/sites/default/files/bestanden/Rapport-Intensieve-Veehouderij.pdf ↩︎
  2. https://rivm.openrepository.com/bitstream/handle/10029/617909/2016-0058.pdf?sequence=3&isAllowed=y ↩︎
  3. https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2017-0062.pdf ↩︎
  4. https://edepot.wur.nl/462811 ↩︎
  5. https://www.uu.nl/sites/default/files/rapport_vgo-3_ugo_final11112019.pdf ↩︎
  6. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/09/22/beantwoording-kamervragen-over-rapport-longontsteking-rond-geitenhouderijen ↩︎
  7. https://www.trouw.nl/binnenland/zorgt-de-veehouderij-voor-meer-coronadoden-in-oost-brabant~b2b5487d/?referer=http%3A%2F%2Fm.facebook.com%2F&utm_campaign=shared_earned&utm_medium=social&utm_source=facebook ↩︎
  8. https://www.limburger.nl/cnt/dmf20200430_00158539/studie-naar-verband-tussen-ernst-corona-en-intensieve-veehouderij ↩︎
  9. https://www.limburger.nl/cnt/dmf20200430_00158539/studie-naar-verband-tussen-ernst-corona-en-intensieve-veehouderij ↩︎
  10. https://www.1limburg.nl/veel-coronagevallen-noord-limburg-veehouderij-speelt-rol?fbclid=IwAR3PKGvc5zEa1CbkIuJmO9w93vQSR1nQ5Qp6ujF3TKbill2ww7GRLVnZkWM ↩︎
  11. https://www.hartstichting.nl/nieuws/is-coronavirus-reden-tot-zorg-voor-hartpatienten/risicofactoren-en-coronavirus/overgewicht-en-corona ↩︎
  12. https://www.ad.nl/gezond/hoogleraar-legt-verband-tussen-obesitas-en-corona-uit-dikke-buik-is-een-risico~a0ce07c0/ ↩︎
  13. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/03/24/voortgang-onderzoek-veehouderij-en-gezondheid-omwonenden ↩︎
  14. Meer longontstekingen nabij geitenhouderijen, bacteriën mogelijke verklaring ↩︎
  15. Veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO-III). Actualisatie epidemiologische studies 2014-2019. Onderzoek naar longontstekingen rond geitenhouderijen 2018-2024 ↩︎
  16. Veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO-III). Actualisatie epidemiologische studies 2014-2019. Onderzoek naar longontstekingen rond geitenhouderijen 2018-2024 ↩︎
  17. Aanbiedingsbrief Onderzoeksrapport Veehouderij en gezondheid ↩︎
  18. Gezondheidsrisico omwonenden geitenhouderij weer aangetoond, kabinet blijft afwachten ↩︎
  19. Aanbiedingsbrief Onderzoeksrapport Veehouderij en gezondheid ↩︎
  20. Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen 2025: deel I ↩︎
  21. Geen geiten bij gevangenis: oplossing voor probleem bij Ritthem lijkt in zicht ↩︎
  22. Deze gemeente verbiedt zorginstellingen in de buurt van geitenhouderijen ↩︎
  23. Griepprik voor pluimvee- en varkenshouders verkleint kans op gevaarlijke viruscombinaties ↩︎
  24. Veelgestelde vragen omtrent MRSA ↩︎
  25. Meer voedselinfecties in 2024, RIVM adviseert maatregelen voor kippenboeren ↩︎
  26. Varkenshouderij moet rekening houden met vogelgriep ↩︎
  27. Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen 2025: deel I ↩︎
  28. Meer dan de helft van de professionele geitenhouderijen zit te dicht op zorglocaties en basisscholen ↩︎
  29. ‘Merendeel geitenhouderijen zit te dicht op zorglocaties en basisscholen’ ↩︎
  30. Kabinet wil geen nieuwbouw bij geiten, maar stelt besluit over afstand uit ↩︎
  31. Aantal geiten sinds het jaar 2000 bijna vervijfvoudigd ↩︎
  32. Honderden woningen gebouwd in risicogebied, ondanks adviezen van de GGD ↩︎

JIJ KAN DE DIEREN REDDEN

Word ambassadeur van de dieren en red ze met jouw bijdrage. Jouw hulp zet het belangrijke werk voor de dieren voort.

Elke bijdrage maakt een verschil! 🧡