Afgelopen donderdag vond het commissiedebat Dieren in de Veehouderij in de Tweede Kamer plaats. Oftewel, zoals Tjeerd de Groot (D66) het mooi verwoordde, gingen Kamerleden in gesprek over “de dystopie die de bio-industrie heet”. Het was een belangrijk debat. In 2021 is namelijk een wetswijziging aangenomen die het begin van het einde zou betekenen voor de bio-industrie. Ondanks dat het amendement is aangenomen probeert minister Adema (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) deze nu van tafel te vegen en met een eigen “alternatief” te komen.
Animal Rights campagnecoördinator Martine Ceton: “Het is misdadig dat een amendement zowel door de Tweede als de Eerste Kamer wordt aangenomen maar vervolgens niet wordt uitgevoerd door de minister. Volledig onacceptabel. Daarnaast is dit eigenlijk een 20 jaar oude kabinetsbelofte die eindelijk waar gemaakt zou moeten worden.”
In 2021 werd het amendement Vestering aangenomen door de Tweede en de Eerste Kamer. Een grote doorbraak in het dossier van de veehouderij. Het lijkt om een kleine aanpassing te gaan, maar deze zou verstrekkende gevolgen hebben. Dat zit als volgt: in artikel 2.1 van de Wet dieren is vastgesteld dat het verboden is om zonder redelijk doel een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen. Het veroorzaken van pijn of letsel geldt dus als dierenmishandeling, tenzij dit voor een redelijk doel is. Een redelijk doel is hierbij een open norm waarmee nader mag worden ingevuld wat als redelijk kan worden beschouwd. Nu komt de crux, want met het amendement werd aan dit artikel toegevoegd: “onder een redelijk doel wordt in elk geval niet begrepen het kunnen houden van dieren in een bepaalde houderijsysteem of een bepaalde manier van huisvesting.”
Hiermee wordt het wettelijke verbod op dierenmishandeling aangescherpt. Het is niet langer toegestaan om dieren pijn of letsel te veroorzaken, dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen, ten behoeve van een bepaalde manier van huisvesting. Zo zouden dieren, volgens deze nieuwe wet, om hun welzijn en gezondheid te garanderen, natuurlijk gedrag moeten kunnen vertonen, daglicht moeten krijgen en voldoende ruimte moeten hebben om te bewegen. Ook is het niet meer toegestaan om fysieke ingrepen uit te voeren zodat dieren in krappe hokken kunnen worden gehouden. Hierbij kun je denken aan het afbranden van de staartjes van biggetjes, het onthoornen van kalfjes en het verwijderen van de achterste tenen van hanen.
https://vimeo.com/manage/videos/837302860
De acceptatie van het amendement door beide Kamers was een verademing. Natuurlijk zou dit niet gelijk de afschaffing betekenen van de vleesindustrie, maar het zou het begin van het einde in zicht kunnen gaan brengen. Alleen de handtekening van minister Adema van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bleef uit. In november 2022 liet de minister weten dat hij de wet in geamendeerde vorm niet uitvoerbaar acht en dat hij daarom zélf een nieuwe wetwijziging zal voorstellen. De Partij voor de Dieren was verontwaardigd: “In plaats van omschakeling is de minister nu al 2 jaar bezig met een list om de wet te schrappen vóórdat deze van kracht gaat”, aldus Eva Akerboom (PvdD).
De minister wil met een Nota van Wijzigingen het amendement terugdraaien. In plaats van artikel 2.1 te wijzigen voegt hij aan artikel 2.2 Wet dieren een verbod toe. Hierin stelt hij dat het verboden is om “dieren in de veehouderij permanent de mogelijkheid te onthouden om te voorzien in nader aan te wijzen gedragsbehoeften”. Deze behoeften worden vervolgens aangewezen bij algemene maatregel van bestuur (AMvB), gebaseerd op een nog op te stellen convenant.
Waar in eerste instantie een duidelijk wetsvoorstel op tafel lag is dit inmiddels vervangen door een vaag convenant. Bovendien is het amendement eigenlijk een 20 jaar oude kabinetsbelofte die eindelijk zou worden waargemaakt. Het lijkt er nu op dat de minister door middel van een list het amendement probeert te schrappen.
De list van de minister viel niet in goede aarde tijdens het debat en de Partij voor de Dieren kon op veel steun uit de Kamer rekenen. Zo beargumenteerde de Groot (D66) dat uitvoerbaarheid al 30 jaar de reden is dat we dierenwelzijn te vaak uitstellen, dat we te maken hebben met een doorgeschoten veehouderij en dat dierwaardigheid niet onderhandelbaar zou moeten zijn.
De gemoederen liepen soms flink op. Adema was zichtbaar geagiteerd toen Akerboom (PvdD) hem vroeg wanneer hij ging laten zien dat hij dierenwelzijn écht belangrijk vindt. “Kan het beter? Ja. Maar verwijt mij niet dat ik niet bezig ben met maatregelen om het dierenwelzijn te bevorderen”. Akerboom reageerde scherp: “en toch zitten er nog 600 miljoen dieren vast in een verschrikkelijke bio-industrie”. De maatregelen waar Adema op doelde waren bovendien door de Kamer aangenomen moties van de afgelopen jaren. Hierop dook Bromet (GroenLinks en PvdA) in de discussie: “De maatregelen die de minister noemde zijn allemaal moties, het lijkt me heel normaal dat die worden uitgevoerd. Dat hoeft niet als een prestatie te worden gezien.”
Het werd helemaal gênant toen de minister het jaartal 2040 noemde. De overgangstermijn tot 2022 sluit aan bij de gestelde doelen in de Beleidsnota Dierenwelzijn van Minister Brinkhorst (2002) en de Nota Dierenwelzijn van Minister Verburg (2007). Ceton: “Nog eens 20 jaar wachten op deze belofte is volledig onacceptabel. Vooral omdat een dierwaardige veehouderij überhaupt al een tegenstrijdigheid is.”
Helaas mocht het debat de uitkomst voor nu niet beïnvloeden. Waar in eerste instantie een duidelijk wetsvoorstel op tafel lag is dit inmiddels vervangen door een vaag convenant en blijft het volledig gissen wat hieruit naar voren gaat komen. Volgens Animal Rights voorspelt dit weinig goeds. Uit de genodigden voor het convenant overleg is duidelijk af te leiden dat de vee-industrie de invulling van deze wetswijziging mag dicteren. “Werkt Adema voor de agro-industrie of voor het democratisch systeem?” vroeg Eva Akerboom (PvdD) terecht. Zo werden AVINED (pluimvee), Caring Farmers (natuurinclusieve kringlooplandbouw), CBL (supermarktkoepel), DZK (melkvee), LTO (boerenondernemersorganisatie), NAJK (agrarische jongeren), POV (varkensboeren) en SBK (kalversector) uitgenodigd.
Wat echter verbazingwekkend is, is het gebrek aan een dierenrechtenorganisatie aan tafel. Natuurlijk vindt Animal Rights dat ‘dierwaardige veehouderij’ überhaupt niet mogelijk is en dat de vee-industrie zo snel mogelijk dient te verdwijnen, omdat er geen enkele ethische grond is waarop deze industrie gebaseerd is. Animal Rights was niet welkom bij het overleg.
De gang van zaken is volledig ondemocratisch omdat dit proces volledig indruist tegen de beginselen van onze democratische rechtsstaat. Per 1 juli 2024 zou de wetswijziging in moeten gaan en Animal Rights eist dat het aangenomen amendement standhoudt. Animal Rights is woedend want dit wetsvoorstel had het begin van het einde voor de bio-industrie kunnen betekenen. We besteden hier dan ook zoveel mogelijk aandacht aan om zo maatschappelijke druk uit te oefenen op de minister. Animal Rights houdt het proces scherp in de gaten.


















