Brandbrief: Wolvenroedel op komst in West-Brabant; verplicht nú maatregelen!

Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden roepen de provincie Noord-Brabant en de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) op om dierhouders in West-Brabant te verplichten om wolfwerende rasters en nachtopvang in gereedheid te brengen nu net over de grens een nieuwe wolvenroedel op komst is.

Emma en Ben
Begin september 2026 meldt het INBO (het Vlaams Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) dat wolvin Emma (GW3449f), die in 2023 neerstreek in het noorden van de provincie Antwerpen in de omgeving van de Kalmthoutse Heide, een vriendje heeft. 1 2 Emma is de 10e welp van het Vlaams-Limburgse wolvenpaar Noëlla (GW1479f; omgekomen bij een aanrijding op 19 maart 2026) en August (GW979m; omgekomen bij een aanrijding op 5 juli 2023) van de de Hechtel-Eksel-roedel in 2022. Emma kreeg de voorbije jaren gezelschap van verschillende mannelijke wolven, maar geen van hen bleef. De situatie lijkt nu anders. Recente camerabeelden van het INBO tonen hoe Emma en de nieuwe wolf samen hun territorium markeren met uitwerpselen. Dat gedrag komt uitsluitend voor bij wolven die een vast paar vormen. Wolven paren in februari en na een draagtijd van twee maanden worden de welpen geboren in april. De nieuwe wolf, die nog niet genetisch geïdentificeerd is, werd door ‘Welkom Wolf’ Ben gedoopt. Als Emma en Ben samenblijven, mag de Noorderkempen komend jaar dus wolvenwelpen verwachten en vormt zich daarmee een roedel op de grens van de Vlaamse provincie Antwerpen en Nederlands West-Brabant. Dit heeft consequenties voor West-Brabantse dierhouders.

Het is namelijk niet de eerste keer dat wolven zich vestigen in deze regio en zich tot in Nederland lieten gelden. Tussen 12 december 2021 en 22 februari 2022, komen, bijvoorbeeld, zo’n 70-90 onbeschermde schapen van Cor en Dirk de Bruijn uit Wouw in de gemeente Roosendaal om na wolfaanvallen. 

Asterix
Een oudere broer van Emma (GW1954m), geboren in april 2020, zoon van Noëlla en August en samen met zijn vier broertjes en zusjes het resultaat van de eerste succesvolle wolvenvoortplanting in België sinds 1799, ging eind november 2021 op zoek naar een eigen territorium en vestigde zich tijdelijk op de Kalmthoutse heide. Van december 2021 tot en met maart 2022 doodde hij schapen aan de Nederlandse kant van de grens. In totaal werd op 14 locaties zijn DNA vastgesteld bij gedode schapen, waaronder vijf maal bij de familie De Bruijn. In maart 2022 werd hij voor de laatste maal in Nederland bevestigd, in Zeeland. 
Hij kreeg in Vlaanderen de naam Asterix, omdat hij voor het eerst gespot werd in de buurt van Tabaknatie Asterix in de Antwerpse haven.

Klaasje
GW2402m, een alpiene wolf, verbleef een drietal weken rond november 2021 op de Kalmthoutse Heide. Ook hij was een mannelijke zwerver opzoek naar een territorium en vrouwelijk gezelschap. Begin november was hij nog in Goch (Nedersaksen). Zijn DNA werd op 11 en 12 november aangetroffen op gedode schapen in de Ooijpolder. Daarna in Den Bosch. In december trok hij door het Westen van Noord-Brabant. Tussen 11 november 2021 en 9 januari 2022 worden op 15 locaties gedode schapen en een geit aangetroffen met zijn DNA, waaronder drie keer bij de familie  De Bruijn. In februari 2022 werd GW2402m weer in Duitsland waargenomen.
De organisatie ‘Welkom Wolf’ gaf de wolf de naam Klaas(je), “naar Sinterklaas die ook rond deze dagen in de grensstreek erg actief was geweest.”

Beschermingsplicht
Artikel 1.6, derde lid, van het Besluit houders van dieren bepaalt dat een dier, indien het niet in een gebouw wordt gehouden, door de houder bescherming moet worden geboden tegen slechte weersomstandigheden, gezondheidsrisico’s en zo nodig roofdieren.


Er is dus een wettelijke beschermingsplicht. De rechtbank deelt die mening met Animal Rights, zo blijkt uit een uitspraak van 2 december 2025, 3 nadat de NVWA weigerde op deze beschermplicht te handhaven: “Een volgens de preventiekit effectief te achten wolfwerend raster ontbrak dus bij de aanvallen [bij De Bruijn] en niet valt uit te sluiten dat de wijze waarop de schapenhouder zijn percelen heeft afgerasterd ertoe heeft geleid dat de wolf de percelen van de schapenhouder is binnengedrongen. Er waren daarom concrete aanwijzingen dat de schapenhouder zijn schapen onvoldoende bescherming bood tegen de wolf, en de minister had daarom nader onderzoek moeten doen naar aanleiding van het handhavingsverzoek.”
En: “Voor de conclusie van de minister dat de schapenhouder naar (de huidige) omstandigheden zijn dieren voldoende bescherming heeft geboden tegen aanvallen van de wolf, is dan ook onvoldoende basis.”

De NVWA bleef zich verschuilen achter de stelling: “Omdat de wolf lange tijd afwezig was in Nederland, hebben veel dierhouders nog geen ervaring met het nemen van wolwerkende maatregelen.” Dat moet nu voorbij zijn, vinden Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden.

Vandaar deze waarschuwing – ruim van te voren – in de vorm van een brandbrief van Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant en de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit: Waarschijnlijk ontstaat er over ruim een half jaar een roedel op de grens van de provincie Antwerpen en West-Brabant. Als er welpen geboren worden, zullen de ouders vanaf april 2027 extra voedsel moeten aanslepen en zullen onbeschermde schapen een makkelijke voedselbron vormen. Dierhouders moeten nú beschermende maatregelen nemen of stoppen met het houden van dieren. Dat is niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een morele plicht. Gedeputeerde Staten, eventueel via de Omgevingsdienst, en de NVWA horen hier op toe te zien en te handhaven.

Mocht deze waarschuwing in de wind worden geslagen dan is de kans aanwezig dat Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden vanaf komende lente, bij aanvallen op niet of slecht beschermde, gehouden dieren in het gebied, bestraffing van de verantwoordelijke dierhouders zal afdwingen, desnoods via de rechter.

We vernemen graag uw reactie.

Directeur Animal Rights
Susan Hartland

Behalve aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant en de NVWA heeft Animal Rights de brief ook ter informatie gestuurd aan de gemeentes Roosendaal, Bergen op Zoom, Zundert, Steenbergen, Halderberge, Etten-Leur, Moerdijk, Woensdrecht, Rucphen en Breda.


  1. Wolvin Emma heeft mogelijk nieuwe partner: “Redelijk zeker dat hij van plan is te blijven” ↩︎
  2. Wolvin Emma is niet langer alleen: mannelijke wolf opgedoken in Noorderkempen ↩︎
  3. ECLI:NL:CBB:2025:633 ↩︎

Brandbrief over ondermijning van de Wet open overheid door de vee-industrie

Dinsdag 1 september 2026 vindt er om 16:20 een plenair debat plaats in de Tweede Kamer over de antwoorden op vragen van de Kamercommissie over de zienswijzeprocedure bij Woo-verzoeken over emissiegegevens. 1 Op 31 augustus stuurde Animal Rights de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken een brandbrief over de ondermijning van de Woo door het traineren van openbaarmaking door de vee-industrie. In de brief wordt uitgelegd waar de knelpunten zich bevinden en hoe deze kunnen worden opgelost. Zie voor de tekst hieronder:

Geachte leden van de Tweede Kamer,

Stichting Animal Rights vraagt met klem uw aandacht voor een structureel probleem bij de openbaarmaking van informatie over het toezicht op en de handhaving in de vee-industrie. De Wet open overheid (Woo) functioneert op dit terrein niet. Hoewel de Woo als hoofdregel voorschrijft dat opgevraagde informatie zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 28 dagen openbaar wordt gemaakt, worden inspectierapporten en handhavingsbesluiten jarenlang aan het publieke oog onttrokken doordat kapitaalkrachtige bedrijven en belangenorganisaties zich met juridische procedures tegen de onvermijdelijke openbaarmaking verzetten.

Animal Rights trekt hierover nu aan de bel, maar staat daarin niet alleen. Dierenwelzijnsorganisaties die met Woo-verzoeken inzicht proberen te krijgen in het toezicht op de vee-industrie lopen tegen dezelfde juridische vertragingstactieken aan. De in deze brief beschreven voorbeelden vormen dan ook slechts het topje van de ijsberg.

Openbaarheid van bestuur als fundament voor een democratische rechtsstaat
Maatschappelijke organisaties als Animal Rights zijn afhankelijk van informatievoorziening op grond van de Woo om, in het belang van een goede en democratische bestuursvoering, de uitoefening van de inspectie- en toezichtstaken van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) te controleren. Deze controle levert een belangrijke bijdrage aan het maatschappelijke debat en vergroot de transparantie van het toezicht door de NVWA. Niet zelden zijn door Woo-verzoeken van onder meer Animal Rights misstanden in de vee-industrie aan het licht gekomen. De maatschappelijke verontwaardiging die deze misstanden teweegbrengen, onderstreept het fundamentele belang van transparantie en daarmee van een goed functionerende Woo.

Zonder inzicht in welke onderneming wordt gecontroleerd, welke overtredingen worden vastgesteld en hoe daartegen wordt opgetreden, kan niet worden beoordeeld of de NVWA haar wettelijke taak naar behoren uitvoert. Geanonimiseerde of jaren later gepubliceerde inspectierapporten maken die controle feitelijk onmogelijk.

Openbaarmaking als uitputtingsslag
Grote agro-industriële ondernemingen en belangenorganisaties als LTO Nederland, de Producenten Organisatie Varkenshouderij en Vee&Logistiek Nederland beschikken over de middelen om voor iedere voorgenomen openbaarmaking advocaten in te schakelen. Dat sprake is van een bredere en gecoördineerde strijd tegen transparantie, blijkt ook uit onderzoek van Follow the Money. Daarin wordt beschreven hoe boerenorganisaties via juridische procedures, mediacampagnes en politieke lobby de openbaarmaking van informatie jarenlang weten tegen te houden en tegelijkertijd aandringen op inperking van de Woo. 2
De machtsverhouding is die van David tegen Goliath. Tegenover een dierenrechtenorganisatie als Animal Rights, die voor haar werkzaamheden afhankelijk is van donaties, staan concerns als De Heus, dat naast veevoerproducent ook leverancier van vleeskuikens en eigenaar van slachthuizen is en in 2025 een omzet van ruim € 6 miljard behaalde. 3
Voor een miljardenconcern is iedere nieuwe juridische procedure slechts een beperkte kostenpost: een investering in vertraging. Voor Animal Rights betekent iedere procedure daarentegen dat schaarse middelen moeten worden besteed aan het verkrijgen van informatie die openbaar behoort te zijn.

Voor de betrokken ondernemingen en belangenorganisaties hoeft een procedure niet te worden gewonnen om succesvol te zijn. Iedere zienswijze, ieder bezwaar, ieder verzoek om een voorlopige voorziening en ieder beroep kan maanden of jaren vertraging opleveren. Wanneer inspectie-informatie pas jaren later openbaar wordt, is met het traineren het beoogde doel al bereikt.

Vaste rechtspraak wordt genegeerd
Vele rechtbanken en de hoogste algemene bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), hebben de standaardargumenten waarmee de sector openbaarmaking probeert tegen te houden keer op keer beoordeeld en verworpen. Bedrijfsnamen en -adressen mogen niet worden geanonimiseerd, ook niet wanneer de bedrijfsnaam een familienaam bevat, of het bedrijfsadres tevens het woonadres is. Ook mogelijke reputatie-, imago- of financiële schade en een algemene vrees voor dierenrechtenactivisten rechtvaardigen het achterhouden van deze informatie niet. 4 5 6

De sector en haar rechtsbijstandverleners weten dan wel behoren te weten dat deze argumenten juridisch kansloos zijn. Dat zij niettemin in bezwaar, beroep en hoger beroep telkens opnieuw worden aangevoerd, kan moeilijk anders worden begrepen dan als een bewuste poging om de openbaarmaking te traineren en daarmee de werking van de Woo te saboteren.

De bestuursrechter kan deze argumenten in een afzonderlijke zaak verwerpen, maar niet voorkomen dat zij in een volgende procedure of in (hoger) beroep opnieuw worden aangevoerd. Iedere keer moet dezelfde juridische discussie opnieuw worden gevoerd, terwijl de openbaarmaking verder wordt vertraagd.

Ook de NVWA signaleert en erkent deze problematiek, maar geeft aan binnen het huidige wettelijke kader machteloos te staan tegenover deze werkwijze. Het bestuursorgaan dat de openbaarmakingsbesluiten neemt, kan deze structurele herhaling dus evenmin doorbreken. Nu zowel het verantwoordelijke bestuursorgaan als de rechtspraak niet in staat zijn deze werkwijze te beëindigen, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat alleen de wetgever bij machte is dit structurele misbruik van juridische procedures door een wetswijziging te beëindigen, dan wel effectief te ontmoedigen.

Openbaarmaking volgt pas wanneer de informatie haar waarde heeft verloren
Animal Rights ondervindt rechtstreeks de gevolgen van het misbruik van wettelijke rechtsbeschermingsmogelijkheden, met geen ander kennelijk doel dan de onvermijdelijke openbaarmaking zo lang mogelijk te traineren. Zo heeft Animal Rights in 2022 inspectierapporten over konijnenhouderijen opgevraagd. Vier jaar later zijn deze rapporten nog altijd niet volledig openbaar, doordat vanuit de sector herhaaldelijk procedures tegen openbaarmaking zijn gevoerd. 7


Terwijl de inspectierapporten aan het publieke oog onttrokken bleven, brachten in juli 2026 door RTL Nieuws uitgezonden undercoverbeelden aan het licht dat konijnen op grote schaal worden mishandeld. De beelden hebben betrekking op zestien Nederlandse konijnenhouderijen. Het grote aantal betrokken bedrijven rechtvaardigt de conclusie dat de vastgelegde misstanden niet incidenteel zijn, maar sectorbreed voorkomen. Dat dergelijke misstanden konden voortbestaan, toont bovendien dat het toezicht van de NVWA ernstig tekortschiet. 8 9

Deze gang van zaken laat zien wat door het traineren van de openbaarmaking verloren gaat. Als de in 2022 opgevraagde inspectierapporten tijdig openbaar waren gemaakt, hadden de samenleving en haar volksvertegenwoordigers kunnen controleren wat de NVWA in de periode van 2017 tot 2022 bij konijnenhouderijen had aangetroffen en hoe zij daartegen was opgetreden. Zij hadden dan in de afgelopen vier jaar kunnen aansturen op verbetering van het toezicht. Door de openbaarmaking jarenlang te traineren, is die democratische controle onmogelijk gemaakt op het moment waarop zij daadwerkelijk verschil had kunnen maken.

Dat het probleem zich niet tot konijnenhouderijen beperkt, blijkt uit een ander voorbeeld. In 2020 verzocht Animal Rights om informatie over nog levende dieren die tussen de kadavers langs de weg werden gezet om door destructiebedrijf Rendac te worden opgehaald en vernietigd. De informatie had betrekking op de periode vanaf augustus 2018. Ook tegen de openbaarmaking van deze informatie hebben betrokken veehouders zich jarenlang via juridische procedures verzet. Pas in februari 2026 deed de ABRvS einduitspraak. Animal Rights heeft dus ruim vijf jaar moeten procederen om informatie openbaar te krijgen die toen deels al bijna acht jaar oud was. Ook in deze zaak beriepen veehouders zich tevergeefs op hun persoonlijke levenssfeer en op de vrees voor sabotage en dierenrechtenactivisme. 10

Deze voorbeelden laten zien dat de jarenlange vertraging de maatschappelijke en politieke waarde van toezichtinformatie uitholt. Wanneer Animal Rights nu opnieuw een Woo-verzoek indient, is de reële verwachting dat de openbaarmaking door juridische procedures opnieuw wordt getraineerd en de informatie pas over vier of vijf jaar beschikbaar komt. Tegen die tijd zijn bedrijven mogelijk verdwenen of overgenomen en kunnen betrokken ondernemingen volstaan met de mededeling dat de situatie jaren later toch echt zou zijn verbeterd, zonder dat de samenleving dit kan controleren.

Wie wil controleren wat zich in de vee-industrie afspeelt en hoe de overheid daarop toezicht houdt, boekt daardoor sneller resultaat met verborgen camera’s dan via de formele weg van de Woo. Een wet die informatie pas beschikbaar maakt nadat zij haar waarde voor het publieke en politieke debat grotendeels heeft verloren, functioneert niet. Er kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat de Woo op dit terrein kapot is.

Uw Kamer is aan zet
Animal Rights verzoekt de Tweede Kamer te bevorderen dat voor inspectierapporten, rapporten van bevindingen, schriftelijke waarschuwingen, boeterapporten, sanctiebesluiten en processen-verbaal met betrekking tot de vee-industrie een duidelijke wettelijke hoofdregel van openbaarheid wordt ingevoerd. Daarbij kan enerzijds, naar analogie met de bijzondere positie die emissiegegevens binnen de Woo innemen, worden gedacht aan het uitzonderen van deze toezicht- en handhavingsinformatie van de in de artikelen 5.1 en 5.2 Woo opgenomen weigeringsgronden en anderzijds aan het verplichten van bestuursorganen tot actieve openbaarmaking van voornoemde stukken. 11

Een dergelijke wetswijziging beperkt belanghebbenden niet in hun mogelijkheden om een zienswijze in te dienen, bezwaar te maken, beroep in te stellen of de rechter te verzoeken een voorlopige voorziening te treffen. De belangen van ondernemingen kunnen bovendien worden geborgd zonder informatie geheim te houden. Tijdens een zienswijzeprocedure kunnen belanghebbenden feitelijke onjuistheden corrigeren en relevante context aanleveren, die bij het openbaarmakingsbesluit gelijktijdig met de inspectie-informatie kan worden gepubliceerd, eventueel in de vorm van een disclaimer. De ABRvS heeft deze mogelijkheid uitdrukkelijk onderschreven. 12 Deze werkwijze is bovendien reeds standaardpraktijk bij de NVWA.

Deze mogelijkheden geven ondernemingen echter geen vetorecht. Een onderneming kan context bieden, maar behoort niet te kunnen bepalen of informatie over het overheidstoezicht openbaar wordt. Evenmin behoort het instellen van bezwaar of beroep automatisch tot gevolg te hebben dat het volledige dossier voor onbepaalde tijd wordt achtergehouden.

De voorgestelde wetswijziging legt het materiële juridische uitgangspunt ondubbelzinnig vast: deze informatie is openbaar en de genoemde weigeringsgronden zijn niet van toepassing. Daardoor kan de minister een bezwaar dat uitsluitend op deze gronden berust eenvoudiger ongegrond verklaren. Wanneer vervolgens om schorsing van de openbaarmaking wordt verzocht, biedt het duidelijke wettelijke kader de voorzieningenrechter de mogelijkheid een evident kansloos verzoek direct af te wijzen.


Geen tijd meer te verliezen
Transparantie over toezicht en handhaving is geen gunst, maar een noodzakelijke voorwaarde voor controleerbaar bestuur, geloofwaardig toezicht en een volwassen maatschappelijk debat over dierenwelzijn en voedselveiligheid.

De vee-industrie mag niet langer door het voeren van juridisch kansloze procedures kunnen bepalen wanneer informatie over het overheidstoezicht openbaar wordt.

Wij verzoeken u deze problematiek met spoed te agenderen en de regering om een wetsvoorstel en een concreet tijdpad te vragen. Iedere verdere vertraging betekent dat opnieuw actuele en maatschappelijk relevante toezichtinformatie haar waarde verliest.

Deze brief wordt tevens in afschrift verzonden aan de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, gelet op haar verantwoordelijkheid voor de parlementaire controle op het dierenwelzijnstoezicht door de NVWA. Daarnaast ontvangen de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, gelet op diens verantwoordelijkheid voor de Woo, en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, gelet op de verantwoordelijkheid van diens ministerie voor openbaarmakingsbesluiten over inspectie- en handhavingsinformatie met betrekking tot de vee-industrie, een afschrift.

Indien u naar aanleiding van deze brief vragen heeft, behoefte heeft aan meer praktijkvoorbeelden of op andere wijze overleg wenst, staan wij vanzelfsprekend tot uw dienst. 

Wij kijken uit naar uw reactie.

Update – Tweeminutendebat Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens (32802, nr. 146) 13 14

Het was opvallend hoe gering de belangstelling was voor dit debat op 1 september 2026. BBB, SGP, CU & CDA verwoordden ieder in hun eigen stijl de ‘kwetsbare positie’ van de veeboeren en gebruikten dat als argument om transparantie over de vee-industrie te willen saboteren.
Het was treurig om te zien hoe minister Van Essen kritiekloos meeging in deze frame: “Misschien is het om te beginnen – we hebben dat de vorige keer ook gedaan toen het debat hierover ging – goed om aan te geven dat ik snap dat dit onderwerp ontzettend leeft bij agrariërs. Als je privéadres ook je bedrijfsadres is, komt het natuurlijk binnen als mensen daarmee af en toe op je erf verschijnen terwijl jij met je gezin aan de keukentafel zit. Dat is verschrikkelijk.”

Gelukkig was daar ook nog Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren: “De samenleving maakt zich grote zorgen over het lot van dieren in de veehouderij, en dan is het minste dat we kunnen doen transparant zijn over de inspecties. Daar gaat het echt mis. Deze zomer hebben we opnieuw gezien hoe konijnen worden behandeld in de konijnenhouderij, terwijl daar eerder al andere beelden over naar buiten zijn gekomen. Dan moeten maatschappelijke organisaties jarenlang procederen om inspectierapporten openbaar te krijgen, terwijl wij moeten kunnen controleren of er voldoende toezicht wordt uitgeoefend en er voldoende wordt gestraft als er overtredingen worden vastgesteld. Het is ongelofelijk dat de sector dat kan blijven vertragen, terwijl de samenleving dit moet kunnen controleren. Daarom de volgende motie.

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat burgers er recht op hebben te weten hoe er met dieren wordt omgegaan in de bio-industrie en hoe het toezicht daarop functioneert;
constaterende dat inspectierapporten en andere toezicht- en handhavingsinformatie hiervoor onmisbaar zijn, maar dat het door bezwaren van de sector jaren kan duren voordat deze informatie openbaar wordt, terwijl uit rechtspraak keer op keer is gebleken dat de bezwaren ongegrond zijn;
constaterende dat misstanden en ernstig dierenleed hierdoor veel later aan het licht komen, zoals we bijvoorbeeld zagen bij ernstige misstanden in de konijnenhouderij;
verzoekt de regering om de benodigde stappen te zetten om toezicht- en handhavingsinformatie met betrekking tot het leven en lijden van dieren in de bio-industrie actief openbaar te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.

Ik wil daaraan toevoegen dat dit dus de hele tijd gebeurt. We hebben ook vragen gesteld over hoeveel dieren er tijdens de afgelopen hete periode deze zomer extra zijn doodgegaan in de stallen. Die cijfers moeten we hebben. We moeten ook weten hoeveel dieren er levend tussen de kadavers terechtkomen die buiten liggen te wachten om opgehaald te worden door Rendac. In die hete periodes kan het niet anders dan dat daar meer dieren zijn doodgegaan en dat het risico dat daar levende dieren tussen zaten, ook is vergroot. We moeten die cijfers en het toezicht daarop kunnen controleren.”

De reactie van minister Van Essen:
“Ik zou willen verzoeken om de motie op stuk nr. 153 aan te houden, omdat de staatssecretaris van LVVN daar schriftelijk op wil terugkomen.”
De voorzitter:
“Ik kijk even of mevrouw Ouwehand daartoe bereid is. Kunt u er een tijdskader bij geven, om even een afschuwelijk Haags woord te gebruiken?”
Minister Van Essen:
“Ik ga ervan uit dat het toch wel …”
De voorzitter:
“Voor de stemmingen volgende week dinsdag?”
Minister Van Essen:
“Dat moet wel kunnen, ja.”
De voorzitter:
“Voor de stemmingen van volgende week dinsdag. Mevrouw Ouwehand?”
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
“Vooruit dan maar. Maar ik wil wel zeggen dat ik ook een deel van mijn vragen over de konijnenhouderij aan de minister had gesteld. Als je niet vaststelt welke overtredingen er plaatsvinden, terwijl er wel uitkoopsommen komen, dan vind ik het wel makkelijk om daarvan weg te kijken.”
De voorzitter:
“De minister komt nog toe aan de beantwoording van de vragen. De motie wordt nu aangehouden. Het kabinet heeft toegezegd voor de stemmingen met een brief te komen waarin de appreciatie staat.
Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor haar motie (32802, nr. 153) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.”

De voorzitter:
“Minister, u vervolgt.”
Minister Van Essen:
“De Partij voor de Dieren vroeg hoeveel dieren er tussen kadavers terecht zijn gekomen. Weet dat dierenwelzijn altijd hoog in het vaandel staat. Het verzoek om cijfers is best specifiek. Ik zal dit bij de NVWA navragen. Ik moet dat schriftelijk terugkoppelen.”

Update – Stemming over de moties

Op dinsdag 8 september 2026 werd er gestemd over de ingebrachte moties bij het debat. 15 Op vijf verschillende manieren probeerde BBB-er Van der Plas namens de agro-industrie transparantie en daarmee de democratie te ondermijnen:


De motie-Van der Plas over onderzoek naar de impact en kosten voor derden van wie informatie openbaar gemaakt wordt in het kader van Woo-besluiten (32802, nr. 148); de SP, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD stemmen voor, deze motie en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


De motie-Van der Plas over agrariërs weer individueel informeren over Woo-besluiten en aanschrijven voor de zienswijzeprocedure (32802, nr. 149); de SP, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD stemmen voor deze motie en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


De motie-Van der Plas over niet zonder wettelijke verplichting emissiegegevens van bedrijven inwinnen en emissiegegevens zonder bewaarplicht waar mogelijk vernietigen (32802, nr. 150); de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD stemmen voor deze motie en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


De motie-Van der Plas over onderzoeken of tot adressen herleidbare gegevens op een hoger abstractieniveau openbaar gemaakt kunnen worden (32802, nr. 151); de SP, 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD stemmen voor deze motie en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


De motie-Van der Plas over strafrechtelijke en bestuursrechtelijke opvolging gelijkelijk uitzonderen van de Woo (32802, nr. 152); de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV stemmen voor deze motie en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Die ene aangenomen motie levert weer een onderzoekje op. Het kabinet moet gaan onderzoeken of emissiegegevens alleen per postcodegebied of ander geaggregeerd niveau openbaar hoeven te worden gemaakt. Dan kan je niet meer achterhalen welk boerenbedrijf of ander bedrijf precies de uitstoot veroorzaakt. De voorstemmers wekken zo opnieuw de suggestie dat de gegevens niet per locatie openbaar hoeven te worden gemaakt. De jurisprudentie en het Verdrag van Aarhus zeggen wat anders.

Update – Nog een Woo debat

Op 9 september 2026 volgde er nog een debat over de Wet open overheid, deze keer met Staatssecretaris Van der Burg. 16
Via Ines Kostić werden namens de Partij voor de Dieren twee moties ingediend:
“De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat binnen iedere gemeenschap maatschappelijke onderwerpen spelen waarvoor veel publieke belangstelling bestaat;
overwegende dat actieve openbaarmaking daarover de transparantie bevordert en de kosten die gepaard gaan met de behandeling van afzonderlijke Woo-verzoeken kan besparen;
verzoekt de regering bestuursorganen te stimuleren om informatie over maatschappelijke onderwerpen waarvoor veel publieke belangstelling bestaat zo veel mogelijk actief openbaar te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.”


“De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de rechtbank Noord-Nederland als enige rechtbank de wettelijke termijn van acht weken voor beroepen wegens niet tijdig beslissen in Woo-zaken haalt;
overwegende dat tijdige rechtsbescherming niet van de woonplaats van burgers mag afhangen;
verzoekt de regering met de Raad voor de rechtspraak in overleg te treden over doorlooptijden en daarbij de werkwijze van de rechtbank Noord-Nederland en benodigde ondersteuning te betrekken,
en gaat over tot de orde van de dag.”


Kamerlid Kostić (PvdD):
“Voorzitter. Ten slotte heb ik nog een vraag. Een van de vragen uit het commissiedebat is door de staatssecretaris nog niet beantwoord, dus daar wil ik graag op terugkomen. Ergens in 2024 had de agrarische sector een brief gestuurd met de vraag aan het kabinet om meer aandacht te besteden aan de Woo-verzoeken. Men wilde daar graag bij betrokken worden. De sector is toen ook uitgebreid betrokken: door BZK, LVVN en de NVWA. Mijn vraag aan deze bewindspersoon is alleen maar: is hij bereid ook vertegenwoordigers van dieren-, natuur- en milieuorganisaties en transparantieorganisaties zoals Juridealist, Expertisecentrum SPOON namens Woo-verzoekers in brede zin, en Open State Foundation alsnog actief bij het proces te betrekken, zodat zij goed geïnformeerd worden?”

Staatssecretaris Van der Burg:
Het lid Kostić stelde een vraag over maatschappelijke organisaties. Natuurlijk moeten we een representatieve groep stakeholders hebben, en dus niet alleen de ene kant, maar zeker ook de andere kant. Ik zeg er wel bij dat de evaluatie in opdracht van het WODC wordt uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen. In het kader van onafhankelijk bepalen zij uiteindelijk met welke mensen ze gaan spreken, maar ze doen dat dus wel met de opdracht dat een representatieve groep en niet een eenzijdige groep te laten zijn.”

Kamerlid Kostić (PvdD):
“Het klinkt heel goed, maar ik wil er wel op wijzen dat toen de agrarische sector — daar is trouwens niks mis mee — het verzoek deed aan het ministerie en het kabinet om daarover uitgebreid in gesprek te gaan, wel echt de rode loper werd uitgerold. Spreek dus niet alleen maar met LVVN, BZK en de NVWA! Het moet een onafhankelijk onderzoek zijn. Dat wil zeggen dat het los moet staan van het onderzoek dat nu loopt. Maar het is goed dat de bewindspersonen zich laten informeren door deze organisaties. Dat leidt tot mijn concrete vraag: zijn zij daartoe bereid?”


Staatssecretaris Van der Burg:
“De andere bewindspersonen bepalen zelf met wie ze in bepaalde debatten spreken, maar ik ga ervan uit dat al mijn collega’s ervan uitgaan dat je hoor en wederhoor moet toepassen. In het kader van de evaluatie van de Woo moeten we dat in ieder geval zeker doen. Daar zal ik mij dan ook voor inzetten.”

Update – Eerste reactie op brandbrief

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken laat Animal Rights op 10 september weten dat de brandbrief ontvangen en besproken is: “De commissie heeft besloten dat er in uw brief informatie staat die gebruikt kan worden tijdens een nog te plannen
commissiedebat Wet open overheid. De Kamerleden kunnen uw brief ter voorbereiding lezen. De Kamerleden maken
zelf een keuze wat zij met de informatie doen en hoe zij de informatie gebruiken.”


  1. Tweeminutendebat Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens (32802-146) ↩︎
  2. ‘Via rechter, krant en lobby proberen boeren de transparante overheid uit te hollen’, Follow the Money, 23 januari 2025 ↩︎
  3. ‘Voerbedrijf De Heus ziet winst met 22% groeien’, Boerderij, 19 mei 2026. ↩︎
  4. ABRvS 12 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2679, r.o. 6.1 en 7.4–7.5 (het gebruik van een familienaam als bedrijfsnaam en de herleidbaarheid van het woonadres rechtvaardigen geen geheimhouding; mogelijke reputatieschade en negatieve publiciteit vormen geen onevenredig nadeel). ↩︎
  5. ABRvS 8 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:489, r.o. 8 (geanonimiseerde openbaarmaking van inspectierapporten dient het publieke belang onvoldoende; de namen van de gecontroleerde ondernemingen moeten openbaar worden gemaakt om inzicht te bieden in welke onderneming welke activiteiten verricht en hoe de NVWA daarop toezicht houdt). ↩︎
  6. ABRvS 8 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:489, r.o. 11, en ABRvS 12 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2679, r.o. 6.1 (een algemene vrees voor acties van dierenrechtenactivisten is onvoldoende om openbaarmaking te weigeren). ↩︎
  7. ABRvS 30 januari 2026, ECLNLI::RVS:2026:511. In deze procedure heeft LTO Nederland zich door konijnenhouders laten machtigen om zich tegen openbaarmaking te verzetten, waarmee de vertraging van de in 2022 opgevraagde inspectie-informatie inmiddels ruim vier jaar duurt. ↩︎
  8. ‘Undercoverbeelden tonen geweld tegen konijnen bij Nederlandse fokkers’, RTL Nieuws, 4 juli 2026 ↩︎
  9. Undercoverbeelden: grootschalige mishandeling van konijnen bij het laden voor transport naar slachthuis’, Animal Rights, 4 juli 2026. ↩︎
  10. ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:607, r.o. 3 en 17–19 (Wob-verzoek van Animal Rights van 29 oktober 2020 over de periode vanaf 1 augustus 2018; het publieke belang bij openbaarheid van de bedrijfsgegevens weegt zwaarder dan de persoonlijke levenssfeer). ↩︎
  11. Artikel 5.1, zevende lid, van de Woo bepaalt: “Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu.” ↩︎
  12. ABRvS 8 februari 2023,ECLI:NL:RVS: 2023:489, r.o. 9–10, en ABRvS 12 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2679, r.o. 7.6 (mogelijke nadelige gevolgen kunnen worden beperkt door bij openbaarmaking contextinformatie, een disclaimer of een update over de actuele situatie te verstrekken). ↩︎
  13. Plenair verslag Tweede Kamer, 91e vergadering Dinsdag 1 september 2026 ↩︎
  14. Debat Direct: Zienswijzeprocedure woo-verzoeken emissiegegevens ↩︎
  15. Plenair verslag Tweede Kamer, 94e vergadering Dinsdag 8 september 2026 ↩︎
  16. Plenair verslag Tweede Kamer, 95e vergadering Woensdag 9 september 2026 ↩︎

Acht wilde zwijnen verhuisd van Berg en Bos Apeldoorn naar Zoo Veldhoven

Acht wilde zwijnen zijn dinsdag 25 augustus 2026 succesvol verhuisd van Natuurpark Berg en Bos in Apeldoorn naar Veldhoven Zoo. Met de verhuizing wordt de groepssamenstelling van de zwijnen in Berg en Bos verbeterd en komt er meer ruimte en rust voor de achterblijvende dieren en ontsnappen de ‘overtollige’ dieren aan de dood.


De gemeente Apeldoorn besloot tot de verhuizing omdat het welzijn van de dieren onder druk stond. De groep bestond uit zestien wilde zwijnen. Zo’n groep wilde zwijnen wordt ook wel een rotte genoemd. Twaalf van de zestien dieren waren mannetjes. Door de beperkte omvang van het verblijf en het grote aantal mannetjes ontstond onderlinge concurrentie, wat het risico op conflicten en verwondingen vergrootte. Wethouder dierenwelzijn Bouwien ten Bokum: “Heel fijn dat we met dank aan Animal Rights een mooie plek voor ze hebben gevonden en dat de verhuizing zo goed is verlopen. In Zoo Veldhoven kunnen ze lekker verder scharrelen, zoals ze dat in Berg en Bos ook gewend waren. Daar ben ik blij om.”



Door acht mannelijke wilde zwijnen uit de rotte te verplaatsen, ontstaat een evenwichtigere samenstelling van de rotte. Dit draagt bij aan meer rust tussen de dieren en vermindert de kans op onderlinge conflicten en verwondingen.

Samenwerking met Animal Rights
Eerder had het college besloten om een deel van de mannelijke wilde zwijnen gefaseerd te laten inslapen. Vervolgens nam Stichting Animal Rights contact op met de gemeente met de vraag of verhuizing van een deel van de dieren mogelijk was. Hoewel de gemeente deze optie zelf al eerder had onderzocht, was er nog geen geschikte opvanglocatie gevonden voor een dergelijke groep dieren.


Animal Rights vond uiteindelijk een geschikte bestemming in Zoo Veldhoven en heeft zich actief ingezet om de verhuizing mogelijk te maken.

Zorgvuldige verhuizing
Voor de verhuizing werd dierenarts Peter Klaver ingeschakeld. De dieren moesten eerst worden verdoofd om veilig te kunnen worden vervoerd en gevaccineerd. Na de verdoving werden de zwijnen uit het bos gehaald en afzonderlijk in transportkisten geplaatst. Nadat zij weer waren ontwaakt, zijn de dieren door het gespecialiseerd transportbedrijf Crossborder Animal Services naar Veldhoven vervoerd.


Enkele uren na vertrek ontving de gemeente het bericht dat alle acht wilde zwijnen in goede gezondheid waren aangekomen op hun nieuwe verblijfplaats.

Voortplanting niet meer toegestaan
De wilde zwijnen in Berg en Bos mogen zich sinds 2024 niet meer voortplanten. Dit is het gevolg van landelijke regelgeving die voortvloeit uit de huis- en hobbydierenlijst. Omdat wilde zwijnen niet op deze lijst staan, mogen zij niet langer worden gefokt. De aanwezige dieren mogen wel in Berg en Bos blijven en hun leven uitleven.


Om voortplanting te voorkomen, worden de wilde zwijnen sinds 2024 periodiek van anticonceptie voorzien.

Bij slachterij Van Assche worden konijnen bij bewustzijn de poten en oren afgesneden

Het onrecht en lijden dat konijnen wordt aangedaan eindigt niet na het laden op de kwekerijen. Uit door Animal Rights opgevraagde informatie blijkt dat het regelmatig misgaat met de verdoving bij in ieder geval één van de twee konijnenslachthuizen en konijnen daar soms bij bewustzijn in stukken worden gesneden.

Konijnenslachterij Van Assche uit het Oost-Vlaamse Deinze slacht gemiddeld 5.000 konijnen per dag, soms 4.000, soms 6.000, met een maximum van 9.000. De slachtdagen zijn maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag en het slachtritme ligt op 1.000 konijnen per uur. 

Het slachthuis beschikt over een uitzondering om te mogen lossen zonder de aanwezigheid van personeel. De chauffeur van pluimveevervoerder Kruiskip uit het nabijgelegen Zulte lost de containers met kratten vol konijnen van Nederlandse en Belgische kwekers ’s nachts op het terrein van het slachthuis en vertrekt weer. Wanneer de eigen vrachtwagen van Van Assche wordt gebruikt, worden ’s ochtends de kratten met een palletwagen gelost vanaf de losklep en naar de ‘lopende band’ gereden.

Rond 5 uur ’s ochtends start het slachthuis op. Een container wordt op de lift geplaatst. De kratten, ieder met 10 tot 12 konijnen, worden er manueel uitgetrokken met een stok met daaraan een haak. Als een niveau is uitgeladen, zakt de lift tot het volgende niveau. De kratten worden op een lopende band geplaatst. De konijnen worden handmatig één voor één uit een krat gehaald en met de kop in een van de twee V-verdovers gedrukt en zo bedwelmd met 250 Volt, 50 Herz en minimaal 250 mili-ampère. De konijnen worden verneveld – de kop natgemaakt – voorafgaand aan de bedwelming voor een betere geleiding van de stroom. Ter hoogte van de keling is een penetrerend penschiettoestel aanwezig als back-up.

Rechtsonder in beeld de ‘V-verdover’ – ook hier wordt het konijn bij de oren gehanteerd

Artikel 4 van Europese Verordening 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden 1 schrijft voor dat de bedwelming zo spoedig mogelijk gevolgd wordt door een methode die de dood garandeert, zoals verbloeden. En daar mankeert het bij Van Assche aan, zo blijkt uit de informatieformulieren die Animal Rights recent verkreeg. 

Bij een controle op 5 september 2024 constateerden de inspecteurs van de Afdeling Dierenwelzijn van de Vlaamse overheid: “Na het kelen merken wij op dat konijnen tekenen vertonen van terugkeren van het bewustzijn (oprichtingsreflexen, ademhalen, …)”
Het slachthuis monitort de bedwelming – er worden 20 konijnen gecontroleerd voor het kelen en 20 na het kelen door middel van pijnprikkels op poten en oren – en administreert dat. Uit het register blijkt dat alle konijnen goed bedwelmd zijn. Dat blijkt een papieren werkelijkheid. De inspecteurs concluderen dat deze administratie niet kan kloppen: “Dit komt echter niet overeen met hetgeen werd vastgesteld tijdens de controle en is ook onmogelijk gezien de lange tijd (nl. 40 seconden) tussen de eenvoudige bedwelming en het kelen.”

Bizar genoeg wordt er verder geen actie ondernomen: “Er zijn echter plannen om de infrastructuur aan te passen zodat konijnen na 10 à 15 seconden worden gekeeld. Er is een studie vanuit Europa die in november 2024 zou gepubliceerd worden. Er werd afgesproken om hierop te wachten. De aanpassingen zouden uitgevoerd worden begin 2025.”

En dus gaat het lijden van de konijnen door. Op 24 december 2024 neemt een inspecteur waar dat binnen 15 minuten er vier maal ‘uitgeslacht’ wordt, terwijl het konijn niet dood is:
“1) spartelen bij de achterste pootjessnijder, daarna niet meer.
2) keler (niet de gebruikelijke) snijdt een konijn bij, maar iplv het af te haken en voldoende tijd te geven om verder uit te bloeden, laat hij het konijn hangen, waardoor het spartelt bij de pootjessnijder. De correcte werkwijze vereist een voorafgaande verdoving (slagpen), voor het verder insnijden en laten uitbloeden. De voorafgaande verdoving gebeurt hier nooit, maar door het afhaken wordt verder trauma vermeden.
3) spartelen bij achterste pootjessnijder + orensnijder twijfelt eerst (zich dus goed bewust dat dit konijn niet dood is) maar beslist dan toch om de oren te verwijderen met als gevolg dat het konijn spartelt.
4) konijn ademt nog bij de draai in het uitbloedingsbad, spartelt bij de achterste pootjessnijder, maar niet meer bij de oren.”

De inspecteur noteert: “Opleiding van personeel is dus niet in orde” en vraagt de getuigschriften van het personeel op. Zover Animal Rights kan nagaan, wordt er verder geen actie ondernomen.

“Begin 2025”, de datum van de “aanpassingen”, is gepasseerd als er op 25 maart 2025 op een informatieformulier van de FAVV wordt genoteerd: “konijn wordt aan verdere slachtactiviteiten onderworpen terwijl het nog niet dood is. Konijn wordt bijgesneden (dus keler bemerkt een onvoldoende bewustzijnsverlies), maar blijft hangen aan de ketting en reageert op de achterste pootjessnijder.”

Op 15 april 2025: “1 konijn is duidelijk niet dood voor de pootjessnijder (spartelt). Werd niet gezien/ingesneden/afgehaakt door de keler. Reageert fel op achterste pootjessnijder en spartelt ook nadien nog aan de band. Bij het insnijden van de oren is er opnieuw reactie.”

De inspecteur windt zich op over de houding van het personeel: “De onverschilligheid van het personeel is groot: er wordt niet gereageerd. Minimum 1 tot 2 personeelsleden die ontbroeken, hebben het konijn vooraf aan de pootjessnijder zien spartelen. Ook een reactie van het konijn bij het afsnijden van de oren lijkt de normaalste zaak van de wereld.”

Op 10 juni 2025: “1 konijn reageert op afsnijden VP en AP, wordt door personeel gedecapiteerd […] 1 konijn: slechts 1 oor wordt afgesneden. heeft het personeelslid een reactie bij het dier gevoeld?”

En ook een dag later, op 11 juni 2025, gaat het bij Van Assche nog steeds mis bij het bedwelmen van konijnen en worden lichaamsdelen van de dieren afgesneden terwijl de dieren nog bij bewustzijn zijn: “1 konijn vertoont spartelen/ duidelijke ademhaling-wordt bijgesneden maar niet afgehaakt en spartelt op AP-VP snijders en orensnijder die aan de kop snijdt (lukt de decapitatie niet?) maar dan toch de oren afsnijdt.
1 konijn staat met gekromde rug en is dus duidelijk onvoldoende buiten bewustzijn: wordt afgehaakt door [gelakt] en naar verdovers gebracht.
Na de pauze is de keler [gelakt] hij haakt 2 maal een spartelend konijn van de band (na verder insnijden?) en laat hem verder uitbloeden.
[gelakt] haakt een konijn spartelend na de AP snijder af en past de schietpen toe, het konijn blijft naspartelen. Was de locatie goed? (Volgens [gelakt] tussen de ogen naar achter toe). Ik kon de kop met gaatje nadien niet meer terugvinden tussen de opgehangen konijnen.”

Animal Rights is woedend dat reeds in september 2024 bij de controlerende instanties bekend was dat het bedwelmings- en verbloedingssysteem bij Van Assche niet zodanig functioneert dat de konijnen onbeschrijfelijk leed bespaard wordt en men er bij de FAVV en Afdeling Dierenwelzijn bewust voor koos om het bij volle bewustzijn afsnijden van oren en poten van konijnen te laten voortduren.

De wetenschappelijke Europese studie waarnaar de inspecteurs in september 2024 verwijzen, is waarschijnlijk ‘Relevant Indicators of Consciousness After Head-Only Electrical Stunning in Rabbits, Stunning Efficiency, and Risk Factors in Commercial Conditions’, uiteindelijk gepubliceerd op 18 februari 2025. 2
Het onderzoek zegt over de bij Van Assche toegepaste bedwelmingsmethode: “Head-only electrical stunning (HOES) is the predominant method for stunning rabbits in commercial slaughterhouses. It carries the risk of ineffective stunning and, as a reversible stunning method, regaining consciousness before death through exsanguination.”
De effecten van deze vorm van bedwelming werden onderzocht bij 11.540 konijnen in 16 commerciële Europese konijnenslachthuizen. Als allerbelangrijkste factor voor effectieve bedwelming wijst het onderzoek aan: “maintaining a stun-to-stick interval under 5 s”. Oftewel: de tijd die verstrijkt tussen de elektrische verdoving en het doorsnijden van de keel moet minder zijn dan 5 seconden! 

Dit mag geen verrassing zijn voor de FAVV en de Vlaamse Afdeling Dierenwelzijn. Reeds in 2020 concludeerde de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid EFSA in het rapport ‘Stunning methods and slaughter of rabbits for human consumption’ 3: ”The design and layout of slaughter facilities should be modified to keep the stun-to-stick interval to less than 10 s.” Dat is 5 jaar later dus aangescherpt tot maximaal 5 seconden.

Bij Van Assche was dat stuk-stick interval in september 2024 maar liefst 40 seconden en de genoemde “aanpassingen” zouden dit terugbrengen naar “10 à 15 seconden”, volstrekt onvoldoende dus!

We weten uit de vrijgegeven documenten dat de falende bedwelming van konijnen en het afsnijden van lichaamsdelen bij bewustzijn in ieder geval voortduurden tot en met juni 2025. Dat de “aanpassingen” ooit hebben plaatsgevonden en voldoen aan de voorwaarden uit de meest recente wetenschappelijke studie – een maximaal stun-stick interval van 5 seconden – blijkt nergens uit. 

Bij konijnenslachter Lonki zet de inspecteur van de Afdeling Dierenwelzijn braaf een kruis achter de tekst “Methoden die niet de onmiddellijk dood tot gevolg hebben (eenvoudige bedwelming), worden zo spoedig mogelijk gevolgd door een methode die de dood garandeert, zoals verbloeding.” Wat “zo spoedig mogelijk” inhoudt, wordt echter nergens vermeld.

Animal Rights verwacht antwoorden van de bevoegde instanties en de verantwoordelijke bewindslieden. Konijnenslachthuizen waar het tijdsinterval tussen bedwelming en aansnijden meer dan 5 seconden bedraagt, dienen te worden gesloten.

Nog een misstand.
Uit de met de opgevraagde informatie meegeleverde foto’s blijkt dat de konijnen worden verdoofd vlak naast de levende konijnen in de kratten (zie foto). Al in 2004 concludeerden Spaanse wetenschappers 4 dat dit zeer waarschijnlijk problematisch is:
“Een mogelijk kritisch aspect in deze fase is dat veel slachthuizen de konijnen direct vanuit de transportkooi naar de slachtplaats brengen. De kooien worden verplaatst van de wachtruimte naar de plek waar de dieren worden verdoofd, waardoor de meeste konijnen de dieren die geslacht worden van dichtbij kunnen zien, horen en ruiken.

Dit punt kan een extra stressfactor voor de dieren zijn, omdat er aanwijzingen zijn dat dieren feromonen kunnen ruiken die geassocieerd worden met de stress van de slacht, wat de angst voor de slacht kan vergroten.”


  1. Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden ↩︎
  2. Relevant Indicators of Consciousness After Head-Only Electrical Stunning in Rabbits, Stunning Efficiency, and Risk Factors in Commercial Conditions ↩︎
  3. Stunning methods and slaughter of rabbits for human consumption ↩︎
  4. Combined effects of transport distance and season on rabbit mortality during pre-slaughter transport ↩︎

Vijf stieren komen om bij stalbrand in Zevenbergen

Donderdag 20 augustus 2026 brandde een stal tot de grond toe af aan de Huizersdijk in Zevenbergen. In de stal zaten 5 stieren opgesloten zonder ontsnappingsmogelijkheid. 1

Het vuur ontstond rond 16.45 uur, waarna de brandweer direct grootschalig werd gealarmeerd. Al snel werd bijstand gevraagd uit omliggende dorpen en werd opgeschaald naar bestrijdingsniveau Grip 1. Rond 18.00 uur liet de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant weten dat de stal niet meer te redden was. Het dak van de stal stortte deels in bij de brand.
De brandweer liet de stal gecontroleerd uitbranden en de stieren crepeerden in de rook en vlammen.

Twee honden die zaten opgesloten in een kennel konden wel voor de vlammen worden weggehaald. De overbuurman sprong nog over het hek in een poging de staldeuren te openen, maar dat lukte niet. Op het terrein zouden volgens een buurvrouw wat oudere mensen wonen die het houden van stieren en koeien als hobby hebben. 2

Animal Rights houdt al jaren alle stalbranden bij die in de media verschijnen. Nog steeds gebeurt er nauwelijks iets vanuit de regering. Er zijn nog steeds mensen die vinden dat hun biefstukje, glas melk en hardgekookt eitje al dit onrecht en lijden waard is.

31 maart 2026 publiceerde het verbond van verzekeraars haar risicomonitor stalbranden geüpdatet voor 2025. Wat er, zoals ieder jaar, uit blijkt is dat al het gepraat en de goede voornemens en voorlichting van veeboeren over stalbranden geen enkele verandering brengt. De maatregelen waar de verzekeringsbranche en overheid aan denken, zullen dat ook niet doen. Het gaat nog altijd over brandveiligheid van technische installaties op het erf (elektrakeuring) en op brandrisico’s (brandveiligheidskeuring). 8 Natuurlijk is er winst te behalen met het verbieden van de opslag van brandbare materialen (stro) en machinerieën bij of nabij de dieren, compartimentering, brandmelders en brandbestrijdingsinstallaties; allemaal zaken die niet op de planning staan. Maar het enige wat echt helpt is minder stallen en dus minder dieren die in stallen opgesloten zitten. In april 2027 zullen we van de verzekeraars en brandweer opnieuw dezelfde boodschap krijgen over de stalbranden van dit jaar.

  1. Vijf stieren omgekomen bij stalbrand in Zevenbergen, dak deels ingestort ↩︎
  2. Buurman probeerde nog staldeuren te openen bij de brand waarbij vijf stieren omkwamen in Zevenbergen ↩︎