Stand van zaken Europese bontfokkerijen: beëindiging is goedkoper dan welzijnsinvesteringen

In Nederland en België is de bontfokkerij onder grote druk van dierenrechtenorganisaties als Animal Rights en met wat hulp van de coronapandemie inmiddels verleden tijd. 

In Nederland was in 2013 de Wet verbod pelsdierhouderij in werking getreden. In deze wet stond dat bestaande pelsdierhouders tot 1 januari 2024 enkel onder bepaalde voorwaarden mochten doorgaan met hun bedrijf. Toen kwam Covid-19. Nertsen raakten besmet. Organisaties als Animal Rights voerden de druk verder op: ruimingen zijn onacceptabel zonder een verbod! 

Het verbod werd vervolgens drie jaar naar voren gehaald. Op 8 januari 2021 ging het verbod op de pelsdierhouderij in en was het daarmee in Nederland verboden om pelsdieren te houden voor bontproductie. Op dat moment waren er geen nertsen meer op de nertsenbedrijven in Nederland. Van de 126 bedrijven werden er 70 geruimd omdat ze positief testte op Sars-Cov-2. Alle nertsen op de overige bedrijven werden gedood en gepelsd.

Zie voor de tijdlijn: 

In mei 2020 kondigde minister van Dierenwelzijn Ben Weyts aan dat de financiële regeling voor het stopzetten van nertsenbedrijven in Vlaanderen rond was. Ook hier voerden dierenrechtenorganisaties zoals Animal Rights de druk op. In Wallonië en Brussel waren er al langer geen nertsenbedrijven meer. De regeling voorzag in een einde in 2023, maar begin 2021 lagen alle overgebleven Vlaamse nertsenfokkerijen stil. In juni 2021 maakte minister Ben Weyts bekend dat alle 14 bedrijven een aanvraag tot stopzetting hadden ingediend. Officieel werd het verbod op 1 december 2023 van kracht.

Sommige Europese landen hadden geen bontproductie (Portugal, Cyprus), een aantal stopte al voor corona (Oostenrijk, Kroatië, Tsjechië, Luxemburg, Slovenië, Duitsland (op basis van strenge welzijnswetgeving)) en vele landen verboden de bontproductie de afgelopen jaren sinds de pandemie. In een aantal landen loopt nu het uitfaseringsproces (Letland (2028), Litouwen (2027), Roemenië (2027) en Polen (2033)).

Dan blijven er vijf landen over. Denemarken liet alle nertsen in het land in 2020 afmaken, maar stond toe dat de nertsenhouderij in 2023 in afgeslankte vorm weer opstartte. Spanje heeft een verbod op nieuwe fokkerijen sinds 2016 maar geen eindpunt. Hongarije staat alleen het houden van chinchilla nog toe en Finland en Griekenland hebben nergens geen boodschap aan.

In 2024 produceerden deze landen 6,3 miljoen pelzen, waarvan 5,8 miljoen nerts, 306.000 vos, 141.000 chinchilla en 29.000 wasbeerhond, volgens het recente rapport ‘Pay to stay or pay to go? Comparing public expenditure on welfare standards and a ban on EU fur farming’. 1 In 2024 werd, met uitzondering van chinchilla, op alle diersoorten verlies geleden.

In juli 2025 concludeerde de het panel voor diergezondheid en dierenwelzijn van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), dat de welzijnsproblemen bij nertsen, vossen, wasbeerhonden en chinchilla’s in de huidige kooisystemen niet kunnen worden voorkomen of aanzienlijk kunnen worden beperkt. 2

De Europese Commissie heeft twee opties: een productieverbod of strengere normen, waarbij telkens de vraag rijst of de maatregel ook op invoer van bont van toepassing moet zijn.

Bovengenoemd rapport maakt een schatting van de te verwachten overheidsuitgaven voor die vier beleidsopties, met de nadruk op compensatie of overheidssteun voor pelsdierhouders. Voor een productieverbod wordt de compensatie geschat door te kijken naar de kosten in de landen die al eerder stopten, zoals Nederland en België. Voor strengere welzijnsnormen wordt de overheidssteun geschat op basis van het kapitaal dat nodig is om aan nieuwe normen te voldoen, vooral nieuwe kooien, waarbij gebruik wordt gemaakt van de kostenanalyse die voor de Finse overheid is opgesteld.

De conclusies van het rapport zijn dat de overheidsuitgaven voor een productieverbod bescheiden zijn (en eenmalig) in vergelijking met de optie van het verhogen van de  houderijstandaarden. 
Tijd is op zichzelf een vorm van compensatie: een langere uitfaseringsperiode geeft producenten meer tijd om hun investering terug te verdienen voordat het verbod van kracht wordt, waardoor de vereiste financiële compensatie afneemt – mogelijk zelfs tot nul.
Fatsoenlijke welzijnsstandaards zijn eigenlijk onhaalbaar zonder astronomische, oneconomische kosten te maken.
Het uitbreiden van een productieverbod naar de EU-markt zou naar schatting slechts in geringe mate leiden tot aansprakelijkheid voor schadevergoeding – in lijn met de precedenten rond zeehondenbont en bont van honden en katten. Het uitbreiden van welzijnseisen naar geïmporteerd bont, daarentegen, zou naar schatting € 6 miljoen per jaar aan kosten voor verificatie en naleving voor importeurs met zich meebrengen.

Deze uitkomsten zijn welkom en de hoop is dat politici hier ook naar handelen. 

‘Beëindiging is goedkoper dan welzijnsinvesteringen’ is de gouden standaard die dierenwelzijnsorganisaties zich in de oren dienen te knopen. Welzijnsinvesteringen dienen vooral om het geweten van de consument te sussen en worden op de economische belangen van de industrie afgestemd. Ze maken afschaffing van een sector vervolgens moeilijker omdat gedane investeringen moeten worden terugverdiend. Welzijnsinvesteringen redden geen levens, vormen over het algemeen nauwelijks een meetbare verbetering van de bestaansomstandigheden van de dieren en leiden vaak tot weer nieuwe, soms ernstigere welzijnsproblemen. Kies dus voor een rechten-insteek!

  1. Pay to stay or pay to go? Comparing public expenditure on welfare standards and a ban on EU fur farming ↩︎
  2. Welfare of American mink, red and Arctic foxes, raccoon dog and chinchilla kept for fur production ↩︎

Brandbrief: Herplaatsing buitenlandse zwerfdieren dreigt onmogelijk te worden – duizenden dieren verliezen hun kans op een veilig thuis 

Stichting SAAN, Animal Rights en de tachtig Nederlandse non-profit zwerfdierstichtingen die bij de Spreekbuis Zwerfdierstichtingen zijn aangesloten, boden op 2 oktober 2026 een brandbrief inzake herplaatsing van buitenlandse zwerfdieren aan aan minister Van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Door de wijze waarop bestaande Europese regelgeving momenteel wordt geïnterpreteerd en gehandhaafd, dreigt het redden en herplaatsen van buitenlandse zwerfhonden en -katten naar Nederlandse adoptiegezinnen voor veel bonafide vrijwilligersorganisaties in de praktijk onuitvoerbaar te worden. 

Het probleem
De betrokken organisaties onderschrijven het belang van strikte regels op het gebied van diergezondheid, dierenwelzijn, transport en traceerbaarheid volledig. Bij bonafide rescueorganisaties worden dieren gechipt en gevaccineerd en grensoverschrijdende transporten via TRACES geregistreerd. Herkomst en verplaatsing blijven daarmee controleerbaar. Het huidige probleem betreft dan ook niet het bestaan van deze regels, maar de wijze waarop zij worden toegepast op non-profitorganisaties die zonder winstoogmerk dieren redden, verzorgen en herplaatsen. 

Door de Europese regelgeving valt ook non-profit herplaatsing van geredde zwerfdieren onder regels voor economisch diertransport. Vrijwilligersorganisaties zonder winstoogmerk krijgen daardoor te maken met een juridisch kader dat ook geldt voor professionele en grootschalige vervoerders van dieren. Hierdoor dreigen zorgvuldig georganiseerde en transparante adoptietrajecten ernstig te worden belemmerd. 

Dieren moeten volgens de huidige uitleg óf rechtstreeks bij de adoptant thuis worden afgeleverd, óf eerst 48 uur in een toegestane inrichting verblijven. Rechtstreekse thuislevering is voor organisaties met adoptanten verspreid over heel Nederland vaak praktisch onuitvoerbaar; verblijf in een inrichting is voor de meeste vrijwilligersorganisaties eveneens praktisch onuitvoerbaar en bovendien onwenselijk vanwege stress. 

De praktijk
Nederlandse zwerfdierstichtingen bemiddelen bij de adoptie van honden en katten uit asielen in andere EU-lidstaten en derde landen. Wanneer meerdere dieren vanuit één buitenlands asiel naar Nederlandse adoptanten reizen, worden zij doorgaans gezamenlijk naar Nederland vervoerd. De normale werkwijze is dat de dieren op een centraal punt arriveren en daar door de adoptanten en gastgezinnen worden opgehaald en mee naar huis genomen. Door het overladen op een centrale plek wordt voorkomen dat de transportwagen uit het buitenland langs alle adoptiegezinnen moet gaan. Deze al jarenlange gehanteerde werkwijze zorgt ervoor dat de totale vervoersduur voor de dieren beperkt wordt. 

De sector heeft haar werkwijze mede gebaseerd op overheidsinstructies uit 2021. Wanneer die uitleg later verandert zonder duidelijke vervangende werkinstructie, ontbreekt de rechtszekerheid die organisaties nodig hebben. De organisaties vragen daarom om een juridische beoordeling die niet alleen uitgaat van de letter van de regelgeving, maar ook van doel en strekking: diergezondheid, traceerbaarheid en verantwoord transport.

De gevolgen
Wanneer transporten stilvallen, raakt dat een hele keten van mensen en dieren. Voor een hond op een dodingslijst is een transport geen logistieke aangelegenheid en geen tijdelijke vertraging. Het kan het verschil betekenen tussen wel of niet op tijd worden gered. Voor adoptanten en vrijwilligers kan een maandenlang voorbereide redding zo abrupt eindigen. 

Landen moeten hun eigen zwerfdierenprobleem aanpakken. De realiteit is echter dat een structurele aanpak in veel landen tekortschiet. Er bestaat bovendien geen Europese verplichting die lidstaten dwingt tot grootschalige sterilisatie- en castratieprogramma’s voor zwerfdieren. 

Het beperken van adoptie naar Nederland vermindert het aantal zwerfdieren niet en leidt niet automatisch tot beter beleid in de landen van herkomst. Het neemt wél een bestaande mogelijkheid weg om dieren uit deze situatie te redden. 

Kom met een oplossing!
De sector probeert deze knelpunten al jarenlang in overleg met het ministerie, de NVWA en RVO op te lossen. Op verzoek van het ministerie werd in 2025 de Spreekbuis Zwerfdierstichtingen opgericht om knelpunten te inventariseren en oplossingen aan te dragen. Toch ontbreekt nog steeds een werkbare en rechtszekere oplossing. 

De organisaties vragen de minister dringend om te voorkomen dat bureaucratische belemmeringen het redden van deze dieren onmogelijk maken. 

Want als adoptie stopt, verdwijnt het zwerfdierenprobleem niet. Meer dieren blijven achter op straat of dreigen in dodingsstations terecht te komen. Terwijl hier in Nederland een gezin wacht, een mand klaarstaat en voor die hond een heel ander leven had kunnen beginnen. 

Lees hier de begeleidingsbrief:

En hier de brandbrief:

De juridische strijd voor transparantie over de dierproevenindustrie

Sinds midden 2024 dient Animal Rights via haar advocaten iedere zes weken een Woo-verzoek in bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) voor de in de zes weken daarvoor aangevraagde, verleende of geweigerde CITES-certificaten die betrekking hebben op de import van Macaca fascicularis (Java-aap, krabbenetende makaak, langstaartmakaak) door apenhandelaar R.C. Hartelust BV uit Tilburg.

Het Woo-verzoek gaat vergezeld van een pro forma bezwaar: Indien in die 6 weken een besluit is genomen tot toewijzing van een CITES-importcertificaat, dan dient RVO Animal Rights als derde-belanghebbende te beschouwen en maakt Animal Rights pro forma bezwaar tegen dat betreffende besluit.

Zes weken, omdat dat de standaard bezwaartermijn is bij een overheidsbesluit. Animal Rights heeft RVO meermaals verzocht om Animal Rights bij afgifte van een dergelijk importcertificaat te informeren, zodat Animal Rights in de gelegenheid is om als derde-belanghebbende bezwaar te maken. Dan zou een Woo-verzoek/pro forma bezwaar iedere zes weken niet nodig zijn, maar de RVO is halsstarrig weigerachtig op dit gebied, ondanks dat dit in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Door de consequente weigering is Animal Rights genoodzaakt om op deze wijze pro forma bezwaar te blijven maken.

Animal Rights maakt bezwaar tegen de import van makaken uit Zuidoost Azië, omdat er heel veel mis is met de handel in deze bedreigde diersoort, waaronder het sterke vermoeden van wildvang. Lees hiervoor:

De RVO gaat nog een stap verder in haar criminele medeplichtigheid aan deze apenhandel. Eerst weigert ze importbesluiten te publiceren of te delen, om vervolgens aan te geven bezwaar tegen dergelijk besluiten niet te kunnen behandelen, omdat niet is aangegeven om welk besluit het gaat. Zolang de RVO, echter, weigert aanvullende informatie te verstrekken, kan Animal Rights het bezwaar niet verder preciseren naar bijvoorbeeld afgiftedatum, certificaatnummer of het aantal betrokken makaken.

Op een dergelijk Woo-verzoek  van 19 maart 2026 besliste de RVO pas op 12 juni, drie maanden later. Er werden acht documenten aangetroffen. De RVO was echter niet van plan die documenten meteen te verstrekken, dat stelde ze “twee tot drie weken” uit, zodat Hartelust de mogelijkheid kreeg “om openbaarmaking van de informatie tegen te houden. Dit kan door bezwaar te maken en de rechter te vragen om een voorlopige voorziening.” 

Diezelfde dag nog, vrijdag 12 juni 2026, verzocht Animal Rights de RVO om dan in ieder geval aan te geven op welke datum het besluit was genomen, om een (geredigeerd) afschrift te sturen van het besluit en om te laten weten of bij de RVO bekend is of gebruik is gemaakt van de vergunning. Daar komt nooit antwoord op. 

Er is in deze zaken een duidelijk patroon van tegenwerking door de RVO te herkennen. De band tussen Hartelust en de RVO is innig. De RVO vertraagt en dat geeft Hartelust de mogelijkheid om een importvergunning die, gezien de datum van Animal Rights’ Woo-verzoek, reeds tussen tussen 5 februari 2026 en 19 maart 2026 verleend zou kunnen zijn, te gebruiken, voordat Animal Rights de apenimport kan tegenhouden.

Op 15 juni 2026 verklaarde de RVO het bezwaar  van Animal Rights niet-ontvankelijk, omdat niet duidelijk zou zijn tegen welk besluit bezwaar werd gemaakt. Op 7 juli ging Animal Rights hiertegen in beroep. 

Op 15 juni diende Animal Rights dan maar een verzoek om een voorlopige voorziening (vovo) in om het besluit te schorsen “waarbij toestemming is verleend aan Hartelust voor de import van apen van het soort Macaca fascicularis van buiten de EU naar binnen de EU.”

Dankzij het verzoek om een vovo kreeg Animal Rights op 29 juni 2026 dan eindelijk via de rechtbank de documenten in handen. De RVO zelf verstrekte deze pas op 6 juli. Animal Rights maakte hiertegen op 22 juli bezwaar bij de RVO omdat ze onvolledig zijn.

Uit de verstrekte documenten blijkt dat Hartelust op 9 februari 2026 een aanvraag indiende bij het ‘Team Handel beschermde soorten’ van de RVO voor een invoervergunning voor 240 Macaca fascicularis uit Vietnam. De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan de Wetenschappelijke Autoriteit van CITES in Nederland (WA-NL), omdat er voor deze soort uit Vietnam geen geldig advies is. Om een invoervergunning te kunnen geven, heeft de RVO een positief advies van de WA-NL nodig.

Op 10 maart 2026 e-mailde de ‘Beoordelaar CITES’ aan Hartelust: “Via Klantcontact hebben wij uw vraag doorgekregen omtrent aanvraag 4890028926238. U gaf hierbij aan dat u voor deze dieren vorig jaar een aanvraag had ingediend, welke destijds is afgewezen. U bent hiertegen in bezwaar gegaan, waarna u is vermeld dat u de aanvraag opnieuw mocht indienen.”

Op het aanvraagformulier van 9 februari vermelde Hartelust echter: “Ik verklaar dat mijn aanvraag voor het dier of het product niet eerder afgekeurd is.” Dat is valsheid in geschrifte.

Dit alles volgde op een email van het CITES Bureau aan CITES SA (Scientific Authority, Wetenschappelijke autoriteit) Netherlands van 4 maart: “Aanvrager heeft ons echter bericht dat hij afgelopen jaar een afwijzing van ons heeft ontvangen, naar aanleiding van een negatief WA advies. Hij is hierover in bezwaar gegaan en heeft op 8 januari 2026 van JZ [juridische zaken] te horen gekregen dat hij de aanvraag opnieuw mag indienen. In CTS en onze mailbox zie ik staan dat het advies bij die afgewezen aanvraag (4890028514778, CC25/109) op 7 januari 2026 is gewijzigd naar een eenmalig positief advies. Echter was de aanvraag toen al een tijdje afgewezen.
Vraag is nu of dit oude advies inderdaad is aangepast van positief naar negatief en of ik deze bij de huidige, nieuwe aanvraag mag gebruiken. Betreft opnieuw 240 dieren van uitvoerder Vina Mekong Group. Uit de melding van aanvrager maak ik op dat hij de vorige aanvraag nu dus opnieuw heeft ingediend.”

Vervolgens gaf de Wetenschappelijke Autoriteit op 16 maart 2026 een ‘Eenmalig positief advies over de invoer van levende exemplaren van de soort Macaca fascicularis, …’ af. De enige motivering daarvoor bestaat uit de zin: “De WA kan op basis van de aanvullende informatie aannemen dat de monsters afkomstig zijn van gekweekte exemplaren.” Wat die aanvullende informatie inhoudt, wordt niet vermeld en blijkt ook niet uit de documenten die via de Woo werden verstrekt.

Op 18 maart geeft RVO vervolgens de importvergunning af.

De rechtbank treuzelt en op 7 juli 2026 verzocht Animal Rights de Rechtbank Den Haag (opnieuw) tot het plannen van de zitting op zeer korte termijn en/of het treffen van een orde-maatregel. Immers, zodra de apen zijn vervoerd is het besluit geëffectueerd en zijn de gevolgen onomkeerbaar.

De rechtbank treuzelt verder en vraagt op 28 juli 2026 om het spoedeisend belang nader te onderbouwen. Die spreekt voor zich: Zodra de apen vanuit Vietnam zijn vervoerd naar Nederland, is gebruik gemaakt van de importvergunning en zijn de gevolgen van de vergunning feitelijk niet meer terug te draaien.

Hoewel Animal Rights al op 19 maart 2026 pro-forma bezwaar heeft gemaakt, is pas op vrijdag 12 juni 2026 door een Woo-beslissing duidelijk geworden dat er in de periode tussen 5 februari 2026 en 19 maart 2026 een CITES vergunning was verleend aan Hartelust voor de import van Macaca fascicularis. Dit ondanks tussentijdse navraag bij de RVO. Na de Woo-beslissing is opnieuw direct navraag gedaan bij de RVO over de vergunning. Daarop is geen enkele reactie gekomen. Op maandag 15 juni 2026 heeft Animal Rights daarom een voorlopige voorziening ingediend. Animal Rights heeft dus zo snel als mogelijk gehandeld, nadat zij bekend was geworden met het bestaan van de vergunning. In het kader van die voorlopige voorziening is op 29 juni 2026 aan Animal Rights de inhoud van de vergunning bekend geworden.

Op 9 september liet de rechtbank uiteindelijk weten dat de zitting op 29 september zou plaatsvinden. Het Vietnamese exportcertificaat was slechts geldig tot 3 augustus en het Hartelust importcertificaat tot 18 september 2026. Hoe dan ook zou de zitting te laat komen: of de makaken waren al ingevoerd en daar valt weinig meer aan te veranderen, of de makaken zijn niet ingevoerd en dat kan ook niet meer op basis van deze certificaten.

De RVO en Hartelust gaven hier geen duidelijkheid over tot op de zitting zelf. De uitspraak luidde uiteindelijk: “Op zitting  op 29 september is gebleken dat de vergunning inmiddels uitgewerkt is. In de periode dat de vergunning geldig was is deze verder ook nooit geëffectueerd. Er zijn dus nooit apen ingevoerd en dat kan ook niet meer.” Goed voor de makaken.

Animal Rights heeft op 2 september haar volgende Woo-verzoek/pro forma bezwaar ingediend bij de RVO. Hoe onwillig en achterbaks de RVO zich ook opstelt, ook zij zullen weten dat Animal Rights uiteindelijk aan het langste eind zal trekken. Tot die tijd blijven de RVO en haar Wetenschappelijke Autoriteit medeplichtig aan de wrede apenhandel en de achteruitgang van deze diersoort in het wild. Er kleeft bloed aan hun handen!

Overeind blijft dus, dat Hartelust sinds februari 2023 – de beruchte TBC-vlucht – onder eigen naam geen makaken meer heeft geïmporteerd. Makaken komen wel nog steeds in Tilburg terecht door import via het vliegveld van Brussels en onder de naam van, bijvoorbeeld, het Britse Labcorp. Ook handelt Hartelust in makaken afkomstig van de Spaanse apenfokkerij en -importeur Camarney. Lees hiervoor:

Wordt vervolgd!

HISTORISCH GETUIGENIS: DE LOGISTIEKE WERKELIJKHEID VAN DE VARKENSPEST (HELMOND, 1997-1998)

Bijna 30 jaar geleden, op 4 februari 1997, kwam het bericht dat er klassieke varkenspest (KVP) was uitgebroken in Venhorst (gemeente Boekel, provincie Noord-Brabant). Twee dagen eerder ging het gerucht al rond dat er KVP zat in Nederland en waren varkensboeren druk bezig met nog zoveel mogelijk varkens van A naar B te verplaatsen. De uitbraak van klassieke varkenspest trof in 1997 en tot maart 1998 429 bedrijven. In totaal werden 700.000 dieren afgemaakt op besmette bedrijven en daarnaast werden nog eens 1,1 miljoen varkens preventief geruimd. In het kader van de opkoopregeling werden 8,1 miljoen varkens en biggen opgekocht en vermoord; de stallen zaten vol, maar er was geen markt meer. De totale kosten bedroegen € 2,2 miljard, grotendeels betaald door de belastingbetaler.

Deze week kreeg Animal Rights een getuigenis toegestuurd van een voormalig ‘logistiek medewerker afvoer’ die anoniem wil blijven. Hij werd geraakt door het recente debat en Kamervragen over het feit dat “nog steeds structureel tientallen levende dieren (zoals biggen) als ‘kadaver’ bij Rendac worden gedumpt.” Hij wil zijn verhaal delen omdat “de varkens met hun ogen me nog steeds aankijken”.

Lees en huiver! Dit nooit meer!

1. De nood-locatie op het Promest-terrein te Helmond

Tijdens de klassieke varkenspestepidemie van 1997-1998 bleek de reguliere destructiecapaciteit van Rendac in Son al snel volledig ontoereikend voor de miljoenen te ruimen dieren. Als logistieke noodgreep werd op het industrieterrein in Helmond, op het terrein van mestverwerker Promest (waarbij ook Den Ouden betrokken was), een grootschalige, tijdelijke nood-dodings- en destructiefaciliteit ingericht. Hier werd een industriële elektrocutie-straat gebouwd. Varkens werden door een gangenstelsel geleid waar zij onder geëlektrificeerde kettingen door moesten lopen.
Productietijden: Er werd dagelijks onder extreme tijdsdruk gewerkt in lange, uitputtende shifts die startten om 06:00 uur ’s ochtends en eindigden om 21:00 uur ’s avonds (diensten van 15 uur).
Capaciteit: De dagelijkse aantallen gedode dieren fluctueerden afhankelijk van de aanvoer van 7.000 varkens per dag tot een absoluut record van 15.000 varkens per dag.

Reformatorisch Dagblad, 10 april 1997

2. De logistiek van de afvoer en de export naar Oost-Duitsland

Terwijl de aanvoerstroom en het doden onder maximale druk doorgingen, vormde de afvoer van de gigantische berg kadavers een kritieke logistieke flessenhals. Omdat de Nederlandse verwerkingscapaciteit verstopt raakte, werd de biomassa per as geëxporteerd.
Inzet charters: De afvoer werd gecoördineerd via een constante stroom van vrachtwagens, waarbij grote transportbedrijven (waaronder Claassens Venlo, Ambrosius en andere charters) massaal werden ingeschakeld.
Bestemming: De transporten reden in verzegelde, vloeistofdichte wagens over honderden kilometers naar voormalig Oost-Duitsland, tot strak tegen de Tsjechische grens. Daar werd gebruikgemaakt van de verbrandingscapaciteit van grote industriële (bruinkool)installaties.
Toezicht (Van uitkeringsgerechtigde naar militair): Om juridisch aan de exporteisen te voldoen, moest er verplicht een ‘ambtenaar van de Staat der Nederlanden’ meereizen op de vrachtwagens. In de beginfase zette de overheid hiervoor ad hoc werkloze uitkeringsgerechtigden in, die tijdelijk werden beëdigd tot bezoldigd rijksambtenaar. Nadat dit na enkele weken uitlekte en tot maatschappelijke ophef leidde, werd deze constructie stopgezet en nam de Koninklijke Landmacht (Defensie) de transportbegeleiding met militairen over.

3. Logistieke excessen en het haperen van de keten

De enorme druk op de keten leidde in de praktijk tot ernstige incidenten en systeemfouten die in officiële beleidsevaluaties vaak onderbelicht zijn gebleven:
De biggen-weeffout: Boeren mochten wettelijk varkens tot 23 kilo meegeven voor transport; lichtere biggen moesten op het eigen erf door een dierenarts worden gedood. Om deze procedure te omzeilen, gaven sommige veehouders toch te lichte biggen mee aan de transporteurs naar Helmond. De elektrocutie-installatie in Helmond was echter afgesteld op grotere varkens. De kleine biggetjes liepen onder de geëlektrificeerde kettingen door zonder geraakt te worden, overleefden de verdoving en kwamen levend in de berg kadavers en de vloeistofdichte vrachtwagens terecht.
Ontdekking in Duitsland: Bij aankomst in Oost-Duitsland hoorden Duitse controleurs ‘gepiep’ uit de vrachtwagens komen. Tussen de rottende massa bleken nog levende, zwaar verwaarloosde biggen te zitten.
De ‘Skiberg’ van kadavers door tijdelijke stops: Na de ontdekking van deze excessen traineerden de Duitse autoriteiten de export, waardoor de afvoerlijn tijdelijk – bijvoorbeeld voor de duur van een dag – volledig stilviel. Omdat de aanvoer en het doden in Helmond in dat strakke tijdsbestek (van 06:00 tot 21:00 uur) niet direct konden worden stopgezet, ontstond er op het Promest-terrein in de hete zomer acuut een huiveringwekkende, gigantische berg van duizenden tonnen rottende kadavers.
Extreme hittestress in de aanvoerfiles: Door deze kortstondige stagnatie aan de Duitse afvoerzijde verstopte de aanvoerlijn onmiddellijk volledig. Vrachtwagens met levende varkens kwamen in kilometerslange wachtrijen in de brandende zon op het industrieterrein te staan. Omdat varkens niet kunnen zweten, raakten de dieren massaal in ademnood en hapten wanhopig naar lucht door de tralies van de bloedhete veewagens. De uiteindelijke doding in Helmond was voor deze zwaar lijdende dieren een feitelijke verlossing.

Militaire Spectator – Operatie Varkenspest

4. Menselijke impact en stress

De druk op de werkvloer om de operatie koste wat kost draaiende te houden was onmenselijk hoog. De psychologische en fysieke belasting leidde tot acute crisissituaties onder het personeel. Een ter plekke aangestelde NVWA-controleur (destijds RVV) bezweek op het terrein zelf aan de gevolgen van een acuut hartinfarct door de extreme stress.

Tot zover de getuigenis. ‘Nooit meer!’ is een mooi streven, maar tijdens de corona-uitbraak onder nertsen in 2020 bleek dat het landbouwministerie en de NVWA opnieuw niet waren voorbereid op de gevolgen van het massaal fokken van dieren en kon men opnieuw niet voorkomen dat levende dieren in de destructiecontainers belandden:

Brandbrief: Wolvenroedel op komst in West-Brabant; verplicht nú maatregelen!

Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden roepen de provincie Noord-Brabant en de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) op om dierhouders in West-Brabant te verplichten om wolfwerende rasters en nachtopvang in gereedheid te brengen nu net over de grens een nieuwe wolvenroedel op komst is.

Emma en Ben
Begin september 2026 meldt het INBO (het Vlaams Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) dat wolvin Emma (GW3449f), die in 2023 neerstreek in het noorden van de provincie Antwerpen in de omgeving van de Kalmthoutse Heide, een vriendje heeft. 1 2 Emma is de 10e welp van het Vlaams-Limburgse wolvenpaar Noëlla (GW1479f; omgekomen bij een aanrijding op 19 maart 2026) en August (GW979m; omgekomen bij een aanrijding op 5 juli 2023) van de de Hechtel-Eksel-roedel in 2022. Emma kreeg de voorbije jaren gezelschap van verschillende mannelijke wolven, maar geen van hen bleef. De situatie lijkt nu anders. Recente camerabeelden van het INBO tonen hoe Emma en de nieuwe wolf samen hun territorium markeren met uitwerpselen. Dat gedrag komt uitsluitend voor bij wolven die een vast paar vormen. Wolven paren in februari en na een draagtijd van twee maanden worden de welpen geboren in april. De nieuwe wolf, die nog niet genetisch geïdentificeerd is, werd door ‘Welkom Wolf’ Ben gedoopt. Als Emma en Ben samenblijven, mag de Noorderkempen komend jaar dus wolvenwelpen verwachten en vormt zich daarmee een roedel op de grens van de Vlaamse provincie Antwerpen en Nederlands West-Brabant. Dit heeft consequenties voor West-Brabantse dierhouders.

Het is namelijk niet de eerste keer dat wolven zich vestigen in deze regio en zich tot in Nederland lieten gelden. Tussen 12 december 2021 en 22 februari 2022, komen, bijvoorbeeld, zo’n 70-90 onbeschermde schapen van Cor en Dirk de Bruijn uit Wouw in de gemeente Roosendaal om na wolfaanvallen. 

Asterix
Een oudere broer van Emma (GW1954m), geboren in april 2020, zoon van Noëlla en August en samen met zijn vier broertjes en zusjes het resultaat van de eerste succesvolle wolvenvoortplanting in België sinds 1799, ging eind november 2021 op zoek naar een eigen territorium en vestigde zich tijdelijk op de Kalmthoutse heide. Van december 2021 tot en met maart 2022 doodde hij schapen aan de Nederlandse kant van de grens. In totaal werd op 14 locaties zijn DNA vastgesteld bij gedode schapen, waaronder vijf maal bij de familie De Bruijn. In maart 2022 werd hij voor de laatste maal in Nederland bevestigd, in Zeeland. 
Hij kreeg in Vlaanderen de naam Asterix, omdat hij voor het eerst gespot werd in de buurt van Tabaknatie Asterix in de Antwerpse haven.

Klaasje
GW2402m, een alpiene wolf, verbleef een drietal weken rond november 2021 op de Kalmthoutse Heide. Ook hij was een mannelijke zwerver opzoek naar een territorium en vrouwelijk gezelschap. Begin november was hij nog in Goch (Nedersaksen). Zijn DNA werd op 11 en 12 november aangetroffen op gedode schapen in de Ooijpolder. Daarna in Den Bosch. In december trok hij door het Westen van Noord-Brabant. Tussen 11 november 2021 en 9 januari 2022 worden op 15 locaties gedode schapen en een geit aangetroffen met zijn DNA, waaronder drie keer bij de familie  De Bruijn. In februari 2022 werd GW2402m weer in Duitsland waargenomen.
De organisatie ‘Welkom Wolf’ gaf de wolf de naam Klaas(je), “naar Sinterklaas die ook rond deze dagen in de grensstreek erg actief was geweest.”

Beschermingsplicht
Artikel 1.6, derde lid, van het Besluit houders van dieren bepaalt dat een dier, indien het niet in een gebouw wordt gehouden, door de houder bescherming moet worden geboden tegen slechte weersomstandigheden, gezondheidsrisico’s en zo nodig roofdieren.


Er is dus een wettelijke beschermingsplicht. De rechtbank deelt die mening met Animal Rights, zo blijkt uit een uitspraak van 2 december 2025, 3 nadat de NVWA weigerde op deze beschermplicht te handhaven: “Een volgens de preventiekit effectief te achten wolfwerend raster ontbrak dus bij de aanvallen [bij De Bruijn] en niet valt uit te sluiten dat de wijze waarop de schapenhouder zijn percelen heeft afgerasterd ertoe heeft geleid dat de wolf de percelen van de schapenhouder is binnengedrongen. Er waren daarom concrete aanwijzingen dat de schapenhouder zijn schapen onvoldoende bescherming bood tegen de wolf, en de minister had daarom nader onderzoek moeten doen naar aanleiding van het handhavingsverzoek.”
En: “Voor de conclusie van de minister dat de schapenhouder naar (de huidige) omstandigheden zijn dieren voldoende bescherming heeft geboden tegen aanvallen van de wolf, is dan ook onvoldoende basis.”

De NVWA bleef zich verschuilen achter de stelling: “Omdat de wolf lange tijd afwezig was in Nederland, hebben veel dierhouders nog geen ervaring met het nemen van wolwerkende maatregelen.” Dat moet nu voorbij zijn, vinden Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden.

Vandaar deze waarschuwing – ruim van te voren – in de vorm van een brandbrief van Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant en de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit: Waarschijnlijk ontstaat er over ruim een half jaar een roedel op de grens van de provincie Antwerpen en West-Brabant. Als er welpen geboren worden, zullen de ouders vanaf april 2027 extra voedsel moeten aanslepen en zullen onbeschermde schapen een makkelijke voedselbron vormen. Dierhouders moeten nú beschermende maatregelen nemen of stoppen met het houden van dieren. Dat is niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een morele plicht. Gedeputeerde Staten, eventueel via de Omgevingsdienst, en de NVWA horen hier op toe te zien en te handhaven.

Mocht deze waarschuwing in de wind worden geslagen dan is de kans aanwezig dat Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden vanaf komende lente, bij aanvallen op niet of slecht beschermde, gehouden dieren in het gebied, bestraffing van de verantwoordelijke dierhouders zal afdwingen, desnoods via de rechter.

We vernemen graag uw reactie.

Directeur Animal Rights
Susan Hartland

Behalve aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant en de NVWA heeft Animal Rights de brief ook ter informatie gestuurd aan de gemeentes Roosendaal, Bergen op Zoom, Zundert, Steenbergen, Halderberge, Etten-Leur, Moerdijk, Woensdrecht, Rucphen en Breda.

Update – Emma en Ben gespot zo’n 10 km ten Zuiden van de Nederlandse grens

Boer Bart Janssens uit Brecht heeft woensdagochtend 23 september 2026 vroeg – het was nog donker – wolven Emma en Ben van dichtbij zien langslopen op zijn akker aan de Schoordijkweg. 4 Volgens de boer zijn de wolven verder gelopen richting het Groot Schietveld in Wuustwezel. “Ze kwamen vanuit de bewoonde wijk en liepen daarna verder richting de bossen van het Groot Schietveld.” Dit is zo’n 10 kilometer van de Nederlandse grens, 14 kilometer ten Zuiden van het Noord-Brabantse Achtmaal.


  1. Wolvin Emma heeft mogelijk nieuwe partner: “Redelijk zeker dat hij van plan is te blijven” ↩︎
  2. Wolvin Emma is niet langer alleen: mannelijke wolf opgedoken in Noorderkempen ↩︎
  3. ECLI:NL:CBB:2025:633 ↩︎
  4. Boer uit Brecht spot wolven Emma en Ben op zijn akker: “Dat was toch even schrikken” ↩︎