Op 1 juli 2025 verzocht Animal Rights (opnieuw) om openbaarmaking van documenten en overige informatie die betrekking hebben op de inspecties, controles en andere toezichtsactiviteiten van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bij varkensslachter Vion te Groenlo. De NVWA deed er ruim een jaar over om een deel van de documenten te verstrekken.
Je maandelijkse bijdrage is het dubbele waard!
Help ons om het lijden van varkens aan het licht te blijven brengen en te strijden voor een einde aan deze industrie. Word je nu maandelijks ambassadeur van de dieren, dan verdubbelt het Navigation Fund jouw bijdrage gedurende de eerste twaalf maanden.
Met jouw hulp kunnen we meer onderzoek doen, misstanden vastleggen en opkomen voor dieren.
Steun je ons al met een maandelijkse bijdrage? Ook een verhoging telt mee: het extra bedrag wordt twaalf maanden lang verdubbeld. Eenmalige bijdragen komen niet in aanmerking.
Start je maandelijkse bijdrage of verhoog je huidige bijdrage en help meer dieren!
Dit slachthuis slacht ongeveer 3800 varkens en 700 zeugen per dag. Wat in de nu verstrekte, maar onvolledige, set documenten opvalt, is dat varkenshouders en transporteurs nog altijd, volstrekt gewetenloos, dieren in vrachtwagens proppen die overduidelijk ongeschikt zijn voor transport. Dit geeft aan dat de pakkans te klein is en/of de boetes te laag.
Op 30 april 2025 wordt een varken van een veehouder in Boxtel gelost bij Vion Groenlo. De afgedankte zeug had een snijwond aan de rechter ventrale zijde van de borstkas. Bij aanraking – palpatieonderzoek – van het gebied rondom de wond, reageerde de zeug pijnlijk door terugtrekking van de borstkas. De huid rond de wond voelde warmer aan dan de rest van het lichaam, wat duidt op een lokale ontstekingsreactie. De zeug had een versnelde ademhaling met een frequentie van circa 52 ademhalingen per minuut, wat duidelijk verhoogd is ten opzichte van de normaalwaarden (13–20/min) en duidt op stress en ongemak.
De NVWA dierenarts rook een penetrante, stinkende geur die vergelijkbaar is met rottingsgeur veroorzaakt door een bacteriële infectie. In de diepte van de wond zag ik een wit-geelachtige, etterige vloeistof (pus), wat wijst op een purulente ontsteking (ettervorming).
De zeug vertoonde terughoudend gedrag en vermijdingsreacties, typerend voor dieren die pijn ervaren. Vanwege het duidelijke lijden van de zeug en in het kader van dierenwelzijn werd besloten de zeug met spoed te laten bedwelmen en doden.
De vervoersomstandigheden waren van dien aard dat er onnodig extra lijden aan de zeug is berokkend. De zeug had een ernstige open wond en werd in een groep vervoerd, wat heeft geleid tot extra stress en ongemak tijdens het transport, omdat tijdens het transport niet voorkomen kan worden dat andere varkens tegen de wond aan komen.
De houder op de plaats van vertrek liet een zeug vervoeren die niet geschikt was voor het voorgenomen transport, omdat de zeug een ernstige open wond vertoonde.
Later werd vastgesteld dat de slachtbliknummers – het merk dat varkens in hun oor krijgen als ze naar de slacht gaan – op het vervoersdocument niet overeenkwamen met de slachtbliknummers vermeld op de slachtblikken. Het slachthuis heeft aangegeven dat zij een klacht hebben ingediend bij de veehouder, met de volgende toelichting: “14 zeugen geleverd, maar de nummers op het aanvoerdocument kwamen niet overeen met de geleverde nummers.
Hoe kwetsbaar vooral de afgedankte zeugen zijn, blijkt op 16 januari 2025. Bij het lossen van 85 zeugen uit een vrachtwagen met oplegger van een veevervoerder uit Bennekom, hoorde de NVWA dierenarts die de varkens controleert bij aankomst – ante-mortemkeuring – veel lawaai, gegil en gekrijs van de zeugen, in de oplegger.
Het was snel duidelijk wat de oorzaak van het gekrijs en gegil van de zeugen was. De tussenschotten waren veel te laag, waardoor de zeugen eroverheen probeerden te klauteren. Het gevolg was dat de zeugen zichzelf op hun buik en uier hadden opgehangen over het hekwerk en er niet meer vanaf konden komen.
De zeugen konden niet voor- of achteruit en bleven vastgeklemd zo hangen. Een moederdier van ongeveer 230 kg met een zwaar uier bleef op de buik balanceren. De NVWA dierenarts: “Voor de zeugen moet dit een verschrikking geweest zijn om zo te hangen tijdens het transport van veehouderijbedrijf naar slachthuis.”
Voor de zeugen die vastgeklemd hingen over een tussenschot, was een zeer benauwde positie ontstaan. Het gegil van de zeugen kwam door de paniek, pijn, angst en benauwdheid door slecht te kunnen ademen doordat de borstkas ook geklemd zit en de longen niet kunnen uitzetten, omdat het middenrif afgeplat is. Door de benauwdheid hadden de zeugen een versnelde ademhaling en de bek wijd open. Dit is een zeer ernstige aantasting van het welzijn van de zeugen.
Op beide vloeren was dezelfde situatie aanwezig. Minimaal 7 zeugen zaten bij aankomst op het slachthuis in Groenlo beklemd in een dergelijke situatie. De beklemde zeugen op de onderste vloer konden niet, zoals op 21 november 2024 – want dit was niet de eerste keer – door medewerkers van het slachthuis met de bedwelmingstang worden gedood, omdat het verlengsnoer van deze tang te kort was. Met het schietmasker naar voren in de wagen wilden de medewerkers van het slachthuis niet doen gezien hun eigen veiligheid door de paniek van de zeugen op deze vloeren een bovenste nog volgeladen vloer met minimaal 8.000 kg aan onrustige zeugen.
Op 26 september 2024 loste een vervoerder uit Harkema 58 zeugen bij Vion Groenlo. 40 van de 58 zeugen waren afkomstig van een veehouder uit Lippenhuizen. Een van deze zeugen had een groot gezwel onder de buik wat over de grond sleepte. Het kon zijn dat dit een zeer grote breuk was of een melkkliertumor of een combinatie van beide.
De zeug bleef achter bij de andere zeugen en kon moeilijk lopen door het grote gezwel, omdat dit het lopen van de achterpoten in de weg zat. De zeug maakte herhaaldelijk een trappende beweging naar het gezwel.
De zeug werd op aanwijzing van de NVWA dierenarts terstond door het stalpersoneel door elektrocutie gedood, omdat de zeug ziek was, niet transportwaardig was en ook niet geschikt was voor menselijke consumptie.
Nadat de zeug gedood was, was een zeer grote open wond op de huid te zien. De wond was ca. 30 cm lang en ca. 20 cm breed. De huid was op deze plek niet meer intact, er was geen opperhuid meer aanwezig.
Het gezwel werd ingesneden en uit de snede vloeide een grote golf van een paar liter, bruine stinkende etter en rottend weefsel. Dat dit gezwel vol zat met deze rottende inhoud bewijst eens te meer dat dit dier ziek was en niet slachtwaardig. De gifstoffen vanuit de etter (endotoxinen) worden namelijk door het bloedcirculatie systeem van een dier opgenomen, waardoor algehele malaise optreedt.
De veehouder liet een dier vervoeren en de transporteur vervoerde een dier dat niet vervoerd hadden mogen worden, omdat zij niet geschikt was voor het (voorgenomen) transport. Het dier was niet geschikt voor het (voorgenomen) transport, omdat het dier een ernstige open wond vertoonde.
Ook met betrekking tot hittestress gaat het nog steeds mis. Zo bleek op 26 juni 2024. Na 3 uur ’s middags werd een vrachtwagen met zeugen van een transporteur uit Dreumel gelost. Er was op dat moment geen regulier NVWA-toezicht meer op het lossen, maar een NVWA dierenarts op weg naar zijn post-mortem taken hoorde veel onrust op de wagen, de dieren waren aan het schreeuwen, veel dieren ademden met open bekken en waren aan het hijgen. Er was duidelijk sprake van stress.
Op deze dag was het ‘Nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen’ in werking, vanwege een verwachte temperatuur in De Bilt van 27 ⁰C. Voor de sector geldt dan het ‘Protocol veetransport onder extreme temperaturen’. Hierin wordt o.a. beschreven: Vanaf het moment dat het protocol in werking is geldt tussen 12.00 en 19.00 uur voor alle veevervoermiddelen aanwezig op openbaar toegankelijke plaatsen een lagere beladingsgraad.
Voor varkens geldt een verlaging van belading van 10-20%. Op het moment van deze bevindingen was de temperatuur 31 ⁰C ter plekke.
Er lagen zeugen languit, staande zeugen stonden hier deels overheen, er zat een zeug bovenop een liggende zeug. Er was onvoldoende ruimte voor de zeugen om tegelijk te liggen of in een natuurlijke houding te staan.
Tijdens het lossen van het eerste compartiment kwamen veel zeugen met geopende bekken hijgend naar buiten, hetgeen duidt op een stressreactie en een poging om de lichaamstemperatuur te reguleren en het circulatieapparaat gaande te houden.
Er bleven één dode zeug en één liggende zeug achter. De nog levende zeug had een snelle, hijgende oppervlakkige ademhaling met een iets geopende bek. De zeug had een rode vlekkerige huid (verkleuring). De zeug was in stress en was niet goed in staat om op te staan.
Tijdens het lossen van het tweede compartiment kwamen de zeugen ook met open bek, hijgend, naar buiten. Er was sprake van veel onrust bij de dieren.
In het laatste compartiment zaten acht zeugen. Ook hier was er geen ruimte voor de zeugen om tegelijk te liggen en/of te staan. Er was duidelijk sprake van overbelading in dit compartiment. Tijdens het lossen bleek dat er één zeug dood op de laadvloer lag en een tweede zeug languit in het wagen-compartiment, zwaar hijgend, snel ademend met open bek en trillend over het lichaam. Deze zeug had een rode verkleuring van de huid, met vlekkerig aspect. Deze zeug was niet meer in staat de kop op te tillen en in de benen te komen. Dit is de laatste fase voorafgaande aan de dood. Deze zeug is door het slachthuis direct bedwelmd en gedood liggend in de wagen. De overige zeugen waren zeer onrustig, ademden veelal hijgend met open bek.
In totaal zijn er van de bakwagen twee zeugen dood aangevoerd en vijf zeugen met stress, die in de wagen, op de losbrug of op stal bedwelmd en gedood zijn. Voor deze zeugen gold dat de stress niet meer reversibel was en de zeugen niet meer konden herstellen binnen afzienbare tijd.
Niet alle varkens konden gelijktijdig gaan liggen en in hun natuurlijke houding staan. Er was derhalve sprake van overbelading. Deze overbelading geldt al bij normale transportomstandigheden, waarbij het ‘Nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen’ niet in werking is. Er komt dan dus nog bij dat deze chauffeur geen enkele rekening heeft gehouden met het verminderen van de belading met 10-20% gezien de weersomstandigheden en de geldende eisen aangaande veetransport bij extreme temperaturen. Het welzijn van de zeugen was hierdoor ernstig aangetast.
Bij al deze rapporten ontbreken de boetebeschikkingen. We weten dus niet of en hoe deze varkensboeren en veetransporteurs zijn gestraft voor het vervoeren van zwaargewonde varkens, de mishandeling van zeugen door ongeschikt transport, of het de dood injagen van dieren door hittestress. Animal Rights is van mening dat geen enkele boete voor deze gevallen hoog genoeg is. De verantwoordelijken moet verboden worden om ooit nog met dieren te werken of deze te bezitten.
Animal Rights ontving wel de boetebeschikking voor een varkensbedrijf in Wateren (€ 1.500) en de transporteur uit Nieuw-Balinge (€ 4.500, verhoogd vanwege recidive) voor het transport van een niet-transportwaardige zeug op 29 maart 2025. Tijdens het lossen kwam één van de varkens uit de vrachtwagen met een zichtbare navelbreuk (hernia umbilicalis) met aan de zijkant een necrotisch ogende (zwarte vorming), gescheurde laesie. Het varken vertoonde daarnaast een versnelde ademhalingsfrequentie (tachypnoe) als gevolg van pijn of ander onderliggend fysiologisch ongemak. Het dier vertoonde een acute en duidelijke reactie op aanraking van het aangedane gebied, hetgeen indicatief is voor een versterkte pijnrespons. Bij het benaderen van de wond werd tevens een penetrante, rottingsachtige geur waargenomen, passend bij de afbraak van necrotisch weefsel en opgedroogd bloed.
Gelet op de ernst van de verwondingen en het onmiskenbare lijden van het dier, heeft de NVWA dierenarts de slachthuismedewerkers geïnstrueerd het varken met spoed te bedwelmen en te doden. Deze maatregel werd getroffen om het lijden van het dier onmiddellijk te beëindigen.
Het transport van dit varken heeft extra pijn veroorzaakt, doordat de bewegingen en de stress van het transport de reeds bestaande ernstige open wond en ontstekingen hebben verergerd. De houder op de plaats van vertrek liet een dier vervoeren en de transporteur vervoerde een dier dat niet vervoerd had mogen worden, dat niet geschikt was voor het voorgenomen transport, omdat het dier een ernstige open wond vertoonde.
Op 29 maart 2025, tijdens het omhokken van de zogenoemde ‘oranje dieren’ – dieren die volgens de praktische richtsnoeren geschiktheid vervoer van varkens alleen apart vervoerd mogen worden en waarbij het transport aan specifieke eisen moet voldoen – zag de NVWA dierenarts een varken dat een navelbreuk had, waarbij een zwarte verkleuring zichtbaar was, wat er op duidde dat er mogelijk sprake was van necrose of een beknelling van de breukinhoud. Het varken had een versneld en vooral pompend ademhalingspatroon, niet alleen sneller dan normaal, maar ook duidelijk geforceerd, met zichtbare bewegingen van de buik en borstkas. Een dergelijke ademhaling duidt op pijn of ernstig ongemak. Bij dieren met een navelbreuk kan dit veroorzaakt worden door inwendige druk, weefselbeknelling of ontsteking. Bij aanraking van de navelbreuk reageerde het varken met een terugtrekkende beweging, het varken trok de buik terug, wat op pijnreactie wijst. De huid rond de navelbreuk was merkbaar warmer dan de rest van het lichaam, wat duidt op een lokale ontstekingsreactie. In combinatie met de zwarte verkleuring en de geforceerde ademhaling wijst dit op een mogelijk ernstige complicatie van de navelbreuk, zoals necrose of een geïnfecteerde breuk.
De stalmedewerkers van het slachthuis kregen opdracht om dit varken met spoed te bedwelmen en te doden, gelet op het dierenwelzijn en de ernst van de klinische verschijnselen.
Aangezien het varken als een ‘oranje dier’ werd aangeduid, was het de verantwoordelijkheid van de chauffeur om extra aandacht te schenken aan de staat van het varken tijdens het laden en transport. Het transport van een dergelijk dier afzonderlijk vereist een grondige inspectie van de gezondheidstoestand, inclusief het zorgvuldig controleren van de hernia (in dit geval een navelbreuk) op mogelijke open wonden. De chauffeur had dan ook moeten constateren of de hernia open was en of er complicaties aanwezig waren, zoals een open wond of infectie. Gezien de aanwezigheid van een open wond met necrose en verergering van de aandoening door het transport, zoals het herhaaldelijke contact met harde oppervlakken in de transportwagen, heeft het transport de situatie van het varken verergerd. Het varken was al in pijn door de verwonding en het vervoer heeft extra stress en verergering veroorzaakt, wat heeft bijgedragen aan verder lijden.
De transporteur vervoerde een varken dat niet vervoerd had mogen worden, omdat het varken niet geschikt was voor het (voorgenomen) transport. Het varken was niet geschikt voor het (voorgenomen) transport, omdat het varken een ernstige open wond vertoonde. De boetebeschikking voor deze overtreding ontbreekt, maar deze vervoerder uit Ysselsteyn kreeg in 2023 al een boete van € 6.000 na tenminste drie vergelijkbare overtredingen in 2021 en 2020. Daar lijkt dit bedrijf niet van te leren.
Op 7 november 2024 liep een varken tijdens het lossen zeer moeizaam de klep van de vrachtwagen af. Bij het lopen steunde het varken nauwelijks op de linker achterpoot, maar tipte daar slechts de grond mee aan. Nadat het varken de laadklep verlaten had wilde het varken niet verder lopen, en nadat de chauffeur en het stalpersoneel van VION Groenlo B.V. het varken probeerden op te drijven, gaf het varken duidelijke signalen van pijn af.
Het varken hield zijn linker achterpoot van de grond en steunde er niet op en maakte een jengelende bewegingen met de poot (dat wil zeggen licht heen en weer zwaaien van de poot). Daarnaast maakte het varken bij de eerste stappen een schreeuwend geluid als een uiting van pijn. De linker achterpoot was vanaf de teen tot aan de heup ernstig verdikt. Op het hakgewricht zat een open wond van circa 5 bij 6 cm. De wond was deels bedekt door een korst en deels open en bloedde uit dit open deel. Rondom de wond was een verheven rand van granulatieweefsel. Ook waren er enkele necrose plekken zichtbaar in de wond.
Ook boven de kroonrand van het linker klauwtje was een open wond aanwezig van circa 2 bij 2 cm, een kroonrandontsteking. Omdat het varken zichtbaar pijn had, werd besloten om het varken onmiddellijk te laten doden. Bij de wond op de kroonland bleek dat het klauwtje deels los was van het onderliggende weefsel waardoor er sprake was van partiele ‘ontschoening’. Gezien het feit dat de huid over de linker hak niet meer intact was met een diameter van 5 tot 6 cm, maakt dat er sprake was van een ernstige open wond.
Gezien de feiten dat er zichtbaar granulatieweefsel en necrose plekken aanwezig waren op de wond staat vast dat de wonden reeds bestonden voordat het varken getransporteerd werd.
Daarnaast was het varken niet in staat om op eigen kracht pijnloos te bewegen wat zichtbaar was doordat het varken niet op de linkerachterpoot wilde steunen en uitingen van pijn gaf bij aanraking van de gedeeltelijk ontschoende klauw.
De transporteur uit Scherpenzeel vervoerde een dier dat niet vervoerd had mogen worden, en de veehouder uit Zevenaar heeft een dier laten vervoeren dat niet vervoerd had mogen worden, omdat het dier niet geschikt was voor het voorgenomen transport. Het dier was niet geschikt voor het (voorgenomen) transport, omdat het dier een ernstige open wond vertoonde en omdat het dier niet in staat was zich op eigen kracht pijnloos te bewegen.
Gezwollen linker achterpoot met wonden op de hak en kroonrand
Het varken steunt niet op de linkerachterpoot
Wond en ontsteking van de kroonrand.
Zichtbaar is dat het hoorn van de klauw loslaat van het onderliggende weefsel (partiele ontschoening)
Wond op de hak, met vers bloed.
Op 24 september 2024 arriveerde bij slachthuis VION Groenlo B.V. een beladen veewagen met een grote bloedvlek op de zijkant van de laadbak. Bij nadere inspectie van deze veewagen bleken er meerdere slachtzeugen in vervoerd te worden met open wonden ter hoogte van de schouder.
Een slachtzeug had ter hoogte van de rechterschouder een open wond ter grootte van ongeveer 10 cm. Dat het hier om een ernstige open wond ging bleek uit het feit dat deze wond gedeeltelijk bedekt was met donkergekleurd granulatieweefsel, amper vochtig was, de wondranden donker van kleur waren en er was zwelling rondom aanwezig. Zwelling ontstaat als reactie op het ontstaan van een wond door trauma en blijft aanwezig indien dat trauma blijft bestaan. Het bloederige aspect ontstaat doordat deze plekken steeds weer in contact komen met een hard oppervlak, zoals de stalvloer, een ander dier, de wand van de vrachtauto of iets dergelijks. Wondranden worden donkerder naarmate de wond ouder is door het ontwikkelen van granulatieweefsel. Granulatieweefsel is nieuw weefsel en onderdeel van het genezingsproces van een wond. Normaal is dit (licht)rood gekleurd; dat het granulatieweefsel hier donker was, betekent dat dit weefsel weer aan het afsterven was. Granulatieweefsel ontstaat vanaf 3 dagen na het ontstaan van de wond.
Binnen de reguliere varkenshouderij is bekend dat dit soort schouderwonden ontstaan door de gehanteerde huisvesting op het primaire bedrijf.
Dit transport is een goed voorbeeld van hoe rot deze sector is. Veehouders en een verzamelcentrum uit Dalmsholte lieten deze varkens op transport zetten. Drie verschillende transportbedrijven uit Rouveen, Balkbrug en Lunteren waren bereid deze ernstig gewonde varkens te vervoeren.
Op 30 juli 2024 bleef op de losbrug van VION, waar de zeugen uit de vrachtwagen komen, één van de zeugen achter bij de andere zeugen in de transportwagen. Ze kwam na aandrijven van de chauffeur, hinkend en strompelend, in haar eentje op drie poten van de transportwagen af. De linker onder voorpoot was in het pols gewricht sterk verdikt en bengelde er los aan. De betreffende zeug kon niet op de linker voorpoot staan. De poot onder het sterk verdikte carpaal gewricht (polsgewricht) zat er los onder. De zeug liep met een kromme rug en trilde over het gehele lichaam. Ook had de zeug een versnelde ademhaling en een geopende bek met schuim erin. Dit zijn alle duidelijke kenmerken dat de zeug erge pijn en stress had. De linkervoorpoot kon zowel in stilstand als ook in lopende beweging niet meer worden gebruikt, en de onderpoot bengelde onder de poot. Ik zag dat de zeug niet meer kon lopen en staan op de linkervoorpoot, dit duidt erop dat het belasten van deze poot bij de zeug ernstige pijn gaf.
Het beeld, de vorm, de fluctuatie van de dikte en de vervorming van de polsgewricht duiden op een oude ontsteking met als gevolg een degeneratie (verdwijnen van het oorspronkelijke gewricht door bot-en kraakbeen verval) en abcesvorming (oud ontstekingsmateriaal en pus) op de plek van het oorspronkelijke gewricht. Hierdoor zal een breuk en misvorming van dit gewricht zijn opgetreden. Tevens had deze zeug op de linker achterpoot en op de rechter voorpoot een open wond.
De zeug werd direct nadat ze van de transportwagen kwam gedood door elektrocutie door het VION stalpersoneel om de zeug verder lijden te besparen.
Na de dood van de zeug kon dit linker polsgewricht manueel alle kanten worden gebogen; wat duidt op de beschrijving van volledige degeneratie van bot-en kraakbeen en gewricht inclusief breuk van het gewricht ten gevolge. Los van de erge pijn en leed voor deze zeug had deze poot geen functionaliteit meer. Dit chronische ontstekingsproces in het polsgewricht met abcesvorming en fisteling en een breuk van het gewricht ten gevolge waardoor de zeug zich niet op eigen kracht pijnloos kon bewegen, moet minstens langer dan een week aanwezig zijn geweest.
Deze zeug was afkomstig van hetzelfde verzamelcentrum uit Dalmsholte als hierboven en werd vervoerd door een bedrijf uit Ommen.
Dikte, zwelling en fisteling
Hier is duidelijk te zien dat de het carpaal gewricht volledig door oude ontstekingen is verdwenen.
De onderpoot staat los en haaks onder het misvormde gewricht
Polsgewricht van de linker voorpoot
Open wondlinkerachterpoot
Open wondlinkerachterpoot
Op 15 januari 2024 werden vier slachtvarkens van een veehouder uit Ambt Delden met open wonden aan de onderkant van meer dan 20 centimeter grote navelbreuken gelost door een al eerder genoemde vervoerder uit Scherpenzeel.
Bij twee varkens betrof het grote breuken, die bij het rechtopstaande varken slechts enkele centimeters van de bodem waren verwijderd. De breuken van deze varkens waren meer bloederig dan de kleinere breuken, wat goed mogelijk is doordat bij de grote breuken beschadiging van de huid en onderliggend weefsel door contact met de bodem of op de breuk trappen gemakkelijk optreedt. Bij alle breuken was er minstens een zweer met verdikte wondranden en granulatie te zien, wat betekent dat de wonden al voor het transport aanwezig waren.
Bij één varken was de grootte van de wond ongeveer 40 vierkante centimeter en bij de andere drie varkens was de grootte van de wond ongeveer 60 tot 80 vierkante centimeter. Volgens ‘Praktische richtlijnen voor het bepalen van de geschiktheid voor het vervoer van varkens’ zijn deze varkens niet geschikt voor transport en worden de navelbreuken als ernstig beschouwd en is het algemeen welzijn van de varkens aangetast.
17 oktober 2023 was er bij Vion Groenlo een varken van een veehouder uit Bentelo op de losklep van de vrachtwagen van de vervoerder uit Scherpenzeel, dat heel moeilijk liep. Het varken kon zijn voorpoot (links) niet belasten en wreef zijn voorpoot over de vloer. De ademhaling van het varken was afwijkend, versneld en het varken zag er onrustig uit. Het varken had een afwijkende houding van kop en rug. De rug was krom, de buik was opgetrokken en de kop lag iets naar beneden. Deze verschijnselen duiden op pijn in het lichaam.
Pijn is een waarschuwingssignaal dat via de zenuwen wordt doorgegeven aan de hersenen. Deze reageren daarop met een aantal maatregelen: het terugtrekken van de voorpoot of het ontzien van het pijnlijke lichaamsdeel, maar ook het aansturen van lichaamsfuncties om de oorzaak van de pijn weg te nemen. Pijn wordt daarom beschouwd als een fysieke ervaring alsook een emotionele ervaring. De pijnprikkel wordt meestal veroorzaakt door weefselschade.
De slachthuismedewerkers kregen de instructies om dit varken met spoed te laten slachten.
Post mortem werden er nog meer bevindingen geconstateerd: een acuut infectieproces in de longen, een abces tussen het ribbenkast en het borstbeen en daarnaast een ontstoken borstvlies (pleuritis) die een verkleving van de organen aan de binnenzijde van de ribbenkast veroorzaakte, meerdere abcessen en ontstekingen in de carpale benen, ontstekingen van de gewricht met bloeding.
Dit dier had nooit op transport gemogen.
Ontstoken gewricht, meerdere abcessen.
Wrijven van het aangetaste deel van de voorpoot over de vloer
Het varken kan de voorpoot niet belasten vanwege de pijn
Een varken klem onderweg
We lieten in dit artikel zien dat zeugen onderweg naar het slachthuis soms klem komen te zitten op de schotten die de vrachtwagens opdelen in compartimenten. Animal Rights kreeg in reactie op het artikel deze schrijnende beelden opgestuurd van een zeug die klem zat op zo’n tussenschot en tegen het plafond. Ook dit transport had als bestemming Vion Groenlo en de chauffeur lag in zijn cabine te slapen. Dit voorval zal niet terug te vinden zijn in de administratie van de NVWA of Vion omdat een oplettende voorbijganger de chauffeur wakker maakte en de zeug liet bevrijden.
Vervoer en slacht van hoogzwangere zeugen
Bij het slachten (en het vervoeren naar het slachthuis) van hoogzwangere dieren ligt de nadruk voornamelijk op ‘reforme’ – uitgemolken – runderen. Zie daarvoor:
Maar behalve melkkoeien zijn ook zeugen en hun biggen hier het slachtoffer van. Afgedankte zeugen hebben miskramen in de vrachtwagens voor transport en in de wachtstallen van het slachthuis. Biggen lijden en sterven in de baarmoeders door zuurstoftekort als hun moeders worden vergast en leegbloeden.
Ook dit komt naar voren uit de documenten over zeugenslachthuis Vion Groenlo:
Op 27 juni 2022 ziet een toezichthouder van de NVWA op de losbrug van het slachthuis gedurende het uitladen van een vrachtwagen bij een zeug een vlies uit de vagina hangen. De toezichthouder gaf de stalbaas opdracht om de zeug te isoleren in een daarvoor bestemd hok op stal. Na 2 uur bleek de zeug nog een big te hebben geworpen.
De big had een grootte van ruim 28 cm. De berekende drachtlengte bij een grootte van 28 cm, gemeten van staartimplant tot achterhoofdsknobbel is 108 dagen dracht. De fysiologische drachtlengte is 115 dagen (3 maanden, 3 weken, 3 dagen). Dat betekent dat de dracht ver voorbij de 90% van de totale drachtlengte was.
Ook uit het feit dat nog een big geboren werd op stal bleek dat de zeug vervoerd is tijdens het werpproces. De zeug is geladen terwijl ze in een pauze in het geboorteproces was. Tijdens het transport is dat proces verder gegaan.
De zeug is als laatste dier van de dag geslacht en gekeurd. De baarmoeder van de zeug bleek na het slachten leeg te zijn en nog vers in het involutieproces te verkeren. Dit is het proces waarbij de baarmoeder terugkeert naar het ‘lege’ stadium.
De varkenshouder op de plaats van vertrek in Sint Anthonis liet een dier vervoeren dat niet geschikt was voor het transport omdat het een nog drachtig dier betrof, waarvan de draagtijd reeds voor 90% of meer gevorderd was.
Op 13 juni 2022 werd een ‘koppel’ van 18 zeugen gelost bij Vion Groenlo. Als een van de laatste dieren van het transport kwam een zeug met nog een nageboorte uit haar vulva langslopen. In de laadruimte van de vrachtwagen lagen 4 doodgeboren biggen.
De grootte van de 4 biggen bedroeg 26-28 cm tussen kruin en staartimplant. Deze afstand is een betrouwbare factor wanneer het gaat om de leeftijd sinds de conceptie in aantal dagen. De berekende drachtlengte bij een foetus van 28 cm kruin-staartimplant is 108 dagen. Dat betekent dat de zeug is getransporteerd tijdens het geboorteproces van een vroeggeboorte nadat 90% van de drachttijd is gepasseerd.
Een uur na de isolatie van de zeug bleek dat nog een big was geboren. Dus nummer 5 vanaf het moment dat de zeug was geladen.
Een gebruikelijk tempo van de geboorte van biggen is 3-4 per uur. Soms gaat het sneller en soms neemt de zeug een pauze van ettelijke uren, wanneer het geboorteproces verstoord wordt. Deze informatie is te vinden in het handboek varkenshouderij, elke druk.
De varkenshouder uit Nijkerk liet een dier vervoeren dat niet geschikt was voor het transport omdat het een nog drachtig dier betrof, waarvan de draagtijd reeds voor 90% of meer gevorderd was. Zijn reactie:
“Mij was niet bekend dat er beperkingen zijn mbt transportwaardigheid van zeugen in de periode van 103 dagen dracht tot een week na de geboortedatum. De zeug had op zondag een toom dode biggen gekregen en dus kon ze volgens mij op maandag op transport naar het slachthuis.“
Op 4 juni 2021 bevond een NVWA toezichthouder zich in de slachthal van Vion Groenlo voor de postmortem-keuring. Er werden op dat moment zeugen geslacht. Er werd hem een big overhandigd uit een baarmoeder van een zeug met de mededeling dat er nog 7 biggen in de baarmoeder hadden gezeten van de zeug.
De big leek hem al volgroeid en had haren, daarom heeft hij de big langs een liniaal gelegd en constateerde dat de big groter was dan 27 cm. Volgens de formule 21 + 3,11 x afstand staartimplant – achterhoofdsknobbel in cm = de leeftijd in dagen, komt dat voor deze big neer op 105 dagen, hetgeen 92% is van een voldragen dracht van een zeug.
Het betrof hier een nagenoeg voldragen, levensvatbaar big. Doordat het moederdier is bedwelmd en verbloed is de big verstoken geraakt van zuurstof en gestorven. Door deze handelswijze is het welzijn van de ongeboren big benadeeld.
De zeug kwam uit een stal in Nieuweroord van een varkensbedrijf uit Zwolle.
Op 8 januari 2026 verzocht Animal Rights de NVWA op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van informatie met betrekking tot het destructiebedrijf Rendac Son B.V. over de periode van 7 september 2024 tot 1 januari 2026.
Rendac haalt in opdracht van de overheid kadavers en dierlijk (rest-)materiaal op voor verwerking, vernietiging en/of herbestemming. Animal Rights vraagt al jaren specifiek om meldingen aan de NVWA over het aanbieden van levende dieren ter destructie.
Je maandelijkse bijdrage is het dubbele waard!
Help ons om het lijden van dieren aan het licht te blijven brengen en te strijden voor een einde aan deze industrie. Word je nu maandelijks ambassadeur van de dieren, dan verdubbelt het Navigation Fund jouw bijdrage gedurende de eerste twaalf maanden.
Met jouw hulp kunnen we meer onderzoek doen, misstanden vastleggen en opkomen voor dieren.
Steun je ons al met een maandelijkse bijdrage? Ook een verhoging telt mee: het extra bedrag wordt twaalf maanden lang verdubbeld. Eenmalige bijdragen komen niet in aanmerking.
Start je maandelijkse bijdrage of verhoog je huidige bijdrage en help meer dieren!
De betrokken veehouders dienen daar, aangespoord door LTO en BBB/SGP, al even lang kansloze bezwaren tegen in.
Zo ook een kippenhouder uit Alteveer (gemeente Stadskanaal, provincie Groningen). Op 21 augustus 2025 zitten er in de kadavertonnen van het bedrijf twee kippen (“twee zieke kuikens”, volgens de veeboer) die niet dood waren. Dit betekent dat de verantwoordelijke dierhouder heeft nagelaten de dieren de nodige verzorging te geven. Het onthouden van deze nodige verzorging is een overtreding van artikel 2.2, lid 8, van de Wet dieren. Om ervoor te zorgen dat de eigenaar van het bedrijf deze overtreding in de toekomst voorkomt, legt de NVWA een last onder dwangsom op van € 1.500,- per overtreding.
Op 23 juni 2026 besluit de NVWA / de minister van LVVN deze informatie openbaar te maken. Het bedrijf wil niet dat de naam of het adres geopenbaard wordt, maakt bezwaar en vraagt om een voorlopige voorziening.
Inmiddels bestaat er ruim zes jaar aan jurisprudentie van tal van rechtbanken en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, telkens betrekking hebbend op inhoudelijk exact hetzelfde Woo-verzoek van Animal Rights.
De zitting was op 12 oktober 2026. Animal Rights verzocht de rechtbank het verzoek om voorlopige voorziening resoluut af te wijzen en daarbij te bepalen dat de NVWA de betreffende informatie zonder verdere opschorting voor eenieder openbaar mag maken. In het bijzonder verzocht Animal Rights geen aanvullende termijn van twee weken of langer te hanteren waarbinnen de kippenboer opnieuw rechtsmiddelen kon aanwenden om de openbaarmaking tegen te houden. Dit zou immers wederom kunnen leiden tot ruim een jaar vertraging en kostbare procedures, terwijl daarvoor, gelet op de inmiddels uitgekristalliseerde jurisprudentie waaruit volgt dat dergelijke procedures juridisch kansloos zijn, geen enkele rechtvaardiging bestaat.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter het onderzoek gesloten en onmiddellijk uitspraak gedaan: 1 “Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter weegt in dit geval het belang van openbaarmaking zwaarder dan het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. In een uitspraak van 12 juli 2023 2 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) geoordeeld dat het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet opweegt tegen het belang van openbaarmaking van de bedrijfsnamen. Openbaarmaking van bedrijfsnamen mag niet afhankelijk zijn van de omstandigheid of een bedrijf ervoor kiest zijn eigen familienaam daarvoor te gebruiken. Het is, zo overweegt de Afdeling, een vrije keuze om de familienaam als bedrijfsnaam te gebruiken.”
“Gelet op deze rechtspraak en het uitgangspunt van openbaarheid, oordeelt de voorzieningenrechter dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat er geen aanleiding is om openbaarmaking van informatie op grond van de weigeringsgrond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo achterwege te laten. Het bezwaar van verzoekster zal naar verwachting ongegrond worden verklaard.”
“Voorts heeft verzoekster zelf de betreffende documenten zonder verzoek om beperkte kennisneming als bedoeld in artikel 8:29, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan de voorzieningenrechter gezonden. Die stukken zijn doorgezonden aan Woo-verzoekster, die dus inmiddels over de volgens verzoekster geheim te houden stukken beschikt.”
“Gezien het voorgaande is er geen reden de gevraagde voorlopige voorziening toe te wijzen.”
“Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verzoekster krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.”
Animal Rights gaat er vanuit dat veehouders en hun belangenorganisaties desondanks opnieuw rechtsmiddelen zullen aanwenden tegen vergelijkbare Woo-besluiten. De kansloosheid, en blijkbaar ook de kosten, maken deze partijen niets uit. Het gaat niet om het winnen van deze zaken, maar om pogingen om openbaarmaking te traineren, om transparantie over wat zij met dieren doen, te vertragen en het democratische proces dat streeft naar transparantie te saboteren.
ECLI:NL:RVS:2023:2679. Zie voor een gelijkluidend oordeel over nagenoeg gelijkluidende Woo-besluiten de uitspraken van de rechtbank Overijssel van 2 december 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:6393, en van de rechtbank Oost-Brabant van 29 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3620. ↩︎
In Nederland en België is de bontfokkerij onder grote druk van dierenrechtenorganisaties als Animal Rights en met wat hulp van de coronapandemie inmiddels verleden tijd.
In Nederland was in 2013 de Wet verbod pelsdierhouderij in werking getreden. In deze wet stond dat bestaande pelsdierhouders tot 1 januari 2024 enkel onder bepaalde voorwaarden mochten doorgaan met hun bedrijf. Toen kwam Covid-19. Nertsen raakten besmet. Organisaties als Animal Rights voerden de druk verder op: ruimingen zijn onacceptabel zonder een verbod!
Het verbod werd vervolgens drie jaar naar voren gehaald. Op 8 januari 2021 ging het verbod op de pelsdierhouderij in en was het daarmee in Nederland verboden om pelsdieren te houden voor bontproductie. Op dat moment waren er geen nertsen meer op de nertsenbedrijven in Nederland. Van de 126 bedrijven werden er 70 geruimd omdat ze positief testte op Sars-Cov-2. Alle nertsen op de overige bedrijven werden gedood en gepelsd.
In mei 2020 kondigde minister van Dierenwelzijn Ben Weyts aan dat de financiële regeling voor het stopzetten van nertsenbedrijven in Vlaanderen rond was. Ook hier voerden dierenrechtenorganisaties zoals Animal Rights de druk op. In Wallonië en Brussel waren er al langer geen nertsenbedrijven meer. De regeling voorzag in een einde in 2023, maar begin 2021 lagen alle overgebleven Vlaamse nertsenfokkerijen stil. In juni 2021 maakte minister Ben Weyts bekend dat alle 14 bedrijven een aanvraag tot stopzetting hadden ingediend. Officieel werd het verbod op 1 december 2023 van kracht.
Sommige Europese landen hadden geen bontproductie (Portugal, Cyprus), een aantal stopte al voor corona (Oostenrijk, Kroatië, Tsjechië, Luxemburg, Slovenië, Duitsland (op basis van strenge welzijnswetgeving)) en vele landen verboden de bontproductie de afgelopen jaren sinds de pandemie. In een aantal landen loopt nu het uitfaseringsproces (Letland (2028), Litouwen (2027), Roemenië (2027) en Polen (2033)).
Dan blijven er vijf landen over. Denemarken liet alle nertsen in het land in 2020 afmaken, maar stond toe dat de nertsenhouderij in 2023 in afgeslankte vorm weer opstartte. Spanje heeft een verbod op nieuwe fokkerijen sinds 2016 maar geen eindpunt. Hongarije staat alleen het houden van chinchilla nog toe en Finland en Griekenland hebben nergens geen boodschap aan.
In 2024 produceerden deze landen 6,3 miljoen pelzen, waarvan 5,8 miljoen nerts, 306.000 vos, 141.000 chinchilla en 29.000 wasbeerhond, volgens het recente rapport ‘Pay to stay or pay to go? Comparing public expenditure on welfare standards and a ban on EU fur farming’. 1 In 2024 werd, met uitzondering van chinchilla, op alle diersoorten verlies geleden.
In juli 2025 concludeerde het panel voor diergezondheid en dierenwelzijn van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), dat de welzijnsproblemen bij nertsen, vossen, wasbeerhonden en chinchilla’s in de huidige kooisystemen niet kunnen worden voorkomen of aanzienlijk kunnen worden beperkt. 2
De Europese Commissie heeft twee opties: een productieverbod of strengere normen, waarbij telkens de vraag rijst of de maatregel ook op invoer van bont van toepassing moet zijn.
Bovengenoemd rapport maakt een schatting van de te verwachten overheidsuitgaven voor die vier beleidsopties, met de nadruk op compensatie of overheidssteun voor pelsdierhouders. Voor een productieverbod wordt de compensatie geschat door te kijken naar de kosten in de landen die al eerder stopten, zoals Nederland en België. Voor strengere welzijnsnormen wordt de overheidssteun geschat op basis van het kapitaal dat nodig is om aan nieuwe normen te voldoen, vooral nieuwe kooien, waarbij gebruik wordt gemaakt van de kostenanalyse die voor de Finse overheid is opgesteld.
De conclusies van het rapport zijn dat de overheidsuitgaven voor een productieverbod bescheiden zijn (en eenmalig) in vergelijking met de optie van het verhogen van de houderijstandaarden. Tijd is op zichzelf een vorm van compensatie: een langere uitfaseringsperiode geeft producenten meer tijd om hun investering terug te verdienen voordat het verbod van kracht wordt, waardoor de vereiste financiële compensatie afneemt – mogelijk zelfs tot nul. Fatsoenlijke welzijnsstandaards zijn eigenlijk onhaalbaar zonder astronomische, oneconomische kosten te maken. Het uitbreiden van een productieverbod naar de EU-markt zou naar schatting slechts in geringe mate leiden tot aansprakelijkheid voor schadevergoeding – in lijn met de precedenten rond zeehondenbont en bont van honden en katten. Het uitbreiden van welzijnseisen naar geïmporteerd bont, daarentegen, zou naar schatting € 6 miljoen per jaar aan kosten voor verificatie en naleving voor importeurs met zich meebrengen.
Deze uitkomsten zijn welkom en de hoop is dat politici hier ook naar handelen.
‘Beëindiging is goedkoper dan welzijnsinvesteringen’ is de gouden standaard die dierenwelzijnsorganisaties zich in de oren dienen te knopen. Welzijnsinvesteringen dienen vooral om het geweten van de consument te sussen en worden op de economische belangen van de industrie afgestemd. Ze maken afschaffing van een sector vervolgens moeilijker omdat gedane investeringen moeten worden terugverdiend. Welzijnsinvesteringen redden geen levens, vormen over het algemeen nauwelijks een meetbare verbetering van de bestaansomstandigheden van de dieren en leiden vaak tot weer nieuwe, soms ernstigere welzijnsproblemen. Kies dus voor een rechten-insteek!
Update – Denemarken stopt de nertsenindustrie
De zeven overgebleven nertsenfokkerijen in Denemarken moeten uiterlijk op 7 augustus 2029 hun deuren sluiten. Dat houdt waarschijnlijk in dat er eind december 2028 geen nertsen meer in Denemarken gehouden worden. De regering heeft besloten om geen ontheffing aan te vragen voor een aanstaand verbod van de Europese Unie. 3
Het ministerie van Natuur en Dierenwelzijn maakte dit besluit op 23 oktober 2026 bekend en verwees daarbij naar zorgen over het dierenwelzijn en de beperkte economische bijdrage van de sector.
Denemarken verzette zich aanvankelijk tegen deze EU-maatregel en was van plan om een ontheffing aan te vragen, zodat bestaande bedrijven hun activiteiten zouden kunnen voortzetten. Dat is nu dus van de baan.
De EU voegde de nerts afgelopen zomer toe aan de lijst van invasieve uitheemse soorten, wat betekent dat er vanaf 7 augustus 2027 een verbod geldt op het fokken en houden ervan. Voor bestaande bedrijven geldt een overgangsperiode van twee jaar., vandaar 2029.
De Deense nertsenhouderij werd eerder stilgelegd in 2020, met de ‘ruiming’ van 15 tot 17 miljoen dieren, vanwege zorgen over mutaties van het coronavirus. Het tijdelijk verbod op het houden van nertsen eindigde in januari 2023, waarna een aantal fokkers hun activiteiten hervatte.
De totale kosten voor compensaties in verband met de pandemie, de sloop van bedrijven en administratieve afhandeling bedroegen begin 2026 in totaal 29,1 miljard Deense kroon (DKK).
De compensatie voor de sluiting van de resterende bedrijven moet nog bepaald worden, maar een eerdere schatting ligt rond de 14 miljoen DKK, al kan het uiteindelijke bedrag hoger uitvallen.
Stichting SAAN, Animal Rights en de tachtig Nederlandse non-profit zwerfdierstichtingen die bij de Spreekbuis Zwerfdierstichtingen zijn aangesloten, boden op 2 oktober 2026 een brandbrief inzake herplaatsing van buitenlandse zwerfdieren aan aan minister Van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Door de wijze waarop bestaande Europese regelgeving momenteel wordt geïnterpreteerd en gehandhaafd, dreigt het redden en herplaatsen van buitenlandse zwerfhonden en -katten naar Nederlandse adoptiegezinnen voor veel bonafide vrijwilligersorganisaties in de praktijk onuitvoerbaar te worden.
Het probleem De betrokken organisaties onderschrijven het belang van strikte regels op het gebied van diergezondheid, dierenwelzijn, transport en traceerbaarheid volledig. Bij bonafide rescueorganisaties worden dieren gechipt en gevaccineerd en grensoverschrijdende transporten via TRACES geregistreerd. Herkomst en verplaatsing blijven daarmee controleerbaar. Het huidige probleem betreft dan ook niet het bestaan van deze regels, maar de wijze waarop zij worden toegepast op non-profitorganisaties die zonder winstoogmerk dieren redden, verzorgen en herplaatsen.
Door de Europese regelgeving valt ook non-profit herplaatsing van geredde zwerfdieren onder regels voor economisch diertransport. Vrijwilligersorganisaties zonder winstoogmerk krijgen daardoor te maken met een juridisch kader dat ook geldt voor professionele en grootschalige vervoerders van dieren. Hierdoor dreigen zorgvuldig georganiseerde en transparante adoptietrajecten ernstig te worden belemmerd.
Dieren moeten volgens de huidige uitleg óf rechtstreeks bij de adoptant thuis worden afgeleverd, óf eerst 48 uur in een toegestane inrichting verblijven. Rechtstreekse thuislevering is voor organisaties met adoptanten verspreid over heel Nederland vaak praktisch onuitvoerbaar; verblijf in een inrichting is voor de meeste vrijwilligersorganisaties eveneens praktisch onuitvoerbaar en bovendien onwenselijk vanwege stress.
De praktijk Nederlandse zwerfdierstichtingen bemiddelen bij de adoptie van honden en katten uit asielen in andere EU-lidstaten en derde landen. Wanneer meerdere dieren vanuit één buitenlands asiel naar Nederlandse adoptanten reizen, worden zij doorgaans gezamenlijk naar Nederland vervoerd. De normale werkwijze is dat de dieren op een centraal punt arriveren en daar door de adoptanten en gastgezinnen worden opgehaald en mee naar huis genomen. Door het overladen op een centrale plek wordt voorkomen dat de transportwagen uit het buitenland langs alle adoptiegezinnen moet gaan. Deze al jarenlange gehanteerde werkwijze zorgt ervoor dat de totale vervoersduur voor de dieren beperkt wordt.
De sector heeft haar werkwijze mede gebaseerd op overheidsinstructies uit 2021. Wanneer die uitleg later verandert zonder duidelijke vervangende werkinstructie, ontbreekt de rechtszekerheid die organisaties nodig hebben. De organisaties vragen daarom om een juridische beoordeling die niet alleen uitgaat van de letter van de regelgeving, maar ook van doel en strekking: diergezondheid, traceerbaarheid en verantwoord transport.
De gevolgen Wanneer transporten stilvallen, raakt dat een hele keten van mensen en dieren. Voor een hond op een dodingslijst is een transport geen logistieke aangelegenheid en geen tijdelijke vertraging. Het kan het verschil betekenen tussen wel of niet op tijd worden gered. Voor adoptanten en vrijwilligers kan een maandenlang voorbereide redding zo abrupt eindigen.
Landen moeten hun eigen zwerfdierenprobleem aanpakken. De realiteit is echter dat een structurele aanpak in veel landen tekortschiet. Er bestaat bovendien geen Europese verplichting die lidstaten dwingt tot grootschalige sterilisatie- en castratieprogramma’s voor zwerfdieren.
Het beperken van adoptie naar Nederland vermindert het aantal zwerfdieren niet en leidt niet automatisch tot beter beleid in de landen van herkomst. Het neemt wél een bestaande mogelijkheid weg om dieren uit deze situatie te redden.
Kom met een oplossing! De sector probeert deze knelpunten al jarenlang in overleg met het ministerie, de NVWA en RVO op te lossen. Op verzoek van het ministerie werd in 2025 de Spreekbuis Zwerfdierstichtingen opgericht om knelpunten te inventariseren en oplossingen aan te dragen. Toch ontbreekt nog steeds een werkbare en rechtszekere oplossing.
De organisaties vragen de minister dringend om te voorkomen dat bureaucratische belemmeringen het redden van deze dieren onmogelijk maken.
Want als adoptie stopt, verdwijnt het zwerfdierenprobleem niet. Meer dieren blijven achter op straat of dreigen in dodingsstations terecht te komen. Terwijl hier in Nederland een gezin wacht, een mand klaarstaat en voor die hond een heel ander leven had kunnen beginnen.
Sinds midden 2024 dient Animal Rights via haar advocaten iedere zes weken een Woo-verzoek in bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) voor de in de zes weken daarvoor aangevraagde, verleende of geweigerde CITES-certificaten die betrekking hebben op de import van Macaca fascicularis (Java-aap, krabbenetende makaak, langstaartmakaak) door apenhandelaar R.C. Hartelust BV uit Tilburg.
Het Woo-verzoek gaat vergezeld van een pro forma bezwaar: Indien in die 6 weken een besluit is genomen tot toewijzing van een CITES-importcertificaat, dan dient RVO Animal Rights als derde-belanghebbende te beschouwen en maakt Animal Rights pro forma bezwaar tegen dat betreffende besluit.
Zes weken, omdat dat de standaard bezwaartermijn is bij een overheidsbesluit. Animal Rights heeft RVO meermaals verzocht om Animal Rights bij afgifte van een dergelijk importcertificaat te informeren, zodat Animal Rights in de gelegenheid is om als derde-belanghebbende bezwaar te maken. Dan zou een Woo-verzoek/pro forma bezwaar iedere zes weken niet nodig zijn, maar de RVO is halsstarrig weigerachtig op dit gebied, ondanks dat dit in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Door de consequente weigering is Animal Rights genoodzaakt om op deze wijze pro forma bezwaar te blijven maken.
Animal Rights maakt bezwaar tegen de import van makaken uit Zuidoost Azië, omdat er heel veel mis is met de handel in deze bedreigde diersoort, waaronder het sterke vermoeden van wildvang. Lees hiervoor:
De RVO gaat nog een stap verder in haar criminele medeplichtigheid aan deze apenhandel. Eerst weigert ze importbesluiten te publiceren of te delen, om vervolgens aan te geven bezwaar tegen dergelijk besluiten niet te kunnen behandelen, omdat niet is aangegeven om welk besluit het gaat. Zolang de RVO, echter, weigert aanvullende informatie te verstrekken, kan Animal Rights het bezwaar niet verder preciseren naar bijvoorbeeld afgiftedatum, certificaatnummer of het aantal betrokken makaken.
Op een dergelijk Woo-verzoek van 19 maart 2026 besliste de RVO pas op 12 juni, drie maanden later. Er werden acht documenten aangetroffen. De RVO was echter niet van plan die documenten meteen te verstrekken, dat stelde ze “twee tot drie weken” uit, zodat Hartelust de mogelijkheid kreeg “om openbaarmaking van de informatie tegen te houden. Dit kan door bezwaar te maken en de rechter te vragen om een voorlopige voorziening.”
Diezelfde dag nog, vrijdag 12 juni 2026, verzocht Animal Rights de RVO om dan in ieder geval aan te geven op welke datum het besluit was genomen, om een (geredigeerd) afschrift te sturen van het besluit en om te laten weten of bij de RVO bekend is of gebruik is gemaakt van de vergunning. Daar komt nooit antwoord op.
Er is in deze zaken een duidelijk patroon van tegenwerking door de RVO te herkennen. De band tussen Hartelust en de RVO is innig. De RVO vertraagt en dat geeft Hartelust de mogelijkheid om een importvergunning die, gezien de datum van Animal Rights’ Woo-verzoek, reeds tussen tussen 5 februari 2026 en 19 maart 2026 verleend zou kunnen zijn, te gebruiken, voordat Animal Rights de apenimport kan tegenhouden.
Op 15 juni 2026 verklaarde de RVO het bezwaar van Animal Rights niet-ontvankelijk, omdat niet duidelijk zou zijn tegen welk besluit bezwaar werd gemaakt. Op 7 juli ging Animal Rights hiertegen in beroep.
Op 15 juni diende Animal Rights dan maar een verzoek om een voorlopige voorziening (vovo) in om het besluit te schorsen “waarbij toestemming is verleend aan Hartelust voor de import van apen van het soort Macaca fascicularis van buiten de EU naar binnen de EU.”
Dankzij het verzoek om een vovo kreeg Animal Rights op 29 juni 2026 dan eindelijk via de rechtbank de documenten in handen. De RVO zelf verstrekte deze pas op 6 juli. Animal Rights maakte hiertegen op 22 juli bezwaar bij de RVO omdat ze onvolledig zijn.
Uit de verstrekte documenten blijkt dat Hartelust op 9 februari 2026 een aanvraag indiende bij het ‘Team Handel beschermde soorten’ van de RVO voor een invoervergunning voor 240 Macaca fascicularis uit Vietnam. De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan de Wetenschappelijke Autoriteit van CITES in Nederland (WA-NL), omdat er voor deze soort uit Vietnam geen geldig advies is. Om een invoervergunning te kunnen geven, heeft de RVO een positief advies van de WA-NL nodig.
Op 10 maart 2026 e-mailde de ‘Beoordelaar CITES’ aan Hartelust: “Via Klantcontact hebben wij uw vraag doorgekregen omtrent aanvraag 4890028926238. U gaf hierbij aan dat u voor deze dieren vorig jaar een aanvraag had ingediend, welke destijds is afgewezen. U bent hiertegen in bezwaar gegaan, waarna u is vermeld dat u de aanvraag opnieuw mocht indienen.”
Op het aanvraagformulier van 9 februari vermelde Hartelust echter: “Ik verklaar dat mijn aanvraag voor het dier of het product niet eerder afgekeurd is.” Dat is valsheid in geschrifte.
Dit alles volgde op een email van het CITES Bureau aan CITES SA (Scientific Authority, Wetenschappelijke autoriteit) Netherlands van 4 maart: “Aanvrager heeft ons echter bericht dat hij afgelopen jaar een afwijzing van ons heeft ontvangen, naar aanleiding van een negatief WA advies. Hij is hierover in bezwaar gegaan en heeft op 8 januari 2026 van JZ [juridische zaken] te horen gekregen dat hij de aanvraag opnieuw mag indienen. In CTS en onze mailbox zie ik staan dat het advies bij die afgewezen aanvraag (4890028514778, CC25/109) op 7 januari 2026 is gewijzigd naar een eenmalig positief advies. Echter was de aanvraag toen al een tijdje afgewezen. Vraag is nu of dit oude advies inderdaad is aangepast van positief naar negatief en of ik deze bijde huidige, nieuwe aanvraag mag gebruiken. Betreft opnieuw 240 dieren van uitvoerder VinaMekong Group. Uit de melding van aanvrager maak ik op dat hij de vorige aanvraag nu dus opnieuw heeft ingediend.”
Vervolgens gaf de Wetenschappelijke Autoriteit op 16 maart 2026 een ‘Eenmalig positief advies over de invoer van levende exemplaren van de soort Macaca fascicularis, …’ af. De enige motivering daarvoor bestaat uit de zin: “De WA kan op basis van de aanvullende informatie aannemen dat de monsters afkomstig zijn van gekweekte exemplaren.” Wat die aanvullende informatie inhoudt, wordt niet vermeld en blijkt ook niet uit de documenten die via de Woo werden verstrekt.
Op 18 maart geeft RVO vervolgens de importvergunning af.
De rechtbank treuzelt en op 7 juli 2026 verzocht Animal Rights de Rechtbank Den Haag (opnieuw) tot het plannen van de zitting op zeer korte termijn en/of het treffen van een orde-maatregel. Immers, zodra de apen zijn vervoerd is het besluit geëffectueerd en zijn de gevolgen onomkeerbaar.
De rechtbank treuzelt verder en vraagt op 28 juli 2026 om het spoedeisend belang nader te onderbouwen. Die spreekt voor zich: Zodra de apen vanuit Vietnam zijn vervoerd naar Nederland, is gebruik gemaakt van de importvergunning en zijn de gevolgen van de vergunning feitelijk niet meer terug te draaien.
Hoewel Animal Rights al op 19 maart 2026 pro-forma bezwaar heeft gemaakt, is pas op vrijdag 12 juni 2026 door een Woo-beslissing duidelijk geworden dat er in de periode tussen 5 februari 2026 en 19 maart 2026 een CITES vergunning was verleend aan Hartelust voor de import van Macaca fascicularis. Dit ondanks tussentijdse navraag bij de RVO. Na de Woo-beslissing is opnieuw direct navraag gedaan bij de RVO over de vergunning. Daarop is geen enkele reactie gekomen. Op maandag 15 juni 2026 heeft Animal Rights daarom een voorlopige voorziening ingediend. Animal Rights heeft dus zo snel als mogelijk gehandeld, nadat zij bekend was geworden met het bestaan van de vergunning. In het kader van die voorlopige voorziening is op 29 juni 2026 aan Animal Rights de inhoud van de vergunning bekend geworden.
Op 9 september liet de rechtbank uiteindelijk weten dat de zitting op 29 september zou plaatsvinden. Het Vietnamese exportcertificaat was slechts geldig tot 3 augustus en het Hartelust importcertificaat tot 18 september 2026. Hoe dan ook zou de zitting te laat komen: of de makaken waren al ingevoerd en daar valt weinig meer aan te veranderen, of de makaken zijn niet ingevoerd en dat kan ook niet meer op basis van deze certificaten.
De RVO en Hartelust gaven hier geen duidelijkheid over tot op de zitting zelf. De uitspraak luidde uiteindelijk: “Op zitting op 29 september is gebleken dat de vergunning inmiddels uitgewerkt is. In de periode dat de vergunning geldig was is deze verder ook nooit geëffectueerd. Er zijn dus nooit apen ingevoerd en dat kan ook niet meer.” Goed voor de makaken.
Animal Rights heeft op 2 september haar volgende Woo-verzoek/pro forma bezwaar ingediend bij de RVO. Hoe onwillig en achterbaks de RVO zich ook opstelt, ook zij zullen weten dat Animal Rights uiteindelijk aan het langste eind zal trekken. Tot die tijd blijven de RVO en haar Wetenschappelijke Autoriteit medeplichtig aan de wrede apenhandel en de achteruitgang van deze diersoort in het wild. Er kleeft bloed aan hun handen!
Overeind blijft dus, dat Hartelust sinds februari 2023 – de beruchte TBC-vlucht – onder eigen naam geen makaken meer heeft geïmporteerd. Makaken komen wel nog steeds in Tilburg terecht door import via het vliegveld van Brussels en onder de naam van, bijvoorbeeld, het Britse Labcorp. Ook handelt Hartelust in makaken afkomstig van de Spaanse apenfokkerij en -importeur Camarney. Lees hiervoor:
Op 21 oktober 2026 heeft Animal Rights via haar advocaat een klacht ingediend bij de Afdeling Juridische Zaken van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) over het handelen van RVO ten aanzien van CITES vergunningen.
Het eerste onderdeel van de klacht ziet op de omstandigheid dat Animal Rights niet wordt geïnformeerd over de besluitvorming bij CITES vergunningen die worden verleend aan R.C. Hartelust voor de import van Macaca fascicularis, terwijl zij als (derde-)belanghebbende wel over genomen besluiten – waar zij zich ook nog expliciet sinds juni 2024 heeft gemeld als belanghebbende – geïnformeerd moet worden. Animal Rights verzoekt RVO om haar werkwijze aan te passen en Animal Rights actief te informeren.
Het tweede onderdeel van de klacht ziet op de omstandigheid dat zelfs na het indienen van een bezwaarschrift, RVO niet heeft aangegeven dat er een besluit is genomen waartegen het bezwaar zich richt. Animal Rights verzoekt RVO haar werkwijze aan te passen en in ieder geval binnen een redelijke termijn – van maximaal één week na het ingediende bezwaar – Animal Rights te informeren indien er sprake is van een besluit waartegen het bezwaar zich richt, en daarbij een afschrift van het besluit te sturen.
In april 2025 werd naar aanleiding van het bezwaarschrift d.d. 14 april 2025 op 17 april 2025 in ieder geval nog bevestigd dat er een besluit was genomen (tot verstrekking van een import-vergunning onder CITES), zodat toegang tot de rechter gewaarborgd was. Echter, deze werkwijze heeft RVO verlaten. Op 19 maart 2026 is opnieuw een pro-forma bezwaar en woo-verzoek ingediend. De omvang van het bezwaar is duidelijk en er kan geen twijfel bestaan over de vraag tot welk(e) besluit(en) het bezwaar zich richt. RVO heeft toen niet aangegeven dat er een besluit genomen was. Pas op 12 juni 2026 – dus bijna 3 maanden na de vergunningverlening – is door de inventarislijst bij het Woo-besluit duidelijk geworden dat er op 18 maart 2026 een CITES-vergunning was verleend die viel onder de reikwijdte van het bezwaar.
Het derde onderdeel van de klacht ziet op de algehele onmogelijkheden om op laagdrempelige wijze (zinvol) contact op te nemen over o.a. de afstemming van besluitvorming, het herstel van evidente fouten of de huidige stand van zaken. Animal Rights verzoekt RVO om in overleg te treden over de mogelijkheden om dit te verbeteren, bijvoorbeeld via een vast contactpersoon. Daarnaast verzoekt Animal Rights RVO om de evident onjuiste besluitvorming over de niet-ontvankelijkheid nogmaals onder de loep te nemen en de besluitvorming te herroepen.
Op 15 juni 2026 is een voorlopige voorziening aangevraagd door Animal Rights in verband met de vergunningverlening. Door RVO is op diezelfde dag (uitsluitend verzonden per post) het op 19 maart 2026 ingediende bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat onduidelijk zou zijn tegen welk besluit het bezwaar zich richt. Aangezien uit de inventarislijst bij het Woo-besluit nu juist bleek dat er een vergunning was verleend, en er geen serieuze twijfel over de omvang van het bezwaar kan bestaan, is er weer contact gezocht met RVO. Het bleek vervolgens echter onmogelijk om enig inhoudelijk contact over deze (evident foutieve) beslissing op bezwaar te krijgen. Via telefonisch contact kwam de advocaat Animal Rights (na terugbelverzoeken) niet verder dan “er is geen besluit genomen” en “we kijken het nog eens na”.
Op 29 september 2026 was er bij de rechtbank Den Haag een zitting over de voorlopige voorziening, die gericht was op de inhoud van de vergunning. Tijdens de zitting bleek dat de vergunning niet is gebruikt en niet is verlengd. Hierdoor was er geen belang meer bij de behandeling van de voorlopige voorziening. RVO weigerde ook akkoord te gaan met de behandeling van het beroep zelf, dat dus uitsluitend zag op de niet-ontvankelijkheid. Deze gang naar de rechtbank had uiteraard voorkomen kunnen worden als RVO Animal Rights of in ieder geval de rechtbank zelf had geïnformeerd over het feit dat de vergunning niet was verlengd. En bovendien had het een hoop tijd kunnen besparen als RVO op de zitting akkoord was gegaan met de behandeling in de hoofdzaak waarin de niet-ontvankelijkheid kon worden besproken; nu zullen we daarvoor nog een keer naar de rechtbank moeten (tenzij RVO voor die tijd de beslissing herroept).
Verbazingwekkend is daarbij nog dat op de zitting d.d. 29 september 2026 duidelijk werd dat de gemachtigde namens RVO/LVVN met de gemachtigde van Hartelust en de rechtbank heeft gebeld over stukken in de beroepsprocedure over de niet-ontvankelijkheid die schijnbaar niet waren doorgestuurd door de rechtbank, maar dat de gemachtigde namens RVO/LVVN geen enkele poging heeft gedaan om de advocaat van Animal Rights als indiener van de stukken te bereiken.
Samenvattend De situatie die de RVO creëert is onwerkbaar. RVO frustreert op deze manier de toegang tot de rechter en de mogelijkheid voor Animal Rights om de rechtmatigheid van de besluitvorming tijdig te laten toetsen. Animal Rights wenst in overleg te treden met RVO over het verbeteren van de toegang tot informatie en de werkwijze, zodat de toegang tot onafhankelijke toetsing door de rechter gewaarborgd wordt.