De juridische strijd voor transparantie over de vee-industrie IV

Op 10 december 2025 deed de Rechtbank Gelderland een (voorlopig) laatste uitspraak in een langlopende juridische procedure rondom een informatieverzoek van Animal Rights onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), nu de Wet open overheid (Woo).

Op 9 september 2019 – dik 6 jaar geleden – deed animal Rights een Wob-verzoek bij de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA) om documenten, zoals inspectierapporten, processen-verbaal, waarschuwingen en boeterapporten met betrekking tot slachthuizen en verzamelcentra, die genoemd werden in het NVWA jaarverslag over 2018.

Twee jaar lang verschuilt de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) zich achter excuses en neemt geen besluit op het informatieverzoek, ondanks diverse aanmaningen en dwangsommen.

Informatie wordt achtergehouden

Pas in november 2021 wordt een besluit genomen. Onder het mom van ‘het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling’ wordt een groot deel van de informatie achtergehouden. Het gaat daarbij per bedrijf om relatienummer, KVK-nummer, BRS-nummer, UBN-nummer, EG-erkenningsnummer, oormerken, KIP-nummer, videobeelden, naam, adres, woonplaats of vestigingsplaats, kentekennummers en persoonlijke nummers inzake vakbekwaamheid. 

Bij de ‘benadeling’ gaat het dan om “stigmatisering” en het “gevaar om slachtoffer te worden van buitensporige acties van dierenrechtenactivisten, het onder druk komen staan van handelsrelaties en het verloren gaan van afzetkanalen welke financiële schade met zich zal brengen”.

Bezwaar

Op 13 december 2021 maakt Animal Rights bezwaar. 

De minister beweert dat ze video-opnamen niet verstrekt, omdat ze niet over de techniek beschikt om bepaalde delen onherkenbaar te maken. Dat is volstrekt ongeloofwaardig. Met een huis, tuin en keuken programma als Adobe Premiere Pro kunnen gezichten in een video eenvoudig onherkenbaar worden gemaakt (blurren). Animal Rights weet dit omdat ze dit zelf ook regelmatig toepast wanneer zij beelden publiceert.

Animal Rights vindt niet dat openbaarmaking van informatie over een boete of waarschuwing leidt tot stigmatisering. Animal Rights meent dat de samenleving het recht heeft om te vernemen wat zich achter de muren van de dierenindustrie afspeelt. Het publieke belang van openbaarmaking is juist bij een onderwerp dat zoveel mensen aangaat en beroert groot. 

Tenslotte is Animal Rights het niet eens met de manier waarop de minister het wetten overtredende deel van de landbouwsector voortdurend in bescherming neemt. Deze praktijk houdt de vele misstanden juist in stand.

Animal Rights meent dat de kans op “buitensporige acties” verwaarloosbaar klein is, terwijl het belang van openbaarheid van bestuur ten aanzien van de bij velen omstreden vleessector buitengewoon groot is, zodat het bestreden besluit om ook om deze reden geen stand kan houden.

Animal Rights ziet het besluit van de minister als ongenuanceerde stemmingmakerij. 99,99% Van het dierenrechtenactivisme is strikt geweldloos. Er zijn goede redenen om de aandacht te vestigen op de dierenindustrie. De sector staat namelijk bol van de misstanden. Zo eisten stalbranden in 2019 maar liefst 143.000 slachtoffers en werden alleen al in de laatste maanden van 2021 meer dan 450.000 dieren geruimd vanwege de vogelgriep. Ook slachthuizen zijn al jaren het toneel van ernstig dierenleed.

Het NVWA jaarverslag over het jaar 2018 onderstreept dat er veel mis is in de dierenindustrie. Naar aanleiding van 3.600 dierenwelzijnsinspecties besloot de NVWA maar liefst 800 keer handhavend op te treden. Het aantal overtredingen lag zelfs nog veel hoger. In 65% van de gevallen werden volgens het jaarverslag regels voor dierenwelzijn overtreden.

De vraag rijst wie hier eigenlijk een probleem met de wet heeft? De overwegend vreedzame dierenrechtenbeweging die streeft naar een einde aan de wetsovertredingen in de dierenindustrie, of de dierenindustrie die gekenmerkt wordt door bewezen misstanden? De minister moet zich niet langer opstellen als de vertegenwoordiger en verdediger van de dierenindustrie.

Animal Rights is het met de minister eens dat het openbaar maken van misstanden in een bedrijf kan leiden tot verlies van klanten, maar acht dit nadeel zeker niet groter dan het belang van openbaarheid van bestuur. Een bedrijf zoals Gosschalk dat dieren mishandelt, verdient geen clementie van de minister of zijn klanten, maar verdient het om door de tucht van de markt en consumentengedrag tot de orde te worden geroepen.

Nieuw besluit – Namen en adressen openbaar

Ondanks aanmaningen en dwangsommen, hoort Animal Rights pas in juli 2024 weer van de minister/NVWA. Met ingang van 1 mei 2022 is ondertussen de Wob de Woo geworden.

Inmiddels is er ook een uitspraak geweest in een zaak tussen RTLNieuws en de minister (ECLI:NL:RVS:2023:489). 1 In maart 2017 bracht Animal Rights gruwelijke undercoverbeelden naar buiten uit het varkensslachthuis van Tielt in Vlaanderen. Nieuwsgierig naar de Nederlandse situatie, verzocht RTL op 10 april 2017 via de Wob om informatie over de inspecties, controles en het toezicht van de NVWA op zogeheten roodvleesslachthuizen, per bedrijf en per locatie.

Die uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 februari 2023 moet de minister nu ook toepassen op het Wob-verzoek van Animal Rights:

“Anders dan de minister heeft aangevoerd, wordt het publieke belang van openbaarmaking niet in voldoende mate gediend door een geanonimiseerde openbaarmaking van de inspectierapporten. Onderwerpen als voedselveiligheid en dierenwelzijn staan in de maatschappelijke belangstelling en het verstrekken van bij de overheid aanwezige informatie over welke onderneming welke bedrijfsactiviteiten op welke wijze in deze bedrijfssector uitoefent levert een bijdrage aan het voeren van het maatschappelijke debat hierover en het vergroten van de transparantie van het toezicht hierop door de NVWA. (…)”

Aangaande ‘onevenredig nadeel’ heeft de Afdeling in deze uitspraak het volgende overwogen: 

“Dit zou slechts anders zijn indien openbaarmaking leidt tot onevenredig nadeel van het betrokken bedrijf en het belang van het voorkomen van dit nadeel zwaarder weegt dan het publieke belang van openbaarmaking. Van deze uitzondering op het uitgangspunt dat openbaarheid de regel is, is slechts sprake als zich bijzondere omstandigheden voordoen.” 

De minister oordeelt nu dan ook in deze Animal Rights zaak:

“Gelet op het bovenstaande, en in lijn met de uitspraak van de Afdeling van 8 februari 2023, ben ik van oordeel dat de namen en adresgegevens van de in de documenten genoemde slachterijen, verzamelcentra, vervoerders en veehouderijen openbaar moeten worden gemaakt. De documenten hebben, evenals in de zaak waar de uitspraak van 8 februari 2023 op ziet, betrekking op (het toezicht van de NVWA op) voedselveiligheid en dierenwelzijn. Zoals uit de aangehaalde uitspraak van de Afdeling blijkt, staan deze onderwerpen in de maatschappelijke belangstelling en het verstrekken van bij de overheid (in casu de NVWA) aanwezige informatie over welke onderneming welke bedrijfsactiviteiten op welke wijze in deze bedrijfssectoren uitoefent levert een bijdrage aan het voeren van het maatschappelijke debat hierover en het vergroten van de transparantie van het toezicht hierop door de NVWA.”

“Het publieke belang van openbaarmaking wordt niet in voldoende mate gediend door een geanonimiseerde openbaarmaking van de inspectie-, waarschuwingen- en boeterapporten. Zoals hierboven reeds aangehaald, zou dit slechts anders zijn indien openbaarmaking leidt tot onevenredig nadeel van het betrokken bedrijf en het belang van het voorkomen van dit nadeel zwaarder weegt dan het publieke belang van openbaarmaking. Van deze uitzondering op het uitgangspunt dat openbaarheid de regel is, is slechts sprake als zich bijzondere omstandigheden voordoen.”

Meeste nummers openbaar

In het bestreden besluit werden nummers zoals relatienummer, KVK-nummer, BRS-nummer, UBN-nummer en EG-erkenningnummer niet openbaar gemaakt op grond van het voorkomen van onevenredige benadeling.

De minister nu:

“Ik ben van mening dat het achterwege laten van het openbaar maken van de registratienummers waarmee de slachterijen, verzamelcentra, vervoerders en veehouderijen in het handelsregister van de KvK geregistreerd zijn, niet langer houdbaar is. Deze zogeheten KvK-nummers zijn immers met de bedrijfsnaam van deze bedrijven zonder meer via de website van de KvK op te roepen.”

De minister baseert zich hierbij op de uitspraak van de Rechtbank Limburg van 18 mei 2021 (ECLI:NL:RBLIM:2021:4114). 2 Bij brief van 8 december 2015 had Animal Rights de minister gevraagd om een volledig afschrift van de meldingen van de nertsenfokkerijen die op grond van artikel 3 van de Wet verbod pelsdierhouderijen (Wvp) hebben gemeld dat zij nertsen (willen blijven) houden. 

Op 21 april 2016 weigerde de minister de gemelde registratienummers waarmee de nertsenfokkerijen in het handelsregister van de Kamer van Koophandel geregistreerd zijn, de tenaamstellingen en adressen van de nertsenfokkerijen openbaar te maken. 

Animal Rights maakte bezwaar. De minister verklaarde dat uiteindelijk op 19 augustus 2019 deels gegrond, maar toen gingen de nertsenfokkers in beroep. Uiteindelijk was er een zitting op 3 maart 2021, die leidde tot de uitspraak van 18 mei:

“De rechtbank heeft hiervoor onder 14.1 al overwogen dat zij uit de onder 10 genoemde jurisprudentie afleidt dat de namen van de nertsenfokkerijen, adresgegevens van de nertsenfokkerijen en adresgegevens van nertsenfokkers die samenvallen met de locatiegegevens van hun nertsen milieu-informatie is die betrekking heeft op emissies in het milieu. Gelet op de artikelen 10, vierde lid en zesde lid, van de Wob heeft de minister openbaarmaking van deze gemelde gegevens niet op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e en/of het g, van de Wob kunnen weigeren. Het zijn ook geen gegevens waarvan de minister openbaarmaking in redelijkheid op grond van artikel 10, zevende lid, van de Wob had kunnen weigeren. De rechtbank verwijst naar wat zij ter zake onder 14.4.1 heeft overwogen. Omdat de minister niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten de gemelde namen van de nertsenfokkerijen niet openbaar te maken, kan de minister niet worden gevolgd in zijn standpunt dat openbaarmaking van de gemelde registratienummers waarmee de nertsenfokkerijen in het handelsregister van de Kamer van Koophandel geregistreerd zijn achterwege moet blijven om te voorkomen dat de nertsenfokkerijen door openbaarmaking van deze nummers onevenredig nadeel leiden. Deze nummers zijn immers met de naam van de nertsenfokkerijen zonder meer via de website van de Kamer van Koophandel op te roepen, zodat de minister openbaarmaking van deze gemelde gegevens redelijkerwijs ook niet heeft kunnen weigeren.”

Derhalve is de minister van mening dat de openbaarmaking van deze gegevens (KvK-nummers) redelijkerwijs niet meer geweigerd kan worden. 

Voor wat betreft het weglakken van herleidbare gegevens naar bedrijven zoals relatienummer, BRS-nummer, UBN-nummer en EG-erkenningnummer besluit de minister eveneens tegemoet te komen aan het bezwaar van Animal Rights en deze informatie van de in de documenten genoemde bedrijven alsnog openbaar te maken.

Ook ten aanzien van namen van ondernemingen die een zakelijke relatie hebben met de betreffende bedrijven of gegevens van derden betreffen die op een andere manier in relatie worden gebracht met betreffende bedrijven is de minister van mening dat deze gegevens openbaar gemaakt moeten worden.

Weigering video-opnamen en oornummers

De minister blijft echter video-opnamen en oornummers weigeren. 

Net als bij UBN-nummers geldt dat oornummers ingevoerd kunnen worden in de I&R app en dat dan (voor derden) alleen een globale locatie van het bedrijf wordt aangegeven, maar zeker geen adres of persoonsgegevens. Animal Rights stelt zich dan ook op het standpunt dat de persoonlijke levenssfeer van de dierenhouder niet door de openbaarmaking van de oornummers wordt geraakt. En al was dat het geval dan is door de minister nog niet aangetoond dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer noopt tot het niet openbaar maken van de oornummers.

Animal Rights wijst er in dat verband op dat de NVWA in de eigen promotiefilmpjes zelf ook oornummers toont en dat provincies de oornummers van gehouden dieren ook niet lakken wanneer Animal Rights om taxatierapporten vraagt in verband met door wolven aan gehouden dieren veroorzaakte schade.

Animal Rights laat dit in een reactie aan de rechtbank weten op 28 augustus 2024.

Verweer – Oornummer openbaar

Op 19 september 2025 reageert de minister:

“Verweerder is het met eiseres eens dat het openbaar maken van oornummers niet, althans niet eenvoudig, kan leiden tot het achterhalen van persoonsgegevens.”

“Nu openbaarmaking van de oormerken niet kan leiden tot het achterhalen van persoonsgegevens kan verweerder haar stelling dat hiermee het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in het geding kan komen, niet langer handhaven. Verweerder zal de bestreden beslissing op dit punt herzien en de oormerken alsnog openbaar maken.”

Met betrekking tot de videobeelden houdt ze echter voet bij stuk.

Beroep – Ook videobeelden openbaar

Het beroep van Animal Rights werd op 23 september 2025 ter zitting behandeld.

Op 10 december 2025, verzonden op 17 december, doet de Rechtbank Den Haag uitspraak (SGR 24/4391). Alleen al omdat de minister in haar verweer reeds heeft aangegeven de oornummers toch te verstrekken is het beroep van Animal Rights gegrond.

De vertegenwoordiger van de minister heeft tijdens de zitting aangegeven dat hij Animal Rights kan volgen in haar standpunt dat hij een inspanningsverplichting heeft om de biometrische gegevens op de video-opnamen onzichtbaar dan wel onhoorbaar te maken. Het standpunt dat er geen software beschikbaar zou zijn om de beelden te blurren is niet houdbaar in het licht van die inspanningsverplichting. De minister zal ook op dit punt het besluit herzien. Ook hierom is het beroep van Animal Rights gegrond en de rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen en de minister opdragen een nieuw besluit te nemen. Ze krijgt daar 3 maanden voor.

Transparantie over de vee-industrie

Na ruim 6 jaar zal de informatie in de in 2019 opgevraagde documenten uit 2018 grotendeels gedateerd zijn. In die zes jaar is echter wel veel gewonnen op het gebied van openbaarmaking en dus transparantie. Animal Rights en haar advocaten van Utopie hebben daar direct en indirect een groot aandeel in gehad en die uiterst belangrijke juridische strijd voor transparantie over de vee-industrie gaat gewoon verder in andere zaken.

Lees ook:

  1. ECLI:NL:RVS:2023:489 ↩︎
  2. ECLI:NL:RBLIM:2021:4114 ↩︎

Zes jaar discussie over afschot toestemming voor 41 soorten vogels en 26 soorten zoogdieren op vliegveld

Soms zijn uitspraken van rechtbanken alleen van belang vanwege de jurisprudentie die ze opleveren. Op 3 december 2025 deed Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in een hoger beroep zaak over een ontheffing die reeds op 31 december 2022 al afliep.

Het toont aan dat juridische procedures vaak een kwestie van de lange adem zijn. Ook is het goed om te laten zien welke absurde slachtingen onder wilde dieren provincies met een achteloze pennenstreek goedkeuren.

Bij besluit van 23 januari 2020 had het college van gedeputeerde staten van de provincie Drenthe een ontheffing verleend op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het afschieten van vogels en dieren ten behoeve van de luchtvaartveiligheid op Groningen Airport Eelde (GAE), ondanks de naam liggend in Drenthe dus. 

De ontheffing gaf toestemming om maar liefst 41 soorten vogels en 26 soorten zoogdieren af te schieten.

Om de luchtvaartveiligheid te garanderen wordt op het vliegveld een zero-tolerancebeleid gevoerd met betrekking tot de aanwezigheid van vogels. De luchthaven heeft een viertal vogelwachters in dienst die de dieren eerst moeten verjagen. Als dit niet werkt, kan er worden overgegaan tot het vangen en vrijlaten óf doden van de vogels, afhankelijk van de vogelsoort.

Naast vogels moeten ook zoogdieren eraan geloven. Zo werd in het plan gesteld dat het vangen en verplaatsen van vossen moeilijk, kostbaar en ongewenst is. Verwilderde katten werden gevangen met vangkooien en daarna met het geweer gedood.

De ontheffing bevatte een waslijst aan vogels en zoogdieren. Een ontheffing wordt altijd verleend op basis van een onderliggend Faunabeheerplan. Als een soort niet is opgenomen in het Faunabeheerplan dan ontbreekt dus de onderbouwing. Dertig van de genoemde soorten waren niet opgenomen in het Faunabeheerplan. Voor deze dertig soorten mocht er dus eigenlijk geen toestemming tot afschot worden gegeven.

Animal Rights en Fauna4Life maakten bezwaar. Na overleg tussen Groningen Airport en het provinciebestuur van Drenthe werden 15 diersoorten geschrapt.

In mei 2020 oordeelde de voorzieningenrechter dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en onzorgvuldig voorbereid. De provincie kreeg vier weken de tijd om een beslissing te nemen op het bezwaar.

De kritiek van de rechter was niet mals. Zo was er voor een aantal vogelsoorten ‘uit voorzorg’ toestemming tot afschot gegeven. Dat is in strijd met de wet. Eerst moet altijd objectief worden aangetoond dat er daadwerkelijk gevaar dreigt. Daarnaast was niet duidelijk waar de vogels zich bevonden, wat het gedrag van de vogels was en of ze überhaupt wel de start- en landingsbanen van het vliegveld kruisten. Ook ontbraken voor vrijwel alle diersoorten concrete en verifieerbare gegevens, waaruit bleek dat preventieve maatregelen niet werken en waarom niet. Tot slot was voor sommige diersoorten niet aangetoond dat ondanks de inzet van preventieve maatregelen er toch een groot gevaar voor de vliegveiligheid bleef bestaan.

Inmiddels waren, na het bezwaar, 20 diersoorten van de afschotlijst gehaald. Het ging vooral om knaagdieren en dieren zoals de hazelmuis, die niet eens in Drenthe, maar alleen in Limburg voorkomt. Ook besloot de provincie gevangen katten niet langer af te schieten, maar over te dragen aan de Dierenambulance.

Bij besluit van 14 juli 2020 verklaarde Drenthe de door Fauna4life en Animal Rights gemaakte bezwaar gegrond, vulde de motivering aan en wijzigde de ontheffing.

Animal Rights en Fauna4Life stapten opnieuw naar de rechter. Voor 15 diersoorten was nog steeds geen onderbouwing aanwezig. Het ging daarbij om beschermde, en soms zelfs zeldzame, soorten, zoals de goudplevier, zomertortel, zomertaling, slobeend en zilverreiger. Voor andere diersoorten was de onderbouwing summier of onvolledig.

Bij uitspraak van 3 mei 2021 verklaarde de rechtbank het ingestelde beroep gegrond, het besluit van 14 juli 2020 werd vernietigd en de rechter bepaalde dat het college een nieuw besluit op bezwaar moest nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak was overwogen.

De meervoudige kamer stelde vast dat een ontheffing voor het doden en vangen van beschermde dieren onder voorwaarden is toegestaan. Dit moet dan wel gebeuren volgens een vooropgesteld faunabeheerplan. Als er geen faunabeheerplan is, of een soort hier niet in wordt genoemd, dan ontbreekt dus de onderbouwing.

Tegen deze uitspraak stelde Drenthe hoger beroep in.

Bij besluit van 12 juli 2021 Verklaarde Drenthe opnieuw het bezwaar gegrond, de motivering van het besluit van 23 januari 2020 werd aangevuld, maar het besluit zelf in stand gelaten, onder aanvulling van de wijzigingen die daarop bij besluit van 14 juli 2020 al waren aangebracht.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak op een zitting behandeld op 28 mei 2024 (!) en deed uitspraak op 3 december 2025 (!). 1

De afdeling oordeelt dat het luchthaventerrein van GAE is uitgezonderd van het werkingsgebied van de Faunabeheereenheid. Daarom kan de Faunabeheereenheid geen faunabeheerplan opstellen voor het luchthaventerrein en kan geen ontheffing worden verleend aan de Faunabeheereenheid. Naar het oordeel van de Afdeling is het mogelijk om aan luchthaven GAE een ontheffing te verlenen. De noodzaak van de werkzaamheden waarvoor ontheffing wordt verleend, ligt niet zozeer in het duurzaam beheer van populaties, maar in het voorkomen van aanvaringen tussen vliegtuigen en dieren. Hoewel in dit geval duurzaam gebruik wordt gemaakt van de uitzonderingsbepaling, is de Afdeling van oordeel dat sprake is van een onvoorziene situatie, omdat niet op voorhand voorspelbaar is welke dieren op welk moment een bedreiging vormen voor de vliegveiligheid. Er kan dus elk moment een noodzaak ontstaan om op korte termijn te handelen. Het hoger beroep van Drenthe is hiermee gegrond.

Maar dat geldt ook voor het beroep van de stichtingen: Hoewel voor het merendeel van de diersoorten in het plan een uitgebreide motivering is gegeven, zijn in dat plan de kwantitatieve gegevens ten aanzien van enkele diersoorten waarvan de schade wordt bestreden op de luchthaven minder nauwkeurig weergegeven dan vereist is volgens de Beleidsregels. Zo ontbreken van enkele diersoorten de verspreidingsgegevens over de aanwezigheid van de populaties in het betrokken gebied gedurende het jaar.

De stichtingen betogen naar het oordeel van de Afdeling terecht dat de vogels niet op de landelijke vrijstelling zijn geplaatst met het oog op de vliegveiligheid. Wanneer deze dieren gedood moeten worden in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer, moet dat op grond van een faunabeheerplan, een vliegveiligheidsplan, of een aparte ontheffing.

Het beroep is gegrond. Het besluit van 12 juli 2021 moet worden vernietigd. De ontheffing is echter reeds lang verlopen. Daarom hoeft het college geen nieuw besluit te nemen.

Animal Rights en Fauna4Life zijn het niet eens met het oordeel dat kan worden afgeweken van de noodzaak van een faunabeheerplan, maar dat is een strijd voor een andere dag.

Lees ook:

  1. ECLI:NL:RVS:2025:5862/ ↩︎

De juridische strijd om belanghebbendheid (in het opkomen voor de habitats van wilde dieren)

Het is een bekende pesterij van de Rijksoverheid, provincies, gemeenten en omgevingsdiensten om bij een handhavingsverzoek of intrekkingsverzoek van een vergunning het belang van de verzoeker in twijfel te trekken. Het overkwam Animal Rights in 2025 ruim 15 keer bij de provincies Gelderland en Flevoland, Omgevingsdienst Achterhoek en de gemeente Doetinchem. De bewoordingen zijn overal gelijkluidend: 

“Wij zijn van mening dat Stichting Animal Rights geen eigen en rechtstreeks belang heeft bij een eventuele, gedeeltelijke intrekking van de betreffende natuurvergunning.”

“Wij zijn van mening dat Stichting Animal Rights niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb is aan te merken.”

“Uit uw verzoek blijkt niet dat Animal Rights als belanghebbende in de zin van de wet kan worden aangemerkt.”

Belanghebbendheid

Een belanghebbende is een persoon of rechtspersoon (organisatie) die een direct, persoonlijk en voldoende actueel belang heeft bij een besluit. Dit betekent dat de persoon daadwerkelijk gevolgen van enige betekenis ondervindt door het besluit.

Tegelijkertijd hadden een provincie als Limburg en gemeentes als Ermelo en Putten, bij vergelijkbare verzoeken, dit jaar, niets op de belanghebbendheid van Animal Rights aan te merken.

Het kan natuurlijk ook gewoon gemakzucht zijn, want als je de belanghebbendheid van de verzoeker niet erkent, hoef je ook geen inhoudelijk besluit op dat verzoek te nemen en kan je het buiten behandeling laten.

Bezwaar

Animal Rights maakte bezwaar tegen deze vorm van uitsluiting van het juridisch proces. Een koppige provincie, zoals Gelderland, reageert dan dat de bezwaren alsnog niet-ontvankelijk zijn, gezien bezwaar enkel openstaat voor belanghebbenden, een cirkelredenering.

‘Niet-ontvankelijk’ is een procedurele status. Een zaak die niet-ontvankelijk is, wordt niet inhoudelijk behandeld omdat aan formele eisen niet zijn voldaan. Voorbeelden van redenen zijn het te laat indienen van een bezwaar of het niet voldoen aan andere procedurele regels.

Iemand kan dus tegelijkertijd een belanghebbende zijn, maar toch een bezwaar hebben dat niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Statuten en feitelijke werkzaamheden

Animal Rights’ belanghebbendheid komt duidelijk naar voren uit haar statuten. Uit artikel 2 van de statuten blijkt dat de stichting, onder andere, rechtsmiddelen en rechtsinstrumenten gebruikt om haar doelstellingen kracht bij te zetten. In dit specifieke geval betreft dat het “het opkomen voor door mensen gehouden dieren” en “het opkomen voor in (relatieve) vrijheid levende dieren, de kwaliteit van hun bestaan en natuurlijke habitats”.

Animal Rights is zoals de naam al zegt een dierenrechtenorganisatie. Het opkomen voor de rechten van dieren, zowel die dieren die leven in gevangenschap als dieren die in het wild leven, vallen daaronder. Ten aanzien van in het wild levende dieren strekt het beschermen van de rechten van deze dieren zich ook uit over de bescherming van habitattypes als zijnde hun leefgebied.

De genoemde verzoeken sluiten direct aan bij de doelen en activiteiten van Animal Rights. Onderdeel van de doelstelling is expliciet het gebruiken van rechtsmiddelen en juridische procedures om deze doelen kracht bij te zetten.

Natuur, milieu,- en omgevingsvergunningen zijn besluiten met een (mogelijk) nadelige impact op het welzijn van wilde en gehouden dieren. Animal Rights heeft deze categorie besluiten dan ook expliciet in de statuten genoemd.

Daarnaast is de dierenindustrie een van de grootste vervuilers en uitstoters van stikstof (ammoniak), hetgeen de habitats van wilde dieren bedreigt, die zich overigens ook op en rond het erf van het bedrijf (kunnen) bevinden.

Animal Rights wees de provincies ten overvloede nog op de volgende citaten die de relatie tussen en de doelen van Animal Rights en het belang van de verzoeken duidelijk maakt.

“We have tried to identify the Earth-system processes and associated thresholds which, if crossed, could generate unacceptable environmental change. We have found nine such processes for which we believe it is necessary to define planetary boundaries: climate change; rate of biodiversity loss (terrestrial and marine); interference with the nitrogen and phosphorus cycles; stratospheric ozone depletion; ocean acidification; global freshwater use; change in land use; chemical pollution; and atmospheric aerosol loading. (…) These boundaries define the safe operating space for humanity with respect to the Earth system and are associated with the planet’s biophysical subsystems or processes. Although Earth’s complex systems sometimes respond smoothly to changing pressures, it seems that this will prove to be the exception rather than the rule. Many subsystems of Earth react in a nonlinear, often abrupt, way, and are particularly sensitive around threshold levels of certain key variables. If these thresholds are crossed, then important subsystems, such as a monsoon system, could shift into a new state, often with deleterious or potentially even disastrous consequences for humans.” J. Rockström e.a., A Safe Operating Space for Humanity, Nature (461) 2009, p. 472-475, p. 472.

De in dit citaat beschreven consequenties zijn natuurlijk even desastreus voor wilde dieren. En daarmee een aantasting van hun rechten.

“We kunnen ons de aarde voorstellen,” zegt Prof. mr. J. (Han) Somsen, “als een ruimtecapsule bestaande uit negen wanden die de mensheid beschermen tegen de wrede onherbergzaamheid van de kosmos […]. Is de integriteit van een enkele wand eenmaal gecompromitteerd, dan volgen er als vallende domino’s al snel meer. Het is alarmerend dat precies dat proces zich nu in ijzingwekkend tempo voltrekt: in 2009 meldde de onderzoeksgroep nog dat drie grenzen waren overschreden, recent sneuvelde de vijfde planetaire grenswaarde voor chemische milieuverontreiniging.” Prof. mr. J. (Han) Somsen, ‘De geo-constitutionele rechtsstaat: een hervormingsagenda ,’ Tijdschrift voor Omgevingsrecht 2023 | nr. 2/3, p. 36

Een van die overschreden grenzen is die van stikstof (nitrogen). Opkomen voor dierenrechten houdt automatisch, per definitie, in trachten te voorkomen dat die planetaire grenzen niet (verder) overschreden worden.

Commissie Rechtsbescherming

De Commissie Rechtsbescherming van de provincie Gelderland heeft negen gelijkluidende bezwaarschriften van Animal Rights tegelijk behandeld tijdens de hoorzitting van de Commissie op 30 september 2025. De Commissie komt op 10 oktober tot het “oordeel dat het bezwaar gegrond is en adviseert GS om de met een besluit gelijkgestelde  brieven – waarin de intrekkings- en handhavingsverzoeken van bezwaarmaker buiten behandeling zijn  gesteld – te herroepen en alsnog een inhoudelijk besluit te nemen op die verzoeken.”

De argumenten van Gelderland waren: “De doelen van bezwaarmaker zijn te algemeen geformuleerd. Bezwaarmaker zet zich (inter)nationaal in. Er is geen territoriale afbakening. De doelstellingen zijn te ruim geformuleerd om te kunnen spreken van een rechtstreeks en concreet belang bij de verzoeken op de genoemde locaties. De feitelijke werkzaamheden bieden evenmin aanknopingspunten voor een inzichtelijke afbakening van de belangen. De verzoeken worden  daarom buiten behandeling gelaten.”

Advies

De commissie maakt daar in haar advies korte metten mee:

“Volgens haar statutaire doelstellingen komt bezwaarmaker onder meer op voor in (relatieve) vrijheid levende  dieren, de kwaliteit van hun bestaan en natuurlijke habitats, in de meest ruime zin van het woord. In  samenhang bezien met de considerans zet bezwaarmaker zich in om de natuurlijke habitats van dieren te  beschermen door schade die mensen direct en indirect aan deze leefomgevingen veroorzaken, tegen te gaan. Klimaatverandering, milieuvervuiling en andere oorzaken die zorgen voor aantasting van de kwantiteit of  kwaliteit van habitats van dieren hebben de aandacht van de stichting. Iedere activiteit die (potentieel) invloed  heeft op levens van dieren kan voor de stichting reden zijn om in actie te komen. De stichting treedt op tegen  besluiten van overheden wanneer de belangen van dieren of belangen van de stichting in het geding zijn.”  

“Natura 2000-gebieden zijn op grond van de Habitatrichtlijn aangewezen natuurlijke habitats en aangewezen habitats van soorten. In het wild levende dieren hebben een natuurlijke habitat nodig. Daarop kan inbreuk worden gemaakt. De belangen bij de verzoeken om handhaving/intrekking op grond van de Omgevingswet en Habitatrichtlijn behoren naar het oordeel van de Commissie tot de belangen die bezwaarmaker blijkens haar statutaire doelstellingen behartigt. Gelet hierop is er naar het oordeel van de Commissie sprake van een voldoende rechtstreeks verband tussen de (intrekkings)verzoeken en de kwaliteit van habitats voor in vrijheid levende dieren in relatie tot de belangen die bezwaarmaker volgens haar statutaire doelstellingen behartigt, namelijk het opkomen voor in het wild levende dieren en de kwaliteit van hun natuurlijke habitat in de meest 

ruime zin van het woord. Stikstofdepositie kan die natuurlijke habitats aantasten en gevolgen hebben voor de in het wild levende beschermde soorten. Bezwaarmaker ziet zich daarin gesterkt door de natuurdoelanalyses van de provincie Gelderland voor de gebieden waarin stikstof voor bepaalde (vogel)soorten ook als drukfactor voor het leefgebied wordt genoemd. Bezwaarmaker beoogt met de verzoeken de stikstofdruk op de leefgebieden van de in het wild levende soorten te verminderen, waardoor er -gezien voorgaande overwegingen- naar het oordeel van de Commissie sprake is van een rechtstreeks belang.”  

“De Commissie heeft uit de overgelegde stukken en het verhandelde tijdens de hoorzitting opgemaakt dat GS bezwaarmaker in vergelijkbare (intrekkings)verzoeken wel hebben aangemerkt als belanghebbende. GS hebben aangegeven dat daarbij sprake was van een ambtelijke misslag en dat de toets van belanghebbendheid in de onderhavige verzoeken uitvoeriger is gedaan. Tijdens de hoorzitting heeft bezwaarmaker aangevoerd dat van een kennelijke misslag geen sprake kan zijn, omdat GS op 2 september 2025 (zaak 2024-008352) een inhoudelijk besluit hebben genomen op een vergelijkbaar verzoek. Daarbij is bezwaarmaker wel als belanghebbende aangemerkt door GS. Gelet op de datum van dat besluit kan er naar het oordeel van de Commissie geen sprake zijn van een ambtelijke misslag nu die besluitvorming heeft plaatsgevonden nadat de verzoeken in de onderhavige procedure buiten behandeling zijn gesteld. GS hebben naar het oordeel van de Commissie niet voldoende onderbouwd dat GS het standpunt over de belanghebbendheid van bezwaarmaker bij vergelijkbare verzoeken structureel hebben herzien.”

“GS hebben ook aangedragen dat bezwaarmaker geen feitelijke werkzaamheden verricht die verband houden met de ingediende verzoeken, anders dan procederen. Bezwaarmaker wijst in dat verband echter op de uitspraak van de Afdeling van 15 april 2020 waarin de Afdeling heeft geoordeeld dat voor de vraag over de belanghebbendheid volstaat dat een stichting feitelijke werkzaamheden verricht die verband houden met haar statutaire doelstellingen. Naar het oordeel van de Commissie staat vast dat bezwaarmaker zich inzet voor haar statutaire doelstellingen. Gelet op de genoemde uitspraak van de Afdeling is het daarbij niet van belang of de door bezwaarmaker verrichte feitelijke werkzaamheden specifiek betrekking hebben op het belang waartoe de verzoeken zich strekken. Anders dan GS stellen is (het gebrek aan) specifieke feitelijke werkzaamheden, die verband houden met het opkomen voor natuurlijke habitats van dieren, naar het oordeel van de Commissie daarom niet relevant.”

Op 1 december laat Gelderland ons weten dat ze het advies van de Commissie overnemen en de verzoeken van Animal Rights – een groot deel ziet op intrekkingsverzoeken voor eendenmesterijen – inhoudelijk in behandeling gaan nemen.

Ook de Omgevingsdienst Achterhoek gaat overstag: “Zoals net telefonisch besproken heb ik contact gehad met de gemeente. Zij stellen het volgende voor: Wij nemen uw verzoek in behandeling en nemen een inhoudelijk besluit daarop.”

Rechtbanken

Op 26 september 2025 deed de meervoudige kamer van de Rechtbank Gelderland uitspraak (ECLI:NL:RBGEL:2025:8026 en ECLI:NL:RBGEL:2025:8037) in twee zaken tussen Sebava BV, het varkensconglomeraat van Adriaan Straathof, en gedeputeerde staten van de provincie Gelderland, met Animal Rights als derde-partij. We ontvingen de uitspraak te laat voor de hoorzitting. Ook in deze zaken trachtten zowel Sebava als Gelderland Animal Rights buiten spel te zetten, maar de rechtbank is van oordeel ”dat de stichting opkomt voor een algemeen belang dat rechtstreeks wordt geraakt door de gedeeltelijke intrekking van de natuurvergunning”, omdat ”de werkzaamheden van de stichting niet alleen gericht [zijn] op de bescherming van dieren, maar ook op de bescherming van de habitats. Hoewel de statutaire doelstelling van eiseres ruim geformuleerd is, is de rechtbank van oordeel dat deze doelstelling voldoet aan het criterium dat zij voldoende onderscheidend moet zijn. Daarbij voert de stichting acties en organiseert zij evenementen, activiteiten en bijeenkomsten om deze doelstelling kracht bij te zetten. In dit verband heeft de stichting ook verzocht om de natuurvergunning van de varkenshouderij in trekken. Daarmee zijn de werkzaamheden van de stichting niet alleen gericht op de bescherming van dieren, maar ook op de bescherming van de habitats. De rechtbank is verder van oordeel dat het statutaire belang feitelijk door het bestreden besluit wordt geraakt c.q. kan worden geraakt door het rechtsgevolg dat het bestreden besluit in het leven wil roepen omdat het rechtsgevolg van de intrekking van de natuurvergunning is gericht op de bescherming van de Natura 2000-gebieden en de daarin voorkomende habitattypen en -soorten.”  

Er zijn ook andere uitspraken, zoals deze van de rechtbank Den Haag van 17 augustus 2021 (ECLI:NL:RBDHA:2021:8953):

“De rechtbank stelt voorop dat uit de statuten van eiser, voor zover van belang, blijkt dat hij opkomt voor in het wild levende dieren en de kwaliteit van hun natuurlijke habitat in de meest ruime zin van het woord. De rechtbank acht deze doelstelling voldoende concreet geformuleerd. Verder is genoegzaam aannemelijk dat eiser zich door zijn feitelijke werkzaamheden ook daadwerkelijk hiervoor inzet.”

Dat Animal Rights belanghebbende is en ontvankelijk in dergelijke verzoeken ziet de stichting ook bevestigd in de uitspraak van de Rechtbank Limburg van 26 maart 2025 (ECLI:NL:RBLIM:2025:2782). In betreffende zaak had Animal Rights eveneens om intrekking van een natuurvergunning verzocht. Van twijfels over de ontvankelijkheid was in deze zaak geen sprake.

Animal Rights

De dierenindustrie is een van de grootste vervuilers en uitstoters van stikstof, hetgeen de habitats van wilde dieren bedreigt. Dat Animal Rights een belang heeft bij het intrekken van natuurvergunningen om het houden van dieren, en de daarmee gepaard gaande vervuiling door ammoniakemissie, in de toekomst op die locaties te voorkomen of in ieder geval te beperken, is dan ook evident.

Update

In een brief, verzonden op 22 januari 2026, geeft de Bezwarencommissie Flevoland aan dat ook deze provincie tot inkeer is gekomen:

“Na nadere beoordeling van het bezwaar, de statutaire doelstelling en de feitelijke werkzaamheden van Animal Rights, alsmede de aard van het voorliggende besluit, zijn Gedeputeerde Staten tot het oordeel gekomen dat Animal Rights in deze specifieke zaak kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Daarbij is betrokken dat Animal Rights zich blijkens haar gewijzigde statuten mede richt op de bescherming van in het wild levende dieren en de kwaliteit van hun natuurlijke habitat en dat zij feitelijke werkzaamheden verricht die zijn gericht op procedures en verzoeken met betrekking tot natuurvergunningen. Deze beoordeling sluit aan bij recente rechtspraak waarin Animal Rights in
vergelijkbare context als belanghebbende is aangemerkt, waaronder de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 26 september 2025 (ECU:NL:RBGEL:2025:8026) en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 december 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:5626).

Gelet hierop laten Gedeputeerde Staten het eerdere standpunt dat Animal Rights niet als belanghebbende kan worden aangemerkt, los. Dit betekent dat het verzoek tot intrekking van de natuurvergunning alsnog inhoudelijk zal worden beoordeeld.”

Het gaat hier om het intrekken van natuurvergunningen van eendenhouderijen.

Ook Drenthe snakt naar het vergieten van wolvenbloed

Sinds Drenthe’s BBB-gedeputeerde Gert-Jan Schuinder zijn meer gematigde partijgenoot en mede-gedeputeerde Egbert van Dijk van Natuur en Financiën heeft weggewerkt, zet hij vol in op het aanwakkeren en uitbuiten van de angst en haat voor wolven.

Probleempolitici

Op 1 december 2025 nam Van Dijk ontslag. 1 Hij zei te worden gewantrouwd en tegengewerkt door een klein deel van de eigen fractie en met name Schuinder. Van Dijk vindt dat de BBB in de Drentse politiek te afwachtend is en zich liever door de rechter laat dwingen als het gaat om zaken als stikstof en natuurherstel. Vervolgens kreeg hij te maken met intimidatie en bedreigingen “van mensen die je eigenlijk als je ‘achterban’ zou moeten zien”.

In het spoeddebat van 3 december overleefde Schuinder vervolgens een motie van wantrouwen na door het stof te zijn gegaan en de belofte van meer reflectie en het nemen van misschien wel een coach. 2

‘Probleemwolven’

Op 17 december beweerde Schuinder in de Provinciale Staten dat Drenthe inmiddels één ‘probleemwolf’ en twee potentiële ‘probleemwolven’ heeft. 3

Op 9 december verklaarde Drenthe wolf GW4890m – ‘Bor’ gedoopt door de Partij voor de Dieren Drenthe 4 5 – een ‘probleemwolf’. 6 Bor, een nakomeling van de roedel in het Drents-Friese Wold, zou in Lheebroek bij Beilen vier keer ongezien een zogenaamd wolfwerend raster zijn binnengedrongen. 

Bij de ‘potentiële probleemwolven’ gaat het om een wolf die bij Van der Valk bij Spier achter een wandelaar aanliep en een wolf die reageerde op wandelaars met honden op het Dwingelderveld en dichtbij kwam. Dit zou ook een en dezelfde wolf kunnen zijn.

Naar aanleiding van drie recente aanrijdingen in Drenthe – Dwingelderveld, Doldersummerveld en langs het Oranjekanaal bij Hijken – met wolven, suggereerde Schuinder ook dat wolven moeten worden afgeschoten vanwege het gevaar dat ze zouden vormen voor het verkeer: “Reeën worden in opdracht van de provincie afgeschoten vanwege de verkeersveiligheid, om aanrijdingen te voorkomen. Maar als wij als provincie vijftig wolven gewoon laten rondlopen, hoe gaan verzekeraars daar dan mee om?” 7

Schuinder zit vol moordfantasietjes! Naast een coach zou voor Schuinder ook een psychiater aan te bevelen zijn.

Bor

De locatie waar Bor vier keer wist binnen te dringen, in Lheebroek bij Beilen, is onderdeel van een proef van de provincie 8 met mobiele wolfwerende rasters, zo meldde de media. 9

Al in februari 2024 concludeerde de Drentse wolvencommissie dat verplaatsbare, oprolbare wolvenrasters met vijf of zes draden onvoldoende werken in het leefgebied van de wolvenroedel in het Drents-Friese Wold. 10 In de maand ervoor – januari 2024 – waren wolven meermaals door een door BIJ12 goedgekeurd wolfwerend raster heen gekomen. Het ging om vier aanvallen op schapen bij Stefan Worst uit Vledder, vier aanvallen bij de familie Oenema uit Wittelte, en mogelijk ook om aanvallen in Amen. Deze rasters waren dus niet wolfwerend en dat zijn ze nu blijkbaar nog steeds niet. Het is onduidelijk hoe de huidige rasters verschillen van die van de eerdere proef en niemand weet nog hoe Bor deze rasters omzeilt.

Sinds er gebruik werd gemaakt van fladderlinten (fladdery) zijn er geen aanvallen meer geweest. Er is dus een ‘andere bevredigende oplossing’. Dat zou aversieve conditionering ook kunnen zijn, maar die stap uit de escalatieladder slaat Drenthe over. Volgens BIJ12 zijn de linten inmiddels weer verwijderd en is er ook gebruik gemaakt van flitslichten. 11

Verder zijn er, zover bekend, geen beelden van deze wolf en daarom is identificatie op uiterlijk niet mogelijk.

Vreemd is ook dat er naast de vier aanvallen door Bor ook sprake was van een vijfde aanval door een hond. Hoe is dat mogelijk als een raster wolfwerend is?

Als we kijken naar het voorkomen van Bor in de schadelijst van BIJ12 zien we dat hij tussen 16 en 27 februari met DNA is aangetoond bij 5 aanvallen op onbeschermde schapen in Makkinga en Donkerbroek in Friesland; mogelijk heeft hij daar geleerd dat schapen een eenvoudige prooi zijn.

Pas 8 maanden later duikt zijn DNA weer op in Drenthe, in Frederiksoord op 28 oktober, waar hij 2 schapen dood. Dan volgen 2 aanvallen in Beilen op 12 en 19 november. Bij de eerste aanval worden 2 schapen gedood door de dierenarts, op 19 november 5 door Bor en 4 door de dierenarts. De laatste aanval van Bor geregistreerd bij BIJ12 is van 20 november in Dwingeloo, waarbij Bor 3 schapen doodt en de dierenarts nog eens 2. Bor is dus zeker geen massa-schapendoder. 

De rasters bij deze 4 Drentse aanvallen staan bij BIJ12 als wolfwerend geregistreerd – al mankeert daar bij BIJ12 wel vaker wat aan –  maar er is geen sprake van 4 aanvallen in Beilen. Animal rights heeft de taxatierapporten nog niet gezien.

Bovenstaande maakt dat Schuinder – “Blij dat we deze stap kunnen zetten” 12 – en Drenthe in de rechtszaal weinig kans hebben om hun moordlust er door te drukken. Als Drenthe afschot doorzet, is dat het verkwanselen van gemeenschapsgeld vanuit populistische motieven en daarmee verwerpelijk.

Speelse jonge wolf

Op donderdag 11 december werd een tweetal bezoekers van het Dwingelderveld dicht benaderd door een wolf. Wat we op de beelden zien is welpengedrag. De welpen zijn nu zeven tot acht maanden oud en maken een ontwikkelings- en leerfase door, vol pubergedrag, waarin de omgeving verkent en ontdekt wordt. Ze weten nog weinig van andere dieren, inclusief mensen, van verkeer en agrarische werktuigen en van menselijke woonkernen. Ze onderzoeken, testen uit, reageren instinctief, ook op beweging van bijvoorbeeld wandelaars, hardlopers, fietsers en paardrijders. 

De beelden tonen niet een wolf die door mensen geconditioneerd is en om voedsel bedelt; het dier reageert op een bewegende mens – die geen agressie toont in beweging en geluid – zonder te weten wat een mens is, laat staan zijn irrationele angsten en onvoorspelbaar gedrag. 

Sommige welpen zijn brutaler en nieuwsgieriger dan anderen. Net als bij mensen heb je introverte en extraverte, terughoudende en uitbundige wolven. Net als je hond of kat (of kip) thuis zijn het allemaal individuele karakters.

Dit is een tijdelijke fase. Het is aan mensen die een wolf tegenkomen om grenzen te stellen en niet stilletjes te hopen op een nog betere foto of filmpje, net iets dichterbij. Dat leert het verkeerde gedrag aan, dat mensen benaderbaar zijn.

De persoon die de beelden filmde zegt tegen RTVDrenthe: “Ik liep met een vriend over het plankenpad en maakte nog een grapje over de wolf. En toen kwamen we er daadwerkelijk eentje tegen. Die wolf bleef een meter of acht voor ons staan. Toen zijn we maar omgekeerd en naar de auto gelopen.” 13 Dat is niet wat je moet doen; maak je groot en maak geluid, hou je positie of loop langzaam achteruit. Je keert het dier in ieder geval niet de rug toe.

Gemeente De Wolden schrijft op haar website: “In het kader van wetenschappelijk onderzoek proberen we de wolf te verdoven en te zenderen. De provincie bereidt het schuw maken van de wolf met een paintballgeweer voor.” 14

Dat is niet alleen uiterst voorbarig, maar ook vergunningplichtig. Animal Rights hoort graag wat de bedoeling is.

Animal Rights is niet principieel tegen aversieve conditionering, waaronder paintballen valt. Tegen zenderen zullen we wel bezwaar maken, omdat we dat zien als de opmaat naar afschot. Zeker in een provincie waar de BBB een vinger in de pap heeft en besluiten niet rationeel worden genomen, in het belang van wolf én mens, maar uit roodkapjesyndroom en populistische wanen.

Voordat men besluit tot aversieve conditionering moet er wel eerst gekeken worden naar wat er nu werkelijk aan de hand is. Omdat dit een tijdelijke, jeugdige fase is, zou het veel beter zijn om het gebied tijdelijk af te sluiten. Paintballen is een ingrijpende maatregel en brengt risico’s met zich mee voor de wolf.” Dat kan altijd nog als bijvoorbeeld gebiedsafsluiting niet werkt.

Op 25 november al gaf de provincie Drenthe het dringende advies om niet met honden het Dwingelderveld op te gaan. 15 Aanleiding waren situaties waarbij een wolf dichtbij kwam, grote belangstelling had voor honden en deze actief opzocht. Dit gebeurde aan de kant van Ansen en aan de andere kant, bij Spier.

Natuurmonumenten nam het advies op 16 december over. 16

Het is iets, maar waarom geen (tijdelijk) verbod dat te handhaven is, ook voor mensen? Waarschijnlijk past dat niet binnen de populistische agenda van Schuinder; hij heeft incidenten nodig.

Gedeputeerde Gert-Jan Schuinder (BBB) wakkerde de roodkapje-psychose in Drenthe verder aan. Op 13 januari meldt hij via de pers dat de provincie extra toezichthouders in de omgeving van basisschool ’t Oelebröd heeft ingezet om in de gaten te houden waar zich wolven bevinden. De Ruiner basisschool hield op 12 januari de deuren dicht, nadat er een wolf was gezien in de buurt van de school. Schuinder zegt achter die beslissing te staan. 17

“Je ziet hier de combinatie tussen de wolf op de sportvelden, moeten reageren, het vervolgens niet weten waar het beest uithangt. En als je dat niet goed weet en je krijgt geen bevestiging in waar hij is, dan moet je een beslissing nemen. Ik sta er dan ook achter dat de school deze beslissing heeft genomen.”

“Elke wolf die in de nabije omgeving van mensen komt, is in principe mogelijk een niet-schuwe wolf. En een niet-schuwe wolf betekent niet gelijk dat hij een probleemwolf is, maar het is wel zo dat hij dan langzamerhand went aan menselijk contact. Dat is niet wat een wolf hoort te doen.”

In plaats van de bevolking te informeren over wat te doen bij een ontmoeting met een wolf, demoniseert Schuinder liever en wakkert hij de angst voor wolven aan. Want angst zaaien is haat oogsten en daar voedt een parasitaire partij als de BBB zich mee.

Update

In plaats van buiten gehouden dieren beter te beschermen is Drenthe nog altijd druk bezig met het stigmatiseren van wolf Bor, GW4890m. 

“Om zeker te weten dat jagers niet per ongeluk de verkeerde wolf schieten, zijn voldoende en bruikbare zichtbeelden nodig, zodat de vergunning specifiek kan worden toegespitst op wolf GW4890m. […] Op dit moment zijn we de uiterlijke kenmerken van wolf GW4890m aan het verzamelen,” zegt een woordvoerster van de provincie tegen Dagblad van het Noorden. “We doen dat door camera’s te plaatsen in het veld op mogelijke locaties waar wolf GW4890m aanwezig zou kunnen zijn.” 18

Drenthe heeft nu, echter, een probleem: de laatst vastgestelde ‘schade’ door Bor dateert van 20 november 2025. De teleurstelling over het feit dat Bor mogelijk aan de bloedlust van de provincie gaat ontsnappen, druipt van het artikel af. Dit zijn de bestuurders waar de wilde dieren in dit land aan overgeleverd zijn. Komt er toch een vergunning dan maakt Animal Rights vanzelfsprekend bezwaar.

Update 2

Provincie Drenthe blijft obsessief op zoek, zo lijkt het, naar een wolf om overhoop te kunnen schieten, dat verwachten de BBB kiezers immers van hun gedeputeerden. Nu Bor het laat afweten, heeft men een nieuwe kandidaat op het oog; in plaats van een springende wolf heeft Beilen nu een gravende wolf.

Het gaat in eerste instantie om een aanval op 20 februari 2026 in het buitengebied van Beilen. Daar zijn graafsporen en pootafdrukken gevonden bij een perceel met schapen, waar één van de negen schapen dat binnen het raster rondliep werd gedood. Daar heeft de wolf meerdere centimeters grond weggegraven, waardoor de ruimte tot de stroomdraad uiteindelijk 22 centimeter bedroeg. 19

Daarna zijn in ruim een week tijd acht aanvallen gemeld in Hijken en Beilen. Dat gebeurde eenmaal binnen de praktijkproef van de provincie bij een goedgekeurd raster, maar daar werden dan weer geen graafsporen gevonden. Het artikel van RTVDrenthe weet niet duidelijk te maken hoevaak het om een goed opgezet en goed onderhouden wolfwerend raster ging bij deze aanvallen en of de kop boven het artikel – Gravende wolf rond Beilen passeert meerdere keren wolfwerend raster – wel klopt, maar daar laat een beetje BBB-gedeputeerde zich vast niet door weerhouden.

Update 3

Nieuwe stas, nieuwe kansen, lijkt het BBB-gespuis in Drenthe te denken. Gedeputeerde staten willen dat VVD-er Silvio Erkens zo snel mogelijk de wet aanpast om “gevaarlijke wolven of probleemwolven” te kunnen aanpakken. De provincie moet bij problemen met wolven binnen 24 uur kunnen handelen, schrijven Gedeputeerde Staten volgens RTVDrenthe aan Erkens. 20 Het gaat om afschrikken, schuw maken, verjagen of doodschieten. Partijgenoot Rummenie regelde dat niet voor de bloeddorstige BBB-gedeputeerden en ook de nieuwe staatssecretaris gaat dat niet doen, omdat het wettelijk niet kan.

Bovendien waren de Drentse ‘incidenten’ – de wolf die op het Dwingelderveld met een wandelaar mee liep en een wolf die mensen met een hond ‘lastig viel’ – ongevaarlijk en van korte duur. De door hetzelfde tuig tot ‘probleem’ gebombardeerde wolf die enkele schapen pakte bij Beilen / Lheebroek heeft al in geen tijden meer toegeslagen.

Desondanks wil men in Drenthe onmiddellijk kunnen schieten. “Het moet volgens GS zonder tijdrovende procedures en de staatsecretaris moet dat regelen vinden GS,” schrijft RTVDrenthe. 

Hoe dom en kortzichtig deze gedeputeerden ook zijn, zelfs zij weten dat, zelfs als zou Erkens willen, hij dat niet kan realiseren binnen de Wet. Opnieuw populistisch gejank voor de bühne dus.


  1. BBB-gedeputeerde Egbert van Dijk neemt ontslag vanwege tegenwerking uit eigen partij ↩︎
  2. Gedeputeerde Gert-Jan Schuinder overleeft motie van wantrouwen ↩︎
  3. Toeters en oproepen tot meer actie: Drentse politiek roert zich stevig in wolvendiscussie ↩︎
  4. Spoed­vragen over dood­vonnis wolf Bor ↩︎
  5. Schrif­te­lijke vragen m.b.t. dood­vonnis wolf Bor (GW4890m) ↩︎
  6. Drenthe heeft een probleemwolf, provincie wil dier afschieten ↩︎
  7. Opnieuw dode wolf gevonden: derde keer in acht dagen ↩︎
  8. Verder leren tijdens vervolg praktijkproef wolfwerende rasters ↩︎
  9. Wolvenconsulent: rechter zal maatregelen waarschijnlijk voldoende vinden voor afschot ↩︎
  10. Drentse wolvencommissie: verplaatsbare rasters met stroomdraden werken niet ↩︎
  11. Wolf overtreedt wolfwerend raster, provincie Drenthe bereidt afschotvergunning voor ↩︎
  12. Gedeputeerde Schuinder over afschieten wolf: ‘Blij dat we deze stap kunnen zetten’ ↩︎
  13. Wolf volgt wandelaars: ‘Mijn jas leek op een schapenvachtje’ ↩︎
  14. Wolf op Dwingelderveld ↩︎
  15. Dringend advies: neem de hond niet mee naar het Dwingelderveld ↩︎
  16. Kom niet met de hond naar het Dwingelderveld ↩︎
  17. Schuinder (BBB) over schoolsluiting Ruinen vanwege wolf: ‘Sta achter beslissing’ ↩︎
  18. Waarom de Drentse probleemwolf nog niet is afgeschoten. ‘Sinds november niet meer gezien’ ↩︎
  19. Gravende wolf rond Beilen passeert meerdere keren wolfwerend raster. ↩︎
  20. Drenthe wil binnen 24 uur lastige wolven aan kunnen pakken ↩︎

Winst! – Schapenhouders moeten hun schapen beschermen tegen de wolf, oordeelt rechter

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) besliste op 2 december 2025 op het beroep van Animal Rights tegen de afwijzing van haar handhavingsverzoek om enkele schapenhouders te dwingen tot verdere maatregelen om hun schapen te beschermen tegen de wolf. 1

Bij de landbouwminister/NVWA heeft handhaving van de bescherming van landbouwhuisdieren tegen aanvallen van de wolf geen prioriteit en ze is van mening dat handhaving onevenredig en niet doeltreffend is.

Lees ook: RECHTSZAAK OM BESCHERMING VAN GEHOUDEN DIEREN TEGEN ROOFDIEREN AF TE DWINGEN

De rechtbank oordeelde dat de betreffende schapenhouders hun schapen moeten beschermen tegen wolven. Zij houden hun schapen namelijk in of nabij een wolvenleefgebied en hun schapen zijn vaker aangevallen door (vermoedelijk) een wolf. De Faunaschade PreventieKit voor wolven van BIJ12 is niet bindend, maar geeft wel een bruikbare leidraad voor de vereiste beschermingsmaatregelen. Eén van die maatregelen is afrastering met (stroom)draden.

De NVWA was van mening dat artikel 1.6, derde lid, van het Besluit houders van dieren (Bhd), dat zegt dat buiten gehouden dieren bescherming moet worden geboden onder andere tegen roofdieren een open norm is. Die open norm moet volgens de landbouwminister/NVWA “nog worden geconcretiseerd en deze concretisering moet nog worden bekendgemaakt aan degenen tot wie de norm zich richt. Dat proces is nog niet afgerond. Er is nog geen beleid over de hoeveelheid en de soort beschermingsmaatregelen die houders van dieren moeten nemen tegen de gevaren van de wolf. Handhaving van bescherming van landbouwhuisdieren tegen aanvallen van de wolf heeft op dit moment daarom geen prioriteit.”

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) zegt hierover: “Zoals het College eerder heeft overwogen in de uitspraken van 17 november 2016 (ECLI:NL:CBB:2016:368) en van 25 mei 2021 (ECLI:NL:CBB:2021:514), laat de omstandigheid dat deze open normen in algemene zin nadere invulling behoeven, onverlet dat in een concreet geval sprake kan zijn van een overtreding waartegen in beginsel dient te worden opgetreden.”

Verder is de Landbouwminister/NVWA van mening dat de in de preventiekit aanbevolen beschermende maatregelen (waaronder het wolfwerend raster) niet bij of krachtens de Wet dieren dwingend zijn voorgeschreven.

Het CBb zegt daarover: “Dat neemt niet weg dat de preventiekit naar het oordeel van het College de minister naar de huidige omstandigheden bruikbare aanknopingspunten geeft voor de beoordeling of een schapenhouder zijn schapen voor zover mogelijk al dan niet voldoende bescherming biedt tegen aanvallen van een wolf. De beschermende maatregelen in de preventiekit zijn als effectief beoordeeld op basis van onderzoek waarbij gebruik is gemaakt van beschikbare studies (wetenschappelijk of praktijk), beoordelingen door experts en ervaringen van agrariërs uit de praktijk. In de preventiekit staat, kort gezegd, dat de kans op een aanval door de wolf (predatie) sterk beperkt kan worden door de inzet van de daarin genoemde preventieve maatregelen.”

De rechtbank oordeelde vervolgens dat de schapenhouder uit Drenthe gedaan had “wat onder de huidige omstandigheden van hem verwacht kan worden om zijn schapen tegen aanvallen van de wolf te beschermen, zodat geen sprake is van een overtreding van artikel 1.6, derde lid, van het Bhd.” Handhaven was daarom niet nodig. 2

De Brabantse schapenhouder gebruikte rasters met twee (stroom)draden. Dat zijn er te weinig om te voorkomen dat een wolf een kudde kan bereiken. Daarom moet de minister onderzoek doen naar de oorzaak van de aanvallen en de maatregelen die deze schapenhouder moet treffen. Daarbij kan de minister ook andere bronnen dan de PreventieKit gebruiken. De minister moet in deze zaak na het onderzoek een nieuw besluit nemen. 3

In de woorden van het CBb: “Een volgens de preventiekit effectief te achten wolfwerend raster ontbrak dus bij de aanvallen en niet valt uit te sluiten dat de wijze waarop de schapenhouder zijn percelen heeft afgerasterd ertoe heeft geleid dat de wolf de percelen van de schapenhouder is binnengedrongen. Er waren daarom concrete aanwijzingen dat de schapenhouder zijn schapen onvoldoende bescherming bood tegen de wolf, en de minister had daarom nader onderzoek moeten doen naar aanleiding van het handhavingsverzoek. Daarbij valt op zijn minst te denken aan navraag bij de schapenhouder welke (aanvullende) beschermende maatregelen hij heeft genomen om zijn schapen te beschermen tegen aanvallen door de wolf. Omdat dit niet is gebeurd, heeft de minister bij de voorbereiding van het bestreden besluit niet de nodige kennis vergaard over de feiten die relevant zijn voor de beantwoording van de vraag of de schapenhouder artikel 1.6, derde lid, van het Bhd heeft overtreden. Daarom is het besluit in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Voor de conclusie van de minister dat de schapenhouder naar (de huidige) omstandigheden zijn dieren voldoende bescherming heeft geboden tegen aanvallen van de wolf, is dan ook onvoldoende basis. Het besluit is daarom ook in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, waarin staat dat de beslissing op bezwaar dient te berusten op een deugdelijke motivering.”

De eindconclusie van het CBb in het geval van de Brabantse schapenboer is:“Het beroep is gegrond en het College zal het bestreden besluit vernietigen. De minister zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van wat hiervoor is overwogen. De minister zal bij de schapenhouder nader onderzoek moeten doen naar welke beschermende maatregelen hij heeft genomen om aanvallen op zijn schapen van de wolf te voorkomen en vervolgens beoordelen wat onder de huidige omstandigheden van een schapenhouder verwacht kan worden. Hij kan daarvoor de preventiekit of andere bronnen over effectieve, beschermende maatregelen tegen de wolf tot uitgangspunt nemen. De minister zal aan de hand van dit onderzoek moeten motiveren of de schapenhouder artikel 1.6, derde lid, van het Bhd (gedeeltelijk) overtreedt en, indien dat zo is, of en welke maatregelen hij passend vindt. Het College stelt hiervoor een termijn van twaalf weken.”

Deze uitspraak is definitief; het College van Beroep voor het bedrijfsleven is de eindrechter in deze zaak.

Update – bescherming in 2025

Staatssecretaris Erkens gaf tijdens het debat over de wolf in Nederland op dinsdag 1 september 2026 cijfers over het aantal wolvenaanvallen op gehouden dieren en de mate van bescherming die de slachtoffers genoten: “Van de 1.114 bevestigde wolvenschademeldingen uit 2025 is bij 81 meldingen sprake van preventieve maatregelen die voldeden aan de adviesnormen. Ik gaf net wel aan dat het kan zijn dat een kleine afwijking niet wordt meegeteld. […] Bij 45 van de meldingen hiervan was een inspanning geleverd door maatregelen, en daarbij waren gebreken. Dus 45 gevallen die niet worden meegeteld, hadden gebreken. Bij 988 van de meldingen, ongeveer 89%, was geen sprake van preventieve maatregelen.” 4
Bij bijna 93% van de wolfaanvallen op buiten gehouden dieren waren de dieren in 2025 dus niet of niet voldoende beschermd. We weten uit ervaring dat ook rasters die door taxateurs en toezichthouders als wolfwerend worden bestempeld, vaak nog overduidelijke gebreken vertonen en nooit als wolfwerend in de boeken hadden mogen gaan. De 93% is dan ook een ondergrens.

  1. CBb uitspraken over de bescherming van schapen tegen de wolf ↩︎
  2. ECLI:NL:CBB:2025:635 ↩︎
  3. ECLI:NL:CBB:2025:633 ↩︎
  4. Plenair verslag Tweede Kamer, 91e vergadering Dinsdag 1 september 2026 ↩︎